Biatlon op de Olympische Winterspelen

sportevenement op de Olympische Spelen

De sport biatlon in zijn huidige vorm staat vanaf 1960 op het programma van de Olympische Winterspelen. Eerst alleen voor mannen, vanaf 1992 ook voor vrouwen. Op de Spelen van 1924 stond eenmalig het onderdeel Militaire patrouille, de voorloper van het huidige biatlon, op het officiële programma, hierna nog drie keer als demonstratie sport.

EditiesBewerken

Spelen Jaar Gaststad / Gastland Plaats Accommodatie Datum Landen Sporters Ond. Winnaar medaillespiegel
Totaal M V
XXV 2026   Milaan en Cortina d'Ampezzo, Italië Antholz (Anterselva) Südtirol Arena 6–22 februari 11
XXIV 2022   Peking, China Zhangjiakou Zhangjiakou Biathlon Centre 5–19 februari 30 210 105 105 11   Noorwegen
XXIII 2018   Pyeongchang, Zuid-Korea Pyeongchang Alpensia Biathlon Centre 10–23 februari 28 218 108 110 11   Duitsland
XXII 2014   Sotsji, Rusland Krasnaja Poljana Laura Biathlon & Ski Complex 8–22 februari 35 204 105 99 11   Noorwegen
XXI 2010   Vancouver, Canada Whistler Whistler Olympic Park 13–26 februari 37 217 112 105 10   Noorwegen
XX 2006   Turijn, Italië Cesana Torinese Centro Olimpico di Biathlon 11–21 februari 37 204 107 97 10   Duitsland
XIX 2002   Salt Lake City, Verenigde Staten Midway Soldier Hollow 11–20 februari 34 190 102 88 8   Noorwegen
XVIII 1998   Nagano, Japan Nozawa Onsen Biatlonstadion Nozawa Onsen 9–21 februari 32 183 96 87 6   Noorwegen
XVII 1994   Lillehammer, Noorwegen Lillehammer Birkebeineren-Skistadion 18–26 februari 32 193 99 94 6   Rusland
XVI 1992   Albertville, Frankrijk Hauteluce Les Saisies 11–20 februari 28 196 116 80 6   Duitsland
XV 1988   Calgary, Canada Canmore Canmore Nordic Centre 20–26 februari 22 90 90 3   DDR
XIV 1984   Sarajevo, Joegoslavië Hadžići Igman, Veliko Polje 11–17 februari 25 95 95 3   Noorwegen
  Bondsrepubliek Duitsland
XIII 1980   Lake Placid, Verenigde Staten Lake Placid Cross Country Biathlon Center 16–22 februari 18 76 76 3   Sovjet-Unie
XII 1976   Innsbruck, Oostenrijk Seefeld in Tirol Olympiaregion Seefeld 6–13 februari 18 74 74 2   Sovjet-Unie
XI 1972   Sapporo, Japan Sapporo Makomanai-Park 8–11 februari 14 62 62 2   Sovjet-Unie
X 1968   Grenoble, Frankrijk Autrans-Méaudre en Vercors Autrans 12–15 februari 16 72 72 2   Sovjet-Unie
IX 1964   Innsbruck, Oostenrijk Seefeld in Tirol Olympiaregion Seefeld 4 februari 14 51 51 1   Sovjet-Unie
VIII 1960   Squaw Valley, Verenigde Staten Tahoma McKinney Creek Stadium 21 februari 9 30 30 1   Zweden
VII 1956   Cortina d'Ampezzo, Italië Geen biatlon op de Olympische Winterspelen
VI 1952   Oslo, Noorwegen
↓ Militaire patrouille ↓
V 1948   Sankt Moritz, Zwitserland ? ? 8 februari 8 32 32 0 + 1 d.   Zwitserland
- 1944 Toegekend aan Cortina d'Ampezzo, maar afgelast vanwege de Tweede Wereldoorlog
- 1940 Toegekend aan Sapporo, maar afgelast vanwege de Tweede Wereldoorlog
IV 1936   Garmisch-Partenkirchen, Duitsland Garmisch-Partenkirchen Olympia-Skistadion 14 februari 9 36 36 0 + 1 d.   Italië
III 1932   Lake Placid, Verenigde Staten Geen militaire patrouille op de Olympische Winterspelen
II 1928   Sankt Moritz, Zwitserland ? ? 12 februari 9 36 36 0 + 1 d.   Noorwegen
I 1924   Chamonix-Mont-Blanc, Frankrijk Chamonix-Mont-Blanc Stade Olympique de Chamonix 29 januari 6 24 24 1   Zwitserland

OnderdelenBewerken

Onderdeel 24 28 32 36 48 52 56 60 64 68 72 76 80 84 88 92 94 98 02 06 10 14 18 22 Totaal
Mannen Sprint (10 km) 12
Achtervolging (12,5 km) 6
Massastart (15 km) 5
Individueel (20 km) 17
Estafette (4 x 7,5 km) 15
Vrouwen Sprint (7,5 km) 9
Achtervolging (10 km) 6
Massastart (12,5 km) 5
Individueel (15 km) 9
Estafette (4 x 6 km *) 9
Gemengd Estafette * 3
Totaal 1 1 1 2 2 2 3 3 3 6 6 6 8 10 10 11 11 11 97
Afgevoerd
onderdeel
militaire patrouille d d d 1
d = demonstratie onderdeel; = medaille onderdeel
* Vrouwenestafette: in 1992 3x7,5 km, van 1994-2002 4x7,5 km; Gemengde estafette: vanaf 2014 2x6 + 2x7,5 km

