Oude Athene

Het oude Athene (Oudgrieks: Ἀθῆναι, Athēnai) was in meer dan één opzicht een uitzonderlijke polis. Het wist niet alleen door zijn leiderschap in de Delische Bond voor lange tijd de hegemonie in het oude Griekenland te bemachtigen, het ondervond ook weinig hinder van de invasies gedurende de duistere eeuwen en er ontstond voor het eerst een vorm van democratie.

GeschiedenisBewerken

  Zie Geschiedenis van Athene voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Het Parthenon
 
Erechtheion op de Acropolis

Vermoedelijk vestigden rond 3500 v.Chr. zich de eerste bewoners op de heuvel Akropolis. Athene was een belangrijk centrum van de Myceense beschaving.

Athene kende gedurende haar lange geschiedenis verscheidene politeiai, staatsinrichtingen: monarchie, aristocratie, tirannie en democratie. Er is van de vroege geschiedenis van de stad weinig bekend, maar Athene is waarschijnlijk tot circa 1065 v.Chr. een monarchie geweest. Onder de koning stonden de Eupatriden, de 'welgeborenen'. De monarchie zou met de dood van de legendarische koning Kodros in de 11e eeuw v.Chr. tot een einde zijn gekomen. Men stelde een regering van archontes in, welk ambt erfelijk was.

Athene ging in de eeuwen die volgden langzaam en met tijdelijke terugvallen op weg naar een democratie. Het voerde in deze tijd diverse oorlogen tegen de Perzen, die ze versloegen in de Slag bij Marathon, 490 v.Chr., maar die tien jaar later wel de stad en de Akropolis grotendeels verwoestten. Er volgde een periode met diverse pieken en dalen, met de Peloponnesische Oorlog en de Dertig Tirannen, werd Athene in de 4e eeuw v.Chr. een belangrijke wetenschaps- en kunststad, met beroemde inwoners als Socrates, Plato en Aristoteles.

De stad werd in 168 v.Chr. door de Romeinen ingenomen, die overigens zelf spraken van de 'bevrijding' van Athene. De stad bleef desondanks een belangrijke rol binnen het Romeinse Rijk vervullen, ook al legden de inwoners zich niet gemakkelijk bij de Romeinse aanwezigheid neer. De stad werd in 86 v.Chr. daarom als straf door Sulla geplunderd. De apostel Paulus bezocht de stad in 51 na Chr.. Keizer Hadrianus bracht rond 130 na Chr. een bezoek en liet een reeks belangrijke bouwwerken oprichten. Athene was toen nog steeds een belangrijk centrum.

Hierna raakte de stad echter in verval. Athene werd in 297 door de Goten geplunderd, wat in 395 nog eens werd herhaald. Keizer Justinianus I sloot in 529 de filosofenscholen, waarmee de stad definitief een vrij onbetekenende uithoek van het Byzantijnse Rijk werd.

Herkomst naamBewerken

De naam Athene was volgens sommige mythografen uit de oudheid afkomstig van de naam van de Griekse godin Pallas Athena. De stad zou volgens de mythe naar Athena of Poseidon worden genoemd. Athena schonk de stad een olijfboom en Poseidon een bron. De Atheners vonden het geschenk van Athena nuttiger en noemden de stad dus naar haar.

ReferentiesBewerken

Externe linksBewerken

  Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: historische atlas.