Hoofdmenu openen

Een bak is Nederlands spoorjargon voor het deel van een spoorwegrijtuig of locomotief zonder wielstellen of draaistellen. Ook bij trams en metro's wordt van bakken gesproken, bij gelede bussen echter niet. Een bak is 'opgelegd' op wiel- of draaistellen. Langere bakken zijn vrijwel altijd opgelegd op twee draaistellen. Kortere bakken delen soms een draaistel, zodat op één draaistel de uiteinden van twee bakken rusten. Een dergelijk draaistel wordt wel jacobsdraaistel genoemd. De Intercity Nieuwe Generatie is een voorbeeld van een treinstel met jacobsdraaistellen.

Bak wordt vaak ook gebruikt als aanduiding van een spoorwegrijtuig, met name als dit een onderdeel is van een treinstel.

1rightarrow blue.svg Zie Spoorwegrijtuig voor meer informatie over spoorwegrijtuigen.

Inhoud

DoorloopmogelijkheidBewerken

Reizigers kunnen tijdens het rijden meestal van de ene naar de andere bak lopen. Daartoe dienen rijtuigovergangen, een flexibele verbinding tussen de bakken of rijtuigen. De flexibiliteit is nodig voor het maken van bochten in horizontale en verticale richting. Ook gelede bussen kennen een dergelijke verbinding. Er is grote variatie in de vorm van rijtuigovergangen.

Bij Nederlandse treinstellen is er geen loopverbinding van het ene naar het andere treinstel. Het Nederlandse materieeltype ICM kent een doorloopkop, waarmee het mogelijk was van het ene treinstel naar andere te lopen, maar deze is buiten gebruik gesteld vanwege een te grote storingsgevoeligheid.

Enkele historische rijtuigen, die soms nog dienst doen bij museumspoorlijnen, hebben rijtuigovergangen tussen open eindbalkons. Er is er dan geen beschutting tegen wind, kou en neerslag. Vaak zijn deze overgangen verboden voor kinderen die niet begeleid worden. Net zoals dit vroeger ook vaak gebeurde, loopt men over een loopplaat tussen de balkons van twee rijtuigen. Enige bescherming en houvast wordt geboden door hekjes of kettingen.

Bij het materieel van hedendaagse spoorwegvervoerders zijn rijtuigovergangen beschut en veilig. Hiervoor is een speciale constructie nodig. Voor wat betreft de vloer schuiven er bijvoorbeeld platen over elkaar, of er is een cirkelvormig tussendeel. Voor wat betreft de wanden kan flexibiliteit en beschutting gecombineerd worden door middel van een vouwbalg. De bakovergangen van modern materieel bij gebruik van jacobsdraaistellen zijn zo groot en comfortabel dat ze nauwelijks in het interrieur van een trein opvallen.

TreinBewerken

Bij een trein kan een bak een rijtuig zijn, of een motorrijtuig, of een deel van een treinstel.

BakindelingBewerken

Om de samenstelling van een trein of treinstel te beschrijven worden per bak een aantal eigenschappen gecodeerd weergegeven. Deze codes zijn vaak ook te zien onderaan op de zijkant van een bak.

Bij goederenwagens wordt een internationaal codeschema gebruikt. Bij rijtuigen verschillen de betekenissen van de codes sterk per land. Zo zijn de Nederlandse bakcodes voor rijtuigen een stuk eenvoudiger dan bijvoorbeeld de Duitse.

De betekenissen van de huidige Nederlandse bakcodes die worden gebruikt op rijtuigen en treinstellen worden in de volgende paragrafen uitgelegd.

  Zie goederenwagen voor informatie van codes voor goederenwagens

HoofdlettersBewerken

De hoofdletters geven meestal aan wat voor afdelingen zich in het rijtuig bevinden.

  • A: Afdeling eerste klas
  • B: Afdeling tweede klas
  • C: Afdeling derde klas (verouderd)
  • D: Bagage-/dienstruimte
  • F: Fietsenafdeling
  • K: Keukenafdeling
  • P: Postafdeling
  • WL: "Wagon Lits", slaaprijtuig
  • WR: "Wagon Restaurant", restauratierijtuig

Kleine lettersBewerken

De kleine letters geven meestal de kenmerken van het rijtuig aan. De kleine letters worden achter de hoofdletter(s) geplaatst, met uitzondering van de m. Bij de Koploper is ook de s voor de hoofdletters geplaatst.

