Gebruiker:Benedict Wydooghe/Evoluties in het welzijns- en veiligheidsdenken deel2

VAN EEN ZWERVEND BESTAAN TOT DE NEOLITISCHE REVOLUTIE

TIEN MILJOEN TOT TIENDUIZEND JAAR GELEDEN
♠ BEELDFRAGMENT Mocht je de fim nog niet hebben gezien: Creation uit 2009, met Paul Bettany toont de biografie van Charles Darwin.
4 miljoen jaar geleden verschijnt de Australopithecus Afarensis in Afrika. Lucy is een soortgenote maar geen tijdgenote. Lucy leefde 3,2 miljoen jaar geleden en stierf in de regio Ethiopië. Ze is ontdekt in 1974 en genoemd naar de hit van The Beatles Lucy in the Sky with Diamonds, uit 1967. Het nummer verscheen op het legendarische album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. De elpee stelt The Beatles voor als de groep Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. De extravagante hoes is beroemd om zijn fotocollage. Aanvankelijk, in de niet gedrukte collages, stond Adolf Hitler tussen het bonte gezelschap. Op de laatste rij herkennen we onder meer Carl Jung (7de van rechts), Edgar Allan Poe (8), Fred Astaire en Bob Dylan (15). Op de voorlaatste rij Aldous Huxley (18), Dylan Thomas (19), Marilyn Monroe (25), Stan Laurel (28), Oliver Hardy (30), Karl Marx (31), H. G. Wells (32), James Joyce (34A, nauwelijks te zien, onder Bob Dylan). Op de derde rij: staan Marlon Brando (39), Oscar Wilde (41), David Livingstone (44), Johnny Weissmuller (45), George Bernard Shaw (48), Lewis Carroll (52) en Lawrence of Arabia (53). Op de eerste rij zien we de wassen beelden van The Beatles, Shirley Temple (58), Albert Einstein (61), Bette Davis (65A), Marlene Dietrich (67) en nogmaals Shirley Temple (71).

.

Er bestaan op dit ogenblik honderddrieënnegentig soorten apen. Honderdtweeënnegentig ervan zijn bedekt met haar. De uitzondering is de naakte mensaap die zich zelf Homo Sapiens noemt. Deze ongewone en zeer succesvolle soort besteedt een heleboel tijd aan de bestudering van zijn hogere motieven en even veel tijd aan het negeren van zijn fundamentele motieven. Hij is er trots op dat hij de grootste hersens heeft van alle primaten, maar is geneigd het feit te verhelen dat hij ook de grootste penis heeft en staat deze eer liever, ten onrechte af aan de machtige gorilla. Hij is een buitengewoon vocale, scherpzinnig onderzoekende aap, wiens wereld overbevolkt is, en het is de hoogste tijd dat wij zijn basisgedrag aan onderzoek onderwerpen.

.

God bewijzen kan je niet. God niet bewijzen kan evenmin. Geloof in God is een keuze, wie het anders zegt, probeert je te bekeren.

.

It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent. It is the one that is most adaptable to change.

Charles Darwin, 1809-1882.

.

Als je geen perverse of persoonlijke agenda hebt, begint alles met research. Je stelt je de vraag naar wat zich heeft afgespeeld en waarom het zo liep.

.

.

MENS OF MENSACHTIG?Bewerken

TijdsbandBewerken

>>> - 10 tot 5 miljoen jaar -> - 3,2 miljoen jaar -> - 2,4 miljoen jaar -> - 1,5 miljoen jaar -> - 32.000 jaar -> - 15.000 jaar -> - 5.000 jaar >>>

.

.

  • 6 miljard jaar terug: vorming van de aarde.

.

.

  • 10 tot 5 miljoen jaar terug verschijnen de eerste mensachtigen met een mensaap als onze voorouder.

.

The Remains Of The Oldest Human Ancestor Ever Found | First Human | Timeline


.

Van Lucy tot de Homo habilisBewerken

 
Zo zag de Homa habilis er uit, denken we. De Homo habilis dook op een miljoen jaar na Lucy, 2,2 miljoen jaar geleden.

.

.

.

PaleolithicumBewerken

.

  • 2,6 miljoen jaar geleden
    • Het Paleolithicum start en twee miljoen jaar terug start het Pleistoceen: een gematigd warm klimaat (interglacialen) wisselt af met zeer koude periodes, de glacialen of de 'ijstijden'. De glacialen vormen de ijskappen en doen de zeespiegel dalen, zeeën worden land, het landschap bestaat is een arctische steppe of toendra. In de warmere fasen komt er bebossing. De afwisseling van warm en koud zorgt voor het uitsterven van plant- en diersoorten én versnelt de evolutie van dieren die zich aanpassen: woelmuizen en de mensachtigen. Het Pleistoceen eindigt 10.000 jaar geleden en is in vier fasen in te delen: het Vroeg-Paleolithicum, het Midden-Paleolthicum, het Jong-Paleolithicum en het Epipaleolicthicum (deze laatste aanduiding wijst op de overgangsfase tussen het Paleolithicum en het Mesolithicum omdat er in deze cultuurfase nog een ijstijd voorkomt - die verdwijnt immers niet over met dezelfde snelheid).

.

Het Vroeg-Paleolithicum (2 miljoen tot honderdduizend jaar geleden)Bewerken

  • 2,2 tot 1,5 miljoen jaar geleden

.

  • 2,5 miljoen jaar terug
    • Hier, in dit vroege paleolithicum is de jager-verzamelaar een meesterlijk roofdier die het biologisch evenwicht in zijn omgeving niet verstoort (dat kan van de huidige mens, sinds de Industriële Revolutie niet gezegd worden). Geleidelijk aan verandert dat naarmate de mens de omgeving en de technologie meer beheerst. Hoe paradoxaal ook, de toenemende beheersing van vuur, de beheersing van de planten- en de dierenwereld, verhoogt de menselijke afhankelijkheid en zijn kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid houdt de mens angstvallig verborgen, want de vuur- en dierafhankelijkheid zijn de achillespees van de (huidige) samenleving. Wie vuur zegt, denkt aan gezelligheid of aan natuurrampen. Kerncentrales, de elektriciteitsdistributie en hun afgeleiden blijven buiten beeld. Wie aan dieren denkt, denkt aan huisdieren of exotische beesten. Veefokkerijen, kippenkwekerijen en de [[abattoirs]] blijven onbelicht, tenzij bij een gekke koeienziekte of een dioxinecrisis die een morele paniek oproept. Dat de veeteelt veertig procent meer bijdraagt aan het broeikaseffect dan de transportsector en de hoofdoorzaak is van de klimaatverandering zeggen we ook liever niet.


 
Reconstructie van de Homo Erectus.

.

.

  • 1,7 miljoen jaar terug
    • Het garen van voedsel gebeurt bij natuurlijke warmtebronnen, voor de vuurdomesticatie is het nog te vroeg.

.

 
Reconstructie van de Neanderthaler.

.

 
Reconstructie Homo Heidelbergensis die 1,9 miljoen jaar terug leefde.

Homo erectusBewerken

De homo erectus onderscheidt zich van zijn voorgangers omdat hij en zij...

1. rechtstaan en ver kunnen kijken; een evolutie die te maken heeft met de overgang van een bos- naar steppelandschap. 

.

2. op twee benen lopen; 

. 

3. de handen vrij hebben (vuur dragen!); 

.

4. een rondere schedel hebben; 

.

5. over grotere hersenen beschikken (dankzij het eten van gekookt of warm voedsel vergt de spijsvertering minder energie en komt meer energie vrij voor de hersenen gaat een hypothese); 

.

 
De Afrikaanse "erectus"-vondsten worden als een aparte soort beschouwd: de Homo ergaster. De naam Homo erectus blijft voorbehouden aan de Aziatische tak. Europese "Homo erectus-achtige" vondsten komen nu onder de Homo antecessor. Niet alle paleoantropologen zijn het hier mee eens en beschouwen de H. Ergaster en de H. Erectus als soortvariaties.

.

Vuurdomesticatie en taalontwikkelingBewerken

 
De Prometheusmythe door Piero di Cosimo, 1515. Toen de goden de gaven en de talenten uitdeelden, kwam de mens er maar bekaaid van af. Althans toch in vergelijking met de dieren. Het menselijke overlevingsinstinct en zijn natuurlijke verdediging zijn ronduit triestig. En omdat de Griekse goden de mens in de steek lieten stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden. Hij schonk het aan de mensen om metaal te bewerken en een technische beschaving te ontwikkelen. Prometheus is techniek, een leraar en een uitvinder die de mensen vooruit leert zien, die de mens leert inschatten welke gevaren er op hem af komen bij het bouwen van huizen of boten en dat zinde oppergod Zeus niet. Die strafte Prometheus en kluisterde hem aan de Kaukasus waar een adelaar elke dag zijn lever at. 's Nacht groeide de lever aan. De straf moest eeuwig duren maar Herakles bevrijdde hem. De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis: 1. fysiek is het het rechtop lopen is een voorwaarde, want men moet zijn handen vrij hebben om het vuur te dragen, 2. mentaal was het vermogen om vooruit te denken van belang zodat er altijd brandstof was. De gevolgen van de vuurdomesticatie zijn niet te overzien. Sociaal gezien brengt het vuur mensen samen en brengt het aldus een leerproces op gang (cultuur, het doorgeven van verhalen aan het kampvuur), het verhitten maakt voedsel beschikbaar dat anders oneetbaar bleef. Andere toepassingen van het vuur zijn militair van aard.[3]
 
Houtwrijving om vuur te maken met een vuurploeg


  • Sommige taalkundigen denken dat de Homo erectus zo'n 1,5 miljoen jaar geleden taal sprak (gelijkend op de taal nu?) gezien zijn relatief grote brein.

.

  • 1 miljoen jaar terug
    • De vuurdomesticatie begint. De oudste sporen die de vuurdomesticatie documenteren - verkoolde planten en dierenresten - zijn gevonden in Zuid-Afrika, diep in een grot, wat een blikseminslag uitsluit.

.

