Hoofdmenu openen

Gereformeerde Kerken in Nederland

kerkgenootschap (1892-2004)
Icoontje doorverwijspagina Zie Gereformeerde Kerken in Nederland (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Gereformeerde Kerken in Nederland.

De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN), ook wel aangeduid als "synodalen" of "Gereformeerd synodaal" (dit ter onderscheiding van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt), was tot 1 mei 2004 een Nederlands gereformeerd kerkgenootschap. Ongeveer zeven op tien gereformeerden (waaronder leden van kerkgemeenschappen die de naam 'gereformeerd' dragen worden bedoeld) is lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland (thans Gereformeerde Kerken binnen de PKN). Daarmee was dit kerkverband met afstand het grootste gereformeerde kerkgenootschap. Het hoogste aantal lidmaten kenden de Gereformeerde Kerken in Nederland in 1975; zij telden toen ruim 900.000 leden.

Gereformeerde Kerken in Nederland
Parkkerk, gebouwd naar ontwerp van E.A.C. Roest als typisch gereformeerde kerk Gerard Brandtstraat. Gezien vanaf het Vondelpark Datering 1926
Parkkerk, gebouwd naar ontwerp van E.A.C. Roest als typisch gereformeerde kerk Gerard Brandtstraat. Gezien vanaf het Vondelpark Datering 1926
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme
Voortgekomen uit Dolerenden en grootste deel Chr. Geref. Kerk in 1892
Afsplitsingen 1926: Geref. Kerk in Her. Verb.
1944: Geref. Kerk vrijgem.
2004: Grotendeels opgegaan in PKN, restant omgedoopt tot Voortgez. Geref. Kerken in Ned.
Aard
Locatie 857 kerken in Nederland (2004)
Aantal leden 675.000 (2004)
Karakter tot ca. 1970: orthodox-gereformeerd, nu: overwegend modern-gereformeerd
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen
Voormalige gereformeerde kerk en pastorie Pieterburen
Gereformeerde kerk Stadskanaal
Gereformeerde sliedrecht
Gereformeerde Kerk Brandwijk

Predikanten voor de Gereformeerde Kerken in Nederland werden opgeleid aan twee 'eigen' universiteiten: de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Theologische Universiteit te Kampen. Vanaf die datum zijn de Gereformeerde Kerken in Nederland opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland, dat daarmee het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland werd. De fusie bestond uit de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

OntstaanBewerken

 
Ontstaan van de verschillende stromingen in Nederland
 
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland
  Zie ook Protestantisme in Nederland

De Gereformeerde Kerken in Nederland zijn ontstaan toen twee groepen die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk hadden afgescheiden zich in 1892 verenigden, namelijk de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, voortgekomen uit de Afscheiding van 1834 onder leiding van o.a. ds. H. de Cock en H.P. Scholte en de Nederduits gereformeerde Kerken, voortgekomen uit de Doleantie van 1886 onder leiding van dr. A. Kuyper. De kerken grepen in hun naam terug naar de tijd voor 1816. De acta van de Synode van Dordrecht (1618/1619) beginnen met de vermelding: "In de jare 1618 is vergaderd geweest en aangevangen een nationale synode van de Gereformeerde Kerken."

De redenen dat men zich van de Hervormde Kerk had afgescheiden waren:

  • De gereformeerde belijdenis functioneerde niet meer in de praktijk.

