Hoofdmenu openen

Delfzijl

gemeente in de Nederlandse provincie Groningen

Delfzijl (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)) (Gronings: Delfziel) is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Groningen. De haven van Delfzijl is de belangrijkste haven van Noord-Nederland.

Delfzijl
Gemeente in Nederland Vlag van Nederland
Vlag van de gemeente Delfzijl Wapen van de gemeente Delfzijl
(Details) (Details)
Locatie van de gemeente Delfzijl (gemeentegrenzen CBS 2016)
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Coördinaten 53° 20′ NB, 6° 55′ OL
Algemeen
Oppervlakte 227,50 km²
- land 133,06 km²
- water 94,44 km²
Inwoners (1 januari 2019) 24.709?
(186 inw./km²)
Bestuurscentrum Delfzijl
Belangrijke verkeersaders N33 N360 N362
Station(s) Delfzijl
Delfzijl West
Partnerstad onder andere Aubenas en Zelzate
Politiek
Burgemeester (lijst) Gerard Beukema (PvdA) (waarnemend)
Zetels
Fractie 2014
CU
Lijst Stulp
VVD
PvdA
CDA
Seniorenpartij
PVV
GL
19
4
3
3
3
2
1
1
1
1
Economie
Gemiddeld inkomen (2012) € 30.600 per huishouden
Gem. WOZ-waarde (2014) € 132.000
WW-uitkeringen (2014) 51 per 1000 inw.
Overig
Postcode(s) 9904-9909, 9930-9934, 9936-9937, 9945-9949
Netnummer(s) 0596
CBS-code 0010
CBS-wijkindeling zie wijken en buurten
Website www.delfzijl.nl
Bevolkingspiramide van de gemeente Delfzijl
Bevolkingspiramide (2008)
Foto's
De haven van Delfzijl
De haven van Delfzijl
Gezicht op Delfzijl vanaf de stadsgracht
Gezicht op Delfzijl vanaf de stadsgracht
Portaal  Portaalicoon   Nederland

De gemeente beslaat een oppervlakte van 227,4 km² (waarvan 94,49 km² water) en had op 1 januari 2019 een inwoneraantal van 24.709 (bron: CBS; in 1995 waren dit er nog 31.744), waarvan 14.735 in de plaats Delfzijl (2018).[1] De gemeente bestaat naast de stad Delfzijl uit 13 dorpen en 24 buurtschappen. De gemeente Delfzijl ontstond in 1808 en werd bij de gemeentelijke herindeling van 1990 uitgebreid met de toen opgeheven gemeenten Bierum en Termunten. In 2021 zal de gemeente Delfzijl met Appingedam en Loppersum fuseren tot een nieuwe gemeente.

De inwoners van Delfzijl droegen vroeger de schimpnamen 'Kraben', 'Krabers' ("krabben") of 'Strandjutters'. Een andere scheldnaam was 'Klokkedaiven', waarvan de herkomst onbekend is.[2]

GeografieBewerken

IndelingBewerken

De gemeente Delfzijl omvat de volgende plaatsen, dorpen, gehuchten en buurtschappen: Amsweer, Arwerd, Baamsum, Bierum, Biessum, Binnen Ae, Borgsweer, Dallingeweer, Dekkershuizen, Delfzijl, Farmsum, Feldwerd, Fiemel, Geefsweer, Godlinze, Heveskes, Heveskesklooster, Ideweer, Holwierde, Krewerd, Ladysmith, Lalleweer, Losdorp, Meedhuizen, Nansum, Naterij, Nooitgedacht, Opmeeden, Oterdum, Polen, Spijk, Termunten, Termunterzijl, Tuikwerd, Tuikwerderrak, Tweehuizen, Uiteinde, Uitwierde, Vierburen, Vierhuizen, Wagenborgen, Wartum, Weiwerd, Woldendorp en Zeshuizen.

De grootste plaatsen zijn:

Naam Inwoners (2017)
Delfzijl 17.080
Wagenborgen 1.714
Spijk 1.188
Farmsum 1.068
Holwierde 945
Bron: Gemeente Delfzijl[3]

Wijken in de plaats DelfzijlBewerken

De plaats Delfzijl bestaat uit de volgende wijken en buurten:
Wijk Buurten
Delfzijl-West Oud West (over de gracht), West 1 (scheepvaartbuurt), West 2 (steenbakkersbuurt), Tuikwerderrak, Dethmerseiland en Fivelzigt
Tuikwerd Tuikwerd, Oogstbuurt, Vogelbuurt, De Rietkampen en Kruidenoever
Delfzijl-Noord Kwelderland, Vestigingbuurt, Schrijversbuurt, Landenbuurt, Bornholm, Rif- en Zandplatenbuurt en Biessumerwaard
Centrum De Vennen
Kroonstad
Nieuwstad
Doklanden

WapenBewerken

  Zie Wapen van Delfzijl voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het tamelijk ingewikkelde wapen van Delfzijl is ontstaan uit een combinatie van de wapens van de diverse, rond Delfzijl liggende, gebieden die allengs in Delfzijl opgingen. De oudste component is de gekroonde harpij. Deze figuur komt eveneens voor op het wapen van Emden, aan de overkant van de Eems. Het is afgeleid van de eens machtige familie Cirksena die vanuit Emden de macht uitoefende over Oost-Friesland. Graaf Edzard I van Oost-Friesland was zelfs een tijdlang (1504-1517) heer van stad en ommeland.

GeschiedenisBewerken

Gedenkteken op de plaats waar de Dorpsterzijl lag
Het gemaal 'De Drie Delfzijlen' ligt nu op de plaats van de drie oude sluizen.
Een 17e-eeuwse plattegrond van de vesting Delfzijl

MiddeleeuwenBewerken

De naam "Delfzijl" betekent zijl (= sluis) in de Delf (= de oude naam van het Damsterdiep). Delfzijl ontstond in de dertiende eeuw toen er een sluis gebouwd werd in de Delf. Toch was er al langere tijd sprake van bewoning van het gebied waar het huidige Delfzijl ligt. In 1982 werd in de directe nabijheid van Delfzijl, onder de wierde Heveskesklooster ten oosten van Delfzijl, een hunebed gevonden. Dit is een indicatie dat er ook al in vroege tijden bewoning was in Delfzijl. Ook de latere wierden getuigen hiervan.