  • 900.000 jaar terug
    • De Homo erectus is in Java. Hij heeft wellicht geen verwantschap met de erectus in Afrika. De data kunnen volgens de bron nogal variëren.

.

InleefoefeningBewerken

.

Vergeet de Bright lights, big city en de Donald Fagen-(j)achtige matrixwereld van het lesrooster, het uurrooster, het arbeidsschema, de vertrek- en aankomsttijden van treinen en metro’s en probeer deze historische inleefoefening. Hoe was het om te leven in een wereld zonder wetenschap? Het idee dat een wetenschap met enige autoriteit de natuurverschijnselen verklaart, verbanden legt tussen die verschijnselen en de menselijke technologie hiermee in verband brengt, ontspringt pas met het denken van Francis Bacon (1561-1626), René Descartes (1596-1650) en Isaac Newton (1643-1727).[4]

.

Keer terug uit een maatschappij van plastic en siliconen naar een wereld van koper en hout, een wereld waarin de vuurvaardige, taalgebruikende, vooruit denkende en samenwerkende mens zich onderscheidt van zijn naasten, de dieren die overleven op drie elementen: water, lucht en aarde. Als die eeuwenoude soortgenoten het vierde element leren beheersen, komt de evolutie van de mens op kruissnelheid: de voedselbereiding, het ontginnen van gronden, dieren op afstand houden… behalve de toegenomen veiligheid creëert de vuurdomesticatie het sociale en het culturele leven. Vuur brengt mensen bij elkaar en is aldus sociaal. Het zet mensen aan om de vuurvaardigheid door te gegeven. En dat is cultuur. Bij de jacht op mammoeten en holenberen gebruikt hij werpwapens, verplaatst hij vuur, leeft hij in groep, hij denkt wat komen gaat en communiceert. Een vaste verblijfplaats is hem echter vreemd...

.

Een groep jagers en verzamelaars bestaat doorgaans uit vijftien tot dertig mensen die overleven in een jachtgebied van enkele honderden vierkante kilometer. Sinds de laatste ijstijd groeit het aantal kuddes en slinken de jachtgebieden.

.

.

KijkenBewerken

.

.

  • 750.000 jaar terug
    • De Homo erectus is in China. We noemen hem de Pekingmens. DNA toont een wereldwijde verwantschap van de Chinezen met de rest van de mensheid en dat alle mensen afstammen van een groep Homo sapiens sapiens van enkele honderden individuen.

.

  • 700.000 jaar terug
    • De Homo Erectus verlaat Afrika (wat eigenaardig is, vermits de Pekingmens op 50.000 ouder wordt geschat).

.

  • 600.000 jaar terug
    • De Homo Sapiens splitst zich af van de Neanderthaler. De mens krijgt niet alleen een 'vriendelijker' gezicht, hij wordt ook vriendelijker. Het gezicht verkleint, verplat en de ogen zijn uitgesproken. Zware wenkbrauwen verdwijnen. Sommige onderzoekers (in dit geval de Belgische antropoloog Cederic Boeckx aan de universiteit van Barcelona) leiden hieruit een verhoogde samenwerkingsvaardigheid af.[5] Ze vergelijken deze ontwikkeling met het syndroom van Williams-Beuren.

.

500.000 jaar terug

    • De oudste getuigen van menselijke aanwezigheid in de omgeving van Luik. Het gaat om enkele stenen werktuigen, gebruikt door nomadische jager-verzamelaars die het toendrawild volgen.

.

.

  • 450.000 tot 150.000 jaar terug
    • Calais en Dover vormen één bergrug. Na de ijstijden vindt het smeltwater van Scandinavië tot Schotland en de noordelijke Noordzee zijn uitweg langs deze bergrug. Golven werken zich uit op de zachte kalksteen en doet kalkkliffen en een zeestraat, het Nauw van Calais ontstaan. De kloofvorming gaat door tot op vandaag.

.

  • 300.000 tot 150.000 jaar terug
    • Vroeg moderne homo sapiens, de recente vondst van een schedel in Marokko staaft dit en toont aan dat Homo sapiens niet 'plots' ontstond, maar zich geleidelijk ontwikkelt in Afrika. 'Er is geen tuin van Eden in Afrika', zegt onderzoeker Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig aan De Volkskrant. 'De tuin van Eden ís Afrika.'

.

  • 140.000 jaar terug: De Homo Erectus verdwijnt. Hij ontstond 1,9 miljoen jaar geleden.

.

  • 130.000-120.000 jaar terug: de mens (de homo sapiens sapiens) verspreidt zich uit Afrika naar het noordoosten naar Azië en Europa.

.

  • 110.000 jaar terug
    • De mens verspreidt zich uit Afrika naar het zuidwesten, naar Oceanië.

.

Het Midden-Paleoliticum (100.000 jaar geleden tot 37.000 jaar geleden)Bewerken

.

  • 80.000 jaar terug: sporen op een strand in Normandië in Le Rozel tonen voetsporen van neanderthalers en hun kinderen en vuurresten. De neanderthalvoeten blijken breder dan die van mensen, vooral in het midden. Hun lichaamslengte wordt geschat tot 185 centimeter. Volgens archeologen bestond de groep uit maximaal 14 Neanderthalers.

.

 
Deze tekeningen in Altamira zijn in 1879 ontdekt. Tekeningen en schilderijen zoals deze zijn uitzonderlijk en hadden functies om te overleven op cultureel, sociaal, didactisch en economisch vlak. In 1890 onderzocht de eigenaar de grot en vond er vuistbijlen, pijlpunten, stenen messen en naalden en de afbeeldingen. Zo bewees hij dat de tekeningen geen namaak zijn, maar 15.000 jaar oud, of beter 15.000 jaar jong. Want in 2017 vond een internationaal onderzoeksteam op het Indonesische eiland Sulawesi (in het Maros-Pangkep-karstgebergte) een schilderij van een jachtpartij van minstens 43.900 jaar geleden. Eerder vonden ze op Kalimantan op Borneo 40.000 jaar oude afdrukken. Op hun vondst van 2017 is te zien hoe mensen twee wrattenzwijnen en vier dwergbuffels in het nauw drijven met touwen en speren. Is dit meer dan vier meter brede jachttafereel het oudste ter wereld? In Europa zijn de oudste grotschilderijen ongeveer 40.000 jaar oud. Uit die dagen dateert de Löwe-mann, een mythisch wezen van dertig centimeter dat een mens met een leeuwenkop voorstelt. Onderzoekers leiden hieruit een religieus bewustzijn af. Evengoed kan het om primitieve camouflagetechnieken bij de jacht gaan. De oudste grotkunst is te vinden in de Zuid-Afrikaanse Blombosgrot. Ze is niet figuratief (er is niets afgebeeld) maar ze dateert van 73.000 jaar geleden.

.

  • 70.000 jaar terug
    • De Toba-uitbarsting zorgt voor een jarenlange vulkanische winter.

.

  • 70.000 tot 12.000 jaar terug: de laatste ijstijd zorgt voor een lage zeespiegel. Het Kanaal en de Noordzee liggen er voor de laatste keer droog bij. Tussen Engeland en het Europese vasteland is geen barrière. Het Kanaal is een uitgestrekte ijzige toendra met een zuidwestwaarts stromende rivier die uitmondt in de Atlantische Oceaan.

.

  • 60.000 jaar terug
    • De migratie uit Afrika naar Europa start.

.

  • 50.000 jaar terug:

.

    • De Neanderthaler wandelt Europa binnen. Lang zijn ze voorgesteld als simpele, ruw, gebolsterde verwanten van de moderne mens. Niettemin beschikken de neanderthalers over een vergelijkbaar brein dat hen in staat stelt tot cultuur. Ze maken handige stenen en bijlen, messen, beschilderen hun juwelen.

.

    • In het Spaanse El Sidron zijn er sporen gevonden van een Neanderthalgroep van zeven volwassenen en drie kinderen.

.

  • 40.000 jaar terug

.

.

    • Spy Skull, een Neanderthalerschedel uit Spy nabij Namen.

.

    • De Homo Sapiens doorkruist onze regio en produceert kunst.

.

  • 40.000 - 35.000 jaar geleden
    • De Paleolithische kunst en de "culturele explosie" van de Homo sapiens stimuleren het taalvermogen en brengen hem op een (wat dat ook moge zijn) 'hogere graad van beschaving'.


.

Het Jong-Paleoliticum (37.000 jaar geleden tot 10.000 jaar geleden)Bewerken

.

Wie waren de Neanderthalers? DW Documentary

.

  • 37.000 - 32.000 jaar terug:

.

    • De Neanderthaler sterft uit (is er een verband met de uitvinding van de boog door de mens?). De Neanderthaler is geen voorloper van de mens.

.

    • Vanaf nu start een koudegolf die bewoning in onze regio onmogelijk maakt.

.

  • 32.000 jaar terug

.

.

    • In de Coliboaia-grot in Roemenië worden bizons, beren en neushoorns in zwarte kleuren, waarschijnlijk houtskool op de rotswand geschilderd. De ontdekking gebeurde in 2009.

.

  • 31.700 jaar terug: in de grotten van Goyet zijn sporen gevonden van een vroege domesticatie van een prehistorische hond. (De mens nam de wolf onder zijn hoede en de soort evolueerde in de richting van wat we nu een hond noemen. Het gevonden exemplaar is geen voorouder van de huidige hond maar een uitgestorven zustergroep). De hond is het enige dier dat zich laat domesticeren voor de Neolitihsche revolutie.

.

  • 27.000 jaar terug: Cro-Magnon mens; ontdekt in de Dordogne in 1868.

.

  • 20.000 tot 15.000 jaar terug: de Homo erectus soloensis, een ondersoort van de Homo Erectus die leeft op Java sterft als laatste Homo Erectus uit.

.

  • 17.000 jaar terug: grotschilderijen in Lascaux.

.

  • 13.000 tot 9500 jaar terug: Cueva de las Manos, een grottenstelsel in Argentinië bij de rivier Río Pinturas toont meer dan tweeduizend mensen handen, lama's en jachttaferelen.


.

Het Mesoliticum (12.500 jaar geleden tot 10.000 jaar terug)Bewerken

.

