Wagenborgen (dorp)

dorp in Nederland

Wagenborgen (Gronings: Woagenbörgen) is een dorp in de gemeente Eemsdelta in de Nederlandse provincie Groningen. Tot 1990 was Wagenborgen de grootste woonkern binnen de toenmalige gemeente Termunten, daarna maakte het deel uit van de gemeente Delfzijl. Het dorp telt 1.685 inwoners (2021).

Wagenborgen
Dorp in Nederland Vlag van Nederland
Wagenborgen (Groningen)
Wagenborgen
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Eemsdelta
Coördinaten 53° 15′ 22″ NB, 6° 55′ 56″ OL
Algemeen
Oppervlakte 1,8 km²
Inwoners (2021-01-01) 1.685[1]
(936 inw./km²)
Overig
Woonplaatscode 3244
Detailkaart
Kaart van Wagenborgen
Het dorpscentrum (donkergroen) en het statistische district (lichtgroen) van Wagenborgen in Delfzijl.
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Gerestaureerd huis in Wagenborgen

GeografieBewerken

Wagenborgen ligt op de grens van drie oude landschappen; Duurswold in het westen, Fivelingo in het noorden en het Oldambt in het zuidoosten. De basis voor de dorpskern vormt een dekzandrug met een kleinschalige, esverkaveling die boven het omringende land uitsteekt. Dit gebied wordt de Gast of Garst genoemd, een Oudfriese naam om een akkercomplex aan te duiden. De zandrug vormt de noordelijkste voorpost van het Schiereiland van Winschoten en is daarmee de meest noordelijke van de zandruggen die vroeger de oevers van de Dollard vormden.

De Hoofdweg door Wagenborgen is de oude weg van Delfzijl naar Slochteren en werd rond 1600 Heerenwegh genoemd. In het dorp loopt deze ten westen van de zandrug. De Hoofdweg en de parallel oostelijker van gelegen Kerkstraat vormen de oude bewoningsassen van het dorp. Later werd de bebouwing voortgezet langs de Boelmanweg. Het ging bij deze drie wegen om lintbebouwing en tot op heden met name om boerderijen en eengezinswoningen. Het dorp kent een redelijk voorzieningenniveau, dat zich uitstrekt langs de historische lintbebouwing. Rondom de stopplaats Wagenborgen aan de NOLS-spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl (1910-1934) concentreerde zich begin 20e eeuw ook enige bebouwing. Na 1945 werd de bebouwing van het dorp meer blokvormig uitgebreid, eerst vooral met rijtjeswoningen. In de jaren zeventig en tachtig (Tonnistil en Bomenbuurt) werd meer variatie aangebracht in woningtypen. De uitbreidingen vanaf de jaren negentig bestaan hoofdzakelijk uit twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen.
Aan oostzijde van het dorp ligt het terrein van het voormalige geestelijk gehandicaptencentrum Groot Bronswijk, dat ingericht is in de stijl van een Engelse landschapstuin en lange tijd een apart zelfvoorzienend dorp binnen Wagenborgen vormde, met op het hoogtepunt 1500 inwoners.

Historisch gezien is Wagenborgen nooit een belangrijke kern geweest, hetgeen terug te zien is in de verkavelingstructuur rond het dorp, waarbij de percelen niet loodrecht op de zandrug zijn gericht. De belangrijkste reden hiervoor was waarschijnlijk dat de kleine boeren uit Wagenborgen onvoldoende geld hadden voor de dijkplicht en daarom geen baat hadden van het daarbij behorende recht van opstrek.[2]

In het laaggelegen gebied rondom Wagenborgen lagen vroeger de Stolderijkolk, Rotkolk, het Janjemeer en het Proostmeer. Ook stroomden hier het Stinkvaardermaar en nu nog het Hondshalstermaar. Door ruilverkaveling en door een verbeterde waterhuishouding is hiervan het grootste deel verdwenen. De omgeving bestaat nu hoofdzakelijk uit blokverkaveling. Rond het dorp liggen een aantal dorpsbosjes, zoals het Wagenborgerbos aan noordzijde, het Zeevaartterrein aan oostzijde van het dorp en de parkachtige bosschages rond het voormalige Groot Bronswijk.

