Hoofdmenu openen
Een tram met korte middenwagenbak op twee assen plus twee opleggers
Een tram met middenwagenbak op vier assen plus twee opleggers

Een tram met opgelegde bak is een type tramvoertuig. Vrijwel alle uitvoeringen van na 1980 volgen een steeds vergelijkbaar concept. Hierbij rust één wagenbak op twee of vier assen met een of meer wagenbakken die daar deels op steunen. Deze trams worden ook opleggertrams genoemd. Bij extra lange trams kan een opgelegde wagenbak zelf ook steunen op een opgelegde bak zoals bij de Citadis Dualis.

GeschiedenisBewerken

 
Een tram in Bremen met opgelegde eindbak

In Duitsland verschenen de eerste experimentele trams met deze opbouw. In 1928 werd in Dresden een driedelige tram (wagen 2501)[1] geleverd. De middelste bak had twee vaste assen, de beide opleggers elk één instelbare as.[2] Vergelijkbaar qua opbouw was de Cape Hope tram die in 1930 werd gebouwd en heeft rondgereden in Berlijn en Den Haag.[3] Bij deze driedelige tram had de middelste bak twee eenassige draaistellen, de beide opleggers elk één eenassig draaistel.[4]

SerieproductieBewerken

In Genua bouwde men in 1940 oude trams om tot een serie van 31 opleggertrams. Deze trams bestonden uit twee bakken: een bak met twee vaste assen waaraan een korte bak met één vaste as was gekoppeld.[5] In Bremen bouwden men vanaf 1956 vergelijkbare trams: 27 motorwagens met daarbij 27 eveneens gelede bijwagens. Behalve dat deze trams er moderner uitzagen, had de opgelegde wagenbak geen vaste as maar een eenassig draaistel.[5] Een grote serie verscheen wederom in Genua, waarbij 78 trams een oplegger met een tweeassig draaistel kregen. Dit hielp het concept aan betere rijeigenschappen dan de eerder genoemde twee series.[5] Dit concept met vier assen kreeg navolging in Duitsland: in Augsburg zelfs een variant hierop met vijf assen.

ConstructieBewerken

Tegenwoordig (stand 2019) wordt deze constructie veel toegepast bij lagevloertrams omdat zo de dure en gecompliceerde jacobsdraaistellen niet toegepast hoeven te worden. Bij trams met een hoge vloer zijn zes- en achtassers het meest voorkomend, zoals de Stadtbahntrams TW 2000 en Vamos.

LagevloertramsBewerken

Bij lagevloertrams is de kortste variant doorgaans een zesasser. Daarbij zijn er varianten met twee en met drie wagenbakken. De tweedelige trams hebben dan een opbouw als de RET ZGT: een wagenbak heeft twee tweeassige draaistellen, de oplegger één tweeassig draaistel. De driedelige zesasser heeft in het midden een wagenbak met twee assen met aan beide zijden een opgelegde bak met elk een tweeassig draaistel. De achtassers zijn vergelijkbaar opgebouwd maar hebben onder de middenbak dan vier assen verdeeld over twee draaistellen. Deze achtassers zijn te verlengen door ze uit te breiden met een vierde opgelegde wagenbak met een tweeassig draaistel.

GalerijBewerken

Zie ookBewerken