  • b: rijtuig aangepast voor het vervoer van mindervaliden (internationaal, sedert 2012)
  • c: "couchette", afdeling is ingericht om in te slapen (internationaal)
  • d: rijtuig dat is uitgerust om fietsen te vervoeren (internationaal, sedert 2012)
  • e: eindrijtuig, is voorzien van een inrichting die tot doel heeft om een combinatie van rijtuigen als gesloten treinformatie (stam) te kunnen laten functioneren (nationaal)
  • f: afdeling is ingericht voor stalling van fietsen (nationaal)
  • ee: rijtuig dat is uitgerust met centrale stroomvoorziening (internationaal)
  • f: (getrokken) rijtuig met bestuurderscabine (internationaal, sedert 2012)
  • f: afdeling is ingericht voor stalling van fietsen (nationaal)
  • h: rijtuig aangepast voor het vervoer van mindervaliden (internationaal, sedert 2012)
  • k: koprijtuig van een treinstel/treinstam (niet in de bakcode aangegeven bij getrokken rijtuigen, met uitzondering van DDM)
  • m: rijtuig langer dan 24,5 meter voor getrokken rijtuigen (internationaal)
  • m: rijtuig met aandrijving / motorbak bij treinstellen (nationaal)
  • r: afdeling is ingericht als restauratie (internationaal)
  • s: rijtuigen met open reizigersafdeling met een middengang en bagageafdeling (internationaal, sedert 2012)
  • s: stuurstandrijtuig (nationaal; bij getrokken rijtuigen sedert 2012 een uitlopende aanduiding)
  • t: rijtuigen met open reizigersafdeling met een middengang en bagageafdeling (internationaal, sedert 2012)
  • v: rijtuig dat is uitgerust om fietsen te vervoeren (internationaal)
  • v: dubbeldeksrijtuig (nationaal)
  • z: rijtuig dat is uitgerust met centrale stroomvoorziening (internationaal, sedert 2012)
  • z: zonder toilet (nationaal; wordt alleen nog aangegeven wanneer tussen verder identieke rijtuigen onderscheid gemaakt moet worden)

VoorbeeldenBewerken

  • De treinstellen Plan V hebben de indeling ABk + Bk. Dat wil zeggen één koprijtuig met eerste en tweede klas, gekoppeld met een koprijtuig met alleen tweede klas. Beide rijtuigen zijn aangedreven, maar dat is niet in de bakcode aangegeven.
  • Een Koploper met vier rijtuigen heeft de indeling mBfk + mB + A + sBk. Met andere woorden een aangedreven koprijtuig met tweede klas en een fietsenafdeling, gekoppeld met een aangedreven tussenrijtuig tweede klasse, een tussenrijtuig eerste klasse en een koprijtuig met tweede klasse.
  • Van de rijtuigen type ICR bestonden er voor de verbouwing rijtuigen tweede klasse (B), rijtuigen eerste klasse (A), rijtuigen met eerste en tweede klasse (AB), rijtuigen tweede klasse met bagage- en keukenafdeling (BKD) en stuurstandrijtuigen met tweede klasse (Bs).
  • De elektrische GTW's van Arriva en van Veolia heeft een apart motorgedeelte (powerpack); hierdoor heeft hij een bakindeling waar bij de m losstaat van de rest: ABfk-m-Bk of ABfk-B-m-Bk voor respectievelijk de GTW2/6 en de GTW2/8

TreinlengtebordenBewerken

Om te zorgen dat treinen van verschillende lengte op de goede plek langs het perron stoppen, zijn langs het spoor genummerde treinlengteborden geplaatst (in Nederland zijn dit ruitvormige blauwe borden), waarvoor een machinist, overeenkomstig de treinlengte, dient te stoppen. Hij weet dan zeker dat de hele trein langs het perron staat, en bovendien zo veel mogelijk in de buurt van de reizigerstoegang. Niet alle nummers komen voor, men treft bijvoorbeeld borden met de nummers 2, 4, en 6 aan en aan het einde van het perron een bord zonder nummer. De overige nummers kunnen door de machinist geïnterpoleerd worden.

Is het spoor door een wissel in tweeën gedeeld, dan staan er soms twee cijfers op het treinlengtebord. Het bovenste cijfer geldt voor een lange trein die het hele spoor gebruikt. Het onderste cijfer geldt voor een korte trein die de tweede helft van het spoor (voorbij een wissel) gebruikt.

Ook bij stations van de Rotterdamse en Amsterdamse metro worden dergelijke borden gebruikt, alleen wordt hier niet het aantal rijtuigen, maar het aantal metrostellen op vermeld.

ReserveringBewerken

Op langere trajecten kan vaak een zit- of ligplaats gereserveerd worden. De rijtuigen zijn dan genummerd en op het reserveringsbiljet staat het nummer van het rijtuig. De perrons zijn verdeeld in vakken die met een hoofdletter worden aangeduid. Op de perrons staat vaak een informatiebord waarop staat welk rijtuig in welk vak komt, zodat de reizigers al voor aankomst van de trein op de juiste plek kunnen wachten. Natuurlijk is het ook hier nodig dat de treinmachinist stopt bij het juiste treinlengtebord.

TramBewerken

Bij gelede trams heeft iedere bak een letter, maar niet in alfabetische volgorde. Bij een dubbelgelede tram is er sprake van de A-, C- en B-bak. Hierbij bepaalt de cabine de A-bak, de hulpstuurstand (of tweede cabine bij twee-richtingmaterieel) de B-bak, terwijl het middendeel als (centrale) C-bak bekendstaat. Een volgende geleding geeft dan de A-C-D-B bakindeling, en vervolgens: A-C-E-D-B enzovoort.