Rondom Wagenborgen liggen de buurten Kopaf (bij een restant van de Weerdijk), Leentjer en Oostwold (aan de Oudeweg naar Siddeburen), Opmeeden, Schaapbulten, Scheveklap, Stolderij, Wilderhof en Zomerdijk (waar vroeger ook Stokkerij of Stinkerij lag). Tussen Zomerdijk en Wagenborgen lag vroeger het gehucht Overtocht.

GeschiedenisBewerken

Wagenborgen is ontstaan in de 9e of 10e eeuw als een randveenontginning.

De oorsprong van de plaatsnaam enigszins onzeker. De oudste vormen zijn Wagenbarge (1337), Wagenborghen (1441), Wagenbergen (1446), to Waegheberghe (1479), Wagenberge (1558) en Wagenborgen (ca. 1660). Verniedelijk is de oorspronkelijke betekenis 'hoogte van de persoon Wago'; later is de persoonsnaam opgevat als de soortnaam wagen- 'kar, voertuig' met het in deze streek ongebruikelijke suffix -berg 'terreinverheffing, heuvel', dat weer vervangen werd door -borg 'burcht, aanleunend tegen het Middelnederlandse wagenborch 'een soort verschansing van wagens'.[3] Een volksetymologie beweert dat als men gewaagd werd, men zich hier tegen de zee kon bergen.

De bewoning heeft zich al in de middeleeuwen geconcentreerd een zandrug die qua vorm het aanzien heeft van een wierde. Het dorp behoorde aanvankelijk tot Fivelgoeb en wordt genoemd in een landregister uit 1337. Het was een klein kerspel met 650 gras (220 hectare) land. De plaats duikt tevens op onder de naam Wenbergum in een kerspellijst van het bisdom Münster van omstreeks 1475, die is gebaseerd op oudere gegevens. De parochie volgens deze lijst een bedrag van 4 schelling aan belasting betalen; een relatief gering bedrag ten opzichte van de andere dorpen.[4] Vermoedelijk zegt dit iets over de grootte van de het dorp. In 1435 sloot Wagenborghen zich aan bij een twaalfjarig verbond van dorpen uit het Wold-Oldambt; in 1441 ondertekenenen de vertegenwoordigers van Wagenborghe, namelijk een zekere Popke samen met de dorpspastoor ook de dijkbrief van het Oldambt, waarin werd afgesproken het hoofd te bieden de uitbreiding van de Dollard. De Wagenborger Hamrickslande werden in 1454 in het dijkregister van de nieuw te bouwen Dollarddijk opgenomen.. Door de Dollardinbraken kwam Wagenborgen geïsoleerd te loggen ten opzichte van de overige dorpen van het Wold-Oldamb. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw ging het deel uitmaken van de landstreek Klei-Oldambt.

De parochierechten Wagenborgen bevonden zich hoogstwaarschijnlijk in handen van het Grijzemonnikenklooster te Termunten, dat tevens 25 akkertjes op de Garst en een handvol boerderijen rondom het dorp bezat.[5] Hoe het klooster aan deze bezittingen is gekomen, is niet bekend. Mogelijk gingen ze terug op de stichters van het klooster Menterwolde (rond 1220)..De provincie verkocht het collatierecht in 1696 aan enkele vooraanstaande Ommelanders, die in 1763 doorverkochten aan een groep van 25 eigenerfde boeren uit het dorp zelf.[6]

In de vijftiende eeuw middeleeuwen heeft het water van de Dollard tientallen dorpen verdronken. Vanaf het midden van de 15e eeuw kwam het water tot vlak bij Wagenborgen. De overstromingen van 1580 en 1589 richtten veel schade aan rond het dorp. Rondom Wagenborgen werden daarom onder andere de Zomerdijk, de Veendijk en de Weerdijk aangelegd. De dijk rondom de doorbraakkolk De Overtocht, inden Hoep genaamd, wordt in 1465 vermeld; vier jaar later is sprake van den nijen dijck to Wagenborge over de Gast. Het hamrick van Wagenborgen beneden der Gast und binnen Kadijcks werd in 1471 toegelaten tot het Farmsumerzijlvest.

