Hoofdmenu openen
Voor- en zijgevel van De Olde Stoeve

Menterwolde is een voormalig klooster ten zuiden van De Kamp, de weg tussen Nieuwolda en Nieuwolda-Oost. Het is in de eerste helft van de 13e eeuw gesticht als dubbelklooster, maar werd al gauw gesplitst in een monniken- en een nonnenklooster. Deze hadden rond 1600 veel gronden in de omgeving in bezit. Bij verschillende opgravingen in de twintigste eeuw bleek dat de noordwesthoek van het klooster stond waar tegenwoordig de boerderij De Olde Stoeve gevestigd is.

Inhoud

Stichting en delingBewerken

Het klooster werd volgens de overlevering gesticht in 1220 op een plaats die Campus Sylvae ('Woldkamp' of 'Kampwolde') heette. Het dubbelklooster te Montrevalt werd in 1247 toegelaten tot de orde van de cisterciënzers en kwam onder de hoede van Aduard te staan. Van hogerhand werd tevens beslist dat de nonnen moesten vertrekken, omdat een dubbelklooster niet was toegestaan volgens de reglementen van de orde. De nonnen werden zodoende in 1259 overgeplaatst naar een nieuw kloostergebouw in het zuidelijker gelegen Midwolda. De monniken bleven in Menterwolde.

GeschiedenisBewerken

De eerste drie abten zouden volgens de kloosterkroniek van Aduard (geschreven omstreeks 1485) in de kloosterkapel begraven zijn. Vermoedelijk vanwege de wateroverlast door bodemdaling en rivieroverstromingen – en niet door het ontstaan van de Dollard – werd het monnikenklooster Menterwolde in 1299 verplaatst naar het Grijzemonnikenklooster van Termunten.

Het Grijzevrouwenklooster in Midwolda bleef afhankelijk van het moederklooster en ressorteerde later onder Termunten, waarvan men ook het zegel gebruikte. Zeker na de Cosmas- en Damianusvloed van 1509, maar vermoedelijk al veel eerder, toen de nooddijk van 1454 brak, kwamen ook de resten van Menterwolde onder water te staan. Al in 1466 kwam het water tot Wagenborgen.

Ten noorden van Nieuwolda-Oost en Oostwolderhamrik bevonden zich rond 1600 omvangrijke kloosterlanderijen van het Grijzemonniken- en Grijzevrouwenklooster. Hieronder ook de laag gelegen landerijen van het Nonnegat, later Nonnegaatsterpolder. Een deel van deze landerijen is mogelijk pas in de zestiende eeuw in kloosterhand beland, toen de oorspronkelijke bewoners het dijkonderhoud niet meer konden opbrengen en volgens de regels van het spaderecht hun landerijen moesten opgeven.

De Olde StoeveBewerken

De plaats van het klooster bij Nieuwolda was nog in de zestiende eeuw bekend als naam van een gehucht. Onder Nieuwolda lag d'Olde Stove, Olde Stoeve of De Stoeff, vermoedelijk een kloostervoorwerk, maar omstreeks 1580 volgens kroniekschrijver Johan Rengers van Ten Post nog slechts een vledder (moeras) in de uterdycken, achter Wagenborgen in den Dullert gelegen. Volgens de overlevering lagen er drie abten begraven. Op de kloosterheuvel bevonden zich vermoedelijk een of meer boerderijen.

Het klooster ligt waar boerderij De Olde Stoeve staat, die anno 2017 in gebruik is als vakantiewoning en groepsaccommodatie. Bij archeologisch onderzoek van deze locatie in 1951 vond men alleen het grafveld. In 1975 werd het poortgebouw van het klooster gelokaliseerd, doordat resten van kloostermoppen en een vloertje gevonden werden aan de westzijde van de boerderij, aan het begin van de oprit. In 1998 bleek dat er onder de boerenschuur fundamenten van het klooster zelf liggen. Ook bleek het kloosterterrein groter te zijn geweest dan men in 1951 gedacht had.

Een (onbetrouwbare) kaart van de verdronken Dollarddorpen lokaliseert hier het dorp Astock, dat ook op een lijst van verdronken dorpen voorkomt. De namen d'Olde Stove en Astock zijn wellicht etymologisch verwant, met als grondwoord Oudfries stō, stōd, Oudengels stōw ‘plek, plaats’.[1]

De nederzetting MenterwoldeBewerken

In de buurt van het klooster Menterwolde heeft tevens de nederzetting Menterwolde gelegen. Ten eerste zijn er de bodemsporen rond de 'Woldkamp'. Andere aanwijzingen voor het bestaan van een nederzetting zijn te vinden in de kroniek van Wittewierum, waar een dertiende-eeuwse vete wordt beschreven die draaide om de adellijke jonkvrouw Ida van Menterwolde. Menterwolde wordt in dit verhaal duidelijk onderscheiden van Midwolda. Mogelijk heeft de nederzetting 'Woldkamp' (Menterwolde) in de omgeving van Nieuwolda-Oost of Oostwolderhamrik gelegen. Tussen de Heemweg en de Hoofdweg-Oost liggen de resten van oude akkers, alsmede enkele geëgaliseerde wierden. Een ervan stond in 1599 bekend als Brorß Bult, kennelijk genoemd naar de kloosterbroeders. In de negentiende eeuw stond een deel van het gebied bekend als De Blinken, letterlijk '(al dan niet bewoonde) kweldereilanden', wat mogelijk duidt op de overblijfselen van deze huiswierden. Een ander toponiem in deze omgeving is Kornswold(a) of Corenswoldt, wat duidt op een veenontginningsdorp. Het gebied is tot nog toe buiten archeologische belangstelling gebleven.

Volgens 19e-eeuwse overleveringen zouden zich resten van een kapel onder de schuur van boerderij 'Dijkvliet' bevinden. Een houten bruggetje stond bekend als Kapelvlonder. Ook zou er sprake zijn van een stenen voetpaadje dat in de bodem is gevonden. Opvallende perceelsnamen zijn verder ‘t Cruidt- of Kruidthof en Hoffvenne.

Externe linkBewerken