De naam Delfzijl wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 19 juni 1303.[4] Oorspronkelijk lagen er drie zijlen (sluizen) in de Delf. Deze werden Slochter-, Scharmer- en Dorpsterzijl genaamd. Men spreekt dus ook wel van "de drie Delfzijlen". De drie sluizen vielen onder het Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen. Bij deze sluizen ontstond al snel bewoning toen er een sluiswachter aangesteld werd. Dit was het begin van het ontstaan van het huidige Delfzijl.

De drie sluizen in de Delf vormden een belangrijk strategisch punt. Ze werden niet alleen gebruikt om het binnenwater te lozen op zee, maar konden ook gebruikt worden om het zeewater over het land te laten stromen. Bovendien kon vanuit Delfzijl een belangrijke handelsroute van de stad Groningen gecontroleerd worden. Tevens werd het scheepvaartverkeer op de Eems gecontroleerd en kon zo de scheepvaart voor de haven van Emden gehinderd worden. De haven van de stad vormde ook een invalsbasis voor een grote troepenmacht vanuit zee. Omstreeks 1414 bouwde de Oost-Friese krijgsheer Keno tom Brok een versterkt huis te Delfzijl, dat vermoedelijk het volgende jaar weer werd afgebroken.[4] In 1499 werd door de Graaf van Oost-Friesland een blokhuis gebouwd te Delfzijl.[4] In 1514 werd de onvoltooide schans van Delfzijl met Oldenburgse troepen veroverd door hertog George van Saksen. Hij werd echter hetzelfde jaar weer verjaagd door Otto van Diepholt, die het heroverde voor graaf Edzard I.[5]

In de middeleeuwen stonden er in de omgeving van Delfzijl verscheidene borgen, met name bij Uitwierde.

Vesting en haven van DelfzijlBewerken

Op 25 juli 1568 bezocht Alva Delfzijl, na de Zeeslag op de Eems. Hij zag de strategische betekenis en maakte plannen om er een grote vesting van te maken samen met Farmsum onder de naam 'Marsburg'. Oorspronkelijk was het zijn bedoeling om een vesting te maken waartoe Delfzijl, Farmsum en Appingedam zouden behoren. Dit was zeer tegen de zin van de stad Groningen en is door herhaaldelijk aandringen daarvan niet doorgegaan. Op bevel van de graaf van Rennenberg werden de verdedigingswerken zelfs ontmanteld. Dezelfde Rennenberg gaf enige tijd later echter opdracht aan Johan van den Kornput om ontwerpen te maken voor de versterking van Delfzijl. Dit plan werd niet direct uitgevoerd. Er werd in 1580 eerst een schans met vier bolwerken, omgeven door een gracht, aangelegd door Berthold Entens van Mentheda, de zogenoemde 'Oude Schans'.[4] Deze werd bij het beleg van Delfzijl (1580) door de Spanjaarden ingenomen. In 1591 werd de schans heroverd bij de inname van Delfzijl door Prins Maurits. Hij zorgde voor versterking van de schans en zo kon het plan van Van den Kornput alsnog uitgevoerd worden. De bestaande vesting van Delfzijl werd omringd door een nieuwe vesting met aan landzijde zeven bolwerken, omringd door een brede gracht. Aan zeezijde werd een brede muur aangelegd met de Grote Waterpoort (die in 1833 werd vernieuwd). In 1594 werd door een legereenheid van 1000 man onder leiding van Francisco Verdugo tevergeefs een poging gedaan de vesting Delfzijl weer in te nemen. In 1696 werd de vesting door Menno van Coehoorn versterkt. Binnen de vesting lagen de huizen aan een paar hoofdstraten (Landstraat en Waterstraat) met enkele dwarsstraten (zoals de Marktstraat) en ten noorden daarvan het oefenterrein De Vennen voor de garnizoenssoldaten. De garnizoenskerk van Delfzijl werd in 1614 gebouwd op het eilandje Conijnenbergh binnen de vesting, maar buiten de oude vesting.

Rond 1400 was er reeds sprake van een primitief havenbedrijf bij Delfzijl voor het overladen van zeeschepen op kleinere binnenschepen. De haven van Delfzijl werd vanaf de 16e eeuw in verschillende maritieme geschriften vermeld. Delfzijl vormde een belangrijke uitwijkhaven voor de nederlanden, wanneer de havens van Holland en Zeeland wegens oorlogsomstandigheden onveilig waren. In 1591 bezocht prins Prins Maurits de haven met een vloot van 150 schepen. Enige decennia later bezocht Piet Hein met de "Zilvervloot" Delfzijl. Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog in 1665 kwam Michiel de Ruyter met de West-Indische vloot en dertig door hem buitgemaakte schepen de haven van Delfzijl binnen.[6] In 1705 week de Groenlandvloot met 96 schepen en een buit van 1100 walvissen uit naar Delfzijl uit angst voor een Franse oorlogsvloot.[2]

Door de ligging aan het water was en is Delfzijl kwetsbaar voor overstromingen. In 1597, 1686, 1717 (de Kerstvloed) en 1825 kwamen er overstromingen en dijkdoorbraken voor. Ook in de 21e eeuw moesten herhaaldelijk de coupures in de dijk bij Delfzijl gesloten worden om te voorkomen dat de stad onder water loopt. In de waterpoort aan het eind van de Havenstraat is een gedenkteken aangebracht, dat de hoge waterstand van 1962 markeert. De allerhoogste waterstand werd in november 2006 gemeten. Door een noordwesterstorm stond het water er tijdens hoogtij toen 4,83 meter boven NAP. Het oude record van 4,50 meter dateerde uit 1825.

In de Franse tijd werd een Frans garnizoen in Delfzijl gevestigd. In 1799 werd er een kazerne gebouwd. In 1811 werd Delfzijl aangewezen als nieuwe gemeente. Tot na de verbanning van Napoleon naar Elba bleef de plaats door een Franse troepeneenheid bezet: In 1813 waren er 1400 Franse soldaten gelegerd. In 1814 sloegen Kozakken, Pruisen en de Nederlandse landstorm het Beleg om Delfzijl onder leiding van kolonel Marcus Busch. De belegeraars leden echter grote verliezen. Pas nadat de Franse bevelhebber in 1814 een officiële brief had gekregen dat zijn keizer zich had overgegeven, droeg hij de macht over. de Franse uitvallen hadden voor zware verwoestingen gezorgd bij de plaatsen in de omtrek van Delfzijl. Ook Delfzijl zelf liep zware schade op. Ook de garnizoenskerk moest worden herbouwd.

