Dominee

religieus beroep in het christendom
Zie ook Predikant.

Het woord dominee (afgekort ds.) is een aanspreektitel voor een predikant, zoals professor dat is bij een hoogleraar. Het woord is een verbastering van de vocatief domine van het Latijnse dominus dat heer betekent. Voor de aanduiding van het ambt wordt echter altijd het woord 'predikant' gebruikt.

In de meeste gevallen heeft de betrokkene een doctoraalexamen theologie afgelegd.

Echter niet alle predikanten zijn universitair geschoold, zoals het geval is met ds. G. Verkerke. Het is in Nederland iedereen ambtshalve toegestaan de titel dominee te volgen, mits zij zijn gewijd door een officieel (internationaal) erkende religie of kerk in Nederland

TitulatuurBewerken

Als predikant kan men er voor kiezen om VDM (Verbi Divini Minister), lat: vertegenwoordiger van de Heere's woord, achter zijn naam te vermelden, zoals veelal het geval is binnen het christendom of de protestantse kerk.[1]

Titulatuur voor predikanten[2]
Functie/ambt Titulatuur in de aanhef boven een brief Titulatuur in de adressering Afgekort
predikant (doctor) De weleerwaarde zeergeleerde heer/vrouwe Weleerwaarde zeergeleerde heer/vrouwe ds. dr.
predikant (doctorandus) De weleerwaarde heer/vrouwe Weleerwaarde heer/vrouwe ds.

SpreekwoordelijkBewerken

  • "Er kwam een dominee voorbij." Deze uitspraak gebruikt men als een gesprek plotseling stilvalt, waarschijnlijk ontleend aan het feit dat men zich in de aanwezigheid van een dominee niet vrij durfde te uiten, uit vrees voor een terechtwijzing.[3][4][5]

NotenBewerken

  1. (nl) van der Wind, W., Weleerwaarde dominee. Geraadpleegd op 20 maart 2021.
  2. Titulatuur in Nederland (algemeen). taaladvies.net. Geraadpleegd op 21 maart 2021.
  3. M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam (2003–2009), via etymologiebank.nl, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.
  4. F.A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, Zutphen (1923-1925), via etymologiebank.nl, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.
  5. Dominee in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.