Tandzaad-klasse

klasse van plantengemeenschappen
(Doorverwezen vanaf Bidentetea tripartitae)

De tandzaad-klasse (Bidentetea tripartitae) is een klasse van plantengemeenschappen van natuurlijke of door de mens gecreëerde, voedselrijke standplaatsen die tenminste een deel van het jaar onder water staan, overwegend bestaande uit eenjarige pionierssoorten.

Tandzaad-klasse
Tandzaad-klasse met waterpeper
Tandzaad-klasse met waterpeper
Syntaxonomische indeling
Klasse
Bidentetea tripartitae
Tüxen, W.Lohmeyer & Preising ex von Rochow, 1951

Naamgeving, etymologie en coderingBewerken

  • Synoniem: Bidentetea Tüxen, W.Lohmeyer & Preising ex von Rochow 1951, Bidentetea tripartitae Tx. et al. in Tx. 1950, Rudereto-Manihotetea utilissimae sensu de Bolòs 1988 (orig.form); non Rudereto-Manihotetea pantropicalia Léonard in Taton 1949
  • Duits: Zweizahn-Gesellschaften
  • Frans: Végétation pionnière annuelle et hygrophile des sols enrichis en azote
  • Syntaxoncode (Nederland): 29

De naam Bidentetea tripartitae is afgeleid van de wetenschappelijke namen van een kensoort binnen deze klasse, het veerdelig tandzaad (Bidens tripartita).

KenmerkenBewerken

AlgemeenBewerken

De tandzaad-klasse omvat plantengemeenschappen van natuurlijke of kunstmatige kale, vochtige standplaatsen met een zekere dynamiek, zoals oevers van beekjes, rivieren en kreken, of van klei- en veenputten, stuwmeren, retentiebekkens, sloten en greppels. Vooral plaatsen waar regelmatig gegraven wordt komen in aanmerking.

De standplaatsen staan in de winter vaak langdurig onder water, en drogen in de zomer niet uit. De bodem is vaak totaal anaeroob, en matig tot zeer voedselrijk. Ook in van oorsprong voedselarme milieus, zoals langs vennen en hoogveenputten, kan door plaatselijke eutrofiëring deze gemeenschap ontstaan.

StructuurBewerken

Deze klasse wordt in de Lage Landen gekenmerkt door een zeer open en laagblijvende vegetatie met volledige afwezigheid van de boom- en de struiklaag.

In de kruidlaag zijn eenjarige planten dominant, zij overleven de winter als zaad en komen uit als de omstandigheden gunstig zijn. De hoofdbloei vindt plaats op het einde van de zomer. Leden van de duizendknoopfamilie, zoals de waterpeper en de beklierde duizendknoop zijn meestal goed vertegenwoordigd, naast verschillende soorten van het geslacht tandzaad.

De moslaag is weinig ontwikkeld en omvat geen kenmerkende soorten.

OnderverdelingBewerken

De tandzaad-klasse heeft als vertegenwoordigers in België en Nederland:

SoortensamenstellingBewerken

De tandzaad-klasse omvat vooral algemene tot vrij algemene soorten, voornamelijk leden van de duizendknoopfamilie en tandzaden, maar ook zeldzaamheden zoals het klein vlooienkruid en bruin cypergras.

Deze klasse heeft voor België en Nederland als belangrijkste ken- en begeleidende soorten:

Ken- en differentiërende soorten voor de tandzaad-klasse
Kensoort / Beg. soort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking Afbeelding
Boomlaag
Geen soorten
Struiklaag
Geen soorten
Kruidlaag
kK - Blaartrekkende boterbloem Ranunculus sceleratus  
kK - Waterpeper Persicaria hydropiper  
kK - Moeraskers Rorippa palustris  
kK - Zwart tandzaad Bidens frondosa  
kK - Beklierde duizendknoop Persicaria lapathifolia subsp. lapathifolia  
kK - Veerdelig tandzaad Bidens tripartita  
kK - Rode ganzevoet Chenopodium rubrum  
kK - Goudzuring Rumex maritimus  
kK - Moeraszuring Rumex palustris  
kK - Rosse vossenstaart Alopecurus aequalis  
kK - Liggende ganzerik Potentilla supina  
Moslaag
Geen soorten

Zie ookBewerken


  Zie de categorie Bidentetea tripartitae van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.