  • In Kortrijk zijn op de Pottelberg en in de buurt van de wijk 't Hoge ongeveer 250 artefacten uit deze periode ontdekt: wapenspitsen, lemmers, schrabbers, stekers, vuurstenen, burijnen.

.

  • 12.000 jaar terug: het Nauw van Calais is weer een zeestraat met de Atlantische Oceaan.

.

Het Neolithicum (10.000 terug tot de kopertijd)Bewerken

.

.

  • 8.000 jaar terug: de verbinding tussen de Noordzee en Het Kanaal ontstaat.

.

  • 6.500 jaar geleden
    • Vanuit het Donaugebied introduceert men de landbouw en de veeteelt tot in onze gewesten.

.

  • 5100 jaar geleden: De Minoïsche beschaving loopt vrijwel parallel met de beschavingen van Anatolië, Kanaän, het oude Egypte, Mesopotamië en de Indusvallei. Het Lineair A ontwikkelt zich tijdens de Minoïsche beschaving als eerste Europese schrift. Het is niet ontcijferd. Archeologen hebben het over de Pre-Paleisperiode en die loopt van 3100 tot 1925.

.

.

  • 4.000 jaar geleden: De Mammoeten sterven uit.


.

.

.

VAN DE NEOLITISCHE REVOLUTIE TOT DE OUDHEIDBewerken

DE PREHISTORIE, TIEN- TOT VIJFDUIZEND JAAR GELEDEN

.

 
Oetzi, een man van circa 45 en 1,60 m lang met 61 tatoeage's, is een ijsmummie uit de Kopertijd. Bergbeklimmers vonden hem in 1991 in de Ötztaler Alpen. Hun vondst leverde kennis op over voeding, kleding, uitrusting en bewapening van 5300 jaar geleden. Sinds de Oetzi in Bozen is tentoongesteld, trekt het museum 300.000 bezoekers per jaar. Met zijn ouderdom zorgde 'Ötzi' voor onwaarschijnlijke info over de Europese prehistorie. Hij is ouder dan de piramide van Cheops en dan alle andere gletsjermummies. In tegenstelling tot Egyptische mummies is Ötzi samen met zijn kledij en zijn voorwerpen intact.
 
Een hut als een extensie van de kledij. Verschillende soorten hutten van de inheemse bevolking in Brazilië, 1834.
 
Spijkerschrift op een tablet uit het 3de millennium voor Christus. Steen is de oudst bewaarde drager van het schrift. Andere dragers die minder bestand waren tegen de tand des tijd, gingen verloren.

.

Wat aan het Neoliticum en de sedentatie vooraf gaatBewerken

.

Zo'n tienduizend jaar geleden zien we diverse nomadische groepen zich - overal ter wereld - een vaste locatie toe-eigenen. Veel ontwikkelingen en uitvindingen gaan die (definitieve) sedentatie vooraf, of met andere woorden: vooraleer de nomadische groepen zich een vaste woonplek vinden, zijn er al veel uitvindingen gebeurd of in ontwikkeling. Historici spreken over het seminomadisme: nomaden verblijven steeds langer op bepaalde plaatsen maar niet definitief, aanvankelijk. Dat komt tot uiting in:

.


1. De mens begint te plannen en denkt vooruit: opslagplaatsen ontstaan.

.

2. De sikkel laat een efficiënte oogst toe; speren en bogen met stenen pijlpunten penetreren beter, maalstenen, mortieren en stampers malen granen en mineralen. Touw en draad zetten aan tot weven en de naald maakt het naaien van huiden mogelijk.

.

3. De oudste rotsschilderingen uit Lascaux zijn gedateerd op 17.000 jaar geleden, die van Altamira in Spanje schat men op 15.000 jaar terug. Het beschilderen van stenen is de voorganger van wat later het schrift wordt.

.

4. 12.500 jaar terug: In Japan worden de eerste potten en kommen gemaakt. De betekenis? Kommen en potten vervangen en zijn een uitbreiding op de handen van de jager verzamelaar en laten bewaring toe. Manden en vlechtwerk doen hetzelfde: ze zijn het begin van de transportrevolutie. 

.

5. De kano en andere vroege boten, daar zijn sporen van.

.

6. Ook het bakken van brood en het maken van ovens gaat de sedentatie vooraf.

.

Het moet een mooie dag geweest zijn in Bilad al-Sham, aka het Morgenland, de Levant of het historisch-geografisch gebied dat grotendeels Israël, Palestina, Jordanië, Syrië en delen van Turkije beslaat. Zo’n 14.000 jaar geleden woonde daar Uk-Uk, de vernuftige Natufiër. Of Uk-Uk een man was of een vrouw, laat ik in het midden, ik ben geen specialist in genderstudies binnen semi-sedentaire voedsel-verzamelaarssamenlevingen. Maar laten we er even van uitgaan dat hij een man was. Uk-Uk, nakomeling van Ug Ug, was altijd al een bijzondere jongeling geweest. Of de naam Uk-Uk een veelvoorkomende naam was binnen de Natufische samenleving, laat ik in het midden, ik ben geen specialist in laat-epipaleolithische nomenclatuur. Uk-Uk was nieuwsgierig van aard. Als kind was hij meermaals ernstig ziek geworden door onbekende besjes te eten. Het was die nieuwsgierigheid die hem te dicht bij een wild zwijn had gedreven. Wat Uk-Uk dacht toen hij het zwijn aaide, blijft een mysterie voor ons. Wat we wel weten, is dat het zwijn zijn gebaar niet apprecieerde. Tijdens de schermutseling na de ongewenste aai verloor Uk-Uk het merendeel van zijn gebit. Daarom droeg hij sinds die dag steeds een maalsteen mee. Daarmee maakte hij gevonden voedsel verteerbaarder, verbrijzelde hij vezels en maakte hij knapperig fruit papperig. Het was die omslachtige manier van vreten die Uk-Uk bracht tot een van de belangrijkste ontdekkingen van de menselijke geschiedenis. In de buurt van de grot waar zijn stam zich had nedergezet, groeiden indrukwekkende groene tarwehalmen die makkelijk boven zijn 1,44 meter uittorenden. Meerdere leden van zijn stam hadden al eens een aartje afgeknapt en de korrels van hun kafjes gewreven. Maar meestal negeerden ze de halmen, want ze beleefden weinig plezier aan de smaak. Hoeveel Uk-Uks zijn er geweest die niet tot aan het stadium van pap zijn geraakt? Hoeveel Uk-Uks hebben de pap laten aanbranden? Dat was buiten de maag van Uk-Uk gerekend. Hij had zin in een snack. De opbrengst van de jacht was mager de laatste tijd en de vruchten lieten op zich wachten. Uk-Uk bedacht zich met de emmer tarwe en verzamelde een buidel vol. De geplette korrels waren droog en de poederpulp deed hem hoesten. Water. Water was altijd al een goede vriend geweest in zijn tandeloze bestaan. Uk-Uk maakte de pap, maar zeggen dat die een ‘smaakbommetje’ was, zou een overstatement zijn. Vuur. Het was de gewoonte in die tijd om alles eens boven het vuur te houden. Het had een goede reputatie opgebouwd met betrekking tot vlees. Zonder dat Uk-Uk erbij stilstond, had hij de basis gelegd voor een grijs boerenbrood, wit gesneden, naan en pita, volkoren en ciabatta, challah en pretzels, knäckebröd en roti, en paradoxaal genoeg glutenvrij brood. Of er iets waar is van de historie van Uk-Uk, weet ik niet, ik ben geen culinaire paleontoloog. Wat ik wel weet, is dat er vijftien broodkruimels werden gevonden op de Shubayqa 1 archeologische site in Jordanië. Die bleken zo’n 14.400 jaar oud te zijn, ouder dan de eerste sedentaire agrarische samenlevingen. Als iemand het verdient om te verrijzen en erkenning te krijgen voor zijn verwezenlijking, is het Uk-Uk wel. Aan de basis van menselijke kennisverwerving ligt trial-and-error. Proberen en falen. Hoeveel Uk-Uks zijn er geweest die niet tot aan het stadium van pap zijn geraakt? Hoeveel Uk-Uks hebben de pap laten aanbranden? Hoeveel stamgenoten vonden de ontdekking van het brood niet de moeite waard om verder te onderzoeken? Native Americans beschouwden een berg als een gebeurtenis. Niet als een onveranderlijk resultaat. De berg is in wording. Brood is een gebeurtenis en geen evidentie. Dankjewel Uk-Uk.

.

.

Neolitische revolutieBewerken

.

  • 12 tot 10.000 jaar terug: overgang naar de sedentaire landbouw valt samen met het einde van het Pleistoceen of de laatste ijstijd. Terwijl in onze streken de zeespiegel door de opwarming met 7 (!) centimeter per jaar stijgt worden in de vruchtbare sikkel de eerste nomaden sedentair. Jericho, nu Tell es-Sultan, is één van de oudste steden ter wereld. Op het einde van de laatste ijstijd voltrekt het proces van het sedentair worden zich geleidelijk en met verschillende snelheden, verschillend van regio tot regio. Dat gegeven noemen we de neolithische (r)evolutie. In sommige regio's gaan de veranderingen snel, elders spreekt men liever van een evolutie dan over een revolutie.

.


De gevolgen van de Neolithische revolutie zijn  

.

1. Religie als regulator van de economie (zie verder).

.

2. De vrouwelijke voorkeur voor mannen met status (onder nomaden speelde dit nauwelijks). Dat heeft te maken met het verhogen van de overlevingskansen van haar en van de kroost: niets is kwetsbaarder dan een zwangere vrouw of een vrouw omgeven door een nest kinderen. 

.

3. Het aantal uitvindingen in de periode rond het begin van de landbouw was even indrukwekkend als het aantal uitvindingen ten tijde van de Industriële Revolutie.

.

4. Het ontstaan van een priesterkaste, krijgers, ambachten, boeren en slaven en de daarbij horende hiërarchie.

.

5. De domesticatie van planten en dieren.

.

  • 11.000 jaar geleden: Jericho is de oudste, bewoonde stad ter wereld. De permanente bewoning gaat 11.000 jaar terug en begint met een nederzetting met een stenen muur, een toren en ronde woningen van lemen tegels. De stad was vier hectaren groot en cultiveerde graan en vee.

