Endemie (geneeskunde)

geneeskunde

Bij infectieziekten noemt men een ziekte endemisch wanneer een ziekte blijft voorkomen in een bepaald gebied zonder dat de patiënten de ziekte elders hebben opgelopen. Bij endemische ziekten is het aantal besmettingen relatief constant: het aantal nieuwe besmettingen wordt gecompenseerd door het aantal personen bij wie de ziekte verdwijnt (hetzij door het sterven van de persoon of door genezing).

Wanneer het aantal besmetten exponentieel toeneemt (en vervolgens heel snel afneemt wegens een gebrek aan mogelijk te besmetten individuen), noemt men de ziekte niet endemisch maar epidemisch. Een epidemische ziekte sterft in een bepaald gebied ofwel uit ofwel wordt na verloop van tijd endemisch.

VoorbeeldenBewerken

Voorbeelden van huidige endemieën in Europa zijn seizoensgriep (deze veroorzaakt ongeveer 290.000-650.000 doden per jaar wereldwijd),[1] en kinderziekten als waterpokken. Malaria is bijvoorbeeld geen endemie in Europa. Hoewel er frequent malariapatiënten naar Europa komen, kan de ziekte zich niet verspreiden vanwege de afwezigheid van de ziektevector: de mug Anopheles.

Europa kende eveneens de pest van de 14e tot de 17e eeuw als een endemische ziekte. Lepra was tot de middeleeuwen endemisch in West-Europa maar komt tegenwoordig nog sporadisch voor in Nederland en dan nog uitsluitend als een importziekte.

In bepaalde streken in India heerst bijvoorbeeld cholera en deze ziekte is er endemisch.

ModelleringBewerken

Een infectie is in een endemische steady state als elke geïnfecteerde deze gemiddeld aan één ander persoon doorgeeft. Bij een volledig vatbare populatie komt dat overeen met een basis-reproductiegetal (R0) van 1. In een populatie waarin sommigen immuun zijn, geldt dat R0 vermenigvuldigd met S, de fractie van vatbare individuen in de populatie, 1 is:

 

ReferentiesBewerken

  1. Influenza: Fact sheet. World Health Organization (WHO) (6 november 2018) Gearchiveerd op 17 december 2019. Geraadpleegd op 25 January 2020.