Hoofdmenu openen

Sanquin

Nederlandse organisatie voor bloedvoorziening
Sanquin in Den Haag
hoofdgebouw van Sanquin in Amsterdam

Sanquin Bloedvoorziening (spreek uit als sankwien) is de Nederlandse non-profitorganisatie die is belast met het voorzien in de behoefte van de gezondheidszorg aan bloed en bloedproducten. Dit is vastgelegd in de Wet inzake Bloedvoorziening (Wibv). Verder bevordert Sanquin de transfusiegeneeskunde, verricht wetenschappelijk onderzoek, verzorgt onderwijs en levert andere producten en diensten. Sanquin is in 1998 ontstaan uit een fusie van de Nederlandse bloedbanken en het Centraal laboratorium van de bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode Kruis (CLB).

Onder bloedproducten vallen niet de medicijnen die uit bloedplasma worden geproduceerd. Sanquin streeft er naar ook hiermee de gehele Nederlandse markt te bedienen, ze dient daarbij echter te concurreren met andere partijen die ook ook uit bloed geproduceerde medicijnen op de Nederlandse markt mogen aanbieden.[1]

GeschiedenisBewerken

Sanquin is in 1998 ontstaan uit een fusie van de Nederlandse bloedbanken en het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB) van het Nederlandse Rode Kruis (CLB). Voor die tijd waren er zeventien zelfstandige regionale bloedbanken die de ziekenhuizen in hun regio van kort houdbare bloedproducten voorzagen zoals rode bloedcellen en bloedplaatjes. De regionale bloedbanken waren op hun beurt verenigd in de Federatie van Nederlandse Rode Kruis Bloedbanken. Daarnaast was er het CLB die ook zijn eigen bloedafnamenetwerk onderhield maar ook plasma verkreeg - tegen vergoeding - van de regionale bloedbanken voor de productie van lang houdbare bloedproducten zoals eiwitten en antistoffen, en voor onderzoek.[2]

De Wet inzake bloedtransfusie uit 1988, de voorganger van de huidige Wet inzake Bloedvoorziening, voorzag in een College voor de Bloedtransfusie van Het Nederlandse Rode Kruis dat samen met het CLB, de Federatie, de afnemers (ziekenhuizen) en belangenorganisaties richtlijnen uitvaardigden om in de vraag en aanbod te kunnen voorzien en enig overheidssturing te bewerkstelligen.[3] Ondanks het verplichtende karakter van de richtlijnen en de toezicht door de IGZ bleek de samenwerking tussen de bloedbanken onderling en het CLB niet optimaal. De bloedbanken en het CLB beconcurreerden elkaar wat betreft de werving van donoren, sommige bloedbanken probeerden ook te investeren in onderzoek en de productie van lang houdbare bloedproducten. Er bestonden ook verschillen in inzicht over bloedafname en kwaliteitscontrole.[2] Dit kwam met name naar voren in de jaren tachtig aan het begin van de AIDS-epidemie waarbij niet alle bloedbanken dezelfde standaarden hanteerden, zo kon niet elke bloedbank het zich veroorloven om de stollingsfactor factor VIII - gebruikt voor hemofilie-patiënten - uit het bloed te verhitten om zo het virus onschadelijk te maken, of was men er niet van overtuigd dat het voor hun regio zo noodzakelijk was.[4][5]

Verschillende rapporten bepleitten al sinds de jaren tachtig de centralisatie van de bloedbanken (Ginjaar (1982), Twijnstra en Gudde (1992), Koopmans (1995)) omwille van efficiëntie, veiligheid, professionalisering en het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de overheid. Ook een rapport van de Nationale Ombudsman uit 1995 over de verantwoordelijkheid van de overheid ten aanzien van de handelwijze van de HIV-besmetting van hemofiliepatiënten bracht toenmalig minister Borst (D66, Kabinet-Kok I) er uiteindelijk toe de Bloedbanken en CLB samen te voegen en de verantwoordelijkheid over de bloedvoorziening van Nederland definitief naar zich toe te trekken.[6]

In 2002 werd het aantal productielocaties vermindert van negen naar vier. In 2010 onderging Sanquin een reorganisatie onder de naam Quartslag die onder andere tot gevolg had dat de vier bloedbank regio's werden samengevoegd tot één organisatie. De vier regio's behielden nog wel hun productielocatie. In 2012 volgde al snel een nieuwe reorganisatie onder de noemer Bloedbank 2015. Het doel van deze reorganisatie was om nog efficiënter te gaan werken, enerzijds om de bezuinigingen die waren opgelegd vanuit het Kabinet Rutte II te kunnen ondervangen en anderzijds om de kostprijs van kort houdbare bloedproducten omlaag te krijgen. Die kostprijs lag toentertijd nog gemiddeld 7% hoger dan in andere Europese landen. De angst was dat zodra de Europese Unie zou besluiten de grenzen voor deze kort houdbare bloedproducten op te stellen, Sanquin de concurrentie niet aan zou kunnen.[7] Deze reorganisatie leidde er toe dat in 2014 er nog maar twee productielocaties over bleven.[8]