Zo was de proponentsformule waarmee predikantskandidaten verklaarden de gereformeerde belijdenis als 'overeenkomende met Gods Woord' (de Bijbel) te onderschrijven aangepast. Dit op zodanige wijze dat ruimte gegeven werd aan de mogelijkheid dat men instemde met de gereformeerde belijdenis voorzover die met Gods Woord (de Bijbel) overeenstemde. Een ruimere houding ten opzichte van binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften dus. De theologie was tijdens de achttiende eeuw sterk beïnvloed geraakt door de Verlichting. Prof. Hofstede de Groot, een van de voornaamste woordvoerders van de toen toonaangevende 'Groninger richting' vond dat de Hervormde Kerk aan de klassiek gereformeerde belijdenisgeschriften niet langer gebonden was. Fundamentele leerstukken als de 'verzoeningsleer', de 'verkiezingsleer' en de 'leer van de totale verdorvenheid van de mens' werden beschouwd als achterhaald en kregen een andere invulling. De kerk als opvoedingsinstituut deed zijn ingang. De theologie bleef beperkt tot de moraal. Tegen deze ontwikkelingen kwamen orthodoxe predikanten in verzet. In 1810 verscheen de brochure Aan de ware Hervormden in de gemeenten van Holland door Willem Bilderdijk waarin hij de Nederlands Hervormde Kerk omschreef als "een kerk die geen kerk meer is, maar een ongeordende samenvloeiing van godonterende dwalingen". Kort daarop verscheen Adres aan alle mijne hervormde geloofsgenoten door ds. D. Molenaar, welke zich naar aanleiding van zijn publicatie persoonlijk verantwoorden moest voor koning Willem I. In 1819 verscheen een brochure onder de titel Eerezuil der nagedachtenis van de voor tweehonderd jaar te Dordrecht gehouden Nationale Synode, opgericht door Nicolaas Schotsman. De auteur was ds. Nicolaas Schotsman, en de verschijning van dit boekje leidde tot heftige tegenreacties. Theologen van verlichte zijde noemde het boekje een altoos durende schandzuil. Al spoedig verscheen er evenwel een tweede druk waarin een voorwoord van Willem Bilderdijk was afgedrukt met daarin de regels: Ja, Schotsman, staan wij pal. Bij Jezus' Kruis gebogen. Verachten wij den wrok van Heiden en Sofist. Wier wijsheid dwaasheid is en loos verniste logen. Bilderdijk was vanwege zijn orthodoxe standpunten en oranjegezindheid gepasseerd voor een hoogleraarschap aan een van de universiteiten in Nederland, maar had een kring van leerlingen om zich heen verzameld die zich bewogen in de kringen van het reveil. Tot de leerlingen van Bilderdijk behoorde onder andere: Groen van Prinsterer, Willem en Dirk van Hoogendorp, Abraham Capadose en Isaac da Costa. Ondertussen ontstonden er op tal van plaatsen allerlei godsdienstige gezelschappen, gevormd door mensen die niet meer naar de verlichte predikanten in de Nederlandse Hervormde kerk kwamen luisteren, maar gezamenlijk in huiselijke kring de boeken van de schrijvers van de Nadere Reformatie lazen, waaronder De Redelijke Godsdienst van Wilhelmus a Brakel, de Keurstoffen van Smijtegelt, de Eigenschappen des geloofs van Alexander Comrie evenals prekenboeken van puriteinse schrijvers zoals Samuel Rutherfort, de Erskines, Thomas Boston, en John Owen. Onder deze 'kleine luyden' werd een nieuwe kerk reformatie bewerkstelligd die uitliep op de Afscheiding van 1834.

  • De gereformeerde kerkregering (de Dordtse kerkorde) was afgeschaft. In plaats daarvan kwam er in 1816 een ‘Algemeen Reglement’ dat voorzag in een hiërarchische kerkstructuur met aan het hoofd de koning.
  • Predikanten die de gereformeerde belijdenis verdedigden in woord en geschrift werden vervolgd en afgezet.