Rondom het dorp getuigden tot in de 20e eeuw diverse kolken van dijkdoorbraken, zoals de Stolderijkolk en de Rotkolk. In het lagergelegen land rond Wagenborgen ontstonden verder het Proostmeer en het Janjemeer. Deze meren en kolken verdwenen allemaal door een verbeterde ontwatering in de 19e en 20e eeuw.

Wagenborgen was lange tijd een klein agrarisch dorp, waarin geen duidelijke tegenstellingen tussen arbeiders en landheren ontstonden, zoals elders in het Oldambt.[2] In 1873 werden door Jan, Wolter en Trijntje Brons de grondslagen gelegd voor het latere psychiatrisch ziekenhuis Groot Bronswijk, dat lange tijd een apart dorp binnen Wagenborgen vormde en het dorp een compleet ander aanzien gaf. Ook de wieg van de oprichter van industrieel Jan Brons (familie van bovengenoemde Jan Brons) stond in Wagenborgen. Deze Jan Brons ontwierp als zeventienjarige het hervormde kerkgebouw, dat in 1883 tot stand kwam, en was actief in de timmerwerkplaats van zijn vader Tonko, waar hij zich toelegde op de bouw van stoomdorsmachines. In 1893 verhuisde de familie Brons naar Delfzijl omdat Wagenborgen een gebrek had aan goede vaarwegen en verbindingswegen. In 1907 richtte Jan Brons samen met Dirk Bonthuis Tonkes in Appingedam de Appingedammer Bronsmotorenfabriek op, die tot 2004 bleef bestaan.

Wagenborgen was lange tijd een bolwerk van het strenge protestantisme, met een orthodox hervormde en een gereformeerde gemeente. Omdat de boeren zelf het collatierecht bezaten, was bemoeienis van buitenaf vrijwel uitgesloten. Het dorp had hieraan de spotnaam Nineve te danken, terwijl als rijmpje werd verteld: "Wagenborgen uitverkoren, 't binnen aal kösters en pastoren!"

 
Recreatieplas Proostmeer ontstond tussen ca. 1955 en 1960 voor de aanleg van de N362

Van 1910 tot 1934 heeft Wagenborgen een spoorweghalte gehad aan de door de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) aangelegde spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl. Over de voormalige spoordijk langs Wagenborgen loopt de N362 Farmsum - Scheemda.

Tijdens de bevrijding van Delfzijl werd Wagenborgen na een hevige strijd door Canadese troepen bevrijd op 24 april 1945. Hierbij vielen ongeveer veertig doden aan de zijde van The Canadian Scottish Regiment.

Na de Tweede Wereldoorlog breidde Groot Bronswijk zich met name uit aan noordzijde van het dorp, terwijl het dorp zelf met name uitbreidde aan oostzijde van de hoofdweg. Aan noordwestzijde van het dorp ontstond rond 1960 door zandafgraving voor de aanleg van de N362 recreatieplas Proostmeer.

TCL en Groot BronswijkBewerken

  Zie Groot Bronswijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Bethesda, een van de grote paviljoens (vrouwenhuis) van Groot Bronswijk (toen nog TCL geheten) in 1940.
 
Monument voor Groot Bronswijk van Marte Röling, 2004.

Een belangrijk moment in de geschiedenis van Wagenborgen was in 1873 de stichting van een huis van barmhartigheid van de stichting Tot Christelijke Liefdadigheid (TCL) door Jan, Wolter en Trijntje Brons. De TCL groeide in de decennia erna uit tot een zeer grote instelling voor hulpbehoevenden. Begin 20e eeuw woonden hier meer dan 1100 mensen, meer dan in het dorp zelf. De TCL was een grotendeels zelfvoorzienende instelling gelegen op een terrein van ruim 38 hectare, aangelegd in Engelse landschapsstijl. In 1960 werd de TCL door een nieuwe directeur dr. A.W. Verhoog, hernoemd tot Groot Bronswijk en werd het meer en meer een psychiatrisch ziekenhuis. Groot Bronswijk bood werkgelegenheid aan honderden mensen uit de wijde omgeving. Het ging uiteindelijk in de jaren negentig op in een samenwerkingsverband met het psychiatrisch ziekenhuis in Zuidlaren, GGZ Groningen en het Academisch Ziekenhuis Groningen. Door voortschrijdend inzicht en medische en maatschappelijke ontwikkelingen werd het niet langer noodzakelijk gevonden patiënten onder te brengen in kolossale gebouwen zoals in Wagenborgen. Vanaf de jaren tachtig werden de patiënten meer en meer elders ondergebracht. Ten slotte werd wat overbleef in 2006 gesloten, vrijwel alle gebouwen (inclusief de watertoren) zijn kort erna gesloopt.

