Jericho

stad op de Westelijke Jordaanoever
(Doorverwezen vanaf Jericho (stad))
Zie Jericho (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jericho.

Jericho (Hebreeuws: יריחו Jericho, Arabisch: أريحا, Er-Riha of Arīḩā) is een stad op de Westelijke Jordaanoever, niet ver van de rivier de Jordaan en ongeveer 15 kilometer ten noordwesten van de Dode Zee. De stad ligt ongeveer 260 meter onder zeeniveau. In 2007 had de stad 18.346 inwoners. De stad wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Jericho staat bekend als de oudste continu bewoonde stad ter wereld.

Jericho
أريحا
יְרִיחוֹ
Plaats in Palestina Vlag van Palestina
Jericho (Palestina)
Jericho
Situering
Gouvernement Jericho
Coördinaten 31° 51′ NB, 35° 28′ OL
Algemeen
Inwoners (2007) 18.346[1]
Hoogte -260 m
Portaal  Portaalicoon   Azië
Jericho

GeschiedenisBewerken

Gedurende meer dan 11.000 jaar bestonden er drie verschillende nederzettingen op of dicht bij de plek van het huidige Jericho. Het was waarschijnlijk een gewilde locatie vanwege voorraden drinkwater van een waterrijke oase en de gunstige ligging aan een oost-west route ten noorden van de Dode Zee.

De eerste archeologische opgravingen van de plaats werden door Charles Warren gedaan in 1868. Ernst Sellin en Carl Watzinger deden opgravingen bij Tell es-Sultan en Tulul Abu el-'Alayiq, tussen 1907 en 1909 en in 1911. John Garstang deed opgravingen tussen 1930 en 1936. Uitgebreid onderzoek met behulp van modernere technieken werden door Kathleen Kenyon gedaan, tussen 1952 en 1958.

PrehistorieBewerken

  Zie Tell es-Sultan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De vroegste nederzetting bevond zich bij het tegenwoordige Tell es-Sultan (of Tell Sultan), op enkele kilometers afstand van de huidige stad. Het Arabische tell betekent heuvel—opeenvolgende lagen van bewoonde grond die in de loop van de tijd op elkaar gebouwd waren op een heuvel, zoals dat bij veel nederzettingen in het Midden-Oosten en Klein-Azië gebeurde. De neolithische nederzettingen bestonden gelijktijdig met Çatal Hüyük en bevonden zich op een soortgelijk technologisch niveau.

Tulul Abu el-'AlayiqBewerken

Deze latere nederzetting bestond gedurende de Hellenistische tijd, het Byzantijnse Rijk, de Nieuwtestamentische en de Islamitische tijdperken, waarvan heuvels achtergebleven zijn te Tulul Abu el-'Alayiq, 2 kilometer ten westen van het hedendaagse er-Riha. De Hasmoneeën en de Herodianen hadden hier hun winterpaleizen. Onder de islamitische Omajjaden werd het Paleis van Hisham nabij Jericho gebouwd.

Byzantijnse synagogeBewerken

In 1936 werd een synagoge opgegraven uit de Byzantijnse periode en werd gedateerd tussen de 5e en 8e eeuw na Christus. Deze synagoge kreeg de naam Shalom Al Israel, genoemd naar een Hebreeuws opschrift op een van de in de synagoge gevonden mozaïeken.

Op 12 oktober 2000 werd de synagoge door Palestijnen aangevallen en in brand gezet. De Torah-rollen konden ternauwernood gered worden.

Na 1948Bewerken

In 1948 werd de stad bezet door Jordanië. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd de stad veroverd door Israël. Het was de eerste stad die door Israël aan de Palestijnse Autoriteit werd overgedragen in 1994, overeenkomstig de Oslo Akkoorden.

Jericho in de BijbelBewerken

 
Prent van de Val van Jericho. Gemaakt in de zestiende eeuw. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek Gent.[2]

De muren van de stad Jericho zouden volgens het Bijbelboek Jozua verwoest zijn nadat er op sjofars (ramshoorns) geblazen werd en het volk zou juichen. Rond de muren van de stad werd zes dagen lang, eenmaal per dag, een ronde gelopen door de belegeraars, al blazend op de zeven ramsbazuinen.[3] Op de zevende dag liepen de Israëlieten zevenmaal rond de stad; daarna werden de ramsbazuinen geblazen en tegelijkertijd juichte het hele volk. De muren stortten in en de belegeraars kwamen probleemloos in de stad, waarna zij alle bewoners doodden. Daarna werd door Jozua en het volk een vloek over de man uitgesproken die Jericho zou herbouwen: hij zou haar fundering leggen ten koste van zijn eerstgeboren zoon en haar poorten oprichten ten koste van zijn jongste zoon,[4] wat volgens het verhaal later ook gebeurde.[5]

Toen Jezus (in het jaar 30 of 33) met zijn leerlingen en aanhang op weg was naar Jeruzalem waar hij zou worden gekruisigd kwam hij door Jericho. In de buurt ervan genas hij volgens het evangelie van Lucas een blinde, Bar Timeüs, en in de stad bekeerde hij de corrupte tollenaar Zacheüs en zei bij die gelegenheid dat "de mensenzoon gekomen is om het verlorene te zoeken"[6].

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

  Zie de categorie Jericho van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.