Sorghum

soort uit het geslacht Sorgo

Sorghum is een graansoort geleverd door Grote sorgo (Sorghum bicolor, in de Heukels: Kafferkoren). Het graan wordt vooral als "sorghum" (de Engelse handelsnaam) verhandeld. De verouderde naam "kafferkoren" is afgeleid van kaffer, een scheldnaam voor een lid van de Bantoevolken in Zuid-Afrika.

Sorghum
Sorghum
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Clade:Commeliniden
Orde:Poales
Familie:Poaceae (Grassenfamilie)
Onderfamilie:Panicoideae
Geslachtengroep:Andropogoneae
Geslacht:Sorghum
Soort
Sorghum bicolor
(L.) Moench (1794)
Plant
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sorghum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Alternatieve benamingen zijn grote gierst en guinees koren in West-Afrika; dura in Soedan, mtama in Oost-Afrika, jowar in India en kaoliang in China.[1]

GeschiedenisBewerken

Toussaint-Samat[2] vermeldt sorghum op de archeologische vindplaats Banpo in Noord-China, gedateerd rond 4500 v.Chr.

Sorghum bicolor werd rond 3000 v.Chr. gedomesticeerd in Ethiopië en heeft zich van daaruit verspreid over heel Afrika. Ongeveer 2000 v.Chr. werd sorghum ook verbouwd in Centraal-India.

Er bestaan documenten die het verbouwen van sorghum vermelden in het Assyrische Rijk rond 700 v.Chr. Rond 200 v.Chr. wordt het verspreid over Oost-Afrika vanuit Ethiopië. Ook in de loop van het eerste millennium v.Chr. werd sorghum van Oost-Afrika naar Indië uitgevoerd via Zuid-Arabië.[3]

In Egypte werd ze als cultuurplant belangrijk vanaf de vroeg-islamitische tijd.

Waarschijnlijk raakte de plant in Europa vanuit Azië. In de Europese botanische literatuur duikt de eerste vermelding in 1542 op met de Indische naam Sorghi. De oversteek naar Amerika, te beginnen met het Caraïbische gebied, werd begin 17de eeuw gemaakt als onderdeel van de trans-Atlantische driehoekshandel met de bedoeling suiker te produceren.[3] Ook nu nog zijn de Verenigde Staten de grootste producent ter wereld, voornamelijk om mais te vervangen als veevoer.

GebruikBewerken

De plant is droogte-tolerant en is vooral belangrijk voor semi-aride (droge) gebieden. Het "zaad" (botanisch gezien graanvruchten) wordt gebruikt als voedsel, veevoer en voor de productie van alcoholische dranken (Kafirbier). Het is een belangrijk voedselgewas in Afrika, Centraal-Amerika en Zuid-Azië en staat op de vijfde plaats van de verbouwde granen.

Sorghum wordt vooral gekweekt door zelfvoorzienende boeren in steppegebieden van Afrika en Azië. De financiële opbrengst van eventuele overschotten lijdt onder schommelende marktprijzen.[1]

Sinds de jaren 1970 wordt het gebruik van sorghum als bron van bio-energie onderzocht. Het gaat hier om een aantal variëteiten met de verzamelnaam zoete sorgo waarvan het sap 16-18% fermenteerbare suikers bevat, die door gisting rechtstreeks in ethanol kunnen worden omgezet. De belangrijkste technische hinderpalen zijn de korte oogsttijd en de relatief snelle degradatie tijdens de opslag. De aanwezigheid van reducerende suikers en invertsuiker maakt het sap minder geschikt voor de productie van tafelsuiker of van jaggery. Uit het sap wordt ongeveer 9% alcohol gehaald.[4]

Botanische beschrijvingBewerken

Sorghum bicolor is een eenjarig gewas dat afhankelijk van het ras 0,6–5 m hoog kan worden. De stengel kan van vijf tot meer dan dertig mm dik worden. De bladeren lijken op die van mais maar zijn korter en breder. De bladeren zijn glad en met een waslaag bedekt. De pluim is gewoonlijk compact bij de graansorghums en meer open bij de voedertypen. Aan een pluim kunnen tot 6000 aartjes zitten. Bij sommige typen worden de kafjes door dorsen verwijderd, maar bij andere moeten de korrels zoals bij haver gepeld worden. Ook is er verschil in uitstoeling (vorming van zijscheuten) tussen de verschillende typen. De graanvruchten kunnen wit, geel, rood of bruin van kleur zijn. In 1 gram graansorghum zitten 25 tot 62 zaden en bij grassorghum 120 tot 159. De zaden zijn vrij rijk aan vitamine B.