Een traumatisch gebeuren voor de bewoners van Wagenborgen en omgeving vormde een felle brand die op 24 oktober 1970 woongebouw Salem van Groot Bronswijk in de as legde. Hoewel de bedrijfsbrandweer en de brandweerkorpsen van omliggende gemeenten, geholpen door dorpelingen, massaal uitrukten kon men niet voorkomen dat zestien vrouwelijke patiënten om het leven kwamen. Later bleek dat het vuur was aangestoken door een jeugdige patiënte die op vakantie wilde.

In 2008 werd het terrein aangewezen als locatie voor projecthotel Envilla Wagenborgen (Envilla is een acroniem van Energy Villa) voor de huisvesting van 1200 tot 1500 grotendeels buitenlandse arbeiders, die in de Eemshaven werkten aan de bouw van Nuoncentrale Magnum. Een deel van de lokale bevolking was tegen, maar na jaren van procederen werd het projecthotel eind 2010 toch in gebruik genomen, om in 2012 weer te worden afgebroken. De gemeente Delfzijl kocht in 2018 het terrein om er onder andere een kindcentrum te vestigen en er woningen te bouwen. In 2021 werden de eerste kavels in de verkoop gegooid.[7]

BevolkingsontwikkelingBewerken

Demografische ontwikkeling tussen 1859 en 2018
 Data afkomstig van volkstellingen.nl
 Data afkomstig van het CBS

BebouwingBewerken

KerkenBewerken

 
De hervormde kerk uit 1883
 
De gereformeerde kerk uit 1928

In Wagenborgen staan twee kerken; een hervormde kerk aan de Hoofdweg 41 en een gereformeerde aan de Kerkstraat 48. De eerste kerk van Wagenborgen verrees in de middeleeuwen en was gewijd aan de apostel Petrus. Deze naam raakte na de Reformatie echter in onbruik. In 1718 werd de oude kerk afgebroken en verrees een nieuwe hervormde kerk, die in 1828 sterk werd verbouwd en in 1849 voor het laatst werd gerestaureerd. In 1883 verrees het huidige neoclassicistische gebouw met toren met trans, dat werd ontworpen door de toen zeventienjarige Jan Brons. In de kerk staat een preekstoel uit 1661 van de hand van de Groninger schrijnwerker Berent Berents. Deze preekstoel werd vermoedelijk in 1718 overgenomen van de kerk van Noordbroek. De kerkklok werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevorderd en na de oorlog vervangen door een nieuw exemplaar. Het torenuurwerk dateert van 1883. Het orgel werd in 1913 gebouwd door de firma Martinus Vermeulen uit Woerden, ter vervanging van een ouder orgel. In 2007 werd de nu protestantse kerk na een renovatie weer hernoemd tot Petruskerk. In 1930 werd een hervormde consistoriekamer gebouwd bij de kerk naar een ontwerp van architect F. van der Laan.

Onder invloed van de Doleantie en de Ermelose evangelisatieprediker Eliza Frans Malga ontstond in 1881 een gereformeerde gemeente, die aanvankelijk bijeenkwam in de christelijke lagere school. In 1890 werd een gereformeerd kerkje gebouwd aan het Zandpad (de huidige Kerkstraat 48) en in 1928 werd dit kerkje vervangen door het huidige gereformeerde kerkgebouw. Dit gebouw is een sobere zaalkerk van de hand van architect A. Akkerman. De gereformeerde pastorie staat enkele huizen verder aan de Kerkstraat 40. Dit is de opvolger van een oudere pastorie uit 1892, die 1959 door de fam Schortinghuis werd verbouwd tot horecagelegenheid. De consistorie ('Rehoboth') werd in 1921 gebouwd met gebruikmaking van materialen van de oude christelijke lagere school, die dat jaar een nieuw pand betrok.

