Kaart met de verspreiding van de Semitische talen.

Het begrip Semiet slaat in neutrale zin op iemand die deel uitmaakt van een van de vele klassieke en hedendaagse Semitisch sprekende volkeren die leefden/leven in het huidige Midden-Oosten, Ethiopië , Eritrea, en Noord-Somalië. De term is in 1781 geïntroduceerd door de Duitse historicus August Ludwig Schlözer.[1] Hij verwees met het begrip naar Sem (Hebreeuws: Sjem), een van de drie zonen van Noach. Volgens de Volkerentafel van Genesis kreeg Sem op zijn beurt vijf zonen, wier families zouden zijn uitgegroeid tot volkeren die zich over de aarde verspreidden.

In de oudheid beriepen vele stammen in het Midden-Oosten zich op afstamming van Sem.[bron?] Het wetenschappelijke gebruik van de term heeft echter betrekking op de taalgroep, en bij uitbreiding op culturele en etnische groepen. Naar hedendaagse inzichten, die vanuit een sterke interdependentie tussen taalgebruik en cultuur vertrekken, wordt de term Semieten ook wel gebruikt bij etnische en culturele beschrijvingen. Die kan dus verwijzen naar de oude bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten, zoals Arameeërs, Akkadiërs, Feniciërs, Hebreeën en Arabieren en hun afstammelingen.

Verwante termenBewerken

Naar analogie met de theorie van Schlözer over Sem postuleerde de egyptoloog Karl Richard Lepsius een verwantschap tussen de talen van Egypte, Libië en de Koesj die terug zou gaan op afstamming van Noachs zoon Cham, en introduceerde hij de term Hamieten.[2] Deze theorie is echter ontkracht en in de vergetelheid geraakt.[bron?] Afstammelingen van Jafet werden als Jafettieten aangeduid.

Een andere niet-wetenschappelijke term in dit verband is die van "Ismaëliet" of "Hagareen".[bron?] Die gaat terug op Ismaël, de zoon van Abraham en Hagar. Ismaël werd met zijn moeder weggezonden en zou de stamvader zijn van volkeren, die men aanduidde als "Ismaëlieten". De Koran nam deze Bijbelse traditie over, zij het met de nodige verschillen.[bron?]

Semitisch - antisemitischBewerken

  Zie antisemitisme voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de 18e eeuw wordt de term Semitisch, die gebruikt werd in de context van de semitische taal verbonden aan de bevolkingsgroepen die deze talen spraken.[3] In de 19e eeuw werd de term 'semitisch', behorend bij de semitisch sprekende volkeren, in westerse landen omgevormd tot gebruik ervan in termen als 'antisemitisch'. Dat duidde niet op een vijandige houding tegenover Semieten in het algemeen, maar vloeide voort uit kritiek op de enige in het westen bekende subgroep ervan, de Joden. In een artikel in 1859 beschreef Ernest Renan de Semieten als volkeren met een neiging tot monotheïsme, voortvloeiend uit gewelddadige en zelfzuchtige instincten.[4] In een kritische bespreking nam Heymann Steinthal zich voor om deze renaniaanse conceptie van volksinstincten te bestrijden.[5] De joodse oriëntalist Moritz Steinschneider trad Steinthal bij en sprak voor het eerst (januari 1860) van "antisemitische vooroordelen".[6]

Achter deze discussies onder Franse en Duitse wetenschappers speelde de maatschappelijke kwestie van de integratie van de Joden.[7] Zij waren het enige Semitische volk dat prominent in Europa leefde. Toen Wilhelm Marr in 1879 zijn Antisemiten-Liga oprichtte had hij het enkel op de Joden gemunt. Het gebruik van een wetenschappelijk klinkende term moest zijn onderneming objectiever doen lijken. Toen later andere Semitische volkeren in het Europese bewustzijn verschenen was de term "antisemiet" al te zeer gelijkgeschakeld met anti-Joods om nog een betekenisverschuiving te ondergaan.

Controversieel gebruikBewerken

Het gebruik van het woord "semitisch" in associatie met rassentheorieën is controversieel. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de rassentheorieën aan populariteit ingeboet, vooral betreffende de Joden, waarvan er in heel Europa ongeveer zes miljoen in de Holocaust werden vermoord. Hierdoor wordt dit adjectief niet vaak meer gebruikt.[bron?] Vooral in de Verenigde Staten is men veel vaker in etniciteiten, dus voluntaire culturele identiteiten, gaan denken. Waar men nog voluntair de oude rassencategorieën aanhoudt, vallen Joden en Arabieren nu onder 'Kaukasisch'.[bron?]

Een frappant gegeven is dat juist de Joden en Arabieren zelf, met enkele uitzonderingen onder woestijnculturen, door de geschiedenis zeer weinig om ras hebben gegeven.[bron?] Zo zijn gearabiseerde Berbers oorspronkelijk wel 'Semieten'. Dat geldt (wellicht) ook voor de Noord-Indiase Joden, die vrijwel allemaal naar Israël zijn geëmigreerd. In de joodse ethnos is de belangrijkste leider en profeet, Mozes, met een Midianitische vrouw (Zipporah) getrouwd.[8]

Het antisemitisme betekent nu meestal haat en discriminatie specifiek tegen Joden. Soms verbreedt men het concept, omdat taalkundig gezien ook andere 'Semieten' eronder zouden vallen.[bron?]

NotenBewerken

  1. Johann Gottfried Eichhorn (1781), Repertorium für biblische und morgenländische Literatur, vol. VIII, blz. 161
  2. Burkhart Kienast (2001), Historische semitische Sprachwissenschaft, blz. 1
  3. Hamlet on a Hill M.F.J. Baasten Wth.van Peursen Hamlet on a Hill, 2003
  4. Ernest Renan, "Nouvelles considérations sur le caractère général des peuples sémitiques et en particulier sur leur tendance au monothéisme", in Journal asiatique ou Recueil de Mémoires, d’extraits et de notices relatifs à l’histoire, à la philosophie, aux langues et à la littérature des peuples orientaux, februari-maart 1859, blz. 214-282 en april-mei 1859, blz. 417-450
  5. Heymann Steinthal, "Zur Charakteristik der semitischen Völker. Auf Anlaß von E. Renan, Nouvelles considérations sur le caractère général des peuples sémitiques (...)", in Zeitschrift für Völkerpsychologie und Sprachwissenschaft (ZfVS) 1/1860, blz. 330
  6. Moritz Steinschneider (1860), Hebräische Bibliographie. Blätter für neuere und ältere Literatur des Judenthums, vol. III, nr. 13, blz. 16 - Lees op Google Books: "Hoe meer het glanzende, dialectische en stilistische talent van Renan de lezer met zich meevoert, hoe groter de noodzaak om de consequenties, of juister de inconsequenties van zijn antisemitische vooroordelen te onthullen - die uiteindelijk ook niet zonder specifieke bijstelling konden blijven (zie hier blz. 336)."
  7. Céline Trautmann-Waller (2008), Du «caractère des peuples sémitiques » à une « science de la mythologie hébraïque» (Ernest Renan, Heymann Steinthal, Ignác Goldziher)", Revue Germanique Internationale, nr. 7, blz. 169-184
  8. Exodus 2:21