Nadere Reformatie

Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

De Nadere Reformatie is een stroming in de Nederduitse Gereformeerde Kerk (later: Nederlandse Hervormde Kerk) waarvan de vertegenwoordigers in de periode 1600-1750 aandrongen op en ijverden voor de innerlijke doorleving van de gereformeerde leer en de persoonlijke levensheiliging op alle terreinen van het leven. Omdat zij ook kritiek hadden op de overheidsbemoeiing in veel kerkelijke zaken (waaronder de aanstelling van predikanten) was er nogal eens sprake van een moeizame verhouding met de regenten. Ook veel gereformeerden waren kritisch en vonden dat de strikte leefregels die de Nadere Reformatie uitdroeg te ver gingen.

Canon van Zeeland, venster 21: Willem Teellinck en de Nadere Reformatie, 1608

De vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie kozen (in tegenstelling tot de volgelingen van Jean de Labadie) niet voor een gemeente van alleen "ware christenen" en bleven ondanks hun soms radicale kritiek binnen de Nederduits Gereformeerde Kerk. De nadere reformatoren verspreidden hun idealen via hun preken, en schreven ook veel boeken die nog steeds [in gewijzigde spelling] herdrukt of hertaald worden. De bestudering van de Nadere Reformatie heeft in de laatste decennia van de twintigste eeuw een stevige, nieuwe impuls gekregen binnen de gereformeerde gezindte in Nederland. Regelmatig verschenen als oriëntatie op de wortels van het huidige kerkelijk leven nieuwe studies. Ook zijn veel populaire levensbeschrijvingen van oudvaders uitgegeven. Hoewel de aanduiding 'Nadere Reformatie' al gebruikt werd door Jacobus Koelman is de term pas in de tweede helft van de twintigste eeuw binnen het kerkhistorisch onderzoek in gebruik genomen. Voor deze periode sprak men soms van piëtisme, een term die ook gebruikt wordt voor vroomheidsbewegingen in andere landen, zoals het luthers piëtisme.

Ontstaan van de Nadere ReformatieBewerken

Na jaren van bloedige strijd had de Reformatie ingang gevonden in een aantal Europese landen waaronder met name in de Noordelijke Nederlanden. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was ontstaan en de Nederduitse Gereformeerde Kerk werd de bevoorrechte kerk (publieke kerk). Aan vijf universiteiten kon men studeren voor predikant: Leiden, Franeker, Groningen, Utrecht en Harderwijk. Het wetenschappelijk peil aan deze universiteiten was hoog en had om deze reden ook aantrekkingskracht op buitenlandse studenten. Behalve voordelen bracht deze positie voor de kerk echter ook grote nadelen met zich mee, waaronder veel uiterlijke rechtzinnigheid. Een bevoorrechte maatschappelijke positie (bijvoorbeeld burgemeester) kon men alleen verkrijgen door lidmaatschap van de Nederduitse Gereformeerde kerk. Vooral in de eerste periode vlak na de Reformatie viel op het leven van veel predikanten en gemeenteleden (volgens de nadere reformatoren) nogal wat aan te merken. Van de sacramenten werd volgens hen door velen op 'lichtzinnige wijze' gebruikt gemaakt. Zij begonnen in hun preken met het aanwijzen van de volkszonden, waarbij het 'ontheiligen van de zondag' een grote plaats had. Zij riepen op tot boete en berouw. In brede zin beoogden zij een doorwerking van de reformatorische beginselen in gezin, samenleving, kerk, politiek en staat, tot aan de koloniën toe: zuiverheid in de leer van de Reformatie moest verenigd worden met een overeenkomstige zuivere levenswandel. Vandaar het begrip Nadere Reformatie: niet alleen de leer, maar ook het persoonlijke en maatschappelijke leven moest gereformeerd worden.

Overeenkomsten met het Puritanisme en PiëtismeBewerken

Het eigene van de Nadere Reformatie was dat zij Nederlands was met een theocratisch ideaal. Toch kan de beweging niet los worden gezien van stromingen uit omliggende Europese landen waaronder het Puritanisme in Engeland en het Pietisme in Duitsland. Door de verspreiding en vertaling van boeken was er sprake van wederzijdse beïnvloeding.