Tussen 1952 en 1966 was het huis aan de Hoofdweg 21 in gebruik bij de vrijgemaakte kerk. In Groot Bronswijk bevond zich ook een oecumenisch centrum waar kerkdiensten werden belegd. In Groot Bronswijk bevond zich verder ook een gebouw dat dienstdeed voor kerkelijke samenkomsten.

Het leven in Wagenborgen werd vroeger sterk bepaald door de kerk, en het dorp werd volgens een overlevering daarom in de volksmond ook wel 't Grunneger Noazaret genoemd. Aan het kerkelijk leven herinnert ook een van de vroegere scheldnamen van de inwoners: "witmulen" (witte muilen; "bleekgezichten"). De bewoners zouden hun bleke gezichten te danken hebben aan het feit dat ze meer in de kerk zaten dan dat ze buiten kwamen.[8]

ScholenBewerken

 
Het gebouw van de vroegere christelijke School met den Bijbel uit 1921

Het dorp heeft anderhalve eeuw een openbare en een christelijke basisschool gehad: de Waarborg sinds de 17e eeuw en de Blinke sinds 1867. In juli 2015 zijn deze samengevoegd tot De Kronkelaar. In de 20e eeuw is er een christelijke lagere landbouwschool geweest.

De openbare basisschool werd gesticht als karspelschool rond 1600. In 1827 werd een nieuw schoolgebouw gebouwd, dat diverse malen werd verbouwd en dienstdeed tot 1928. In 1883 (hetzelfde jaar dat de nieuwe kerk werd gebouwd) verkocht de kerk de school, meesterswoning en bijbehorende tuin voor 1200 gulden aan de gemeente Termunten. In 1928 werd een nieuwe openbare school op een andere locatie aan de overzijde ongeveer 300 meter verder aan de Hoofdweg gebouwd, Op de plek van de oude school werd later een garage gebouwd en tegenwoordig ligt er een parkeerterrein. Het schoolgebouw dat omstreeks 1928 werd gebouwd, werd op 18 november 1943 verwoest door een uit nood afgeworpen RAF-bom, en na de Tweede Wereldoorlog herbouw (rond 1946-47). Het werd in 1974 gesloten om plaats te maken voor nieuwbouw. Tussen 1974 en 1976 werd er twee jaar tijdelijk lesgegeven in de oude landbouwschool (zie verder), waarna in 1976 het huidige schoolgebouw (in honingraatvorm) werd geopend door Burgemeester R.G.Boekhoven (Een van zijn laatste officiële handelingen voor de gemeente Termunten), dat later de naam "De Waarborg" kreeg.

De eerste christelijke basisschool ontstond in 1867 door toedoen van predikant Malga als christelijke nationale school. Dat jaar werd een boerderij aangekocht, waarvan de schuur dienstdeed als klaslokaal en het voorhuis als meesterswoning. In 1884 werd een nieuw schoolgebouw gebouwd, dat de naam Rehoboth kreeg. In 1921 werd weer een nieuw gebouw betrokken door de School met den Bijbel, dat in gebruik zou blijven tot 1982, toen het huidige schoolgebouw gereedkwam. Dat jaar werd ook de naam "De Blinke" (= "vluchtplaats"; herinnering aan de vele overstromingen van de Dollard vroeger) aan de school gegeven. Het oude schoolgebouw uit 1921 met het decoratieve metselwerk werd toen verkocht aan een kunstenaarspaar. De christelijke basisschool werd tot de jaren zestig voornamelijk bezocht door kinderen van dolerenden (gereformeerden); hun aandeel lag over de jaren stabiel op ongeveer 80% van de leerlingen. De resterende 20% bestond voornamelijk uit kinderen van orthodox-hervormden. Ook begin jaren negentig was nog de helft van de kinderen van gereformeerden huize. In 1935 kreeg de school een kleuterschool ("Fröbelschool"), die in 1939 een eigen gebouw kreeg. In 1960 werd een eerste 'echte' kleuterschool ("de Kleuterhof") gebouwd, die in 1982 weer opgenomen werd in de christelijke lagere school, ter voorbereiding op de Wet op het Basisonderwijs.