In 1825 behoorde Delfzijl met Winschoten tot de laatste Nederlandse plaatsen waaraan stadsrechten werden toegekend. Dat had nog slechts symbolische waarde, daar deze in de Franse tijd feitelijk al waren afgeschaft.

Ontwikkelingen buiten de vestingwallenBewerken

In de tweede helft van de 19e eeuw, toen de vesting feitelijk al was ingehaald door de tijd, wist de plaats sterk te groeien ten koste van aartsrivaal Appingedam. In die tijd verrezen er deels buiten de vesting langs het Damsterdiep molens, scheepstimmerwerven, kalkovens, lijnbanen en steenbakkerijen (zoals steenfabriek Fivelmonde).[7] In de jaren 1850 gingen de ontwikkelingen snel. In 1856 werd de School voor Nijverheid en Zeevaart (de latere zeevaartschool Abel Tasman) gesticht. In 1857 werd een deel van het terrein van De Vennen verkocht om er eenvoudige woningen te kunnen bouwen. In 1858 kreeg de Rijksdienst voor het Loodswezen een vestiging in Delfzijl.

Al in 1845 verenigden vier ingenieurs zich met elkaar: twee Delfzijlster broers Balkema en twee neven uit Luik, Xavier Tarte en Castillion Du Portail, die zich ten doel stelden de spoorwegontwikkeling in Noord-Nederland te stimuleren. Tot 1900 gold Harlingen als de belangrijkste noordelijke zeehaven, een status die verwaterde door het overheidsbeleid ten gunste van de havens in de Randstad, waarbij de belangen van Harlingen en Delfzijl tegen elkaar werden uitgespeeld. Naast Delfzijl golden de havens van Harlingen en ook Vlissingen als beter bereikbaar alternatief tegenover Amsterdam en Rotterdam, waarvan de havens tot 1860 door verzanding niet waren toegerust op de ontwikkelingen van de scheepvaart. Eerst na 1860 kwam het tot een nationaal afgestemd beleid inzake spoorwegaanleg. Voor Harlingen was het toen 20 jaar te laat, voor Delfzijl werd de spoorwegaansluiting nog later gerealiseerd. Harlingen werd tussen 1863 en 1876 voorzien van een grensoverschrijdende spoorverbinding met Duitsland, Staatslijn B. Delfzijl kreeg zijn spoorlijn pas in 1884, maar het werd regionaal en ook nationaal veel meer ondersteund door de provincie Groningen en de rijksoverheid. Hierdoor 'won’ Delfzijl het van Harlingen. De eigen spoorverbinding met de stad Groningen (de spoorlijn Groningen - Delfzijl via Sauwerd), deed de handel verder groeien.

In 1875 werden de vestingwallen geslecht en kon begonnen worden met de uitbreiding. In 1876 werd het Eemskanaal van Delfzijl naar Groningen gegraven, omdat het Damsterdiep steeds minder geschikt was voor de steeds grotere schepen. Met dit kanaal werd Delfzijl afgesneden van Farmsum, maar verkreeg hierdoor wel een belangrijke strategische positie, daar de scheepvaart nu niet meer via de haven van Appingedam, maar via de haven van Delfzijl voer. Delfzijl wist zelfs gedaan te krijgen dat Appingedam geen gebruik van dit nieuwe kanaal mocht maken. Langs het nieuwe kanaal verrezen meerdere scheepswerven, machinefabrieken, kantoren van cargadoors en en bedrijven die zich richten op de scheepsuitrusting. De korenmolen Adam bleef echter in de vesting staan. In 1880 werd voor het opvangen van de bevolkingsgroei ook een nieuwe school met 10 klassen gebouwd aan de Singel 52. In 1888 verrees ernaast aan de Singel 50 een nieuwe synagoge, die in 1931 een expressionistische gevel kreeg.

In 1888 werden langs de kust van de Eems twee vuurtorens gebouwd, in Watum en in Delfzijl. Ze zagen er niet uit als de gangbare vuurtorens, het waren stevige gebouwen die goed in die tijd pasten. Ze waren 10,5 meter hoog en er was plaats voor 2 gezinnen van de vuurtorenwachters. De beide vuurtorens werden in de Tweede Wereldoorlog vernield. Een vervangende vuurtoren voor Delfzijl (nummer 2), met een rood-wit-groen sectorlicht op 17 meter boven de gemiddelde waterhoogte van de Eems, moest in 1981 wijken voor het uitbreiden van de haven van Delfzijl.

Na 1900 kreeg de haven een verdere impuls doordat het Rijk in 1903 een nieuwe kade liet aanleggen met stoomkranen en de provincie het haventerrein voorzag van goederenloodsen en andere havenvoorzieningen. De haven groeide geleidelijk uit tot een internationale overslaghaven voor hout, steenkool, granen en chilisalpeter en een exporthaven voor ijzeraarde en landbouwproducten uit de Groninger Veenkoloniën, zoals aardappelmeel, aardappelen en strokarton. Ook was er een grote vissershaven. Er werden door ondernemers verschillende rederijen (waaronder die van Wagenborg in 1939 van architect Jan Beckering Vinckers aan de Marktstraat 10) en scheepskantoren gevestigd.[7]

Er kwamen twee spoorlijnen bij: in 1910 de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl van de NOLS, die verbinding bood met de Groninger Veenkoloniën en Drenthe, en in 1929 de Woldjerspoorweg naar Groningen via de Woldstreek. Op geen van beide lijnen was het reizigers- en goederenvervoer levensvatbaar, zodat ze in 1934 respectievelijk 1941 weer verdwenen. De lijn via Sauwerd bleef als lokaalspoorweg bestaan tot op de huidige dag.

