Holenbeer

soort uit het geslacht Ursus

De holenbeer (Ursus spelaeus)[1] was een grote berensoort die leefde tijdens het Pleistoceen. Hij kwam voor in grote delen van Europa, van het zuiden van Engeland tot in de Kaukasus. De mannelijke exemplaren konden tot 3,5 meter hoog zijn wanneer ze op hun achterpoten stonden en tot rond 600 kilo wegen. Dit is ongeveer drie keer het gewicht van een doorsnee Europese bruine beer en even zwaar als de grootste hedendaagse beren, er waren ook exemplaren van 1000 kilo. De holenbeer en de bruine verschilden niet alleen in grootte, maar weken ook in andere opzichten van elkaar af. Zo werd de holenbeer onder meer gekenmerkt door een minder geprononceerde snuit en een lager voorhoofd. Zijn voorpoten waren langer en sterker dan zijn achterpoten. De holenbeer at hoofdzakelijk plantaardig voedsel.

Holenbeer
Status: Uitgestorven (± 8000 v.Chr.)
Reconstructie
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Carnivora (Roofdieren)
Familie:Ursidae (Beren)
Geslacht:Ursus
Soort
Ursus spelaeus
Rosenmüller, 1794
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Holenbeer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Resten zijn aangetroffen in samenhang met vroeg menselijke bewoning, onder meer in de Hermannshöhle in Duitsland. Ook in Nederland zijn fossiele resten gevonden.[2] Op het eiland Groot-Ljachovski in Siberië is in 2020 het in bevroren toestand zijnde zo goed als intacte karkas van een holenbeer gevonden. Deze beer leefde naar schatting tussen de 22.000 en 39.500 jaar geleden. Het dier had al zijn organen nog, ook zijn huid en zijn snuit. Eerder zijn van deze soort slechts botten gevonden.[3]

In populaire cultuurBewerken

In Jean Marie Auels roman De stam van de holenbeer is de holenbeer ('Ursus' genoemd) de oppergod van de neanderthalers, omdat hij de mensen heeft geleerd om in grotten te wonen. Het gegeven dat de beer bij mensen in een grot leefde is in het boek opgenomen.