Hoofdmenu openen

Speerwerpen is een onderdeel in de atletiek waarbij men, na een aanloop, tracht een speer zo ver mogelijk te werpen. De speer dient te landen in een vrij smalle sector waarbij de punt van de speer het eerst de grond moet raken.

Speerwerpen
Wolfgang Hanisch tijdens de DDR-Leichtathletik-Meisterschaften in 1977
Wolfgang Hanisch tijdens de DDR-Leichtathletik-Meisterschaften in 1977
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBAB
Vlag van Nederland Nederland: Atletiekunie
Vlag van Suriname Suriname: SAB
Mondiaal: IAAF
Start 18e eeuw (Scandinavië)
Type Ind. sport
Categorie Krachtsport
Locatie Atletiekbaan
Olympisch 1908
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen BK / NK / EK / WK
Olympische Spelen
Diamond League
World Challenge
Kampioenen
Gold medal blank.svg Belgisch
75,62 Timothy Herman
46,89 Pauline Smal
Gold medal blank.svg Nederlands
74,89 Mart ten Berge
55,20 Anouk Vetter
Gold medal world centered-2.svg Wereld
92,72 Julius Yego
67,69 Katharina Molitor
Gold medal olympic.svg Olympisch
90,30 Thomas Röhler
66,18 Sara Kolak
Records
Vlag van België record 83,65 Johan Kloeck
59,32 Nafissatou Thiam
Vlag van Nederland record 80,70 Thomas van Ophem
60,92 Lisanne Schol
Europees record 98,48 Jan Železný
72,28 Barbora Špotáková
Wereldrecord 98,48 Jan Železný
72,28 Barbora Špotáková
Verwante sporten
Verwante sporten Discuswerpen
Kogelslingeren
Meerkamp
Kogelstoten
Laatst bijgewerkt op: 21 augustus 2019
Portaal  Portaalicoon   Sport
Atletiek

In de 18e eeuw werd de huidige speerwerpsport ontwikkeld door de Scandinaviërs. De Zweden en vooral de Finnen toonden zich gedurende tientallen jaren ware meesters in het speerwerpen. Speerwerpen werd voor het eerst in officiële kampioenschappen opgenomen in 1906 in Engeland. Het werd een officiële Olympische atletiekdiscipline voor mannen in 1908 in Londen en in 1932 in Los Angeles voor vrouwen. Ook is het onderdeel van verschillende meerkampen.

RegelsBewerken

 
Bregje Crolla, voormalig Nederlands recordhoudster speerwerpen

De speer wordt geworpen na een aanloop, waarbij de aanloopbaan 4 meter breed is en minimaal 30 meter lang, of bij grotere wedstrijden minimaal 33,50 meter lang. Als de omstandigheden het toelaten wordt een lengte van 36,50 m of meer aanbevolen. Daarbij gelden de volgende regels:[1]

  • De speer dient in het midden te worden vastgehouden, de punt moet bij de aanloop en afworp voortdurend ongeveer in de werprichting wijzen.
  • De atleet mag de aanloop pas verlaten nadat de speer geland is.
  • De atleet mag de gebogen, witte lijn aan het eind van de aanloop, of het zijdelings verlengde daarvan, niet aanraken of overschrijden. Ook niet bij het verlaten van de aanloop nadat de speer geland is.
  • De speer dient met de punt het eerst de grond te raken. De speer hoeft echter niet in de grond te blijven steken.
  • De speer moet binnen de sectorlijnen landen. Dit zijn lijnen die hun oorsprong hebben in het zogenaamde 'achtmeterpunt', acht meter voor het einde van de aanloopbaan. Vanaf daar maken ze een hoek van 28,65° met elkaar.
  • Nadat de speer geland is dient de werper de aanloop te verlaten, dit is het geval zodra hij/zij de aanloop aan de zijkant heeft verlaten, of meer dan 4 meter van de afworplijn is weggelopen. De jury kan dan gaan meten.
  • Tijdens een wedstrijd mag iedere atleet over het algemeen drie keer werpen, waarna de beste acht atleten nog drie worpen mogen maken. In sommige gevallen zijn vier pogingen toegestaan.

