Hoofdmenu openen

Orang-oetans

geslacht uit de onderfamilie Ponginae

SoortenBewerken

Het geslacht telt drie soorten: de Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) , de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii) en de pas in 2017 beschreven Pongo tapanuliensis. De twee eerstgenoemde werden tot het begin van de 21e eeuw als ondersoorten van dezelfde soort beschouwd.[2] Op basis van onderzoek aan het DNA wordt nu verondersteld dat die beide soorten zo'n 400.000 jaar geleden uiteengingen.[3]

KenmerkenBewerken

Deze mensapen hebben lange armen en roodbruin haar. Volwassen mannetjes hebben wangplaten die groter worden naarmate ze ouder worden.

LeefwijzeBewerken

Orang-oetans klimmen van alle mensapen het meest in bomen. Ze zwemmen niet, maar sommige Borneose orang-oetans waden soms wel. Het voedsel van de orang-oetan bestaat voornamelijk uit vruchten, boomschors en insecten, vooral mieren.[4][5] Ze zijn erg intelligent.

NestBewerken

Orang-oetans maken elke dag een nieuw nest om te slapen, waarbij ze blijk tonen van een goed bouwkundig inzicht. Dit moet ook wel aangezien mannetjes wel 80 kg kunnen wegen en het nest zich op een hoogte van 30 m kan bevinden. Een nest wordt in amper vijf à zes minuten gebouwd. Bij het zoeken naar geschikt bouwmateriaal kiezen ze doelbewust voor verschillende soorten takken: dikke takken voor stevigheid, dunne takken voor veerkracht en takken met bladeren voor de zachtheid. Zo bleek het nest in het centrum buigzamer dan aan de randen, wat het nest extra comfortabel en veilig maakt.[6][7]

VerspreidingBewerken

Dit geslacht komt voor op Borneo en Sumatra. De Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) leeft op Borneo en de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii) en Tapanuliorang-oetan (Pongo tapanuliensis) leven (gescheiden) op Sumatra.

BedreigingBewerken

De leefomgeving van de orang-oetans is de afgelopen jaren sterk afgenomen door ontbossing en houtkap, mijnbouw en bosbranden. Ook worden illegaal jonge orang-oetans gevangen om als huisdier te worden verkocht. Meestal schieten de jagers de moeder dood om het jong te kunnen vangen. De Borneose orang-oetan is daardoor bedreigd en de Sumatraanse orang-oetan is met uitsterven bedreigd.[8][9] Van de derde soort, de Tapanuli-orang-oetan, werd in 2017 vastgesteld dat er ongeveer 800 individuen leven in het Tapanuli-gebied.[10]

Een belangrijke woordvoerder van de strijd voor het behoud van deze primaat is Willie Smits. Een vooraanstaande wetenschapper die zich bezighoudt met de studie ervan is Biruté Mary Galdikas.

NaamgevingBewerken

De naam orang-oetan is afkomstig van het Maleise Orang Hutan, dat bosmens betekent. De naam wordt buiten Indonesië wel afgekort tot orang, een woord dat in Indonesië gewoon mens betekent.

OpvangcentraBewerken

In Indonesië zijn er vier opvangcentra op Kalimantan (het Indonesische gedeelte van Borneo) en is er één opvangcentrum op Sumatra. Op Kalimantan zijn deze in Nationaal Park Tanjung Puting, Nationaal Park Sabangau, Kutai en Gunung Palung National Park. Op Sumatra is het opvangcentrum in het Nationaal Park Gunung Leuser.

In Maleisië zijn drie opvangcentra te vinden op het Maleisische gedeelte van Borneo: Semenggoh en Matang (beiden in Sarawak), en Sepilok in Sabah.

TaxonomieBewerken

Indeling van de mensapenBewerken

Externe linkBewerken