Na het slechten van de vestingwallen verrezen er eerst woningen op De Vennen en op de plekken waar tot daarvoor de kazernes hadden gestaan. Het terrein van de vesting zou in de 20e eeuw uitgroeien tot het winkelgebied van Delfzijl. Nadat de vesting volgebouwd was, werd in 1913 een eerste uitbreidingsplan gemaakt voor het gebied 'over de gracht' (nu Oud West genoemd) door gemeentearchitect F.A. Pot. Nadat in 1919 de stoomtramlijn van OG naar Winschoten er doorheen werd geprojecteerd, werd in 1927 door architect C.C.J. Welleman (de latere burgemeester van Delfzijl) een nieuw uitbreidingsplan gemaakt. Daarbij werd in het gebied ten zuidwesten van de stadsgracht, tussen de spoorlijn Groningen-Delfzijl en het Damsterdiep, ruimte gecreëerd voor een nieuwe woonwijk met winkels. Langs de stadsgracht werd een plantsoen aangelegd. Daarlangs verrezen de villa's, terwijl daarachter eenvoudige burgerwoningen verrezen. Het duurde overigens wel even voordat de mensen 'zo ver buiten de vesting' wilden wonen. Na 1940 werd deze wijk volgens hetzelfde uitbreidingsplan verder uitgebouwd naar het zuidwesten. Een andere wijk plande Welleman ten noorden van de spoorlijn langs de Uitwierderweg, die vanaf de jaren 1930 werd gebouwd.[7] In deze periode verrezen ook een aantal maatschappelijke gebouwen, zoals de neogotische Sint-Jozefkerk aan de Buitensingel in 1924, Het Gebouw van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in de stijl van de Amsterdamse School aan de Singel in 1926, een nieuw gebouw voor de zeevaartschool aan het Abel Tasmanplein in 1930 en een nieuw gemeentehuis aan het Johan van den Kornputplein in 1936 (in de jaren 1950 uitgebreid met een toren met spits).[2] Vermeldenswaardige woningen die in de tijd rond de eeuwwisseling werden gerealiseerd zijn onder andere te vinden aan de Oude Schans 2 (1870), Marktstraat 13 (1910), Waterstraat 15-17 (1930), de Menno van Coehoornsingel 25 (1931) en het Menno van Coehoornplein 1 (1935).[2]

Tweede WereldoorlogBewerken

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormde Delfzijl tot het verraad van Van der Waals een steunpunt van de zogenoemde Zweedse Weg onder leiding van de Delfzijlster dokter Allard Oosterhuis. In 1943 werd de plaats aangewezen als centrum van de Stützpunktgruppe die Emden moest verdedigen en onderdeel moest gaan vormen van de Atlantikwall. Ten westen van de stad werd hiervoor vanaf 1943 de Batterie Nansen en ten oosten de Batterie Fiemel gebouwd. Ook werd de omgeving van de stad zwaar versterkt met bunkers, loopgraven en andere militaire middelen.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de haven van Delfzijl gebruikt om het zogenaamde Zweeds wittebrood te lossen. De Duitse bezetting eindigde door de vele versterkingen later dan op de meeste plaatsen in Nederland. Er werd fel slag geleverd om Delfzijl. De stad was van strategisch belang voor de bescherming van de Eems en de Duitse stad Emden. De zogenoemde Zak van Delfzijl (Delfzijl Pocket) zorgde ervoor dat de bevrijding van Delfzijl verschillende dagen duurde. Pas op 2 mei 1945 capituleerde het Duitse garnizoen. De binnenstad van Delfzijl werd bij de bevrijding door de krijgshandelingen grotendeels verwoest.

Industriële ontwikkelingBewerken

Na de oorlog werd de binnenstad herbouwd. De wederopbouw leidde tot nieuwe uitbreidingen, waarbij in 1953 ook de gereformeerde kruiskerk van Delfzijl werd gerealiseerd. De echte ontwikkeling van de stad kwam echter daarna pas op gang.

Nadat er in de bodem van de provincie Groningen zout (1951) en aardgas (1958) waren gevonden, werd de Eemsmondregio waarin Delfzijl ligt door de Nederlandse overheid aangewezen als gebied voor economische ontwikkeling en ontsluiting van Noord-Nederland. Dit ging soms gepaard met grote overheidssubsidies. De Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie liet in 1957 een sodafabriek bouwen bij de haven van de stad en werd gevolgd door vele andere bedrijven, waaronder aluminiumsmelterij Aldel. In 1959 werd het Eemskanaal omgelegd naar de oostzijde van Farmsum, waar een nieuw havengebied werd gerealiseerd. In het begin van de jaren 1960 werden grootste plannen voorzien voor de stad, die moest uitgroeien tot 80.000 inwoners. In aanloop daartoe werden grote stukken grond geannexeerd van buurdorpen Farmsum, Biessum en Uitwierde. Hierop moesten de grote stadsuitbreidingen verrijzen. In hoog tempo werd in de jaren 1960 ten noorden van de spoorlijn Groningen-Delfzijl, grenzend aan het water van de Eems, de nieuwe wijk Delfzijl-Noord uit de grond gestampt, aansluitend aan het wijkje bij de Uitwierderweg. Hierbij verdween de oorspronkelijke kavelstructuur aan de oostzijde van de wierde Biessum volledig. Ten zuidwesten van de bestaande bebouwing verrees in de jaren 1970 de wijk Tuikwerd. In 1968 kreeg de stad een eigen ziekenhuis: Delfzicht. Bij veel van deze plannen speelde PvdA-wethouder Jan Beijert een belangrijke rol.

In 1968 werd gestart met de aanleg van een diepzeehaven, gevolgd door de aanleg van het industrieterrein Oosterhorn en de aanleg van het Zeehavenkanaal. De spoorlijn Groningen-Delfzijl ging met goederentreinen via de stamlijn Delfzijl ook het industriegebied bedienen. Voor alle geplande ontwikkelingen moesten in de Delfzijlster Oosterhoek de dorpen Weiwerd, Heveskes en Oterdum wijken. Het middeleeuwse kerkje van Heveskes staat nu midden in een leegte die industriegebied had moeten worden. Op de zeedijk waar vroeger het schilderachtige dijkdorp Oterdum lag is het oude kerkhof gereconstrueerd. Midden op dit kerkhof staat een kunstwerk van Thees Meesters bestaande uit een hand die in de handpalm het kerkje van Oterdum draagt. Door de aanleg van de Hogelandsterweg (de N997 naar onder meer de Eemshaven) moest ten noorden van Delfzijl het gehucht Ladysmith wijken. Alleen de sloop van het toen nog niet tot de gemeente Delfzijl behorende dorp Borgsweer werd voorkomen. In 1974 werden de oude Drie Delfzijlen in verband met de Deltawet samen met de 18e eeuwse sluiswachterswoningen en spilsluizen gesloopt en vervangen door een nieuw gemaal en een verhoogde zeedijk.