MateriaalBewerken

De speren werden eerst van hout gemaakt, maar tegenwoordig van metaal of carbon, in elk geval hebben zij een metalen punt en is de doorsnede rond. Rond het zwaartepunt is een handvat van koord aangebracht. Een herenspeer is 2,6 tot 2,7 meter lang en weegt 800 gram. Een damesspeer weegt 600 gram en is 2,2 tot 2,3 meter lang. Bij jeugd en mastersatletiek worden ook lichtere speren gebruikt, speren van 400, 500 en 700 gram zijn daarbij in gebruik.

In 1956 veroorzaakte een Spaanse speerwerper grote opschudding: met een soort draai-worp kwam hij tot afstanden van meer dan 100 meter. Daar zijn slingertechniek het karakter van het speerwerpen volkomen veranderde, werd een voor de internationale atletiekwereld eensluidende regel opgesteld: de speerpunt moet tijdens de aanloop steeds in de werprichting wijzen. Doch ook zonder de revolutionaire draaitechniek ging men steeds verder werpen. Toen men in 1984 afstanden wierp van meer dan 100 meter (wereldrecord van Uwe Hohn van 104,80 m), besloot de IAAF uit veiligheidsoverwegingen om het zwaartepunt van de speer te verleggen, waardoor de geworpen afstanden met 15 tot 20 meter verminderden. Ondertussen werpt men de speer echter regelmatig weer meer dan 90 meter ver. In 1991 werden de reglementen aangepast om een nieuw type speer met een ruw oppervlak uit te sluiten.[2] Bij de vrouwen is het model in 1999 gewijzigd. De oude modellen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, hadden steeds betere aerodynamische eigenschappen waardoor ze verder vlogen, maar waardoor het ook steeds vaker gebeurde dat er onenigheid ontstond over de geldigheid van de worp: raakte de punt nu wel of niet als eerste de grond?