.

  • 10.000 jaar terug: hier begint de voorgeschiedenis van het schrift: kleitabletten tellen voorraden en fungeren als kalender.

.

  • 8.500 jaar terug: in het Middellandse Zeegebied, Griekenland en de Balkan begint de sedentatie.

.

  • 8.000 jaar terug: ontstaan van de mijnbouw

.

  • 8.000-7.500 jaar terug: in Noordwest-Europa start de sedentatie, net als in Limburg. De Neolithische revolutie voltrekt zich er snel.

.

.

  • 6.000 jaar terug: de domesticatie van het paard.

.

  • 6.000 jaar terug: ontstaan in Mesopotamië uit de landbouwerssamenlevingen de eerste stadstaten: Ur en Uruk.

.

  • 5.500 jaar terug
    • De uitvinding van het wiel.
    • Ambachtelijke smelterijen in het Midden Oosten, Anatolië en op sommige Egeïsche eilanden smelten tin of het giftige arseen en vermengen het met koper. De legering noemen ze brons. Het metaal blijkt sterker dan koper, ideaal voor handwapens, helmen, scheenplaten of de ramstevens voor oorlogsbodems. Verder maken ze munten, keukengerief, sculpturen, eenvoudige spiegels...
    • De zeespiegelstijging in onze streken remt tot 1 à 0,7 centimeter per jaar.

.

  • 5.300-5.200 jaar terug
    • De uitvinding van het spijkerschrift in Mesopotamië. Kleitabletten en stenen dienen als drager, ze worden bedrukt of gebeiteld. Ongeveer in dezelfde periode ontwikkelen de Egyptenaren hun hiërogliefen. Beide culturen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis, omdat we nu voor het eerst geschreven bronnen hebben. Niet dat er toen veel geletterde mensen waren. Beide schriften bestaan uit duizenden tekens. Enkel een daar toe opgeleide elite (een equivalent van priesterfiguren) begrijpt ze. Het schrift heeft diverse doelen: gebeurtenissen bijhouden, identificatie van mensen, het beheren van voorraden en communicatie over lange afstanden.

.

 
De Duitse archeoloog Heinrich Schliemann (1822-1890) ontdekt in 1871 het oude Troje en geldt als een archeologisch pionier. Hij ontdekte dat aardewerkstijlen een sleutel zijn om tot chronologie te komen.


.


.

.

  • 4.000 jaar terug: Bronstijd start in onze streken - elders is die inmiddels al een millennium bezig.

.

  • 3950 jaar terug: Oude paleisperiode start op en rond Kreta. Deze periode duurt tot 1725 VC.

.

  • 3.700 tot 3.500 jaar terug: In India komen de nomaden van het Iraanse plateau aan en installeren er de wortels van het hindoeïsme.

.

  • 3.750 jaar terug: Op Kreta start de nieuwe paleisperiode. Die duurt tot 1380 VC.

.

  • 3.500 jaar terug: Schepen met tinbaren uit Zuid West Engeland vergaan voor de kust van Haifa. Deze archeologische ontdekkingen doen vermoeden dat er een bloeiend handelsnetwerk is tussen Cornwall en de Middellandse zee. De ineenstorting van het Hettitische rijk in het Oosten zou hiermee verband houden.[7]

.

  • 3400 jaar terug: Een aardbeving teistert Knossos en maakt een definitief einde aan de Menoïsche beschaving.


.

.

  • 3.000 jaar terug: Kelten trekken het huidige Frankrijk binnen en vestigen zich. De ijzertijd start er.

.

.

BEELDFRAGMENT OTZI DE IJSMUMMIE

.

.

Wie velde een konijn?Bewerken

.

Ik weet zeker dat ze me kippen leerde slachten of me opdroeg het lijk van het meisje te helpen wassen om me erop te wijzen dat een mens niet eeuwig aan de poort van de eindeloosheid en haar stralende panorama’s kan blijven dralen.

— Terugblik op een kindertijd 1914.

[8]

.

Terug in de tijd

.

Achttien zijn ze. Een aula vol, ergens begin oktober. Het jaartal maakt niet zoveel uit. Onwennig, net als het weer. “Wie in deze klas kan een kip slachten?” “Een konijn vellen?” “Wie zag dode mensen?” “Lijken?” “Kadavers?” “Wie maakte ooit een geboorte mee?” Bij de vragen waarmee hij de les opent, laat hij de studenten handen opsteken. Ze vinden de vragen even fascinerend als schokkend en raken er even het noorden bij kwijt. De eenentwintigste-eeuwse rationele westerling, die ongeveer één derde van zijn leven op schoolbanken plaatsneemt en studeert onder kunstlicht via internet en satellietbeelden op pc-schermen, logische verklaringen gebruikt, sociologische modellen en fysische wetten bestudeert in een globaliserende airco- en netwerkomgeving, heeft weinig benul hoe het leven is in de oude, agrarische samenleving, die drijft op het ritme van dagen en nachten, weken, maanden en seizoenen, een wereld waar de natuurelementen zowel een kans als een bedreiging zijn, een wereld waar de natuurelementen de enige constante zijn.

.

.

Waarom priesters voor krijgers komenBewerken

 
Yuval Noah Harari (1976) is een Israëlisch historicus, filosoof, futuroloog. Tot 2014 was hij een onbekende mediëvist. Drie boeken gaven hem wereldfaam: Sapiens, Homo Deus en 21 lessen voor de 21e eeuw. Zijn boodschap gaat over de samensmelting van biotechnologie en informatietechnologie. De mens kan ingehaald worden door zijn eigen creaties en het valt niet uit te sluiten dat de mens zoals die nu bestaat, binnen een eeuw verdwenen is.

.

De religie is de zucht van de in benauwenis verkerende creatuur, het gemoed van een harteloze wereld, zoals zij de geest van de geestloze toestanden is. Zij is de opium van het volk.

.

♠ LESOPNAME B. WYDOOGHE

.

Tekstfragment uit Sapiens van Yuval Noah Harari[9].

.

 
Vere Gordon Childe (1892-1957) was een Australische filoloog en archeoloog. Zijn visie op de prehistorie is marxistisch georiënteerd. Hij bedacht de term 'Neolithic Revolution' en de 'Urban Revolution'. Childe combineert zijn ontdekkingen en de theorie van de prehistorie.

Het lijkt erop dat de agrarische revolutie samenging met een religieuze revolutie. Jager-verzamelaars plukten en achtervolgden wilde planten en dieren, die beschouwd konden worden als gelijkwaardig aan Homo sapiens. Het feit dat de mens op schapen joeg maakte schapen niet inferieur aan de mens, net zomin als het feit dat tijgers op mensen joegen de mens inferieur maakte aan tijgers. Wezens communiceerden rechtstreeks met elkaar en kwamen met het nodige geven en nemen uit op de regels die golden in hun gedeelde leefgebied. Maar boeren bezaten en manipuleerden planten en dieren en konden zich natuurlijk niet verlagen tot onderhandelingen met hun bezittingen. Het eerste religieuze effect van de agrarische revolutie was dus dat planten en dieren van gelijkwaardige leden van een spirituele Ronde Tafel veranderden in bezit. Dat creëerde echter wel een groot probleem. Boeren wilden misschien de absolute controle over hun schapen, maar ze wisten maar al te goed dat die controle beperkt bleef. Ze konden de schapen opsluiten binnen omheiningen, rammen castreren en selectief te werk gaan bij het fokken van ooien, maar ze konden niet zorgen dat hun beesten gezonde lammeren verwekten en ze konden ook de uitbraak van de dodelijke dierziekten niet tegengaan. Hoe moesten ze de productiviteit van hun kuddes dan waarborgen? Een theorie over de oorsprong van de goden voert aan dat goden er kwamen omdat ze het probleem oplosten. Goden zoals de vruchtbaarheidsgodin, de hemelgod en de medicijn-god traden op de voorgrond toen planten en dieren hun uitdrukkingsvermogen verloren, en de belangrijkste rol van de goden was die van tussenpersoon tussen mensen en de woordeloze planten en dieren. Oude mythologieën vormen in wezen een juridisch contract waarin mensen eeuwige toewijding aan de goden beloofden in ruil voor heerschappij over planten en dieren, waarbij de eerste hoofdstukken van het Genesis (boek) een perfecte illustratie vormen.

.

.

KlimaatsveranderingBewerken

.

De neolithische revolutie, een begrip van Vere Gordon Childe, duidt de overgang van het nomadische naar het sedentaire bestaan aan, waarbij de economie of het overleven zich vooral baseert op landbouw en veeteelt. 11.000 jaar terug dwingt de klimaatsverandering van de (voor)laatste ijstijd één van de vele kudderoofdieren tot aanpassing. Dat dier noemen we nu de mens. De opwarming verandert fauna en flora. De jacht waarbij de mens de wijfjesdieren spaart, is niet langer mogelijk. Integendeel, de overbejaging leidt tot het uitsterven van de Mammoet of het wegtrekken van diersoorten.

De mens reageert op verschillende wijzen.

  • Sommige groepen volgen de Rendieren die noordwaarts trekken. Daar, in Noord-Europa, Azië en Amerika houden ze vast aan die traditionele jacht en visvangst, tot de recente klimaatcrisis hen treft.

.

.

  • Nog andere groepen passen zich aan. De petieterige, snelle prooien in een gematigd en bosrijk klimaat vragen een andere jacht: de mens organiseert zich in kleinere eenheden, verbetert zijn pijl en boog en domesticeert de Wolf_(dier) als voorganger van de hond.

.

Maar de jacht en de pluk volstaat niet langer om te overleven. De menselijke kudde moet op zoek naar andere bestaansmiddelen en andere vormen van samenleven. Nomaden gingen over tot landbouwsamenlevingen. Op lange termijn beschouwd, gebeurde dit vrijwel synchroon. Eerst in Zuidwest-Azië, vervolgens in China en daarna in drie gebieden in Amerika en in het hoogland van Papoea-Nieuw-Guinea. Waarom gebeurde dat onafhankelijk van elkaar? Was het omdat de klimaatsverandering de hele aarde trof?