Economische neergang en bevolkingsdalingBewerken

Toen de haven van Delfzijl in 1973 klaar was, was de economie inmiddels beland in de oliecrisis mede waardoor de industriële expansie sterk verminderde. Dit werd nog versterkt door het feit dat de Rijksoverheid stopte met het geven van subsidies voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Dit had tot gevolg dat een belangrijk deel van het beoogde industriegebied Oosterhorn bij Delfzijl braak bleef liggen. Dat geldt in het bijzonder voor de plekken waar de gesloopte dorpen hebben gestaan. De stad bleef echter ook daarna nog een tijd woningen bouwen om de groeiende bevolking te kunnen huisvesten, alvorens deze vanaf 1981 weer begon te dalen. De prognoses waren bij lange na niet gehaald. wat volgde was een grote krimp van de bevolking. Deze bevolkingsdaling werd vanaf dat moment steeds meer een centraal thema in de ontwikkeling van de stad. Zowel Delfzijl-Noord, Delfzijl-West als Tuikwerd kampten toen met grote leegstand, doordat bewoners wegtrokken bij gebrek aan werk in de regio en omdat veel huur- en koopwoningen niet meer aan de eisen van tijd voldeden en hoogopgeleiden er niet meer bleken te willen wonen.[8] Ontgroening en vergrijzing namen toe en de werkloosheid steeg tot alarmerende hoogten. De bestuurders van de stad bleven echter tot halverwege de jaren negentig inzetten op groei.

Sloop en stadsvernieuwingBewerken

In 1996 besloot de stad om 1000 woningen te slopen, waarvan 650 door de lokale Woningstichting Delfzijl (in 2002 opgegaan in Acantus).[9][10] In 2000 stelde de door de stad ingestelde commissie onder leiding van Frans Tielrooy echter vast dat dit volstrekt ontoereikend was gebleken: ondanks de grote sloop nam de leegstand nog steeds toe. Veel werk op de industriegebieden bij de stad was bovendien niet meer laag-, maar hooggeschoold en deze werknemers woonden elders in koophuizen in plaats van de verouderde huurwoningen in de stad. Het imago van de steeds verder verpauperende stad was zeer slecht.[11] Delfzijl stond daarmee voor een van de grootste sloopopgaven van Nederland. Op advies van de commissie werd besloten in te zetten op een combinatie van sloop en stadsvernieuwing. De sloop van woonbuurten werd gecombineerd met de nieuwbouw van ruimer opgezette groene en meer gedifferentieerde woonbuurten met minder woningen.[12] Rond 2010 was de leegstand met de sloop van 1200 woningen en de bouw van 450 nieuwe woningen grotendeels opgelost. Het inwonertal zal volgens de prognoses echter nog steeds dalen: in 2012 werd door het CBS voorspeld dat de bevolking in de gemeente tot 2040 zal dalen van 26.000 naar 18.000 inwoners.[9] Het herstructureringsplan kostte de stad, de provincie en het Rijk honderden miljoenen euro's en duurt nog altijd voort. De daling van het aantal inwoners had ook als gevolg dat voorzieningen als het ziekenhuis en het theater onder druk kwamen te staan, daar de bevolking van de gemeente onder de cruciale grens van 25.000 inwoners zakte.[13] In 2018 werd het ziekenhuis gesloten en vervangen door een polikliniek.

In het kader van de herstructurering van Delfzijl werd vanaf 2015 ook de oude binnenstad aangepakt. Om de grote leegstand in het winkelgebied te verminderen en de binnenstad een fraaiere uitstraling te geven werd besloten om een open verbinding met de haven en een nieuw kweldergebied met een natuur- en recreatiegebied langs de kust te creëren (Project Marconi) en de oude vestingstructuur meer zichtbaar te maken door een deel van de gracht te hergraven en veel groen aan te leggen. Hierdoor moet ook het stationsgebied een fraaiere uitstraling krijgen. Voor de plannen werd in 2018 de tien verdiepingen tellende Vennenflat uit 1969 tussen het centrum en de haven gesloopt om zo het winkelgebied te verkleinen en een open verbinding tussen centrum en haven te genereren.

Economie en energieBewerken

Delfzijl is de op vijf na grootste havenstad in Nederland. Scheepswerven in de stad zijn Nautisch Centrum Delfzijl en Niestern Sander. Chemiepark Delfzijl is qua grootte het tweede chemie industriegebied van Nederland. Zeventien procent van de totale landelijke werkgelegenheid in de chemie bevindt zich in Delfzijl. Fabrieken waren of zijn onder andere Aluminium Delfzijl (ALDEL) (als Klesch Aluminium Delfzijl in 2017 failliet gegaan), Akzo, NKF en Dow Chemical. Bij Akzo wordt vrijkomend waterstofgas via brandstofcellen in elektriciteit omgezet. Ook wordt er grondstof voor de supersterke Twaron-vezel gemaakt. In 2006 werd in Delfzijl de eerste biomethanol fabriek ter wereld geopend. In de gemeente zijn in totaal zo'n 14.000 arbeidsplaatsen.

In 2016 werd gestart met de aanleg van een zonnepark.[14] Havenbedrijf Groningen Seaports, projectontwikkelaar Sunport Energy en de Duitse financier en bouwer Wirsol gaan in de zuidwestelijke hoek van het Delfzijlse havengebied ongeveer 123.000 zonnepanelen plaatsen.[14] Deze komen op een terrein ter grootte van zestig voetbalvelden en wordt daarmee het grootste van Nederland.[14] Het park vergt een investering van 30 miljoen euro. Als de bouw volgens plan verloopt zal eind 2016 de zonnestroom aan de industrie in de regio Eemsdelta worden geleverd.[14]

Bij Delfzijl verrezen in 2015-2017 drie windmolenparken: Windpark Delfzijl Noord, Delfzijl Midden en Delfzijl Zuid. Er wordt energie geleverd aan onder meer het datacenter van Google in de Eemshaven. Het totale vermogen van Windpark Delfzijl Noord (dat niet in of bij Delfzijl-Noord ligt, maar bij de Bocht van Watum en het industriegebied Oosterhorn) is 62,7 megawatt. Het bestaat uit 19 windturbines.[15]

VoorzieningenBewerken

Delfzijl vervult binnen Noordoost-Groningen een centrumfunctie. De plaats beschikt onder meer over een schouwburg 'De Molenberg', een educatief instituut voor kunst en cultuur, een openbare bibliotheek, instellingen voor basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs en binnen- en buitensportvoorzieningen.