TechniekBewerken

 
Persoonlijk record van Elliott Thijssen
  • De andere drie werponderdelen binnen de atletiek (kogelstoten, discuswerpen en kogelslingeren) zijn rotatieworpen: de werp(st)er staat in een ring van beperkte doorsnee en al draaiend wordt snelheid aan het werptuig gegeven. Bij speerwerpen daarentegen wordt in een rechte lijn aangelopen. De speer moet vóór het eind van de aanloop afgeworpen worden en bovendien mag de werper zelf de afwerplijn niet passeren. Dit maakt dat de techniek van het speerwerpen totaal anders is dan bij de andere werponderdelen. De kunst is om de krachtigst mogelijke afworp te combineren met de snelst mogelijke aanloop waarbij ook nog in zo kort mogelijke tijd tot stilstand gekomen moet worden – een biomechanisch interessante puzzel. Er komt dan nog bij dat de speer nauwkeurig onder de goede hoek geworpen moet worden omdat dan de vluchteigenschappen van de speer het best benut worden.
  • Bij het eerste deel van de aanloop wordt de speer meestal horizontaal gehouden met de hand naast het hoofd. De manier van lopen is erg persoonlijk en is niet wezenlijk voor de prestatie, van belang is slechts dat precies die snelheid bereikt wordt waar de beste afworp mee gedaan kan worden. Een pas of vijf vóór de afworp wordt de speer naar achteren gebracht: de schoudergordel komt nu evenwijdig aan de looprichting te staan en het bekken ook bijna, de speer wordt op ongeveer kruinhoogte met gestrekte arm vastgehouden, waarbij de speer vlak langs het hoofd naar voren wijst. Door de dwarse houding van schouders en bekken worden de laatste passen tot 'kruispassen': als het rechterbeen (bij rechtshandigen) naar voren beweegt passeert het het linkerbeen en zijn de benen gekruist; de actie van het linkerbeen lijkt op 'pootje-over' bij schaatsen, de voet staat vrijwel dwars op de looprichting. De voet van het rechterbeen wordt soms ook bijna dwars op de looprichting geplaatst maar de voet in de looprichting plaatsen komt ook voor (Jan Železný) zodat de rechtervoet juist dwars op de normale looppositie staat.
  • De laatste maal dat het linkerbeen afzet ontstaat de 'banaan'. Het bovenste fotootje toont zowel het kruisen van de benen als de banaan: de linkerheup leidt de beweging, het linkerbeen wijst met een krachtige afzet naar achteren en de romp helt ook een tikkeltje naar achteren (bij oude technieken veel meer). Deze 'banaan' van hoofd naar heup naar afzetvoet leidt tot spanning op de linkerzij waardoor het linkerbaan na de afzet des te sneller naar voren kan gaan. (Het voorspanningsprincipe komt in alle technieken van de atletiek naar voren: een spier eerst rekken (de verkeerde kant op), leidt ertoe dat hij vervolgens sneller kan bewegen.) Het linkerbeen passeert dan snel het rechterbeen en landt kort nadat het rechterbeen voor de laatste maal geland is. Het rechterbeen landt ongeveer recht onder het zwaartepunt terwijl het linkerbeen een stuk vóór het lichaam geplaatst wordt. Bij een goede techniek is dat been geheel gestrekt, waardoor de linkerheup gefixeerd wordt. Die heup kan alleen nog maar als een polsstok schuin omhoog gaan.
  • De plaatsing van het linkerbeen voor het lichaam leidt ertoe dat de werper sterk geremd wordt, maar er moet voor gezorgd worden dat de bewegingsenergie van de werper overgedragen wordt op de speer. Dit wordt bereikt door de rechterkant van de romp snel naar voren te bewegen, of beter gezegd: te laten bewegen, want het lijf had al snelheid van de aanloop. Na plaatsing van het linkerbeen kan de rechterkant van de romp de linkerkant inhalen; de draaias van deze beweging loopt van linkerheup naar linkerschouder (die schouder beweegt nauwelijks ten opzichte van de heup, zie de foto's). Intussen blijft de werparm zo lang mogelijk naar achteren wijzen, waardoor de 'spanboog' kan ontstaan: de lijn van linkerheup naar rechterschouder naar hand vormt een boog die zo gekromd mogelijk moet zijn. Deze spanboog bevat veel voorspanning. Bovendien is er spanning/torsie in de romp: de rechterheup is naar voren gebracht terwijl de schoudergordel zo lang mogelijk haaks op de looprichting blijft. Zie het tweede fotootje. Al deze voorspanning wordt gebruikt om ten slotte de speer echt af te werpen. De werparm is daarbij zo gestrekt mogelijk en de speer wordt losgelaten als de arm de schouder passeert, zoals het derde fotootje laat zien, waar de speer net de hand van de werper heeft verlaten. De afwerpsnelheid van de speer is bij goede werpers iets boven de 30 m/sec, bij goede werpsters iets eronder.
  • Ten slotte moet nog geremd worden. Als het linkerbeen goed geplaatst was, is veel voorwaarste snelheid al verdwenen en wat overblijft is een beetje verticale snelheid (en de grote snelheid van de speer natuurlijk). Sommige werpers schieten daardoor voorwaarts omhoog en landen op beide handen, vlak vóór de afwerplijn. De meeste werp(st)ers maken een heel grote pas en eventueel nog een of twee kleine pasjes om tot stilstand te komen.
  • Techniekvarianten. Werparm: bij aanvang van de afworp kan de werparm recht naar achteren wijzen of naar linksachter, in dat laatste geval is de romp sterker geroteerd en wordt het speerwerpen meer een rotatieworp (wereldrecordhouder Jan Železný deed dat). Elleboog: bij het inzetten van de worp buigt de elleboog bij sommigen slechts licht, bij anderen tot ongeveer haaks; dat laatste leidt eerder tot elleboogblessures. Schouderas: op het moment van afwerpen kan de werparm geheel in het verlengde van de schouderas liggen, iets daarboven (Steffi Nerius bijvoorbeeld) of er net iets onder (Železný).