 
Willem Teellinck

Een vroege vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie was de Middelburgse predikant Willem Teellinck (1579-1629), die in 1608 zijn reformatiegeschrift Philopatris opdroeg aan de Staten-Generaal. Teellinck was afkomstig uit de hoogste Zeeuwse regentenkringen. In Leiden studeerde hij als voorbereiding op zijn bestuurlijke taken rechten. Hierna verbleef hij een periode voor zijn studie in Poitiers in Frankrijk waar hij op 24-jarige leeftijd tot doctor in de rechten promoveerde. Tijdens een tweede buitenlands verblijf in Engeland kwam Teellinck in contact met puriteinse christenen en raakte onder de indruk geraakt van het leven van de puriteinen. Deze periode zag hij ook als het moment van zijn bekering. Teellinck ging theologie studeren en wilde de ideeën van de puriteinen overbrengen naar de Republiek. Hij vertaalde zelf boeken van puriteinen en stimuleerde ook anderen om hun werken te vertalen. In Nederland diende hij als predikant twee gemeenten: Burgh-Haamstede (1606-1613) en Middelburg (1613-1629). Teellinck schreef veel boeken en kreeg daarom in de twintigste eeuw de naam van 'vader van de Nadere Reformatie.' Een bekend boek dat als programma van de Nadere Reformatie kan omschreven worden is: 'Noodwendigh Vertoogh aangaende den tegenwoordigen bedroefden staet van Gods volck'.[1] Behalve door het puritanisme uit Engeland is Teellinck ook beïnvloed door de Moderne Devotie, met name door Thomas a Kempis wiens De imitatione Christi (Over de navolging van Christus) hij gedeeltelijk overnam in zijn eigen boeken.

Vanwege beperkende maatregelen van de Engelse overheid weken veel puriteinen uit naar Nederland. De meest invloedrijke van hen was William Ames (Guilielmus Amesius), die tussen 1622 en 1633 hoogleraar in Franeker was.

Vertegenwoordigers in NederlandBewerken

 
Jacobus Koelman in 1679

Na Teellinck was Gisbertus Voetius (1589-1676) de centrale persoon binnen de Nadere Reformatie. Hij was vanaf 1634 hoogleraar theologie aan de illustere school in Utrecht, die in 1636 werd omgezet in een universiteit. Hij leidde een groot aantal studenten op en wist rondom zich een aantal gelijkgezinde hoogleraren theologie te verzamelen. Ook wist hij te zorgen dat in Utrecht vooral predikanten kwamen die sympathiseerden met de idealen van de Nadere Reformatie. Een van hen was Jodocus van Lodenstein (1620-1677) die grote invloed had onder het gewone volk en bekend werd door zijn stichtelijke gedichten. Een radicale vertegenwoordiger was de veelschrijver Jacobus Koelman (1633-1695), die vanwege zijn weigering de kerkelijke feestdagen te vieren werd afgezet als predikant. Predikanten als Wilhelmus à Brakel en Abraham Hellenbroek, beiden als predikant werkzaam in Rotterdam, kregen bekendheid door hun boeken: Brakel door zijn Redelijke godsdienst, Hellenbroek vooral door zijn catechisatieboekje Voorbeeld der goddelijke waarheden. Als latere Nadere Reformatoren kunnen genoemd worden Bernardus Smijtegelt, Wilhelmus Schortinghuis, Alexander Comrie en Theodorus van der Groe, die wel als laatste nadere reformator wordt gezien: "Van der Groe doet het hekje toe".

Onderlinge verschillenBewerken

De vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie dachten niet in alle opzichten gelijk. In de eerste plaats moet onderscheid gemaakt worden tussen een kerkelijke stroming en een radicaal separatistische stroming. Laatstgenoemde stroming werd vertegenwoordigd door de Waalse predikant Jean de Labadie (1610-1674) die zich van de Gereformeerde Kerk afsplitste. De Labadie wilde niet weten van een kerk waarin ook 'onherborenen' een plaats hadden. Onder andere de bekende Anna Maria van Schurman (1607-1687) stelde zich achter diens beweging. De kerkelijke stroming daarentegen, wilde niet van de kerk afscheiden, ondanks de misstanden die men signaleerde. Zelfs de afgezette Jacobus Koelman stichtte geen eigen gemeente, al leidde hij soms wel particuliere bijeenkomsten, zogenaamde conventikels. Over praktische zaken waaronder de christelijke feestdagen en de avondmaalspraktijk liet men een verschillend geluid horen. Bij Teellinck lag een sterke nadruk op de praktische levensheiliging. Bij latere vertegenwoordigers ligt meer accent op het zelfonderzoek.