Tussen ongeveer 1951 en 1971 heeft Wagenborgen ook een christelijke lagere landbouwschool gehad (van de Groninger Christelijke Boeren en Tuindersbond) aan het einde van de H.L. Emmensweg bij de Troostlaan. Toen het aantal werkenden in de landbouw afnam en het aantal leerlingen te klein werd, werd de school samen met die van Stadskanaal, Slochteren en Vlagtwedde gesloten.

MolensBewerken

In het dorp Wagenborgen heeft eeuwenlang een korenmolen gestaan. In 1628 mocht de molen blijven staan bij de provinciale molentelling. Deze molen of een opvolger brandde in 1824 af en werd hetzelfde jaar herbouwd als beltmolen "Windlust". Deze beltmolen (koren- en pelmolen) werd in 1866 verbouwd tot stellingmolen. In 1929 werd de molen onttakeld en voorzien van een elektromotor. In 1969 werd de molen afgebroken.

Rondom Wagenborgen hebben diverse poldermolens gestaan, zoals die van de polder Tonnistil (bij Kopaf), die werd gebouwd in 1792, in 1867 verbrandde en herbouwd werd, in 1927 een hulpmotor kreeg, in 1955 overbodig werd en gesloopt werd in 1960. Of de molen van de Wagenborgerpolder aan de weg naar Overtocht, die reeds voor 1934 verdween, waarna er nog een tijd een windmotor gestaan heeft, die sindsdien eveneens verdwenen is. Een derde watermolen stond vanaf 1794 aan de Stinkvaart ten noorden van Wagenborgen. Deze molen brandde in 1882 af na een blikseminslag en werd hetzelfde jaar herbouwd. In 1935 is ook deze molen afgebroken.

Overige gebouwen en voorzieningenBewerken

Het dorp heeft mede door het verdwijnen van Groot Bronswijk te kampen met een teruglopend winkelbestand. Er bevinden zich een supermarkt, een aantal winkels en wat horeca en voorzieningen als een huisartsenpost en een brandweerkazerne. Verder zijn er sportvoorzieningen en een verzorgingstehuis (Menterne.

Een bekende uitspanning was café Hidding, dat begin 20e eeuw een doorrit had in het dorp. Het bestond reeds voor 1800 en organiseerde in de 19e eeuw twee maal per jaar een veemarkt: op de tweede dinsdag van mei en op de derde dinsdag van september. Het café brandde in april 1945 af tijdens de oorlogshandelingen rond de bevrijding van het dorp. Wagenborgen heeft ook enkele armenhuizen (diaconiewoningen) gekend, die in de volksmond met 'Kroate' (van het Latijnse 'curata'; "verzorging") werden aangeduid. In 1808 woonden er volgens de hervormde kerk acht à negen 'bedeelden'.[9] In 1878 werden vijf nieuwe aaneengesloten woningen gebouwd, die in 1960 zijn afgebroken voor de uitbreiding van Groot Bronswijk.

GeborenBewerken

TriviaBewerken

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • Bijmold, D. (1988), "Van geslacht tot geslacht": 100 jaar Gereformeerde Kerk Wagenborgen: 1888-1988. Groningen: Noorderboek. 79 p.
  • Doornbos, H. (1979), Wagenborgen in oude ansichten. Zaltbommel: Europese Bibliotheek. 92 p. Fotoboek.
  • Doornbos, H. & G. de Fijter (1983), Op het erf der vaderen: gedenkboek van de Hervormde Gemeente van Wagenborgen: uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw 1883-1983. Delfzijl: de Vries. 272 p.
  • Doornbos, H. (1997), ...en er is slechts een handvol overgebleven: de teloorgang van de middenstand, handel en ambacht in Wagenborgen. Veendam: Akse. 69 p.
  • Huisman, W.P. & H. Doornbos (1999), Noodlanding in het Proostmeer: kroniek van de bevrijding van Wagenborgen van 15 tot 24 april 1945: een uitvoerig verslag van de gevechtshandelingen. 3e druk. Veendam: Akse. 160 p.
  • Albert Buursma & Marina van der Ploeg (2008), "Wagenborgen". In: Groningen, Stad en Ommeland. Bedum: Profiel. p. 552-553.

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Wagenborgen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.