RecordsBewerken

Het wereldrecord voor mannen werd op 25 mei 1996 geworpen door Jan Železný. Hij wierp een afstand van 98,48 meter in Jena (Duitsland). Het wereldrecord voor de vrouwen werd op 13 september 2008 geworpen door Barbora Špotáková. Ze wierp een afstand van 72,28 meter in Stuttgart (Duitsland).

Top tien aller tijdenBewerken

MannenBewerken

  • uitgaande van het model dat vanaf 1986 voorgeschreven is
Rang Afstand Naam Land Geboren Datum Plaats
1 98,48 m Jan Železný   CZE 16 juni 1966 25 mei 1996 Jena
2 94,44 m Johannes Vetter   GER 26 maart 1993 11 juli 2017 Luzern
3 93,90 m Thomas Röhler   GER 30 september 1991 5 mei 2017 Doha
4 93,09 m Aki Parviainen   FIN 26 oktober 1974 26 juni 1999 Kuortane
5 92,72 m Julius Yego   KEN 4 januari 1982 26 augustus 2015 Peking
6 92,61 m Sergej Makarov   RUS 19 maart 1973 30 juni 2002 Sheffield
7 92,60 m Raymond Hecht   GER 11 november 1968 21 juli 1995 Oslo
8 92,06 m Andreas Hofmann   GER 16 december 1991 2 juni 2018 Offenburg
9 91,69 m Konstantínos Gatsioúdis   GRE 17 december 1973 24 juni 2000 Kuortane
10 91,59 m Andreas Thorkildsen   NOR 1 april 1982 2 juni 2006 Oslo

Bijgewerkt: 21 augustus 2019

VrouwenBewerken

  • uitgaande van het model dat vanaf 1999 voorgeschreven is
Rang Afstand Naam Land Geboren Datum Plaats
1 72,28 m Barbora Špotáková   CZE 30 juni 1981 13 september 2008 Stuttgart
2 71,99 m Maria Abakoemova   RUS 15 januari 1986 2 september 2011 Daegu
3 71,70 m Osleidys Menéndez   CUB 14 november 1979 14 augustus 2005 Helsinki
4 70,20 m Christina Obergföll   GER 22 augustus 1981 23 juni 2007 München
5 69,48 m Trine Hattestad   NOR 18 april 1966 28 juli 2000 Oslo
6 69,35 m Sunette Viljoen   RSA 6 oktober 1983 9 juni 2012 New York
7 68,92 m Kathryn Mitchell   AUS 10 juli 1982 11 april 2018 Gold Coast
8 68,43 m Sara Kolak   CRO 22 juni 1995 6 juli 2017 Lausanne
9 68,34 m Steffi Nerius   GER 1 juli 1972 31 augustus 2008 Elstal
10 67,98 m Lyu Huihui   CHN 26 juni 1989 2 augustus 2019 Shenyang

Bijgewerkt: 21 augustus 2019

Continentale recordsBewerken

Continent Geslacht Prestatie Atleet Land Datum Plaats
Afrika M 92,72 Julius Yego   KEN 26 augustus 2015 Peking
V 69,35 Sunette Viljoen   RSA 9 juni 2012 New York
Noord- en
Midden-Amerika
M 91,29 Breaux Greer   USA 21 juni 2007 Indianapolis
V 71,70 Osleidys Menéndez   CUB 14 augustus 2005 Helsinki
Zuid-Amerika M 84,70 Edgar Baumann   PAR 17 oktober 1999 San Marcos
V 63,84 Flor Ruiz   COL 25 juli 2016 Cali
Azië M 91,36 Cheng Chao-Tsun   TPE 26 augustus 2017 Taipei
V 67,98 Lyu Huihui   CHN 2 augustus 2019 Shenyang
Europa M 98,48 (WR) Jan Železný   CZE 25 mei 1996 Jena
V 72,28 (WR) Barbora Špotáková   CZE 13 september 2008 Stuttgart
Oceanië M 89,02 Jarrod Bannister   AUS 29 februari 2008 Brisbane
V 68,92 Kathryn Mitchell   AUS 11 april 2018 Gold Coast

