Hoofdmenu openen

Een zesasser is een voertuig dat rust op zes assen. De benaming wordt vooral in de spoor- en tramwegwereld gebruikt.

Zesassers zonder draaistellenBewerken

In Nederland is een voorbeeld van een locomotief zonder 'echte draaistellen' in de moderne zin, de NS 1000, die de asopstelling (1A) Bo (A1) had. Hierbij waren er dus vier aangedreven assen en twee loopassen.

Zesassers op twee draaistellenBewerken

 
Zesassige locomotief 1202 (serie NS 1201-1225, bouwjaar 1952).

De assen zijn ondergebracht in twee draaistellen met ieder drie assen. Vooral bij zware elektrische en diesellocomotieven worden in plaats van tweeassige draaistellen drieassige draaistellen toegepast. In Nederland is de locomotief Class 66 hiervan een voorbeeld, met de asindeling Co' Co'. Oude voorbeelden zijn de locomotieven van de series 1200, 1300 en 1500.

Zesassers op drie draaistellenBewerken

Bij de Nederlandse Spoorwegen wordt dit toepast in de dubbeldeks motorwagens type mDDM, waar in een wagenbak drie tweeassige draaistellen zijn ondergebracht. Dit leverde de bijzondere asindeling Bo' Bo' Bo' op. Om de bogen soepel te kunnen doorlopen kan het middelste draaistel zijdelings schuiven.

Zesassige gelede tramsBewerken

 
Zesassige enkelgelede wagen 237 van de Rotterdamse tram (serie 231-244, bouwjaar 1957).

Bij trams zijn de zesassers meestal enkelgelede wagens. Hierbij rusten twee wagenbakken verbonden door een geleding in het midden op een Jacobsdraaistel, behalve bij bijvoorbeeld trams van het type ZGT. Aan de einden van de tram zijn twee motordraaistellen, het middelste draaistel is meestal een loopdraaistel, maar er zijn ook trams met zes aangedreven assen. De eerste enkelgelede zesassers werden in de jaren dertig toegepast. Bij de NZH te Haarlem werden in 1932 tien zesassers van de serie A600 afgeleverd, de eerste van hun soort in Nederland.

Na de ontwikkeling van de geleding van Urbinati in Rome en Milaan in 1940 kwamen ook in Nederland en Duitsland op grote schaal zesassers in gebruik. Ook in andere West- en Midden-Europese landen kwamen er vanaf de jaren zestig veel zesassers. In Amsterdam en Rotterdam verschenen de eerste zesassers in 1957. In veel gevallen werden zesassers later voorzien van een extra middenbak met extra draaistel, waardoor dubbelgelede achtassers ontstonden. Dit was onder andere het geval in Amsterdam en Rotterdam. In Rotterdam zijn er nu nog zesassers (type ZGT) serie 700 en 800. In België zijn vanaf de jaren zeventig zesassers (serie 7500, 7700 en 7800) geleverd aan de Brusselse tram en in de jaren tachtig aan de toen nog bestaande NMVB (Kusttram en Charleroi).

Door de komst van de lagevloertrams sinds de jaren negentig hebben moderne trams meestal minder assen dan vroeger en soms helemaal geen assen, maar losse, niet door assen verbonden, wielen. Een tram met twaalf wielen die vroeger zesasser werd genoemd is dan eigenlijk een twaalfwieler.