Satrapie

Een satrapie (mv satrapieën) was de Perzische benaming van een provincie, bestuurd door een satraap. Deze bestuursvorm ontstond in het Perzische Rijk onder de Achaemeniden, maar werd ook later nog toegepast, zoals onder de Sassaniden, en in andere rijken zoals de rijken van Alexander de Grote en diens Helleense opvolgers.[1]

De satrapieën van het Perzische Rijk rond 500 v.Chr.
De satrapieën van het Macedonische Rijk bij de rijksdeling van Babylon in 322 v.Chr.

Volgens Herodotus, de voornaamste bron voor de Perzische provincies, deelde koning Darius I zijn rijk op in 22 provincies, met elk een vertrouweling aan het hoofd. De satrapen moesten elk jaar tribuut brengen (belasting betalen) aan de Perzische koning.

Na de verovering van het Perzische Rijk door Alexander de Grote bleef het satrapiestelsel min of meer intact: Alexander de Grote stelde ook satrapen aan.

De belangrijkste satrapieën volgens Herodotus in zijn werk Historiën:

  1. Persis, in het zuiden van het huidige Iran.
  2. Bactrië, in het noorden van het huidige Afghanistan.
  3. Medië, in het noorden van het huidige Iran.
  4. Arië (Herat), in het westen van het huidige Afghanistan.
  5. Sagartië, in het zuidoosten van het huidige Iran.
  6. Babylon, in het huidige Irak.
  7. Susiana (= Elam), op de grens tussen het huidige Iran en Irak.
  8. Parthië, in het noordwesten van het huidige Afghanistan en het noordoosten van het huidige Iran.

In de Aziatische diadochenrijken die na de opdeling van Alexanders rijk ontstonden, zoals de rijken van de Seleuciden en Antigoniden, werden de provincies ook satrapieën genoemd. De naam werd in Centraal-Azië en India ook gebruikt in zelfstandig geworden gebieden zoals Grieks Bactrië en de Indo-Griekse rijken. Ook toen deze gebieden door de Indo-Scythen en Kushana's werden veroverd bleef men provincies satrapieën noemen en de gouverneurs satrapen, tot in de vroege Middeleeuwen. De dynastie van de Westelijke satrapen in India kwam voort uit Indo-Scythische bestuurders van satrapieën.