Bijgewerkt: 21 augustus 2019

WereldrecordontwikkelingBewerken

MannenBewerken

Afstand (m) Naam Land Datum Plaats
Oude speer (voor 1986)
62,32 Eric Lemming   SWE 29.09.1912 Stockholm
66,10 Jonni Myyrä   FIN 24.08.1919 Stockholm
66,62 Gunnar Lindström   SWE 12.12.1924 Eksjö
69,88 Eino Penttilä   FIN 01.10.1927 Vyborg
71,01 Erik Lundqvist   SWE 15.08.1928 Stockholm
71,57 Matti Järvinen   FIN 08.08.1930 Vyborg
71,70 Matti Järvinen   FIN 17.08.1930 Tampere
71,88 Matti Järvinen   FIN 31.08.1930 Vaasa
72,93 Matti Järvinen   FIN 14.09.1930 Vyborg
74,02 Matti Järvinen   FIN 27.06.1932 Turku
74,28 Matti Järvinen   FIN 25.05.1933 Mikkeli
74,61 Matti Järvinen   FIN 07.06.1933 Vaasa
76,10 Matti Järvinen   FIN 15.07.1933 Helsinki
76,66 Matti Järvinen   FIN 07.09.1933 Turijn
77,23 Matti Järvinen   FIN 18.06.1934 Helsinki
77,87 Yrjö Nikkanen   FIN 25.08.1938 Karhula
78,70 Yrjö Nikkanen   FIN 16.10.1938 Kotka
80,41 Bud Held   USA 08.08.1953 Pasadena
81,75 Bud Held   USA 21.05.1955 Modesto
83,56 Soini Nikkinen   FIN 24.06.1956 Kuhmoinen
83,66 Janusz Sidlo   POL 30.06.1956 Milaan
85,71 Egil Danielsen   NOR 26.11.1956 Melbourne
86,04 Al Cantello   USA 05.06.1959 Compton
86,74 Carlo Lievore   ITA 01.06.1961 Milaan
87,12 Terje Pedersen   NOR 01.07.1964 Oslo
91,72 Terje Pedersen   NOR 02.09.1964 Oslo
91,98 Jānis Lūsis   URS 23.07.1968 Saarijärvi
92,70 Jorma Kinnunen   FIN 18.06.1969 Tampere
93,80 Jānis Lūsis   URS 06.07.1972 Stockholm
94,08 Klaus Wolfermann   FRG 05.05.1973 Leverkusen
94,58 Miklós Németh   HUN 26.07.1976 Montreal
96,72 Ferenc Paragi   HUN 23.04.1980 Tata
99,72 Tom Petranoff   USA 15.05.1983 Los Angeles
104,80 Uwe Hohn   GDR 20.07.1984 Berlijn
Nieuwe speer (vanaf 1986)
85,74 Klaus Tafelmeier   FRG 20.09.1986 Como
87,66 Jan Železný   TCH 31.05.1987 Nitra
89,10 Patrik Bodén   SWE 24.03.1990 Austin
89,58 Steve Backley   GBR 02.07.1990 Stockholm
91,46 Steve Backley   GBR 25.01.1992 Auckland
95,54 Jan Železný   CZE 06.04.1993 Sint-Petersburg
95,66 Jan Železný   CZE 29.08.1993 Sheffield
98,48 Jan Železný   CZE 25.05.1996 Jena