De opwarming na de laatste ijstijd (het holoceen) zorgt voor meer regenval en de groei van fauna en flora. In gebieden waar tot dan toe weinig begroeiing was geweest, kwam nu begroeiing.

.

.

Overleven?Bewerken

.

Abram de Swaan noemt de zes belangrijkste voorwaarden die het veilig sedentair overleven tot een sociaal gegeven maken en komt hiermee in de buurt van de Piramide van Maslow.[10] Alle mensen hebben nood aan:

.

Harde noden

.

1. Voedsel; waar mensen in de huidige samenleving volledig afhankelijk zijn van onbekende anderen (met lange interdependentie-ketens), is men dat 10.000 jaar geleden veel minder (en met korte ketens).

.

2. Beschutting; het weer dwingt mensen tot kledij en behuizing.

.

3. Bescherming; rovers en roofdieren (ook microben) zorgden ervoor dat er omwallingen en ommuringen kwamen en leidden tot militair agrarische samenlevingen.

.

Zachte noden

Op het eerste zicht lijken zachte noden een bijzaak, ondergeschikt aan de harde noden. Niets is minder waar. Zonder affectie, kennis en sturing gaan de voedselproductie en -verdeling, de beschutting en de bescherming van de dorpsgenoten de mist in.

1. Affectie; is een noodzakelijke voorwaarde om te overleven en kan een zaak van leven of dood zijn. Mensen zien zichzelf door de ogen van anderen. Zonder de ander heeft een mens schaamte noch trots.

.

2. Kennis; wie niet over de kennis over de wereld om hen heen beschikt, is zwaar in het nadeel. Over welke kennis men dient te beschikken, is afhankelijk van samenleving tot samenleving en van tijd tot tijd;

.

3. Sturing; Lichamelijke, natuurlijke neigingen zoals ontlasten, eten, slapen worden onder externe dwang omgevormd tot aanvaardbare gewoonten en zelfdwang.

.

.

Zaaien en oogsten is geen instinctgedragBewerken

.

 
Na de Middeleeuwen krijgt de mens steeds meer grip op de werkelijkheid én ja, het ongrijpbare, de tijd. De "Jubelklok" in de Zimmertoren symboliseert dit met de klok (tijd), de fasen van de maan, de cyclus van Meton, de epacta en de tijdsvereffening, de zodiac, de zonnecyclus en de zondagsletter, de week, de globe, de maanden, de datum, de seizoenen, de getijden en de schijngestalten van de maan.
 
Kalendersteen van de Azteken, Mexico.
 
Het gevecht tussen Carnaval en Vastentijd, Pieter Bruegel de Oude, 1559.

Zo opent de vroeg antieke wereld haar dorpspoorten. Het gehucht plaatst zich midden in de wilde natuur als een landbouwgemeenschap. Waarschijnlijk ontstaan de eerste dorpen in gebieden met wilde granen. Die hebben een vergelijkbare plantdichtheid als de gecultiveerde variant en zijn rijker aan proteïnen. In West-Azië en Europa gaat het om graan, in Afrika is dit sorghum, in Amerika maïs, in Azië rijst.

Jaren met een goede oogst én voedseloverschotten zorgen voor afvalbergen. Oude granen, overschotten van groenten en fruit(pitten) worden in de nabije omgeving gedumpt, zo luidt de redenering. Die afvalhopen vormen een prima biotoop om een jaar later onbedoeld een nieuwe opbrengst te zien opduiken. Duizend jaar later zijn deze planten genetisch gewijzigd. Omstreeks 10.500 jaar geleden zijn niet alleen plantensoorten gedomesticeerd, het verhaal geldt evenzeer voor de dieren: de gecontroleerde kudde maakt plaats voor de veeteelt.

Gewassen verbouwen gebeurt niet instinctmatig. Het is een langzaam leren op het ritme van seizoenen en jaren, en dat in een tijd zonder klok, schrift of jaartelling. Die oude, intuïtieve tijdsbepaling is aanvankelijk niets anders dan zich herhalende ervaringen, gemeten met de zon, de maan en de sterren die uiteindelijk tot een kalender leiden. De kennis behoort toe tot getalenteerde groep met een goed waarnemingsvermogen en enkel hun geheugen als kennisdrager. Die groep groeit uit tot de priesterkaste. In oorsprong zijn hiërarchie en ‘priesterbestuur’ synoniemen. Als centrale figuren interesseren ze zich in het gedrag van planten, dieren én mensen en hoe die het best gedijen. De oogst is afhankelijk van de natuur en nauwelijks te beïnvloeden. De arbeid daarentegen is wel beïnvloedbaar. Presbyters, πρεσβύτερος of presbuteros - het woord komt uit het Grieks - betekent de oudste of ouderling. Die priesters en heksen, sjamanen en druïdes, medicijnmannen en tovenaars zien in dat de mens meer beheersbaar is dan de natuur. Alleen via de beheersing van de mens zijn de de natuurlijke en de menselijke gevaren onder controle te houden. Hun priesterlijke kennis en inzichten focussen zich op ziektes bij planten en dieren, hoe ze te voorkomen of ze te genezen, ze leren periodes van droogte of regen voorspellen, wijzen parasieten en onkruid aan en leggen uit hoe het te verdelgen. Ze instrueren, beïnvloeden en dwingen mensen één en ander te vermijden: de pijnlijke gevolgen van het fout zaaien of het te vroeg oogsten, het slecht bewaren of het fout verdelen.


Tien gebodenBewerken

.

En gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, en zult u niet laten gelusten uws naastens huis, noch zijnen dienstknecht noch zijne dienstmaagd, zijnen os noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.

En dan is er de mens als gevaar: nalatigheid, luiheid, gulzigheid en hebzucht. Hoe zet je iedereen aan het werk? Hoe voorkom je dat de gulzige na de oogst niets overlaat? Collectieve rituelen starten en beëindigen de gulzigheid: een oogstfeest in één van de twee oogstmaanden (augustus of september). De ijsduivels waarschuwen de boer dat de planten die niet vorstbestendig zijn nu dringend van het land moeten. Het feest van Sint-Maarten (de Kortrijkse patroonheilige) komt er op 11 november, als de runderen terug op stal staan en de eerste wijn klaar is. Dit bedelfeest laat de armen toe om van huis tot huis te gaan en een extra graantje mee te pikken. Andere bedelfeesten zijn Sinterklaas en Driekoningen, soms gevolgd door een vastenperiode, de vasten in het voorjaar (als de voorraden bijna op zijn), voorafgegaan door een ander feest: Carnaval. De betekenis gaat terug op het Italiaanse carne levare wat het 'wegnemen van het vlees' betekent. En bij de geboorte van de jonge malse lammeren, na de vasten volgt het paasfeest. De IJsheiligen kondigen begin mei de zaaitijd aan. Het verbod op schaars voedsel (runderen in het Hindoeïsme, varkens in het Jodendom en de islam) kadert in deze context. Godsdienstige rituelen disciplineren planten, dieren én mensen. De offerande vindt zijn oorsprong in het feit dat priesters afhankelijk zijn van de gelovigen. Het offer verdwijnt in hun maag. De priesters zijn in de ogen van de boeren een onproductieve kaste. In onze streken komt die priesterfiguur als druïde ten tonele. Caesars maakt er melding van. In Gallië, zo schrijft hij, zijn alle mannen met enig aanzien ofwel druïde of van adel, of met andere woorden ze zijn priester of krijger. De druïden zijn geleerden die over het ongeschreven gewoonterecht waken. Door het verbod om druïdische kennis neer te schrijven zijn er geen druïdische documenten. Caesar vermeldt dat de Galliërs een geschreven taal hebben maar vergist zich in het alfabet. Dat was niet Grieks maar het Latijns. 'Dé stelling in hun leer,' zegt Caesar, 'is dat de ziel niet sterft en na de dood overgaat in een ander lichaam'.

Het druïdeschap is niet erfelijk, het is vrijgesteld van belastingen en vraagt een lange opleidingstijd die twintig jaar kan duren. Daarna functioneren de druïdes als beschermer van de stam, dat kan diplomatisch (oorlog en vrede, de externe veiligheid) en als politiek (interne veiligheid) raadsheer. Hun raad en voorspellingen baseren ze op kennis over de natuur en de astronomie. Ze fungeren als het geheugen van de clan, houden kalenders bij over gunstige en ongunstige dagen en voeren rituelen in een eikenwoud.

.

Gallische of Keltische tuinen of heidense tuinen van voor de kerstening zijn net als hun geschriften moeilijk te vinden, met de bomen gaat dat iets makkelijker. De oudste evergreens in België zijn doorgaans Keltische eiken of linden. Voor de Romeinse historici uit de eerste eeuw voor Christus zijn 'Kelten' en 'Galli' synoniem. Caesar: 'We noemen hen Galliërs, in hun taal noemen ze zich Kelten.' Voor deze Kelten is de lindeboom een heilig monument dat ze planten in het centrum van hun nederzettingen. De godin Freya huist er. Ze beschermt bron, bezit en bidplaats. Bij de linde spreekt de Vierschaar recht en geliefden duwen duimen in de bast om hun huwelijk te bezegelen. Een lindetak jaagt heksen en geesten op de vlucht. Vaak staat er bij de linde of de eik een jonger Mariakapelletje. De kerstenende monniken krijgen de heidense boomverering in de Middeleeuwen er niet uit, de pas gekerstende bleef knielen voor wortel en tak. Met een kapelletje erbij lijkt het alsof ze Maria vereren.

 
Deze zomereik in het centrum van Liernu zou zevenhonderd jaar oud zijn. De Orde van de Dikke Eik zorgt voor zijn voortbestaan met toga's en wapenschilden. De abt van Liernu bouwde in 1838 in de holle stam een kapel voor de heilige Antonius. De kapel groeit traag dicht en enkel de voeten van Antonius zijn nog zichtbaar. Is de boom even oud als de kerk of is het een overlever uit het 'Kolenwoud' een oerbos dat Julius Caesar beschreef in zijn De Bello Gallico?
Hier en daar kan je ze vinden

.