In 1834 werd ds. Hendrik de Cock aangeklaagd door het Provinciale Kerkbestuur van de Nederlands Hervormde Kerk vanwege het boekje: Verdediging van de ware gereformeerde leer en van de ware gereformeerden, bestreden en ten toon gesteld door twee zogenaamde gereformeerde leeraars, of de schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven en verdedigd door H. de Cock. Naar aanleiding van dit boekje werd ds. de Cock geschorst en afgezet voor onbepaalde tijd met behoud van traktement. Toen bleek dat ds. de Cock een aanbevelend voorwoord in een ander boekje De evangelische gezangen getoetst en gewogen en te licht bevonden had geschreven, leidde dit tot zijn afzetting als predikant. Steun kreeg ds. de Cock van zijn collega ds. H.P. Scholte, waarna spoedig de Akte tot Afscheiding of Wederkeering werd opgesteld.

Het slot van deze acte luidt: "uit dit alles tezamen genomen is het nu duidelijk geworden, dat de Nederlands Hervormde Kerk niet de ware, maar de valse Kerk is volgens Gods Woord en art. 29 van onze belijdenis, weshalve de ondergetekenden met dezen verklaren dat zij overeenkomstig het ambt der gelovigen (art. 28) zich afscheiden van degenen, die niet van de Kerk zijn, en dus geen gemeenschap meer willen hebben met de Nederlands Hervormde Kerk, totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren; en verklaren tevens gemeenschap te willen oefenen met alle ware Gereformeerden ledematen, en zich te willen verenigen met elke op Gods onfeilbaar Woord gegronde vergadering, aan wat plaatse God dezelve ook verenigd heeft, betuigende met deze, dat wij ons in alles houden aan onze aloude Formulieren van Enigheid: n.l. de belijdenis des Geloofs, de Heidelbergse Catechismus en de canones van de Synode van Dordrecht, gehouden in de jare 1618/1619.."

Na de Afscheiding ontstonden twee kerkelijke groeperingen: de Christelijke afgescheiden gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis, die in 1869 grotendeels samengingen tot de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Doleantie

Op dat moment blijven zijn er nog vele orthodoxe groeperingen in de Nederlands Hervormde Kerk achter gebleven die de strijd om de handhaving van de gereformeerde belijdenis voortzetten. In 1863 werd De vereniging van vrienden der waarheid tot handhaving van de leer en de rechten der gereformeerde kerk opgericht. Deze 'Vrienden der Waarheid' hebben de doleantie van 1886 voorbereid, en gingen dan ook vrijwel allen met deze beweging mee. Dr. A. Kuyper was echter de meest drijvende kracht achter de doleantiebeweging. Hij had zich door de bestudering van de werken van Calvijn bekeerd van de Moderne Theologie, waarin hij in Leiden door Prof. J.H. Scholten in onderwezen was.[1] Daarna voelde hij zich aangetrokken tot de Ethische richting [2] Uiteindelijk viel hij echter onvoorwaardelijk voor het 'absoluut gezag van de Heilige Schrift', en werd een pleitbezorger van de gereformeerde orthodoxie. Vanaf dat moment begint de strijd van dr. Kuyper om het kerkherstel. Daar zijn mening moest de Nederlands Hervormde Kerk vrijgemaakt worden van de organisatie opgelegd door Koning Willem I in 1816. Hiervoor was noodzakelijk een meerderheid in de kerkelijke besturen, hetgeen hem in Amsterdam ook lukte. Vervolgens richtte Kuyper in 1880 een Vrije Universiteit in Amsterdam op.

De vereniging van 1892

Op 11 april 1883 kwamen 250 kerkenraadsleden onder leiding van Kuyper bijeen waar besluit tot de doleantie werd genomen. Het kerkverband dat hierdoor ontstond waren de Nederduits Gereformeerde Kerken. Het overgrote deel van deze kerk fuseerde op 17 juli 1892 met de Christelijke Gereformeerde tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Een klein deel van de Christelijke Gereformeerde Kerk bleef voortbestaan en heet sinds 1947 de Christelijke Gereformeerde Kerken).

 
Onder leiding van Dr. A. Kuyper vond in 1892 een vereniging plaats tussen de kerken voortgekomen uit de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886.
 
Prof. dr. Herman Bavinck vertegenwoordigde in hoge mate de afgescheiden bloedgroep in de voormalige Gereformeerde Kerken in Nederland

De Gereformeerde Kerken in Nederland telden na de Vereniging van 1892 700 plaatselijke gemeenten (394 uit de Afscheiding, 306 uit de Doleantie) en 370.000 leden (189.000 uit de Afscheiding, 181.000 uit de Doleantie). De plaatselijke gemeenten kenden een grote mate van zelfstandigheid en leefden zelfs nog lange tijd naast elkaar als A of B kerk. De lokale gereformeerde kerkgemeente was rechtsordelijk gezien een opzichzelfstaande gereformeerde kerk, die zich had verbonden binnen het overkoepelend kerkverband der Gereformeerde Kerken in Nederland. Het ledenaantal zou rond 1975 uitgroeien tot bijna 900.000 leden (volgens de kerkelijke statistiek) en ruim 940.000 leden (volgens de volkstelling) en daalde daarna tot circa 675.000 per begin 2004 toen de Gereformeerde kerken opgingen in de PKN.

Abraham Kuyper werd verreweg de belangrijkste leider van de Gereformeerde Kerken in Nederland en gaf de aanzet tot het ontstaan van de Gereformeerde zuil. Hierbinnen werden organisaties opgericht die een nauwe band onderhielden met de Gereformeerde Kerk, bijvoorbeeld de Vrije Universiteit in Amsterdam, de NCRV, het dagblad De Standaard (later Trouw) en de Anti-Revolutionaire Partij, die nu onderdeel is van het CDA.

Kerkelijke ontwikkeling gedurende de eerste helft van de twintigste eeuwBewerken

Een nieuwe bloeitijd voor de gereformeerde orthodoxie

Gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde de Gereformeerde Kerken in Nederland zich als de grootmeesters van de gereformeerde orthodoxie, waarvan met name de dogmatische werken van Kuyper en Bavinck toonbeelden waren. Met de opkomst van het historisch-kritisch Bijbelonderzoek leek het toekomstperspectief voor de gereformeerde orthodoxie in de lijn van de Reformatie en met name Calvijn niet erg optimistisch. Het is de verdienste geweest van theologen als Kuyper, Bavinck, K. Schilder en meerderen dat ze met hun werken de gereformeerde orthodoxie weer een nieuw stevig impuls wisten te geven. In 1922 verscheen de Korte verklaring der Heilige Schrift verzorgt door theologen van de Hogeschool in Kampen en de Vrije Universiteit te Amsterdam waarmee een complete nieuwe gereformeerde Schriftverklaring het licht zag, populair van opzet, maar toch "met een vasten wetenschappelijke ondergrond." Deze Bijbelverklaring vond een vrij grote belangstelling en werd verschillende malen herdrukt. De Bijbelverklaring nam veelal de Statenvertaling als uitgangspunt en in de verklaringen probeerde men vooral ook de historische juistheid en betrouwbaarheid van de Bijbelteksten aan te tonen. Ook op het gebied van de ethiek en de filosofie werden invloedrijke werken gepubliceerd door Prof. W. Geesink, J.H. Bavinck, D.H. Th. Vollenhoven en H. Dooijeweerd.

Compromis omtrent 'doop en de wedergeboorte'.

Na de vereniging van 1892 bleek evenwel dat binnen het kerkverband nog wel enkele ingrijpende tegenstellingen vroegen om een overbrugging. In 1905 werd een compromis bereikt rondom de verschillende opvattingen omtrent 'doop en de wedergeboorte'.[3] Ondanks dit gesloten compromis verloren de Gereformeerde Kerken door de loop der jaren heen wel veel leden uit zorg voor intellectualisering van het geloof of gemis aan bevinding, die hun toevlucht zochten vooral bij de Christelijke Gereformeerden Kerk of de Gereformeerde Gemeenten.