Het Ziekenhuis Delfzicht werd in de jaren zestig gebouwd aan de Jachtlaan in Delfzijl-West, op de plek waar zich vroeger het gehucht Zeshuizen bevond. In de 21ste eeuw waren er veel plannen voor renovatie en nieuwbouw, maar in plaats daarvan werd het ziekenhuis in 2018 gesloten. Het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda werd het aangewezen ziekenhuis voor de agglomeratie Delfzijl-Appingedam. Het vestigde een servicepunt in Delfzijl, waar poliklinische behandelingen worden verricht in een aantal specialismen.

BevolkingBewerken

De plaats Delfzijl is een van de plaatsen in Nederland die het meest te maken hebben met bevolkingsdaling. In 1981 bereikte het inwonertal een hoogtepunt, daarna werd een dalende trend in gang gezet.

Hieronder de ontwikkeling van zowel de gemeente als de plaats Delfzijl.

Bevolkingsontwikkeling gemeente tussen 1909 en 2019
 
Bron: Volkstellingen en CBS, 1909-1990 optelling Delfzijl, Termunten en Bierum
Bevolkingsontwikkeling plaats tussen 1795 en 2018
 
Bron: Volkstellingen en CBS.

 Inclusief Farmsum

BezienswaardighedenBewerken

 
De Waterpoort van Delfzijl
 
De steenfabriek Fivelmonde

WaterpoortBewerken

Aan het einde van de Havenstraat ligt in de dijk de historische Grote Waterpoort. Deze verving in 1833 zijn voorganger uit 1715 en is als enige bewaard van meerdere waterpoorten die Delfzijl kende. De Waterpoort werd in de jaren 70 gerestaureerd en is nog steeds in gebruik. Bij hoge vloed wordt de poort afgesloten door middel van een metalen deur. Aan de havenzijde is een steen met inscriptie die de springvloed van 1962 markeert.

Steenfabriek FivelmondeBewerken

In de omgeving van Delfzijl werden in de 19e eeuw veel steenfabrieken gesticht, omdat de Groningse klei uitermate geschikt is om baksteen van te maken. De steenfabriek Fivelmonde in Delfzijl is een van de weinige overgebleven complete Groningse steenfabrieken. Er worden sinds de sluiting in 2002 geen stenen meer gemaakt. Tegenwoordig wordt de steenfabriek als Industrieel erfgoed beheerd door een stichting.

BouwwerkenBewerken

  Zie ook: Lijst van gebouwen in Delfzijl

Doordat Delfzijl meermalen een strijdtoneel is geweest, zijn er nauwelijks gebouwen van voor de Franse tijd bewaard gebleven. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog is veel vernield. Enkele bijzondere bouwwerken in het centrum zijn:

MonumentenBewerken

In de gemeente is er een aantal rijksmonumenten en oorlogsmonumenten, zie:

Gedenktekens en kunstBewerken

Voor een lijst van beelden, sculpturen en objecten geplaatst in de openbare ruimte, zie de lijst van beelden in Delfzijl.

Ede StaalBewerken

Op de dijk nabij het in zee gebouwde Eemshotel staat het monument voor de streektaalzanger en -dichter Ede Staal, die een deel van zijn leven in Delfzijl woonde en er begraven ligt. Ede Staal bezong in zijn liedjes vaak dit deel van de provincie Groningen. Een van zijn liedjes gaat over de haven van Delfzijl. Het monument is een 10 meter hoge zuil, is ontworpen door de kunstenaar Chris Verbeek. Op de band rondom staat de tekst van het lied Credo - Mien bestoan van Ede Staal.

MaigretBewerken

De Franstalige Belgische schrijver Georges Simenon verbleef in het interbellum enige tijd met zijn jacht in Delfzijl. Tijdens zijn verblijf bedacht hij het romanpersonage Maigret (politieman en detective). De roman Crime en Hollande (Maigret in Holland) speelt zich af in Delfzijl. Naast het Damsterdiep bij Tuikwerd staat een standbeeld van Maigret, gemaakt door Pieter d'Hont. Het werd in 1966 door Simenon onthuld.

LoodsenmonumentBewerken

Op de dijk nabij het strand staat het Loodsmonument. Het werd op 21 oktober 1922 onthuld naar aanleiding van de ramp in oktober 1921 waarbij tijdens een zware storm de loodsschoener Eems No. 2 met de voltallige bemanning verging. Het monument is geplaatst ter nagedachtenis aan alle omgekomen loodsen uit Delfzijl.

CultuurBewerken

AlgemeenBewerken

In Delfzijl is sinds 1966 het IVAK ("Instituut Voor Amateuristische Kunstbeoefening", thans "Centrum voor Kunst en Cultuur in Noordoost Groningen") gevestigd. met als doelstelling zo veel mogelijk mensen kennis te laten maken met kunst en cultuur, door lessen, cursussen, optredens, voorstellingen en tentoonstellingen. Verder beschikt Delfzijl over een bibliotheek aan de Oude Schans.

MuseumBewerken

In Delfzijl bevindt zich het Muzeeaquarium Delfzijl, dat bestaat uit een museum en een zeeaquarium. Het oorspronkelijke museum was gebouwd om een bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Tevens is hier een deel van het in 1982 bij Heveskesklooster gevonden hunebed G5 tentoongesteld. Het aquariumdeel geeft een uitgebreid overzicht van in de Waddenzee voorkomende (levende) dieren. Het museum beschikt verder over vier collecties: de eerste is gewijd aan archeologie, de tweede aan geologie en diverse gesteentes, de derde is een expositie met de maritieme geschiedenis van Delfzijl, modelschepen en andere maritieme attributen en ten slotte is er een schelpencollectie. Het museum moest wijken voor verbreding van de zeedijk, maar werd in 2018 heropend op een nabijgelegen locatie.

UitgaanslevenBewerken

Delfzijl beschikt over een schouwburg De Molenberg, waar ook de filmliga Eemsmond film vertoont sinds in 1989 de bioscoop gesloten werd.

Sport en recreatieBewerken

Door deze plaats loopt de Europese wandelroute E9, ter plaatse ook Noordzeepad of Wad- en Wierdenpad geheten.