VoedingswaardeBewerken

 
Verpakte sorghum

Sorghum heeft een hogere voedingswaarde dan andere zetmeelrijke granen zoals rijst en tarwe. Het bevat 4,4-21,1% proteïnen, 2,1-7,6% vet, 1,0-3,4% vezel, 57,0-80,6% koolhydraten waarvan 55,6-75,2% zetmeel, 11–586 mg/100 g calcium, 167–751 mg/100 g fosfor en 0,9–20 mg/100g ijzer. Daarnaast heeft het een hoog gehalte aan polyfenolen, tot 6% (massa) afhankelijk van de variëteit. Sorghum is glutenvrij.[5]

GeneticaBewerken

Het geslacht sorgo is taxonomisch en genetisch nauw verwant met maïs, ondanks het feit dat sorgo van Afrikaanse oorsprong is, en maïs Amerikaans. Ze behoren allebei tot de onderfamilie der Andropogoneae. Beiden zijn diploïde met 10 chromosomen; sorgo heeft echter een betrekkelijk klein genoom met ongeveer 730 miljoen basenparen, terwijl maïs er ongeveer 2300 miljoen heeft.

De soort Sorghum bicolor heeft verschillende ondersoorten, maar alle gekweekte sorgo behoort tot de ondersoort bicolor. Zelfs tussen gekweekte sorgos bestaat een zeer grote genetische verscheidenheid, waarbij genen vrijuit circuleren tussen de gekweekte sort en zijn wilde verwanten. Een eenvoudige classificatie van gekweekte sorgo onderscheidt 5 morfologisch verschillende rassen: bicolor, kafir, caudatum, durra en guinea; ze hebben hun type behouden door etnologische isolatie. Kafir, caudatum en durra verschillen onderling door ongeveer 2,8 miljoen enkel-nucleotide-polymorfismen en 0,27 miljoen toevoegingen of verwijderingen. Er bestaan ook 10 stabiele hybride rassen, zoals guinea-caudatum.[6]

Bij het veredelen van voedingsgewassen is een van de technische problemen het verkrijgen van een homozygotische populatie van een nieuwe hybride met een gewenste eigenschap. Traditioneel vereist dit een relatief langzaam en duur proces middels vele generaties van zelfbestuiving. Een moderne techniek is het gebruik van verdubbelde haploïdie: door brede kruising of door in vitro technieken worden een beperkt aantal haploïde exemplaren geproduceerd, waarna met chemische middelen de mitose wordt afgeremd om het aantal chromosomen te verdubbelen. Het resultaat is een exemplaar waarvan de chromosomenparen genetisch identiek zijn. De bruikbaarheid van deze techniek voor maïs was al sinds de jaren 1950 bewezen, maar pas in 2019 slaagden onderzoekers van de landbouwdivisie van DowDuPont erin, twee lijnen van sorghum te isoleren, die 1-2% haploïden geven.[7]

Cultivars in het geslacht SorghumBewerken

Voor zover Sorghum-soorten commercieel gebruikt worden zijn ze in te delen in vier groepen:

  • graansorghums (waaronder sorghum bicolor) worden gebruikt als een soort rijst of gemalen tot meel.
  • grassorghums voor beweiding en hooiwinning
  • zoete sorghums ("Guinea corn") voor de productie van siropen en suiker. Zoete sorghum kan tot 10% suiker bevatten.
  • bezemsorghums voor de productie van bezems en borstels.

Sorghum bevat vooral in het vegetatieve stadium naast blauwzuur ook het alkaloïde hordenine. In hooi en kuilvoer komt geen blauwzuur meer voor.

Graansorghum brengt 200–6000 kg/ha op. Grassorghum kan 40-70 ton verse massa per ha opbrengen.

Wereldwijde productieBewerken

Topproducenten van sorghum 2018[8]
Land Productie (ton)
  Verenigde Staten 9.271.070
  Nigeria 6.862.343
  Soedan 4.953.000
  Ethiopië 4.932.408
  India 4.800.000
  Mexico 4.531.097
  Brazilië 2.272.939
  China 2.192.032
  Niger 2.100.190
  Burkina Faso 1.929.834
  Argentinië 1.563.445
  Mali 1.469.688
  Kameroen 1.416.116
  Australië 1.257.219
  Bolivia 1.023.314

De jaarproductie van de Europese Unie bedroeg in 2020 naar schatting 1.236.000 ton op een areaal van 234.960 ha, wat overeenkomt met een opbrengst van 5,26 t/ha. België en Nederland rapporteerden geen productie.[9]

Externe linkBewerken

  Wikispecies heeft een pagina over Sorghum bicolor.
  Zie de categorie Sorghum bicolor van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.