OrganisatieBewerken

Sanquin bestaat uit de divisies Bloedbank, Research, Tissues & Cells, Reagents BV., Diagnostiek BV., Sanquinnovate BV. en Plasma Products BV.

 
Wachtruimte bij een bloedbank
 
Bloeddonatie (2016)

BloedbankBewerken

De divisie bloedbank is het publieke deel van de organisatie en verantwoordelijk voor de werving, screening en behoud van donoren en het inzamelen en testen van het bloed, het scheiden in de verschillende bloeddelen (cellen, plasma en bloedplaatjes) en de levering aan de verschillende ziekenhuizen. Het afnemen van het bloed gebeurt op 137 (2016) vaste en mobiele locaties. De mobiele afnamelocaties zijn vrachtwagentrailers waarvan de eerste werd geïntroduceerd in 2008.[9] Het scheiden van het bloed gebeurt in Nijmegen en Amsterdam.[10]

CijfersBewerken

Het aantal geregistreerde donoren daalt gestaag, van 675.000 in 1995[11] naar iets meer dan 464 duizend donoren in 2005. In 2016 waren er 343 duizend geregistreerde bloeddonoren. Er vonden in 2016 circa 725.000 donaties plaats. In hetzelfde jaar waren er bij Sanquin ruim 2800 mensen werkzaam. In 2016 heeft Sanquin een omzet van 389 miljoen euro gehaald.[12]

BeleidBewerken

In Nederland krijgen de donoren geen geld voor hun bloeddonatie. De reden[13] hiervoor is dat de overheid mensen die uit commerciële overweging hun bloed verkopen wil uitsluiten. Mensen die niet uit een altruïstische gedachte hun bloed geven, zouden weleens bepaalde gezondheidproblemen, infectierisico's of risicovolle seksuele contacten kunnen verzwijgen. Hoewel donoren gratis bloed doneren, ontvangt Sanquin wel geld voor de bloedproducten die van dit bloed gemaakt worden. Dit geld is nodig om de professionele verwerking van het bloed te bekostigen, zoals salarissen, installaties en gebouwen.

Het was in Nederland niet mogelijk bloed te geven wanneer men één keer seks heeft gehad als man met een andere man.[14] De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 1999 dat het beleid van Sanquin geen discriminatie is omdat Sanquin geen homoseksuelen weert, maar enkel mannen die seks hebben gehad met een andere man. In 2005 stelden Kamerleden van GroenLinks vragen aan de minister van VWS over de kwestie. Die antwoordde dat omwille van de veiligheid van de Nederlandse bloedvoorziening de maatregel blijft bestaan.[15] In 2012 nam de Tweede Kamer een motie van GroenLinks-kamerlid Ineke van Gent aan waarin de regering wordt opgeroepen een einde te maken aan de maatregel. Minister Edith Schippers heeft aangegeven de motie niet uit te willen voeren[16] In 2015 besloot minister Schippers, naar aanleiding van een onderzoek door de Universiteit van Maastricht en Sanquin, om donorschap voor mannen die seks hebben gehad met mannen langer dan 12 maanden voor de bloedafname toe te staan.[17]

In 2007 en in de jaren daarna ontstond ophef over de salariëring van de raad van bestuur van Sanquin. De drie bestuurders incasseerden tezamen meer dan 800.000 euro en hun salaris was daarmee hoger dan dat van bestuurders van de meeste academische ziekenhuizen, terwijl het aantal werknemers, de omzet en de complexiteit van het werk niet in verhouding zouden staan tot die van academische ziekenhuizen. Na bezwaarmaking door de Landelijke Vereniging van Bloed- en plasmadonoren (LVB) ontving Sanquin hierover 1450 klachten. De raad van bestuur verweerde zich met het argument dat niet zijzelf, maar de raad van toezicht van Sanquin verantwoordelijk was voor de bepaling van het salaris. Voormalig voorzitter van de raad van bestuur Theo Buunen verdiende in 2010 naar verluidt 258.000 euro exclusief pensioenpremies en sociale lasten en zat daarmee ruim boven de balkenendenorm.[18] Sinds 2013 geldt ook voor Sanquin bestuursleden de Wet normering topinkomens, welke is aangepast in 2015 maar met inachtneming van de Regeling Zorg uit 2014 en het geldende overgangsrecht voor bestuursleden die aangenomen zijn voor 2013.[19]