  • De marktlinde in Westerlo, geplant in 1630 op de fundamenten van de vernielde halle.

.

.

  • De zomerlinde van Maibelle (een gehucht in Florée, op de grens tussen Namen en Luik) is rond 1272 geplant en beschreven door de botanicus Jean Chalon in zijn ''1.134 Arbres Remarquables de la Belgique'' uit 1909 of 1910. 'Ik ben teruggekeerd naar de Linde van Maibelle' schrijft hij. 'Het is niet meer de holle cilinder met een toegangsbres zoals in 1871, maar een muur die evenwijdig loopt met de weg.' De holle binnenkant was berookt. Werden hier gerechten klaargemaakt of was het een werkplek voor voorbijtrekkende ketellappers? Wellicht is de boom er geplant om de grens te markeren na de Guerre de la Vache, een zes jaar durende strijd die 15.000 doden koste omwille van een gestolen koe tussen het graafschap Namen en het prinsbisdom Luik.

.

  • De Linde van Conjoux in een landschap vol kastelen, 400 jaar oud en mogelijks de dikste van België.

.

.

Mythische en magische gedachtenBewerken

.

Het magisch en symbolisch denken staat dialectisch tegenover het rationeel en het empirisch denken; het gaat om een geloof dat de werkelijkheid met bezweringen en rituelen te beheersen is, via een vertrouwen in associaties in plaats van de rede of observatie. De magisch denkende mens ziet een verband tussen een mensengestalte en de vorm van een mandragora. Magie karakteriseert prewetenschappelijke samenlevingen. Godsdiensten, bijgeloof en sektes doen hetzelfde: ze geloven in voodoo, sjamanen of orakels.

.

Taboe

Magie kenmerkt alle samenlevingen van voor de industrialisatie. Tussen magie en 'het' taboe is er een verband. De angst die het taboe opwekt, maakt overtreden (denk aan kindermoord, incest, verkrachting, roof) tot de machtigen der aarde. Toverboeken puilen uit van getaboeëerde ingrediënten: nagels, haar, fragmenten van lijken, vleermuizen, slangen.

Een kwetsbaar en noest bestaanBewerken

 
Stoockt vier, maeckt vier: / Sinte Marten komt hier / Met syne bloote armen / Hij soude hem gheerne warmen? De Duitse kunstschilder Heinrich Hermanns (1862-1942) schilderde dit tafereel bij het Düsseldorfer Rathaus in 1905. In Kortrijk is het bedelfeest van Sint Maarten (Kortrijk is een Sint-Maartensstad) nauwelijks aanwezig.

.

Sociaal-religieus gedrag zoals vlijt, zuinigheid en gemeenschapszin garanderen de voedselproductie, de conservering en de consumptie. De opgedreven graan- en vleesproductie (via domesticatie) resulteren in:

1. een dieetvariatie (zuivel, fruit, groenten). In een eerste fase is er een dieetreductie. Voedselverzamelaars hebben een menukaart met ingrediënten van 150 planten en zes dieren. Boeren doen het met acht planten en twee dieren. De voedingswaarde van graan is lager dan die van fruit, knollen, noten of vlees.

.

2. een textielvariatie (wol, linnen, katoen).

.

3. de ontwikkeling van keramiek (bewaren en koken).

.

4. specialisaties (weven, pottenbakken, boeren, jagen).

.

5. handel (door het zoutarme dieet).

.

6. eigendom zoals land, vee, huis en gerief en de tegenstelling daarvan: armoede. Het contrast tussen de twee noemen we hiërarchie.

.

.

Deze gemeenschappen zijn arbeidsintensiever én kwetsbaarder dan nomadische gemeenschappen. Om te overleven in schaarste, moet het productieniveau de directe behoefte overstijgen. Dit vraagt planning, opslag, bewaring en verdeling, een systeem dus. De voedseltoename heeft een demografisch effect: ze veroorzaakt een bevolkingsstijging en een samenleving die nog kwetsbaarder is dan voorheen, de zogenaamde Malthusiaanse spanning. Gemeenschappen getroffen door een misoogst zoeken hun toevlucht tot bedelarij, plundering, diefstal of banditisme. Dat kan individueel of collectief.

.

HongerBewerken

.

 
In 1798 publiceerde de misantroop Thomas Malthus zijn Essay over het Principe van Bevolking waarin hij de demografische transitie beschrijft en voorspelde dat de bevolkingsgroei de voedseltoelevering zou overtreffen. Hij baseerde zich op het idee dat de bevolking meetkundig stijgt (2 x 2 x 2 x 2) terwijl de voedselproductie rekenkundig (2 + 2 + 2 + 2) groeit in dezelfde tijd. De daling van de hoeveelheid voedsel per persoon leidt steeds weer tot een catastrofe. Volgens Malthus kan zelfbedwang, contraceptie en abortus de catastrofe vermijden.

De Argentijnse journalist Martin Caparros reisde de wereld af op zoek naar de oorzaken en de gevolgen van hongersnoden. Zijn conclusies publiceerde hij in zijn vuistdikke boek 'Honger'. Sommige samenlevingen hebben vandaag te kampen met problemen die sommige nederzettingen zo'n 10.000 geleden overwonnen. Hoe dat komt? Thomas Malthus beschreef dat proces en Caparros actualiseert... Elke dag hebben we honger, drie of vier keer zelfs, maar voor wie er helemaal niets is, is de honger er continu. De beschrijving van Caparros toont dat er de laatste tienduizend jaar, wat dat betreft, weinig veranderde. Zijn historisch inzicht kan veel uit de actualiteit verklaren en omgekeerd. Het boek past wonderwel bij de lessen over de eerste nederzettingen en de vraag wie er nu eerst kwam: de priester of de krijger. Misschien is er één element dat nu niet meer voorkomt bij hongersnoden, ik weet het niet. De gruwelijke en verbijsterende getuigenissen die Caparros aankaart uit de jaren 1030 en 1729 spreken nu in alle geval tot de fantasie. Of zijn we naïef en gebeuren dit soort dingen tot op heden? Het antwoord laat ik in het midden. Op de achterflap van het boek: 'Met zijn weergaloze schrijfstijl maakt hij invoelbaar wat het is om hoger te lijden.' Luister naar de fragmenten die Benedict Wydooghe voorleest. Het kost je een half uurtje.

.

♥ FRAGMENT B. WYDOOGHE LEEST VOOR UIT HONGER VAN MARTIN GAPARROS, DEEL I, 6.30 min.

.

♥ FRAGMENT B. WYDOOGHE LEEST VOOR UIT HONGER VAN MARTIN GAPARROS, DEEL II, 9.00 min.

.

♥ FRAGMENT B. WYDOOGHE LEEST VOOR UIT HONGER VAN MARTIN GAPARROS, DEEL III, 7.20 min.

.

♥ FRAGMENT B. WYDOOGHE LEEST VOOR UIT HONGER VAN MARTIN GAPARROS, DEEL IV, 3.20 min.

.

.

Productieve gemeenschappenBewerken

.

Gemeenschappen die productief zijn, kunnen kinderhuwelijken als legitiem beschouwen om sneller tot een demografisch overschot te komen en aldus krijgers te produceren. Jongens laten huwen als ze vijftien zijn, verkleint de generatiekloof en vergroot de jonge, beïnvloedbare en strijdbare bevolking. Mohammed huwt een meisje van zes en consumeerde het huwelijk toen ze negen was. Hij legitimeerde zodoende de kinderhuwelijken die bij IS en in het huidige Irak en Jemen gebruikelijk zijn.[11] Aanvankelijk, als de eerste sedentaire gemeenschappen ontstaan, valt er niet veel te plunderen en er zijn weinig gemeenschappen. Dat maakt het aannemelijk dat de priesters voor de krijgers komen.[12] Bovendien regelt religie de prille eigendomsverhoudingen. Het tiende gebod van de decaloog inventariseert het vroege bezit en hoe er mee om te gaan: ‘En gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, en zult u niet laten gelusten uws naastens huis, noch zijnen dienstknecht noch zijne dienstmaagd, zijnen os noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.’ De plicht de buren in het oog te houden, helpt hierbij. ‘Geen zedenmeester zo effectief als de mening van de buren’ schrijft een predikant.[13] In die tijd is er weinig plaats voor privacy overdag: mensen leven dicht op elkaar. Privacy behoort toe aan de nacht.

.

.

Angst voor het duister: ‘A good darkie’Bewerken

.

De eerste persoon die ik ontmoet, zal sterven of zijn geld afgeven, want de nachten zijn nu duister; en ik ben vastbesloten dat voordeel te benutten.

Philip Thomas

.

De goede mensen houden van de dag, de slechte van de nacht.

Frans spreekwoord.

.

De hekken en muren dienen vaak vooral een politiek en psychologisch doel. Alleen als ze zwaar worden bewaakt, slagen ze erin om migranten of terroristen te weren. Zo nam het aantal zelfmoordaanslagen in Israël sinds de bouw van de muur op de Westelijke Jordaanoever sterk af, wat volgens de Israëliërs duidt op het succes ervan. Maar veel grensafscheidingen maken het mensen hooguit moeilijk om de andere kant te bereiken. Ze gaan toch. De bestormingen door Afrikanen van de gemiddeld zes meter hoge hekken rond de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Marokko zijn bekend. Vaak slagen ze er toch in om Spaans grondgebied te bereiken, weliswaar met flinke verwondingen. De hekken tussen Botswana en Zimbabwe worden nauwelijks bewaakt en liggen door rondtrekkende kuddes olifanten deels alweer plat. Zijn hekken en muren wél een grote belemmering, dan verleggen mensensmokkelaars simpelweg hun routes. Waarna ook daar de bewaking weer wordt opgeschroefd. Hongarije bouwt nu een vier meter hoge muur aan de grens met Servië. Als dat gat is gedicht, kan het land beginnen aan een muur aan de grens met Roemenië. Eerder trokken Bulgarije en Griekenland hekwerken op langs hun grenzen met Turkije. Zo keren ruim 25 jaar na de val van de Berlijnse Muur, de muren en hekken langzaam weer terug in Europa. Met weinig effect. Het aantal asielaanvragen na illegaal rondreizen in de EU stevent dit jaar af op een record.