MedaillewinnaarsBewerken

  Zie Lijst van olympische medaillewinnaars biatlon voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Succesvolste olympiërs

Op de lijst van succesvolste medaillewinnaars op de Olympische Winterspelen staat de biatleet Ole Einar Bjørndalen op de tweede plaats. De Noor behaalde acht gouden, vier zilveren medailles en een bronzen medaille, hij deed dit op zes verschillende onderdelen. De Wit-Russische Darja Domratsjeva is de succesvolste biatlete, op de spelen van 2010-2018 veroverde ze zes medailles, viermaal goud en eenmaal zilver en brons. Naast Bjørndalen en Domratsjeva staan nog tien andere biatleten in deze lijst door ten minste driemaal goud te hebben behaald.

P Olympiër Land Editie(s)       T Onderdeel
1 Ole Einar Bjørndalen   NOR 1998-2014 8 4 1 13 sprint (3), achtervolging (2), massastart (1), individueel (3), estafette (3), gemengde estafette (1)
2 Martin Fourcade   FRA 2010-2018 5 2 0 7 achtervolging (2), massastart (3), individueel (1), gemengde estafette (1)
3 Ricco Groß   GER 1992-2006 4 3 1 8 sprint (2), achtervolging (1), estafette (5)
4 Emil Hegle Svendsen   NOR 2010-2018 4 3 1 8 sprint (1), massastart (2), individueel (1), estafette (2), gemengde estafette (2)
5 Sven Fischer   GER 1994-2006 4 2 2 8 sprint (2), achtervolging (1), individueel (1), estafette (4)
6 Darja Domratsjeva   BLR 2010-2018 4 1 1 6 achtervolging (1), massastart (2), individueel (2), estafette (1)
7 Aleksandr Tichonov   URS 1968-1980 4 1 0 5 individueel (1), estafette (4)
8 Kati Wilhelm   GER 2002-2010 3 3 1 7 sprint (1), achtervolging (2), individueel (1), estafette (3)
9 Anastasiya Kuzmina   SVK 2010-2018 3 3 0 6 sprint (2), achtervolging (2), massastart (1), individueel (1)
10 Halvard Hanevold   NOR 1998-2010 3 2 1 6 sprint (1), individueel (2), estafette (3)
11 Mark Kirchner   GER 1992-1994 3 1 0 4 sprint (1), individueel (1), estafette (2)
12 Michael Greis   GER 2006 3 0 0 3 massastart (1), individueel (1), estafette (1)
De Russin Anfisa Reztsova won bij biatlon drie medailles (2-0-1), samen met de medailles bij het langlaufen (1-1-0) staat ze ook op gelinkte lijst met een score van 3-1-1.
Meervoudige medaillewinnaars

Medaillewinnaars met ten minste vijf medailles in totaal.

Olympiër Land Editie(s) T       Onderdeel
Uschi Disl   GER 1992-2006 9 2 4 3 sprint (2), massastart (1), individueel (2), estafette (4)
Sergej Tsjepikov   URS
  EUN
  RUS
1988-1994, 2006 6 2 3 1 sprint (2), estafette (4)
Frank Luck   GER 1994-2002 5 2 3 0 individueel (2), estafette (3)
Peter Angerer   FRG 1980-1988 5 1 2 2 sprint (1), individueel (1), estafette (3)
Albina Achatova   RUS 1998-2006 5 1 1 3 achtervolging (1), individueel (1), estafette (3)
Tiril Eckhoff   NOR 2014-2018 5 1 1 3 massastart (2), estafette (1), gemengde estafette (2)

MedaillespiegelBewerken

Tot en met de Olympische Winterspelen van 2018.

 Plaats  Land NOC   Goud   Zilver   Brons Totaal
1   Duitsland GER 19 21 12 52
2   Noorwegen NOR 16 15 10 41
3   Rusland RUS 10 6 8 24
4   Frankrijk FRA 9 5 12 26
5   Sovjet-Unie URS 9 5 5 19
6   Zweden SWE 5 3 6 14
7   Wit-Rusland BLR 4 3 3 10
8   DDR GDR 3 4 4 11
9   Slowakije SVK 3 3 1 7
10   Gezamenlijk team EUN 2 2 2 6
11   Canada CAN 2 0 1 3
12   Bondsrepubliek Duitsland FRG 1 2 2 5
13   Oekraïne UKR 1 1 3 5
14   Zwitserland SUI 1 1 0 2
15   Bulgarije BUL 1 0 1 2
16   Finland FIN 0 5 2 7
17   Tsjechië CZE 0 4 3 7
18   Oostenrijk AUT 0 3 3 6
19   Italië ITA 0 1 5 6
20   Slovenië SLO 0 1 1 2
21   Kazachstan KAZ 0 1 0 1
  Polen POL 0 1 0 1
23   Kroatië CRO 0 0 1 1
Totaal 86 87 85 258
In 2010 werd er op de mannen individuele 20 km wedstrijd tweemaal zilver uitgereikt en geen brons.

Zie ookBewerken