Long covid

Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Long covid is een verzameling van symptomen die bij tien tot twintig procent van de COVID-19-patiënten langer dan een maand en bij iets meer dan twee procent langer dan drie maanden aanhouden. Het ziektebeeld is nieuw en wetenschappelijk nog niet goed begrepen.[1] Actueel onderzoek, uitgevoerd sinds de tweede helft van 2020, richt zich op het in kaart brengen van de verschijnselen, het onderzoeken van mogelijke oorzaken en van therapiemogelijkheden. De naam van het syndroom is spontaan ontstaan en mogelijk nog niet definitief.[2]

NaamgevingBewerken

Er zijn meerdere informele namen ontstaan voor het syndroom: long-haul covid (langdurige covid), chronisch covidsyndroom (CCS) of post-acute sequelae of SARS-CoV-2 infection (PASC).

In oktober 2021 publiceerde de WHO de Delphiconsensus van meer dan 200 wetenschappers en voerde daarbij de naam post COVID-19 condition in. De studie vatte een groot deel van de long covid symptomen in groepen samen om een eenduidige omgang daarmee in de klinische praktijk en in wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken.[3]

SymptomenBewerken

Het syndroom is nog niet zuiver begrensd of eenduidig vast te stellen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het chronischevermoeidheidssyndroom waarmee het een zekere gelijkenis vertoont. De volgende verschijnselen treden op bij de patiënten: extreme vermoeidheid (fatigue), hoofdpijn, kortademigheid, benauwdheid, verlies van reukvermogen (anosmie), spierzwakte, lage koorts, cognitieve problemen. Niet alle symptomen komen bij elke patiënt voor en in de loop van de tijd kunnen symptomen elkaar afwisselen en van intensiteit veranderen.

Daarnaast melden patiënten ook: langdurig hoesten, geheugenproblemen, slaapproblemen, gewrichtspijnen, diarree en overgeven, keelpijn en slikproblemen, nieuwe diabetes en hoge bloeddruk, huiduitslag en pijn op de borst. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen zelden last hebben van long covid en ze vrijwel allen na dag 56 lijken te zijn hersteld.[4]

RisicofactorenBewerken

De klachten schijnen eerder voor te komen bij patiënten die in de eerste week van hun SARS-CoV-2-infectie meer dan vijf ziektesymptomen hadden, bijvoorbeeld zowel hoesten als moeheid als diarree als hoofdpijn en verlies van reukvermogen en eerder bij patiënten boven de 50, bij jongere patiënten eerder bij vrouwen, bij overgewicht en bij astma.[5] Bij patiënten die lang op de intensive care lagen, duurt het herstel ook bij andere ziektes veelal lang. Bijzonder aan long covid is dat een deel van de patiënten niet een opvallend zware infectie doormaakte.

Vaccinatie vermindert de kans op een symptomatische verlopende infectie. Daarnaast verkleint de vaccinatie, voor gevaccineerden die toch ziek worden, de kans op long covid met de helft.[6]

StudiesBewerken

Verschillende studies vonden langetermijneffecten van de infectie aan verschillende organen zoals de nieren, lever, darmen en het zenuwstelsel. Symptomen zoals een verminderde functie van longen en hart en een lage lichamelijke belastbaarheid worden veel gezien.[7] De Lancet publiceerde begin 2021 een cohort-onderzoek bij patiënten uit Wuhan waaruit bleek dat 63% van hen leden aan fatigue en/of spierzwakte en 26% aan slaapstoornissen. Bij de patiënten die ernstiger ziek waren geweest, zag men de meeste longproblemen.[8] Een Zwitsers onderzoek bij een steekproef van ruim 400 COVID-19-patiënten[9] beschrijft, dat na zes maanden nog 26% zich niet als vanouds voelt. Onder patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen is 39% niet volledig hersteld, net als 23% van de patiënten die de ziekte thuis doormaakten. Iets meer dan de helft heeft nog steeds fatigue, een kwart depressieve en/of angstklachten. Een kwart had minstens lichte ademhalingsproblemen.[10] Onderzoekers vonden significante verschillen in de eigenschappen van bloedcellen; in de stijfheid van lymphocyten en de grootte van monocyten en neutrofielen.[11]

Onderzoek naar behandelingsmogelijkhedenBewerken

Onderdrukking auto-immuunreactieBewerken

Aan de Universiteit van Erlangen werden twee diagnostische veranderingen bij long-covid-patiënten vastgesteld. Enerzijds werd microscopisch vastgesteld, dat de bloedcellen deels stijver lijken te zijn en anderzijds dat de doorbloeding in de haarvaten van het oog verstoord is. Daaruit ontstond de hypothese dat ook elders in het lichaam de doorbloeding gestoord zal zijn. In het bloed van patiënten werden auto-immuun-antilichamen gevonden tegen de beta-1 adrenergic receptor1 AAb uit de groep van G-proteïnegekoppelde receptoren) die onder meer een rol speelt bij het functioneren van hartspiercellen. Enkele patiënten werden behandeld met het aptameer BC-007, dat al eerder experimenteel werd ingezet bij hartpatienten[12], en verbeterden aanmerkelijk. Deze stof neutraliseert de auto-immuun-antilichamen.

Sinds herfst 2021 wordt met subsidie van de Duitse overheid verder onderzoek gedaan in de vorm van een klinische fase 2a-studie waarbij onder meer naar (bij)werkingen gekeken wordt.[13]

Externe linksBewerken

  • (en) [1] The lasting misery of coronavirus long-haulers, Nature News
  • (en) [2] COVID-19 (coronavirus): Long-term effects, Mayo Clinic