Henk van Houtum, Centre for Border Research.[14]

.

.

Spoken zienBewerken

.

In deze agrarische, onzekere en gewelddadige wereld heeft de mens nauwelijks greep op de dingen en is er een radicale scheiding tussen dag en nacht. Heggen, hekken en bomen - natuurlijke oriëntatiepunten - leiden 's nachts een eigen leven. Mensen en meubels zien er anders uit. Honden en wolven lijken op elkaar. Nachtwakers en torenwachters roepen op hun ronde rituele nachtspreuken, een gebruik dat tot op vandaag ritueel doorgaat in de Duitse stad Münster in Noordrijn-Westfalen. Vanop de 75 meter hoge Lambetikirche waakt de Türmerin von Münster over de nachtelijke stadsgemeenschap. Om haar aanwezigheid te benadrukken blaast de torenwachter elk half uur op een koperen hoorn, telkens in andere windrichtingen, behalve naar het oosten, want daar lag het vroegere kerkhof. Doden stoort men niet. Martje Saljé, zo heet de torenwachtster is sinds 2014 de enige permanente torenwachter in Duitsland. Eén keer merkte ze als eerste een brand op. In plaats van het traditionele staccato alarm te blazen, gebruikte ze haar telefoon. Deze nachtelijke traditie is er al sinds 1383 in Münster, na de stadsbranden van 1127, 1197 en 1383. Niet dat elke cultuur nachtangst heeft, Vikingen houden van nachtelijke aanvallen, maar de Westerse afkeer van het donker duurt tot het rationalisme en de Verlichting, de professionele politie en het gaslicht in de 19de eeuw en het elektrisch licht in de 20ste eeuw opduiken.[15] In dit vroege magische en symbolische tijdvak houdt de controle van het centrale gezag op als de schaduwen langer worden en de zon onder de horizon zinkt. Geestelijke en seculiere functionarissen stoppen hun arbeid. Het kerkelijke en statelijke toezicht is in de nachtelijke duisternis buiten werking. Uilen klapwieken als voorbode van de dood over bos en akker, scheren langs stadswallen en door dorpsstegen. Ze krijsen als samenzweerders en jagen muizen en mensen de daver op het lijf. De nacht valt niet, hij overvalt. Hij berooft de reiziger van het zintuig waar hij het meest beroep op doet.

.

 
De Brusselse Hallepoort luidt de avondklok, la cloche, voor de stadspoorten sluiten. Reizigers of vreemdelingen kunnen zich maar beter reppen.
 
Behalve op dinsdag beklimt een van de laatste Europese torenwachters de kerktoren van de Sint-Lambertuskerk om er van negen uur tot middernacht elk half uur op de hoorn te blazen. Let op de drie kooien boven de klok: dat is een verhaal uit de zestiende eeuw, meer bepaald in 1536.

.

OmheiningBewerken

.

Omheinen is een constante in de geschiedenis, maar bij momenten wordt er meer omheind dan op andere. Na 9/11 steeg het omheinen spectaculair - de gedachte dat de wereld een dorp zou worden had afgedaan. Hekken, barrières en de muren verrezen om te beschermen en aanslagen te voorkomen en om migranten te stoppen. Dat was tienduizend jaar geleden niet anders. Met het ontstaan van de vroege, vaste verblijfskernen, verschijnen veldjes en akkers. Om vernieling en vraat te vermijden, vijandig vee en vreemde nomadengroepen voor te zijn, vlecht men er een dichte, stekelige beplanting rond. En zo verschijnt de tuin in de wildernis.

Jericho (Kanaän) is de oudste (teruggevonden) stad ter wereld. Jericho is ouder dan de beschavingen langs de Tigris en de Eufraat, met een ongeschreven geschiedenis die teruggaat tot tienduizend jaar geleden. Dat deze oase een trekpleister was, is duidelijk: Jericho is twintig keer verlaten en heropgebouwd. De eerste huizen waren rond, later rechthoekig en stonden in een wal. Toen de wrede opvolger van Mozes, de krijgszuchtige Jozua en de Israëlieten voor Jericho's muren stonden, deed hun kabaal de stadsmuren instortten, schrijft de bijbel. Wat het boek niet vertelt, is dat de muren toen wellicht drie millennia oud waren en bovenop nog oudere stenen muren stonden... Jozua's verovering van Kanaän begon in Jericho. Hij liet alle inwoners en hun vee ombrengen, wat in strijd was met Mozes' instructie om de jonge maagden te sparen. Wellicht kwam de koning van Jericho levend bij Jozua. Die liet hem aan een boom ophangen tot de avond viel.

Een omheining of een muur hoeft niet van steen te zijn. De in onze contreien veel voorkomende de wilg, de hazelaar en de meidoorn vormen een vlechtbare omheining met twee- of driejarige takken, soepel en buigzaam. Zo'n omheining noemt een tuun of een tuin, in het Duits Zaun of omheining. Fence is dan weer Engels voor hek of omheining, afgeleid van 'defence' of het verdedigen en het beschermen (defensie). Dat kon op diverse wijzen: met greppels en houten structuren, met heuvels of gestapelde keien. Vandaar gaat de naam over op een omwalling, vestingswerken die de ruimtelijke ordening vorm geven. Het tegengestelde van defensie is het offensief (militair) of het verlaten van de stellingen (of). Een schild of een draagbare 'muur' kon dan van pas komen. Het werkwoord 'bevestigen' betekent niet alleen het creëren van een vesting, het duidt vooral op de sociale context die hiermee ontstaat. Bevestigen is het erkennen van iemands identiteit, zijn positie of waardigheid, in tegenstelling tot zij die van buiten komen, de vreemdelingen of 'de buitenlui' zoals Auke van der Woud hen noemt in zijn proefschrift uit 1987 Het lege land. Buitenlui vielen op. Hun kledij, hun spraak, hun bagage of handelswaar... alles verraadde hen. Zelfs hun gebaren en hun houding maakte hen herkenbaar. Tot de industrialisatie begrenst elke stad zich fysiek met een voelbare overgangszone. De tocht van exterieur naar interieur loopt langs de wal, de gracht en de poort. Ze zorgen dat de buitenlui niet onopgemerkt blijven. Hun poortgeld betaald aan de 'poortier' en hun naam in het register bij overnachting in een herberg zorgen ervoor dat ze buiten de gaststad staan, ook al zijn ze binnen. De stad vormde een entiteit en een symbolisch bewustzijn.[16]The Young Farmer's Manual van S. Edwards Todd uit 1860 geeft de Amerikaanse kolonisten, zes jaar voor de burgeroorlog en een ruim decennium voor de geboorte van de prikkeldraad raad. 'Het maakt niet uit waar de boerderij zich bevindt, het maakt niet uit wat ze teelt: de eerste, tweede en laatste zorg voor de dagelijkse bedrijfsbezigheden is afrastering, afrastering en nog eens afrastering.'[17] Het deed hen experimenteren met doornen heggen zoals de oranjeappel. Er verschenen advertenties die de plant prezen als 'horse high', 'bull strong' en zo nesteldicht dat geen varken er door drong. De nadelen bleven gecamoufleerd: de trage groeitijd, de waterzucht en haar asielfunctie voor insecten, ongedierte en onkruid. Jacob Haish (1826-1926) uit Duitsland emigreerde naar de V.S. toen hij zes was en zou zich toeleggen op omheiningen, eerst als zadenverkoper van de oranjeappel, later als mede-uitvinder van de prikkeldraad. Hij wist hoe belangrijk afsluitingen waren voor de boeren op de prairie. Het is zoals de journalist Dick Wittenberg, de auteur van 'Prikkeldraad' zegt: dat kon alleen maar in de V.S. worden uitgevonden.

 
Dubbele ha-ha in Suffolk, VK

Een merkwaardige esthetische 'muur'-constructie is de ha-ha die in de achttiende eeuw (dus vóór de introductie van afrasteringen) in de Engelse tuin . In dit soort romantische tuinen willen aristocraten wel schapen zien, maar dan enkel in de verte. Hun keutels willen ze op afstand houden. De ha-ha is een constructie die dit toelaat zonder dat er een omheining te zien is. Het gaat om een muur of omheining die verborgen is in een droge gracht. Ook als militaire constructie is de ha-ha bekend.

 
Enkelvoudige ha-ha: 1 op een helling; 2 vlak terrein. De kijker staat telkens links. Richard Sennett: 'De Engelse tuinontwerpers zagen geen conflict tussen het natuurlijke en het kunstmatige, en het kunstmatige hoefde niet meer te zijn dan een doorzichtige truc. Schaapjes graasden bijvoorbeeld in de verte, maar toch kwamen ze nooit dichtbij genoeg om het pad met uitwerpselen te besmeuren. De schaapjes werden met ha-ha's op afstand gehouden: onzichtbare greppels die dienden als omheining.

.

.

 
Kerktorens hebben door hun beschutting en hun uitzicht ook een militaire functie. De 13e-eeuwse luidklok van de kluiskerk te Warfhuizen, een van de oudste van Nederland, waarschuwde de bevolking voor onraad. De klok was de stem van het haantje op de toren (kippen en ganzen helpen vanouds een bij de bewaking van het erf). Klokken zijn kostbare symbolen, gegoten door klokkengieters, die in tijden van oorlog de klokken konden omsmelten en er kanonnen van maken.
 
De Spaanse stad Ávila is sinds 1090 omringd door een stadsmuur van twee en een halve kilometer.
 
Dichter bij huis vind je de stad Binche, sinds de veertiende eeuw omringd door deze muur.
Historische hekken en muren weren van mensen

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

. .

Minder bekend zijn

.

  • het hekwerk tussen Turkije en Griekenland;

.

  • het hekwerk tussen Oezbekistan en Turkmenistan;

.

  • het hekwerk tussen Botswana en Zimbabwe;

.

  • het hekwerk tussen India en Birma;

.

  • het hekwerk tussen Maleisië en Brunei...

.

.

AvondklokBewerken

.