VrouwenBewerken

Afstand (m) Naam Land Datum Plaats
Oude speer (voor 1999)
25,01[3] Božena Šrámková   TCH 06.08.1922 Praag
25,325[3] Božena Šrámková   TCH 13.08.1922 Praag
27,24[3] Marie Janderová   TCH 25.05.1924 Ostrava
37,575[3] Guschi Hargus   GER 12.06.1927 Berlijn
38,39[3] Guschi Hargus   GER 18.08.1928 Berlijn
40,27[3] Ellen Braumüller   GER 12.07.1930 Berlijn
42,28[3] Elisabeth Schumann   GER 02.08.1931 Maagdenburg
44,64[3] Elisabeth Schumann   GER 12.06.1932 Berlijn
46,745 Nan Gindele   USA 18.06.1932 Chicago
47,24 Annelie Steinheuer   GER 21.06.1942 Frankfurt am Main
48,21 Herma Bauma   AUT 29.06.1947 Wenen
48,63 Herma Bauma   AUT 12.09.1948 Wenen
49,59 Natalja Smirnizkaja   URS 25.07.1949 Moskou
53,41 Natalja Smirnizkaja   URS 05.08.1949 Moskou
53,56 Nadeschda Konjajeva   URS 05.02.1954 Leningrad
55,11 Nadeschda Konjajeva   URS 22.05.1954 Kiev
55,48 Nadeschda Konjajeva   URS 06.08.1954 Kiev
55,73 Dana Zátopková   TCH 01.06.1958 Praag
57,40 Anna Pazera   AUS 24.07.1958 Cardiff
57,49 Birute Zalogaityte-Kalediene   URS 30.10.1958 Tbilisi
57,92 Elvīra Ozoliŋa   URS 03.05.1960 Leselidse
59,55 Elvīra Ozoliŋa   URS 04.06.1960 Boekarest
59,78 Elvīra Ozoliŋa   URS 03.07.1963 Moskou
62,40 Jelena Gortsjakova   URS 16.10.1964 Tokio
62,70 Ewa Gryziecka   POL 11.06.1972 Boekarest
65,06 Ruth Fuchs   GDR 11.06.1972 Potsdam
66,11 Ruth Fuchs   GDR 07.09.1973 Edinburgh
67,22 Ruth Fuchs   GDR 03.10.1974 Rome
69,12 Ruth Fuchs   GDR 10.07.1976 Berlijn
69,32 Kate Schmidt   USA 11.09.1977 Fürth
69,52 Ruth Fuchs   GDR 13.06.1979 Dresden
69,96 Ruth Fuchs   GDR 29.04.1980 Split
70,80 Tatjana Birjulina   URS 12.07.1980 Podolsk
71,88 Antoaneta Todorova   BUL 15.08.1981 Zagreb
72,40 Tiina Lillak   FIN 29.07.1982 Helsinki
74,20 Sofia Sakorafa   GRE 26.09.1982 Chania
74,76 Tiina Lillak   FIN 13.06.1983 Tampere
75,26 Petra Felke   GDR 04.06.1985 Schwerin
75,40 Petra Felke   GDR 04.06.1985 Schwerin
77,44 Fatima Whitbread   GBR 28.08.1986 Stuttgart
78,90 Petra Felke   GDR 29.07.1987 Leipzig
80,00 Petra Felke-Meier   GDR 09.09.1988 Potsdam
Nieuwe speer (vanaf 1999)
68,19[4] Trine Hattestad   NOR 28.07.1999 Fana
68,22[4] Trine Hattestad   NOR 30.06.2000 Rome
69,48[4] Trine Hattestad   NOR 28.07.2000 Oslo
71,54 Osleidys Menéndez   CUB 01.07.2001 Rethimnon
71,70 Osleidys Menéndez   CUB 14.08.2005 Helsinki
72,28 Barbora Špotáková   CZE 13.09.2008 Stuttgart

Speerwerpen op de Olympische SpelenBewerken

Speerwerpen staat al sinds 1908 op de kalender van de Olympische Zomerspelen. Op die spelen van Londen werd er nog een onderscheid gemaakt tussen de middengroep en de vrije stijl. In 1912, Stockholm was er een algemene competitie en daarnaast een gecombineerde wedstrijd waar zowel links als rechtshandig moest worden geworpen. Vanaf de Spelen van 1920 in Antwerpen werd dit echter afgeschaft. In 1932 werd er ook voor het eerst een Olympische competitie voor vrouwen georganiseerd.

