Olympische goden

de 12 machtigste goden uit de Griekse mythologie

De Olympische goden, (Oudgrieks: τὸ Δωδεκάθεον, tò Dōdekátheon, de twaalf goden of δώδεκα, dôdeka, twaalf, of Olympiërs Ὄλυμπίοι, Ólympíoi,) zijn de godheden uit de Griekse mythologie, die op de berg Olympus, Ὄλυμπος, woonden. Plato verbond hen ook met de twaalf maanden, en stelde voor dat de laatste maand aan Hades en de geesten van de doden zou worden gewijd, wat betekent dat hij Hades tot de Twaalf Olympiërs rekende.[1] Hades werd in latere varianten van de Twaalf omwille van zijn chthonische rol als Heerser van de Onderwereld meer en meer buiten de Twaalf gerekend.[2] Plato verbindt in zijn Phaedrus de Twaalf ook met de dierenriem, hierbij Hestia uit hun rangen sluitend.[3]

OlympiërsBewerken

  1. Zeus - oppergod, god van het hemelrijk, de lucht en het weer en de donder
  2. Poseidon - god van de zeeën, aardbevingen en paarden
  3. Athena - godin van de wijsheid, techniek en de krijgskunst
  4. Hera - godin van het huwelijk en het gezin
  5. Demeter - godin van de landbouw en het graan
  6. Aphrodite - godin van de liefde en de schoonheid
  7. Hestia - godin van de huiselijkheid en het haardvuur
  8. Hephaistos - god van de smeedkunst, de vulkanen en het vuur
  9. Ares - god van de oorlog
  10. Apollo - god van het licht, de zon, de muziek, de schone kunsten, de geneeskunst, de boogschutters en het Orakel van Delphi
  11. Artemis - godin van de jacht, de bossen en de maan, beschermster van jonge meisjes en de kuisheid
  12. Hermes - god van de handel, boodschapper der goden en beschermer van de dieven en de reizigers

OnderwereldBewerken

Overige godenBewerken

De volgende goden en godinnen worden meestal niet als Olympiërs geteld maar hadden wel nauwe banden met hen.

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken

ReferentiesBewerken

  1. Plato. Wetten. 828 d-e
  2. (en) Encyclopedia Americana. Greek mythology, 1993. 13, blz 431.
  3. Plato. Phaedrus. 246 e-f
  4. Nonnus van Panopolis, Dionysiaca
  5. (en) Aura. met vermeldingen in de Dionysiaca