De avondklok of een luide bel kondigt het sluiten van de poorten of het barricaderen van de straten aan. Het woord 'clochard' kent er zijn oorsprong: wie geen onderdak vindt. Grendels en sloten schuiven dicht. Kaarsen flakkeren en spetteren, roken en stinken in kleine halfduistere binnenkamers en worden gedoofd. Immers, Brand ligt op de loer en wapens binnen handbereik. Met een couvrefeu, een bolle aardewerken pot dekt men de vuren af. Voor de biddende en slapende massa begint de kwelling. De onvermijdelijke angst is een overlevingsstrijd: de boer biedt het hoofd aan dieven, soldaten en bestrijdt het onbekende met hardhandig en verbaal geweld. Wapendracht (messen, spiesen, bogen, zwaarden), vreemdelingenhaat (of is het dorpspatriottisme?) en schunnig taalgebruik, magie en toverij maken deel uit van het dagelijks leven als water en brood, de vuiligheid en de stank. Voor spoken, heksen en demonen, voor indringers, dieven en struikrovers, voor plunderaars, kinderlokkers en moordenaars begint ‘a good darkie’, de ideale nacht om te roven, te bezweren en te stelen, om de sabbat te vieren of te moorden. In deze magische, agrarische, onzekere, gewelddadige en symbolische wereld heeft de mens nauwelijks greep op de dingen en zeker niet op 'de tijd'. Tot diep in de middeleeuwen is er geen klok die de tijd ‘minutieus’ indeelt, er is enkel het gebed: de metten rond middernacht, het lof om drie uur 's morgens, de metten bij het ochtendgloren, de vespers om zes uur ’s avonds en de completen tegen bedtijd. Het zijn de “getijden des daags” zoals de mediëvist Johan Huizinga het in zijn ‘Herfsttij der middeleeuwen’ uitdrukt. De zes weekdagen en een rustdag structureren het scheppingsverhaal en verklaren de weekcycli. Achter die indeling steekt ervaring en observatie van geleerde enkelingen waarvan de ongeschoolde de herkomst nauwelijks kent. De tijdsmeting en de geschiedenis baseren zich op de cyclus. Zon en sterren zijn de wijzers op het uurwerk van de natuur, ze wijzen naar kerkelijke sacramenten, jaarfeesten of heiligendagen. Daardoor heeft de middeleeuwse geschiedenis een praktische component. De geschiedenisstudie beperkt zich tot de lezende en schrijvende elite: adel, geestelijkheid en niet te vergeten de tovenaars of tovenaressen (het begrip heks is van latere oorsprong). Zij verzamelen kennis en beslissen op basis van hun ervaring en hun inzichten (die alleen bij te houden zijn door het geschreven woord) wanneer boeren bijvoorbeeld mogen zaaien of oogsten.

.

.

Kijken

.

.

EXAMENBewerken

.

A-vragenBewerken

.

Leg uit, wie of wat zijn: (S&V).Homo erectus, Homo sapiens, Lucy in the Sky with Diamonds, Lucy, Neanderthaler, Neolitische revolutie, Pleistoceen, Prometheus, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, The Beatles, vuurdomesticatie, Vruchtbare sikkel, A good darkie, angst, avondklok, Berlijnse muur, Chinese muur, clochard, decaloog, domesticatie, Gazastrook, grens tussen Mexico en de Verenigde Staten, jager-verzamelaar, klimaatsverandering, muur van Hadrianus, neolitische revolutie, Oetzi, piramide van Maslow, tijdsmeting, wilde granen, Martin Caparros, Thomas Maltus, kalender, Jonathan Swift, ijsduivels, ijsheiligen, gulzigheid.

.

.

B-vragenBewerken

.

  • (S&V).Hoe onderscheiden mensachtigen zich van de mensaap?

.

  • (S&V).Rangschik chronologisch en vertel wat je weet over: Oetzi, pijl en boog, de vuurdomesticatie, Lucy, Homo erectus, Neolithische revolutie.

.

  • (S&V).Leg uit. De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis.

.

  • (S&V).Leg uit: Abram de Swaan noemt zes belangrijke voorwaarden die het veilig sedentair overleven tot een sociaal gegeven maken en komt hiermee in de buurt van de Piramide van Maslow.

.

  • (S&V).Leg uit: Wat is het belang van klokken en kalenders? Wat weet je over de Zimmertoren of de Kalendersteen van de Azteken?

.

  • (S&V).Leg uit: Hoe paradoxaal ook, de toenemende beheersing van vuur en technologie, de beheersing van planten- en dierenwereld, verhoogt de menselijke afhankelijkheid en kwetsbaarheid.

.

  • (S&V).Leg uit: Gewassen verbouwen (zaaien en oogsten) gebeurt niet instinctmatig. Betrek deze woorden in je antwoord: seizoenen, zon, priester, kalender, het schrift, hiërarchie, oogst, gulzigheid, rituelen , vasten.

.

  • (S&V).Leg uit: Tienduizend jaar geleden resulteert sociaal-religieus gedrag in voedselproductie, conservering en consumptie.

.

  • (S&V).Leg uit: De misantroop Thomas Robert Malthus beweert in 1798 dat bevolkingsgroei de voedseltoelevering zou overtreffen. Hij baseerde zich op het idee dat de bevolking meetkundig stijgt terwijl de voedselproductie rekenkundig groeit.

.

  • (S&V).Plaats in chronologische volgorde en leg uit: 1. Begin van het Pleistoceen. 2. Berlijnse muur. 3. Domesticatie van het paard. 4. Muur van Hadrianus. 5. Ötzi. 6. Noordwest-Europa sedenteert, net als in Limburg. De Neolithische revolutie voltrekt zich er snel.

.

  • (S&V).Plaats in chronologische volgorde en leg uit: 1. Eerste stadstaten: Ur en Uruk. 2. In het Middellandse Zeegebied, Griekenland en de Balkan begint de sedentatie. 3. Spijkerschrift. 4. Uitvinding van het Wiel. 5. Geboorte van Christus. 6. De muur van Hadrianus.


.

.

C-vragenBewerken

.

  • (S&V).Leg uit: De vuurdomesticatie kent een lange voorgeschiedenis. En wat zijn de gevolgen van die vuurdomesticatie?

.

  • (S&V).Periodiseer en karakteriseer de neolitische revolutie. Met ander woorden: wat zijn de voornaamste kenmerken van deze overgangsperiode. Welke problemen kent de jager-verzamelaar en hoe lost hij die op? Welke problemen kent de sedentaire mens? Wat zijn z'n de belangrijkste uitdagingen?

.

  • (S&V).Wie was er eerst? De priester of de krijger?

.

  • (S&V).Het aantal ontwikkelingen en uitvindingen in de aanloop naar het Neoliticum is indrukwekkend. Wat ging aan de sedentatie van de mens vooraf?

.

  • (S&V).Wat is het verschil tussen Evolutie en Revolutie? Illustreer met voorbeelden.

.

  • (S&V).Wat weet je over de eerste potten en kommen, manden en vlechtwerk. Wat is hun betekenis?

.

  • (S&V).Verduidelijk: De mens reageert op verschillende wijzen op de klimaat wijziging van 10.000 jaar geleden.

.

  • (S&V).Waarom zijn sedentaire gemeenschappen arbeidsintensiever én kwetsbaarder dan nomadische gemeenschappen? Welke verschillen zie je tussen beide?

.

  • (S&V).Wat is de vroege betekenis van carnaval, de vastentijd, het oogstfeest, het verbod op gulzigheid, Pasen, ijsheiligen, het bedelfeest van Drie Koningen en het bedelfeest van Sint-Maarten?

.

.

BIBLIOGRAFIE & REFERENTIESBewerken

  1. DESMOND MORRIS, vertaald door Thomas Nicolaas. De naakte aap. A.W. Bruna & Zoon, Antwerpen, 1968, p. 9.
  2. SENNE STARCKX. Er was snel weer leven na de dino-apocalyps. Zoogdieren kregen vrij spel na meteorietinslag. In: De Standaard, 28.10.2019, p. D8 & D9.
  3. J. GOUDSBLOM. Het regime van de tijd. Meulenhof, Amsterdam, 1997, p. 58.
  4. HAN VAN RULER. Descartes anno 2010: sjablonen, thema's & toekomst. In: De Bibliotheek Descartes, band I. Boom, Amsterdam, 2010, p. 9-54.
  5. SENNE STARCKX. Opzij hond, kat en paard: de mens was de eerste die werd getemd. In: De Standaard, 6.12.2019, p. D4.
  6. SENNE STARCKX. Bron van brons lag bij ons. In: De Standaard, 17.09.2019, p. D9.
  7. SENNE STARCKX. Bron van brons lag bij ons. In: De Standaard, 17.09.2019, p. D9.
  8. ERWIN MORTIER. Godenslaap. De Bezig Bij, Amsterdam, 2009, p. 212.
  9. (Sapiens, p. 228)
  10. Abram de Swaan. De mensenmaatschappij, een inleiding. Bert Bakker, Amsterdam, 1996, p. 13-24.
  11. HIRSI ALI A. Ketters. Pleidooi voor een hervorming van de Islam, Augustus, Antwerpen, 2015, p. 97 & 114.
  12. JOOP GOUDSBLOM. Het regime van de tijd. Meulenhoff, Amsterdam, 1997.
  13. JOOP GOUDSBLOM. Het regime van de tijd. Meulenhoff, Amsterdam, 1997, p. 187.
  14. Tekstfragment uit De comeback van de muur van Henk van Houtum, in: De Standaard, donderdag 20 augustus 2015, p. 21. Henricus Jacobus (Henk) van Houtum (1969) is een Nederlands econoom en deskundige in de politieke geografie.
  15. EKIRCH R. Nacht en ontij. Een geschiedenis van het duister. De Bezige Bij, Amsterdam, 2006.
  16. AUKE VAN DER WOUT. Het lege land. De ruimtelijke orde van Nederland 1798-1848, Contact, Antwerpen, 1987, p. 308-309.
  17. DICK WITTENBERG. Prikkeldraad. Een geschiedenis van goed en kwaad, Atlas Contact, Antwerpen, 2015, p. 46-47, 52-53.