Internationale activiteitenBewerken

Sinds 1998 is Sanquin aandeelhouder van het Belgische CAF-DCF cvba-scrl (Centrale Afdeling voor Fractionering) in Brussel. Vanaf 2008 was Sanquin voor 50,1% aandeelhouder en hadden het Belgische Rode Kruis en het Franse fractioneringsbedrijf LFB (Laboratoire français de fractionnement et des biotechnologies) ieder de helft van het overgebleven deel. In 2015 verkochten het Rode Kruis en LFB hun aandelen aan Sanquin dat vervolgens in 2016 het bedrijf opdeelde in een verwerkingsdeel enerzijds en een marketing- en distributiedeel anderzijds. Het verwerkingsdeel ging verder onder de naam Plasma Industries Belgium cvba-scrl en bleef onderdeel van Sanquin, het andere deel werd verkocht aan LFB en ging verder onder de naam CAF-DCF bvba/sprl.[20]

Sinds 2004 heeft Sanquin een dochteronderneming in Finland (Sanquin Oy) die de relaties onderhoudt met de partners aldaar. Van 2005 tot 2009 verwerkte Sanquin namelijk Fins plasma tot lang houdbare bloedproducten.

Naast eigen medicijnen fabriceert Sanquin ook medicijnen uit buitenlands plasma voor commerciële partijen. Met plasma uit de VS en Europa produceert Sanquin in samenwerking met Shire het medicijn Cinryze, een C1-remmer voor Hereditair angio-oedeem patiënten. Sanquin maakt dit medicijn al uit Nederlands donorplasma sinds 1972[21] (toen het nog CLB heette), tussen 1997 en 2011 onder de naam Cetor voor de Nederlandse patiënten. In 2008 kreeg Sanquin via Lev Pharmaceuticals toestemming van het Amerikaanse overheidsbureau voor geneesmiddelen, de Food and Drug Administration (FDA), om een C1-remmer te maken met Amerikaans plasma. Lev werd vlak na de toestemming overgenomen door ViroPharma wat zelf weer werd overgenomen door Shire in 2012. Shire heeft met Sanquin in 2015 afgesproken dat ook andere fabrieken van Shire de techniek van Sanquin kunnen inzetten voor de productie van dit medicijn.[22] In 2018 besloot Shire echter de productie van Cinryze niet alleen uit te besteden aan een fabriek in Oostenrijk, maar ook om de afname het medicijn bij Sanquin af te bouwen. Dit leidde er toe dat Sanquin's Plasma Products personeel moest ontslaan.[23]

In 2012 tekende Sanquin ook een contract met Baxter voor de levering van producten uit plasma die door Baxter aangeleverd wordt. Sanquin investeerde vervolgens in een vergroting van de productiecapaciteit. De FDA bracht dit hele plan danig aan het wankelen toen deze in 2014 een waarschuwing gaf aan Sanquin. Hierdoor kwam de kwetsbaarheid van de Nederlandse opzet van een organisatie die deels non-profit en deels commercieel handelt boven water.[24] Voor Baxter produceert Sanquin halffabricaten voor de productie van immunoglobulines, stollingsfactoren en albumine.[25][26] In 2015 werd de Baxter divisie BioScience, de divisie waar Sanquin aan leverde, verzelfstandigd onder de naam Baxalta en kreeg Sanquin in datzelfde jaar groen licht van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) voor de productie van Precipitate G voor Baxalta medicijnen voor de Europese markt. In 2016 werd Baxalta eveneens overgenomen door Shire.[27]

Bewerken

 
Bloedbank Leiden

Het beeldmerk van Sanquin is een gestileerde pelikaan. Van deze vogel geloofde men, dat hij zijn hongerende jongen bij voedselschaarste voedde met zijn eigen bloed, door het openpikken van de eigen borst. In de broedtijd hebben bepaalde pelikanen namelijk een rode vlek op krop en keelzak die op een bloedende wond lijkt. Hierdoor werd de pelikaan in het christendom een teken voor opoffering, altruïsme, barmhartigheid en met name voor Christus' offerdood. Het symbool is ook vaak te zien in oude weeshuizen. Het maakt de vogel ook een geschikt symbool voor de onbaatzuchtige bloeddonatie.

Externe linksBewerken

BronnenBewerken