Prediking van de Nadere ReformatieBewerken

Een belangrijk middel in de Nadere Reformatie was de prediking, juist daardoor heeft de Nadere Reformatie zoveel invloed gehad. Kenmerkend voor veel preken uit deze tijd is de zogenaamde classificatiemethode. Men deelde de hoorders van de preek in in allerlei klassen of categorieën, staten en standen. De grootste scheiding die men onder de hoorders zag was die van de wedergeborenen en de niet-wedergeborenen. Op deze wijze wilden de predikanten hun boodschap van toepassing laten zijn op zoveel mogelijk soorten luisteraars. Er was geen vaste benaming voor de verschillende groepen die zij onderscheidden.

Tot de niet-wedergeborenen behoorden:

  • de mond-, praat-, naam-, en pronkchristenen
  • de onverschilligen, onkundigen, onbekommerden, onwilligen, en uitstellers
  • de mensen zonder kennis, mensen met enige maar niet zaligmakende kennis van God, mensen met voorgewende kennis
  • de versteenden, de kouden, lauwen, slapers en liefdelozen

Tot de wedergeborenen behoorden:

  • de bekommerden, de weifelmoedigen, de toevluchtnemers
  • de vinders, zij die in Christus geloven, geoefenden, verenigden (met Christus de Bruidegom)
  • de bevestigden en verzekerden (de in uitwendig en inwendig verzekerden)

Invloed van de Nadere ReformatieBewerken

Toen tijdens de 18e en 19e eeuw de Verlichting grote invloed kreeg in de Nederlands Hervormde Kerk, bleven de geschriften van de oudvaders binnen de conventikels in de belangstelling. Mede vanuit deze "gezelschappen" zijn de bevindelijk-gereformeerde kerkgenootschappen ontstaan. Binnen het bevindelijk-gereformeerde volksdeel is nog altijd veel waardering en belangstelling voor de theologen en predikanten van de Nadere Reformatie. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat veel reformatorische onderwijsinstellingen vernoemd zijn of waren naar deze theologen en predikanten, zoals het Van Lodenstein College, de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap en het Hoornbeeck College.

Waardering van de Nadere ReformatieBewerken

Kerkhistoricus Willem van 't Spijker (Apeldoorn) is van mening 'dat men binnen de Nadere Reformatie een onderscheid moet aanbrengen tussen een eerste en een tweede periode. Het is volgens hem te ongenuanceerd om te spreken van De Nadere Reformatie, want het is volgens hem een gecompliceerde beweging.[2] Volgens van 't Spijker wordt het piëtisme gekenmerkt door de specifiek Lutherse achtergrond. Het Puritanisme is specifiek Engels, omdat het te maken had met een semi-gereformeerd Anglicanisme. Juist in dit licht wordt duidelijk dat de Nederlandse beweging van de Nadere Reformatie duidelijk de sporen draagt van de Nederlandse kerkgeschiedenis. Met het oog op deze Nederlandse situatie, stelt Van 't Spijker, dat de Nadere Reformatie in feite niets anders was dan een poging tot een volledige invoering van de Reformatie in Nederland.[2]

Dr. T. Brienen stelde in zijn proefschrift dat er in de zogenaamde classificatiemethode sprake is van een eigenaardig dualisme, namelijk van de scholastiek en de mystiek.[3] Prof. W. van 't Spijker stelde dat het liefhebben van God met het verstand (de scholastiek) heel goed gepaard kan gaan met een liefhebben van God met het gehele hart en gevoel (de mystiek).[4]

Voornaamste vertegenwoordigers op volgorde van geboortejaarBewerken

LiteratuurBewerken

  • Brienen, T. e.a., De Nadere Reformatie. Beschrijving van haar voornaamste vertegenwoordigers (1986)
  • Florijn, H., "De invloed van de Nadere Reformatie op de Kruisgezinden en de Ledeboerianen. Een verkenning", in: Documentatieblad Nadere Reformatie (1986) no. 2 p. 54-63
  • Jong, O.J. de, W. van 't Spijker en H. Florijn, Het eigene van de Nadere Reformatie (1993)
  • Brienen, T. e.a., Theologische aspecten van de Nadere Reformatie (1993)

Externe linksBewerken