In Delfzijl zijn diverse sportclubs gevestigd. Er zijn vier voetbalverenigingen Eems Boys, Neptunia, Oosterhoek, Farmsum. Daarnaast zijn er een tennisvereniging, atletiekvereniging, zeil- en roeivereniging, volleybalverenigingen, basketbalvereniging Martial Aristos Combinatie, tafeltennisvereniging, ijsvereniging, jeu-de-boulesbaan, et cetera.

Ook heeft Delfzijl een aantal muziekverenigingen, waarvan DHO (Delfzijls Harmonie Orkest) het oudste is. Het is opgericht op 30 april 1896. Aan de dijk bij het Eemshotel ligt het strand van Delfzijl. Ook beschikt Delfzijl over twee jachthavens, een motorcrosscircuit en er is een schietbaan. Verder zijn er in de omgeving diverse wandel- en fietsroutes, die vaak voeren langs de historische wierdedorpen. Een voorbeeld hiervan is de Internationale Dollardroute.

EvenementenBewerken

Delfzijl kent een aantal bekende en minder bekende evenementen, waarvan een deel zich afspeelt op en om het water.

  • De Pinksterfeesten worden georganiseerd tijdens Pinksteren door de zeil- en roeivereniging Neptunus, met tal van feesten en activiteiten. Tot de hoogtepunten behoren het traditionele sliksleeën (Gronings: Krait'n) in het slik op een drooggevallen stuk van de Eems nabij het strand van Delfzijl, en het traditionele feest op de dijk met op pinkstermaandag optredens van landelijk bekende artiesten. De pinksterfeesten worden traditioneel afgesloten met een groot vuurwerk op de avond van pinkstermaandag.
  • DelfSail is sinds 1986 een vijfjaarlijks maritiem evenement, waarbij diverse historische zeilschepen (windjammers) de haven aandoen. Dit evenement trekt honderdduizenden bezoekers.
  • Elk jaar werd er in Delfzijl een Harleydag georganiseerd, waarbij grote aantallen Harley-Davidson-motoren te bewonderen waren op het Molenbergplein. De laatste Harleydag was in 2009.
  • Het Havenfestival vindt jaarlijks plaats. Er zijn verschillende historische schepen te bezichtigen zoals oude sleepboten en marinefregatten. Het is mogelijk een rondvaart te maken door de haven van Delfzijl. Het havenfestival trekt jaarlijks zo'n 55.000 bezoekers.
  • Op 1 januari bij hoogwater wordt de traditionele nieuwjaarsduik gehouden op het strand van Delfzijl. Enkele tientallen deelnemers nemen hierbij een duik in de vaak koude Eems vanaf het strand van Delfzijl.

Verkeer en vervoerBewerken

WegenBewerken

Een aantal hoofdwegen verbindt Delfzijl met andere plaatsen:

WaterenBewerken

 
Het westelijke deel van de haven van Delfzijl in 2012

Delfzijl ligt aan een knooppunt van verschillende waterwegen. De belangrijkste is de Eemsmonding, de benedenloop van de Eems, waarmee de stad rechtstreeks verbonden is met de Noordzee.

Het Damsterdiep (in vroeger tijden ook wel Delf genaamd) loopt van Groningen naar Delfzijl en mondt daar uit in de Eems. Het wordt vrijwel alleen nog gebruikt voor pleziervaart. De Uitwierdermaar mondt bij Delfzijl uit in het Damsterdiep.

 
De sluis in het oude Eemskanaal

Ook het Eemskanaal, een belangrijke binnenvaartroute, loopt van Groningen naar Delfzijl. Het kwam in 1876 gereed. In de jaren 60 is een nieuwe aftakking gegraven naar de Eems, met daarin grotere sluizen. Via deze aftakking komt men in zowel de Farmsumerhaven als de Oosterhornhaven. De nieuwe sluizen komen uit in de buitenhaven van Delfzijl. Via de oude loop van het Eemskanaal is het niet meer mogelijk in de Eems te komen. De sluis is een schutsluis geworden. In de originele loop van het Eemskanaal, in de volksmond ook wel "Oude Eemskanaal" genoemd, ligt de jachthaven Het Dok. Ook staat het door middel van sluizen in verbinding met het Damsterdiep, het Termunterzijldiep en het Schildmeer.

In Farmsum loopt het Afwateringskanaal van Duurswold. Dit kanaal werd gegraven om de afwatering uit het Oldambt te kunnen waarborgen. Het wordt doorsneden door de later afgegraven aftakking van het Eemskanaal en is daardoor niet meer bevaarbaar.

Openbaar vervoerBewerken

Delfzijl heeft twee stations aan de spoorlijn Groningen - Delfzijl, te weten Delfzijl en Delfzijl West. De spoorlijn behoort tot de Noordelijke Nevenlijnen en wordt geëxploiteerd door Arriva.

De busdiensten in en om Delfzijl worden verzorgd door Qbuzz of UVO/Van Dijk Vervoer.

Lijn Route Vervoerder
6 Delfzijl - Appingedam - Tjamsweer - Eekwerd - Wirdum - Garrelsweer - Ten Post - Ten Boer - Garmerwolde - Groningen (- P+R Haren) v.v. Qbuzz (Q-link)
41 (Delfzijl -) Appingedam - Holwierde - Bierum - Spijk - Oosteinde - Roodeschool - Uithuizermeeden - Uithuizen v.v. Qbuzz
43 Delfzijl - Farmsum - Heveskes - Borgsweer - Termunterzijl - Termunten - Woldendorp - Wagenborgen - Leentjer - Siddeburen v.v. Qbuzz
119 Delfzijl - Farmsum - Wagenborgen - Nieuwolda - Scheemda - Heiligerlee - Winschoten vv. Qbuzz
143 Appingedam - Delfzijl - Woldendorp v.v. Qbuzz
545 Delfzijl (Station - Noord - Ziekenhuis - Centrum - Farmsum - Station) UVO/Van Dijk
566 Delfzijl - Farmsum - Meedhuizen - Tjuchem - Steendam - Laskwerd - Appingedam v.v. UVO/Van Dijk

VeerdienstenBewerken

  • Eemshaven - Borkum, Passagier- en autoveerboot, dagelijks vanuit de Eemshaven.
  • Delfzijl - Emden - Ditzum, Passagiersveerboot, dagelijks tussen 1 mei en 12 oktober.
  • Delfzijl - Knock - Borkum, Passagiersveerboot, dagelijks tussen 1 mei en 12 oktober.