De kwestie Geelkerken

In 1926 speelde zich een conflict af naar aanleiding van een aanklacht tegen dr. Geelkerken over de letterlijke interpretatie van de Bijbel. Op de Synode van Assen in 1926 ging het uiteindelijk om de vraag of de Schrift een betrouwbaar en feitelijk verslag geeft in Genesis 3. De Synode van 1926 sprak uit dat er inderdaad sprake was van een "zintuiglijk waarneembare" slang. Het ging in Genesis 3 dus niet om verhalen, fabels, mythe of fictie, maar om feitelijk waarneembare werkelijkheden, zoals een slang, bomen, mensen, enzovoort. Geelkerken en de zijnen stichtte de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband.

De vrijmaking van 1944

De tweede afsplitsing vond plaats in 1944, toen tijdens de zogenaamde Vrijmaking de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zich afscheidden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Deze gebeurtenis vond plaats naar aanleiding van de schorsing van dr. K. Schilder als hoogleraar.

Kerkelijke eenheid en samenwerkingBewerken

Tot de jaren 70 werkten de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Gereformeerde Gemeenten en de Christelijke Gereformeerde Kerken op bescheiden schaal samen in niet-kerkelijke organisaties als het Gereformeerd Sociologisch Instituut en (tot 2001) het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte. Verzoeken tot kerkelijke eenwording werden door laatst genoemde kerkverbanden altijd afgewezen.

In 1962 startte het langdurige Samen op Weg-proces. Dit werd 1 mei 2004 afgesloten, toen de Gereformeerde Kerken in Nederland fuseerden met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Op dat moment hadden de Gereformeerde Kerken in Nederland circa 675.000 leden, waarvan 400.000 belijdende leden. Er waren in totaal 857 plaatselijke kerken, met in totaal zo'n 1000 kerkgebouwen. Een zevental gemeenten kon zich niet in de fusie vinden. Zij richtten op 8 mei 2004 de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland op. Eén gemeente zocht aansluiting bij de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ook de veertien gemeenten en 7000 leden van de Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen behoorden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zij zijn nu geassocieerd lid van de Protestantse Kerk in Nederland en vaardigen twee leden af naar de Generale Synode van de PKN.

De in 1894 vanuit Nederland opgerichte Gereformeerde Kerken in België, die zich in 1979 hebben aangesloten bij de Verenigde Protestantse Kerk in België, maakten als aparte classis deel uit van de particuliere synode van Noord-Brabant en Limburg van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Theologische ontwikkeling periode na de Tweede WereldoorlogBewerken

Invloed Karl Barth op de theologie

Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden de Gereformeerde Kerken gekenmerkt door klassiek gereformeerde belijden met (in tegenstelling tot de bevindelijk gereformeerden) een rationalistisch karakter. Vooral het werk van Abraham Kuyper en Herman Bavinck zette een stempel op het kerkelijke leven en denken. Na de Tweede Wereldoorlog is - mede door de invloed van Karl Barth - de heersende positie van het klassiek gereformeerde belijden losgelaten. Karl Barth werd na de publicatie van zijn "Romerbrief" en Kirchliche Dogmatik met Augustinus, Luther en Calvijn op één lijn gezet als nieuwe reformator, omdat hij radicaal de natuurlijke theologie verwierp, zich alleen wilde baseren op de 'Zelfopenbaring Gods' en vooral zijn 'christologische concentratie'. Na de verschrikkingen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog meenden velen in zijn theologie nieuwe oplossingen te zien. De stem van Barth werd ervaren als 'een oprechte kreet uit de diepte'. De methode van Barth was die van de dialectische theologie (het is ja en nee). Zo was het mogelijk dat hij de Bijbel tegelijkertijd Gods Woord kon noemen, en anderzijds mensenwoord. "Hij spreekt door dat feilbare mensenwoord overal en altijd wanneer het Hem behaagt daardoor te spreken." De eerste hoofdstukken van de Bijbel zag Barth als een sage, die hij wilde onderscheiden van een mythe. Onder een mythe verstaat hij wat de geloofsdenkbeelden van de heidenen, die nadachten en fantaseerden over de goden en het ontstaan van de wereld. In de sage spreekt de fantasie van een openbaringsgetuige die gelooft in God, die onderscheiden is van de wereld. Hoewel de Bijbelse verhalen aangaande de schepping en val volgens Barth ook fantasie zijn, getuigen ze toch van de levende God en Zijn wereld. Barth verwierp tenslotte ook de predestinatieleer van Calvijn. Volgens hem heeft God ja gezegd in Christus tegen alle mensen. Christus is de grote Verkorene geweest en tegelijkertijd de Verworpene. Op de vraag hij dan gelooft in een alverzoening wilde Barth geen antwoord geven.

Doorgaande ontwikkelingen

Met name vanaf 1962 veranderde de kerk sterk van karakter en werd zij een open plurale kerk met veel ruimte en vrijheid. In 1971/1972 heeft de Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland de besluiten van de Synode van 1926 herroepen. In 1980 hebben de Gereformeerde Kerken het absolute gezag van de Bijbel over leer en leven nog meer losgelaten door de aanvaarding van het geruchtmakende rapport "God met ons". De Gereformeerde Kerken werden steeds meer pluriform. Deze ontwikkeling is vooral terug te vinden in het theologisch werk van Prof. Dr. Gerrit Cornelis Berkouwer (1903-1996) en Prof. Dr. Harry M. Kuitert (1924-2017).

Golden de Gereformeerde Kerken in Nederland decennialang als een bolwerk van rechtzinnigheid; door bovengenoemde theologische ontwikkelingen staan zij binnen de gereformeerde gezindte vandaag de dag te boek als minst orthodoxe kerkverband onder de gereformeerde kerkgenootschappen.

Markante predikanten en theologen van de Gereformeerde Kerken in NederlandBewerken

  • Herman Bavinck, hoogleraar Theologische School Kampen/ Vrije Universiteit Amsterdam (dogmatiek)
  • Gerrit Cornelis Berkouwer theoloog
  • H. Bouwman, docent Theologische School Kampen (kerkrecht)
  • Anthony Brummelkamp jr. een van de vaders der Afscheiding
  • Hendrik de Cock een van de vaders der Afscheiding
  • Helenius de Cock (1824-1894), docent Theologische School Kampen (dogmatiek)
  • T.F. de Haan (1791-1868), docent Theologische School Kampen (Hebreeuws)
  • Hendrik Hoekstra, predikant
  • T Hoekstra, (1880- 1936), hoogleraar Theologische School (ambtelijke vakken)
  • A.G. Honig, Hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam (dogmatiek)
  • Harry M. Kuitert (1924-2017)
  • Abraham Kuyper
  • Lucas Lindeboom (1845-1933), predikant en hoogleraar Theologische School Kampen
  • M. Noordtzij
  • Jacobus Overduin
  • Herman Ridderbos
  • Klaas Runia
  • Jan Ridderbos (1879-1960), hoogleraar Theologische School Kampen
  • Simon van Velzen, (1809-1896), een van de vaders der Afscheiding, docent Theologische School Kampen (Kerkgeschiedenis en homiletiek)
  • Bastiaan Wielenga
  • Douwe Klazes Wielenga (1841-1902)

Overige leden met een bijzondere maatschappelijke functie

LiteratuurBewerken

Zie ookBewerken

  • Gereformeerde Jeugd
    • de Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden Grondslag (1888-1957)
    • de Bond van Meisjesvereenigingen op Gereformeerden Grondslag (1918-1957)
    • de Bond voor Gereformeerd Jeugdwerk (1957-1969)
    • het Landelijk Centrum voor Gereformeerd Jeugdwerk (1969-2004)
  • Zending op Soemba

Externe linksBewerken