MannenBewerken

Jaar Goud Zilver Brons
1908   SWE Eric Lemming   NOR Arne Halse   SWE Otto Nilsson
1912   SWE Eric Lemming   FIN Juho Saaristo   HUN Mór Kóczán
1920   FIN Jonni Myyrä   FIN Urho Peltonen   FIN Pekka Johansson
1924   FIN Jonni Myyrä   SWE Gunnar Lindström   USA Eugene Oberst
1928   SWE Erik Lundqvist   HUN Béla Szepes   NOR Olav Sunde
1932   FIN Matti Järvinen   FIN Matti Sippala   FIN Eino Penttilä
1936   GER Gerhard Stöck   FIN Yrjö Nikkanen   FIN Kalervo Toivonen
1948   FIN Tapio Rautavaara   USA Steve Seymour   HUN József Várszegi
1952   USA Cyrus Young   USA Bill Miller   FIN Toivo Hyytiäinen
1956   NOR Egil Danielsen   POL Janusz Sidło   URS Viktor Tsyboelenko
1960   URS Viktor Tsyboelenko   GER Walter Krüger   HUN Gergely Kulcsár
1964   FIN Pauli Nevala   HUN Gergely Kulcsár   URS Jānis Lūsis
1968   URS Jānis Lūsis   FIN Jorma Kinnunen   HUN Gergely Kulcsár
1972   FRG Klaus Wolfermann   URS Jānis Lūsis   USA Bill Schmidt
1976   HUN Miklós Németh   FIN Hannu Siitonen   ROU Gheorghe Megelea
1980   URS Dainis Kūla   URS Alexander Makarov   GDR Wolfgang Hanisch
1984   FIN Arto Härkönen   GBR Dave Ottley   SWE Kenth Eldebrink
1988   FIN Tapio Korjus   TCH Jan Železný   FIN Seppo Räty
1992   CZE Jan Železný   FIN Seppo Räty   GBR Steve Backley
1996   CZE Jan Železný   GBR Steve Backley   FIN Seppo Räty
2000   CZE Jan Železný   GBR Steve Backley   RUS Sergej Makarov
2004   NOR Andreas Thorkildsen   LAT Vadims Vasiļevskis   RUS Sergej Makarov
2008   NOR Andreas Thorkildsen   LAT Ainars Kovals   FIN Tero Pitkämäki
2012   TRI Keshorn Walcott   UKR Oleksandr Pjatnytsja   FIN Antti Ruuskanen

VrouwenBewerken

Olympia Goud Zilver Brons
1932   USA Babe Zaharias   GER Ellen Braumüller   GER Tilly Fleischer
1936   GER Tilly Fleischer   GER Luise Krüger   POL Maria Kwaśniewska
1948   AUT Herma Bauma   FIN Kaisa Parviainen   DEN Lily Carlstedt
1952   TCH Dana Zátopková   URS Aleksandra Tsjoedina   URS Jelena Gortsjakova
1956   URS Inese Jaunzeme   CHI Marlene Ahrens   URS Nadesjda Konjajeva
1960   URS Elvīra Ozoliŋa   TCH Dana Zátopková   URS Birutė Zalogaitytė-Kaledienė
1964   ROU Mihaela Peneş   HUN Márta Rudas   URS Jelena Gortsjakova
1968   HUN Angéla Németh   ROU Mihaela Peneş   AUT Eva Janko
1972   GDR Ruth Fuchs   GDR Jacqueline Todten   USA Kate Schmidt
1976   GDR Ruth Fuchs   FRG Marion Becker   USA Kate Schmidt
1980   CUB María Colón   URS Saida Gunb   GDR Ute Hommola
1984   GBR Tessa Sanderson   FIN Tiina Lillak   GBR Fatima Whitbread
1988   GDR Petra Felke   GBR Fatima Whitbread   GDR Beate Koch
1992   GER Silke Renk   EUN Natalja Sjikolenko   GER Karen Forkel
1996   FIN Heli Rantanen   AUS Louise McPaul   NOR Trine Hattestad
2000   NOR Trine Hattestad   GRE Mirela Maniani   CUB Osleidys Menéndez
2004   CUB Osleidys Menéndez   GER Steffi Nerius   GRE Mirela Maniani
2008   CZE Barbora Špotáková   RUS Maria Abakoemova   GER Christina Obergföll
2012   CZE Barbora Špotáková   GER Christina Obergföll   GER Linda Stahl
2016   CRO Sara Kolak   RSA Sunette Viljoen   CZE Barbora Špotáková