Jean de La Fontaine

Frans schrijver

Jean de La Fontaine (Château-Thierry (Champagne), 8 juli 1621Parijs, 13 april 1695) was een classicistische Franse schrijver en dichter, vooral bekend om zijn fabels.

La Fontaine
Jean de La Fontaine
Algemene informatie
Geboren Château-Thierry, 8 juli 1621
Overleden Parijs, 13 april 1695
Werk
Periode 17e eeuw
Genre Fabel, Poëzie
Stroming Classicisme
Bekende werken Contes, 1665, 1666, 1671, 1674; Fabels, 1668, 1678, 1693
Dbnl-profiel
Lijst van Franstalige schrijvers
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

BiografieBewerken

La Fontaine is geboren in Château-Thierry in 1621 in een gezin van de gegoede burgerij. Zijn familie had fortuin gemaakt in de lakenhandel. De la Fontaines vader bekleedde de functie van jachtopziener en opperhoutvester voor de plaatselijke graaf; De la Fontaine zelf volgde zijn vader in deze functie op, en bekleedde dit ambt tot 1671. In het bos observeerde hij soms de daar levende dieren, wat hem later tot zijn bewerkingen van dierenfabels inspireerde. Hij studeerde Latijn en trok op 20-jarige leeftijd naar Parijs om priesterstudies aan te vatten. Hij zag hiervan af en trouwde op 26-jarige leeftijd, op aandringen van zijn familie met de 14-jarige Marie Héricart. Vijf jaar later zouden ze hun enig kind krijgen, een zoon Charles. Voor de rest verwaarloosde hij zijn huwelijk. Op zijn 28e werd hij advocaat bij het Parlement van Parijs. Hij wijdde zich aan het schrijven en kende financieel hoogtes en laagtes. Hij ontving een tijdlang een stipendium van Nicolas Fouquet, surintendant van Financiën. Toen hij in dienst trad van de hertogin van Bouillon en de hertogin van Orléans, werd hij in de adelstand verheven. Hij had toen al een aantal werken op zijn naam staan. Na zijn mislukte huwelijk is hij naar Parijs verhuisd. Daar kwam hij, o.a. in de literaire salon van Nicolas Fouquet, in aanraking met verschillende kunstenaars, onder wie vrouwen van de kring der Préciosité. Twintig jaar lang woonde hij in bij madame de La Sablière[1], die in zijn levensonderhoud voorzag.

La Fontaine werd in 1683 gekozen tot lid van de Académie française als opvolger van Colbert. Koning Lodewijk XIV, die zelf Nicolas Boileau verkoos, hield echter een tijdlang zijn toetreding tegen wegens zijn immorele geschriften.

La Fontaine was de laatste jaren van zijn leven ziek; hij leed mogelijk aan tuberculose. Hij verzoende zich toen met de kerk en deed afstand van zijn antiklerikale en vrijpostige geschriften.[2] Hij overleed op 74-jarige leeftijd in Parijs, waar hij werd begraven op de Cimetière des Innocents.[3] Zijn grafsteen echter, staat op de begraafplaats Père Lachaise in Parijs.

WerkBewerken

Jean de La Fontaine werd vooral bekend door zijn fabels, waarvan hij een eerste bundel publiceerde in 1668. Daarnaast heeft hij verschillende andere werken geschreven. Hij debuteerde in 1654 met L'eunuque, een komisch toneelstuk in vijf akten. Sommige van zijn werken werden zeer antiklerikaal bevonden en veroorzaakten een polemiek.

La Fontaine was een classicist. Voor zijn fabels haalde hij zijn inspiratie voornamelijk uit de klassieke oudheid, zoals Aesopus en Phaedrus, maar ook uit de Indiase literatuur: de Pañcatantra.

Een van zijn bekendste fabels is La cigale et la fourmi (De krekel en de mier),[4] waarin een kunstzinnige krekel de hele zomer een werkende mier vermaakt met zijn gezang, waarna de mier te beroerd is om de zanger hiervoor te belonen. Hoewel La Fontaine met dit verhaal op een ironische manier de geringe waardering voor kunstenaars wilde aanklagen, werd het verhaal in later tijden meestal gebruikt als illustratie van het idee "wie niet werkt, zal ook niet eten".

Een andere beroemde fabel is Le corbeau et le renard (De raaf en de vos), waarin een vos met mooie praatjes en vleierij een kaas weet te stelen van een raaf. De moraal van deze fabel is "dat vleiers leven ten koste van degenen die luisteren".

Verscheidene van De la Fontaines fabels kunnen voor diegenen, die de toenmalige politieke verwikkelingen kennen, nog steeds elementen bevatten, waaruit men kan concluderen, dat de fabels niet vrij waren van latente politieke satire of zelfs maatschappijkritiek.

  • L'Eunuque, 1654
  • Adonis, gepubliceerd in 1669
  • Les Rieurs du Beau-Richard, 1659
  • Élégie aux nymphes de Vaux, 1660
  • Ode au roi, 1663
  • Contes, 1665, 1666, 1671, 1674
  • Fables, 1668 (opgedragen aan de kroonprins van Frankrijk, Lodewijk van Frankrijk (1661-1711)), 1678, 1693
  • Les Amours de Psyché et de Cupidon, 1669
  • Recueil de poésies chrétiennes et diverses, 1671
  • Poème de la captivité de saint Malc, 1673
  • Daphné, 1674
  • Poème du Quinquina, 1682
  • Ouvrages de prose et de poésie, 1685
  • Astrée, 1691

Externe linkBewerken

  Originele werken van of over deze auteur zijn te vinden op de pagina Jean de La Fontaine op Wikisource.
  Wikiquote heeft een of meer citaten van of over Jean de La Fontaine.