Politiek en bestuurBewerken

 
De entree van het Gemeentehuis van Delfzijl met het kunstwerk "Seesight" van beeldend kunstenaar Hans Mes

Bestuurlijke perikelenBewerken

De gemeente Delfzijl werd in het eerste decennium van de 21e eeuw geplaagd door een onrustige politieke situatie. Veel raadsleden, wethouders en de gemeentesecretaris moesten voortijdig het veld ruimen vanwege allerhande conflicten, beschuldigingen en malversaties.[16] De burgemeesters Haaksman en Appel moesten aftreden. Appel, een van de eerste per referendum gekozen burgemeesters van Nederland, beschuldigde bij haar aftreden de politiek van Delfzijl ervan het 'Sicilië aan de Eems' te zijn; er zou sprake zijn van achterkamertjespolitiek en belangenverstrengeling.[17] Hoewel Commissaris van de Koningin Hans Alders ontkende dat dit het geval was[18], was het wel duidelijk dat er iets aan de hand was. Er was een snelle opeenvolging van waarnemend burgemeesters die deze gemeente 'weer in het gareel' moesten krijgen.[19] Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd uit protest bijna 30% van de stemmen blanco uitgebracht.[20] Het Rijk stelde de gemeente vervolgens gedurende 6 jaar onder gedeeltelijke bestuurlijke curatele en verleende bestuurlijke bijstand om de gemeente weer op de rails te krijgen en het bestuurlijke vertrouwen te herstellen.[21] Om de rust terug te brengen werd op 15 september 2008 de PvdA'er Emme Groot burgemeester. Hij is geboren in Delfzijl, was sinds 2000 burgemeester van buurgemeente Appingedam en kende de lokale verhoudingen. Na 7 jaar vertrok hij in 2015 en werd opgevolgd door waarnemend burgemeester Gerard Beukema.

GemeenteraadBewerken

De gemeenteraad van Delfzijl bestaat uit 19 zetels. Hieronder staat de samenstelling van de gemeenteraad sinds 1994:

Gemeenteraadszetels
Partij 1994 1998 2002 2006 2010 2014 2018
Fractie 2014 - - - - 3 4 4
ChristenUnie* 1 1 1 4 3 3 3
Lijst Stulp - - - 2 3 4 3
VVD 3 4 2 2 3 3 3
PvdA 9 9 7 9 4 2 2
CDA 5 5 4 3 3 2 1
Seniorenpartij Delfzijl - - - - - 2 1
PVV - - - - - - 1
GroenLinks 1 1 1 1 - - 1
D66 4 1 - - 1 1 -
Sociaal Delfzijl - - - - 1 0 -
Gemeentebelangen - - 6 - - - -
SP - 2 - - - - -
Totaal 23 23 21 21 21 21 19
* Deed in 1994 en 1998 mee als combinatie RPF/GPV

College van burgemeester en wethoudersBewerken

Het college bestaat uit een coalitie van Fractie 2014, VVD, ChristenUnie en CDA.

  • Burgemeester:
  • Wethouders:
    • Jan Menninga (Fractie 2014): 1e locoburgemeester, Financiën, Sport en Onderwijs
    • Hans Ronde (VVD): 2e locoburgemeester, Jeugd, Economische zaken en Cultuur
    • Meindert Joostens (ChristenUnie): 3e locoburgemeester, Maatschappelijke ondersteuning en Participatie
    • IJzebrand Rijzebol (CDA): 4e locoburgemeester, Ruimtelijke ordening, Energie en Verkeer

Bestuurlijke toekomstBewerken

In 2012 verscheen het rapport Grenzeloos Grunnen van de commissie-Jansen, waarin werd gesteld dat het onontkoombaar was dat er gemeentelijke fusies zouden moeten plaatsvinden om de bestuurlijke taken beter aan te kunnen. Voor Delfzijl werd een samenvoeging voorzien met Appingedam en Loppersum en de Eemshaven. De toevoeging van de haven werd fel bepleit door Groningen Seaports. De gemeente Eemsmond, die al decennia eerder de haven vreesde te verliezen aan Delfzijl, wilde de nu eindelijk goed florerende haven echter zelf houden en was woedend over deze gang van zaken, waarbij haar gemeente zou worden opgesplitst. Zij pleitte direct voor een supergemeente inclusief Winsum, Bedum en De Marne. Delfzijl vreesde echter hierin een decentrale positie te krijgen en was hier op tegen. Uiteindelijk besloten Bedum, Eemsmond, De Marne en Winsum een eigen gemeente te vormen onder de naam Het Hogeland. Daarop besloten Delfzijl, Appingedam (dat liever voor de grote gemeente was gegaan) en Loppersum per 2021 te fuseren tot een nieuwe gemeente die circa 46.000 inwoners zal tellen.[22]

StedenbandenBewerken

De gemeente Delfzijl heeft de volgende partnersteden:

Bekende DelfzijlstersBewerken

 
Satellietfoto Delfzijl en omgeving

GeborenBewerken

TriviaBewerken

  • Nederland verschilt met Duitsland van mening over de loop van de zeegrens door de Eems vanaf de Dollard. Volgens de Nederlandse opvatting loopt die grens vanaf Nieuwe Statenzijl recht naar de Eems om daar het midden van de stroom te volgen. De grens snijdt hierbij de Geisedam, een leidam van de Eems. Volgens de Duitse opvatting is het Nederlandse deel kleiner en volgt de grens in de Eems de laagwaterlijn aan de Nederlandse kant. Zo liggen naar Duitse opvatting kleine delen van de havenpieren van Delfzijl eigenlijk in Duitsland.
  • Onder het Eemsmondgebouw (een 10 verdiepingen tellende flat in Farmsum nabij de haven van Delfzijl) werd in de jaren 50 tijdens de Koude Oorlog een atoomschuilkelder aangelegd. De schuilkelder is intact en geschikt voor gebruik. De schuilkelder kende een capaciteit van (slechts) 12 personen en was bedoeld om de plaatselijke autoriteiten onderdak te bieden in geval van een atoomoorlog.
  • De stad Delfzijl telt slechts één verkeersregelinstallatie.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken