Hoofdmenu openen

Maasboulevard (Maastricht)

straat in Maastricht, Nederland

De Maasboulevard is een ruim vijf kilometer lange boulevard langs de rivier de Maas in de Nederlandse stad Maastricht. De deels ondertunnelde weg heeft voornamelijk een functie voor het gemotoriseerde verkeer, waarbij de verkeersintensiteit in zuidelijke richting sterk afneemt. De weg werd in de jaren 1960 en 70 aangelegd op het tracé van het gedempte Kanaal Luik-Maastricht. Het centrale deel verdween omstreeks 2005 ondergronds. Op het dak van de Maasboulevardtunnel werd de Maaspromenade aangelegd. Deze is uitsluitend bedoeld voor voetgangers.

Maasboulevard / Maaspromenade
De Maasboulevard in het centrum van Maastricht. Van boven naar beneden: Bassinbrug · noordelijke tunnelmond · Mosae Forum · Maaspromenade · zuidelijke binnenstad
De Maasboulevard in het centrum van Maastricht. Van boven naar beneden: Bassinbrug · noordelijke tunnelmond · Mosae Forum · Maaspromenade · zuidelijke binnenstad
Geografische informatie
Locatie       Maastricht
Wijk Centrum (Boschstraatkwartier, Binnenstad, Jekerkwartier), Zuidwest (Villapark, Sint Pieter)
Begin Boschstraat/Bassin
Eind rue Collinet, Klein-Ternaaien (Nederlands-Belgische grens)
Lengte ca. 5 km
Breedte ca. 5-35 m
Algemene informatie
Aangelegd in 1962-1979
Genoemd naar Maas
Naam sinds 10 augustus 1971[1]
Detailkaart
Geel gemarkeerd tracé van de Maasboulevard
Geel gemarkeerd tracé van de Maasboulevard
Portaal  Portaalicoon   Maastricht

Inhoud

Ligging en verkeerBewerken

De Maasboulevard loopt parallel aan de westelijke Maasoever vanaf de Boschstraat in het noorden tot aan de Nederlands-Belgische grens bij Klein-Ternaaien (Petit-Lanaye) in het zuiden. In België zet de weg zich voort op het grondgebied van de gemeente Wezet (Visé) als rue Collinet tot aan de Sluis van Ternaaien. Doordat de weg aan deze zijde geen aansluiting heeft op doorgaande routes, is op het zuidelijk deel relatief weinig verkeer. De enige vorm van openbaar vervoer op dit traject is OTW-bus 78 van Maastricht naar Luik, die echter een lage frequentie heeft.[2]

Ongeveer een derde van de weg ligt in het Maastrichtse stadscentrum (in de buurten Boschstraatkwartier, Binnenstad en Jekerkwartier); het andere deel ligt in Maastricht-Zuidwest (Villapark en Sint Pieter).[3] De Maasboulevard is in het centrum een straat voor doorgaand verkeer en heeft daarom weinig zijstraten (ook al omdat de weg hier deels ondergronds loopt). In het noordelijk deel zijn alleen het Bassin en de Sint Teunisstraat vanaf de Maasboulevard te bereiken; in het zuidelijk deel zijn dat de Eksterstraat (indirect via Het Bat), de Graanmarkt en de Prins Bisschopsingel. Alle tussenliggende zijstraten, inclusief de Wilhelminabrug en de Sint Servaasbrug, zijn alleen vanaf de parallelle ventweg te bereiken (Van Hasseltkade/Kesselskade/Het Bat). Veel zijstraten in het centrum hebben bovendien eenrichtingsverkeer of behoren tot het voetgangersgebied. Gedeeltelijk bovenop het tunneldak van het ondergrondse deel van de boulevard ligt de Maaspromenade, die als (verhoogde) wandelboulevard voor voetgangers is aangelegd.

Ter hoogte van het verkeersknooppunt met de N278 (Prins Bisschopsingel en John F. Kennedybrug) is de Maasboulevard op zijn breedst: ruim 35 m, inclusief fietsstroken en voetpaden. Zuidelijk hiervan draagt de weg het karakter van een brede stadsstraat met twee rijstroken, deels gescheiden door een middenberm, en aan weerszijden ventwegen. Indien de ventwegen worden meegerekend, bedraagt de breedte van gevel tot gevel hier 50-60 m. De weg verliest daarna snel aan breedte en de beide ventwegen (Hoge en Lage Kanaaldijk) gaan geleidelijk over in wandel- en fietspaden; de eerstgenoemde eerder dan de laatstgenoemde. Zijstraten in dit deel zijn van noord naar zuid: Parkweg, Sint Lambertuslaan, Kapelweg, Bergweg, Sint Pietersluisweg, Burgemeester Ceulenstraat, Ursulinenweg en Slavante. Hoe meer naar het zuiden, hoe verder uit de bebouwde kom en hoe rustiger de weg wordt. Voorbij het dorp Sint Pieter is de 'boulevard' nog slechts vijf meter breed.

GeschiedenisBewerken

Tot 1850: rivieroever en havenwijkBewerken

 
Ligging van het Castellum t.o.v. de Maasboulevard
 
Instorting brug in 1275 (Hartmann Schedels Kroniek van Neurenberg, 1493)

Het tracé van de Maasboulevard heeft waarschijnlijk geen deel uitgemaakt van de Romeinse nederzetting Maastricht (Mosa Trajectum).[noot 1] Ter hoogte van het Stokstraatkwartier lag de rivieroever in deze tijd circa 80 m westelijker ten opzichte van de huidige oever. Op dit punt stak de Romeinse hoofdweg van Keulen naar Tongeren (tegenwoordig aangeduid als Via Belgica) de Maas over. Delen van de Romeinse brug van Maastricht zijn bij baggerwerkzaamheden omstreeks 1915 en in 1963-1965, en bij duikcampagnes in 1993 en 1998 teruggevonden. Mogelijk bevinden zich onder het wegdek van de Maasboulevard restanten van de westelijke brugpijlers.[noot 2] Na de verwoesting van de nederzetting omstreeks 270, verrees in 333 bij de westelijke aanlanding van de brug een versterkte burcht, het Castellum van Maastricht, dat waarschijnlijk tot de 9e of 10e eeuw standhield. Noordelijk van de Hoenderstraat viel de linker Maasoever in de Romeinse tijd min of meer samen met de huidige Maasboulevard, maar door de drassigheid van het gebied was ook hier geen bewoning mogelijk.[4]

De vicus Maastricht kwam in de Merovingische en Karolingische tijd als handelsstad tot bloei. De Maas was in deze tijd een belangrijke handelsroute, dus zal een groot deel van de handelsactiviteiten langs de beide Maasoevers hebben plaatsgevonden. Door natuurlijke aanslibbing en menselijk ingrijpen schoof de westelijke rivieroever naar het oosten op en werd hier bewoning mogelijk. In 1275 stortte de oude Maasbrug in. Een nieuwe brug (de huidige Sint Servaasbrug) werd iets noordelijker gebouwd. Door de vele reparaties en een vrijwel complete herbouw in de jaren 1930 zijn maar weinig onderdelen van deze brug origineel. De ongeschonden 'tiende boog' van de brug werd in 1850 bij het graven van het Kanaal Luik-Maastricht teruggevonden. Bij een restauratiepoging in 2006 bleken de stenen van de boog echter dermate aangetast, dat reconstructie met nieuwe materialen onvermijdelijk was.[5]

16e-eeuws rivierfront van Maastricht (Braun & Hogenbergs Civitates orbis terrarum, 1575)
Details rivierfront. Boven: tussen Schuttenpoort en Molenpoort. Onder: 'Het Bat' tussen Onze-Lieve-Vrouwepoort en Schuttenpoort

In een stadspanorama uit circa 1570 is te zien dat de Maasoever dicht bebouwd was. Vooral bij de brug puilden de huizen soms letterlijk over de kademuur, die tevens verdedigingsmuur was, heen. In de muur bevonden zich diverse waterpoorten. De voornaamste waren van noord naar zuid: de Veerlinxpoort (bij de Kleine Gracht), de Molenpoort (bij de Hoenderstraat), de Jodenpoort (bij de Jodenstraat), de Schuttenpoort (bij de brug), de Visserspoort (later vervangen door de Batpoort) en de Onze-Lieve-Vrouwepoort (bij de Graanmarkt). Daarnaast gaven elf poternes (kleine poortdoorgangen, die bij gevaar snel dichtgemetseld konden worden) toegang tot de rivier. Al deze grote en kleine poorten waren onderdeel van de in het tweede kwart van de 13e eeuw gebouwde eerste middeleeuwse stadsmuur. In de 14e eeuw kwam de tweede middeleeuwse stadsmuur tot stand, waarbij de bijna 800 m lange muur langs de westelijke Maasoever vooral in noordelijke richting werd uitgebreid tot circa 1300 m. In het nieuwe gedeelte waren alleen enkele poternes.[6] De bouwvallig geworden Veerlinxpoort werd omstreeks 1600 afgebroken; de Schuttenpoort omstreeks 1640. Rond 1705 werd de Molenpoort herbouwd en werd tussen de wal en het Maasmoleneiland een grote watermolen gebouwd ter vervanging van de oude schipmolens ter plaatse.[7]

Ten zuiden van de Maasbrug lag een brede loskade tussen de stadsmuur en de rivier. Dit gedeelte wordt ook tegenwoordig nog Het Bat genoemd, de Waalse benaming voor kade. Omstreeks 1640 werd de Vismarkt bij de brug uitgebreid ten koste van Het Bat, waarbij de stadsmuur ter plekke enkele tientallen meters rivierwaarts werd herbouwd. De middeleeuwse Visserspoort werd vervangen door de Batpoort.[8] In 1706 werd op het zuidelijk deel van Het Bat een parkje aangelegd, 'Onder de Boompjes' genoemd. Tijdens de Blokkade van Maastricht (1830-1833) werden de lindebomen gerooid en werd hier een exercitieplaats ingericht. Na het opheffen van de blokkade werd het park heraangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden, een vijver en zeldzame bomen. Vanaf 1837 was de officiële aanduiding Stadswandelpark, maar in de volksmond werd de tuin Ingelsen Hoof genoemd. Het restant ervan is tegenwoordig onderdeel van Stadspark Maastricht.[9]

1850-1960: Kanaal Luik-MaastrichtBewerken

  Zie Kanaal Luik-Maastricht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
18e-eeuwse plattegrond met daarop aangegeven het stadstracé van het Kanaal Luik-Maastricht tussen Zwanengracht (1) en Bassin (2). Ten noorden van de Sint Servaasbrug (3) lagen het Moleneiland (4) en het Sint-Antoniuseiland (5)
Gesloopte huizenrij aan de Bokstraat, 1849

Tussen 1847 en 1850 werd op de plek van de huidige Maasboulevard het Kanaal Luik-Maastricht gegraven. Het kanaal verbond de Maas in Luik met het Bassin in Maastricht, en via de Zuid-Willemsvaart met de haven van Antwerpen. De behoefte aan dit kanaal bestond al eerder en tussen 1825 en 1830 werden diverse ontwerpen gemaakt. Als gevolg van de Belgische Opstand en de daarop volgende blokkade van Maastricht werden die plannen niet uitgevoerd. In 1845 sloten België en Nederland een overeenkomst om het kanaal alsnog aan te leggen. In Maastricht wilde men het nieuwe kanaal koste wat kost laten aansluiten op het Bassin, omdat men bang was anders van alle scheepvaartverkeer uitgesloten te worden. Uiteindelijk werd gekozen voor een tracé, waarbij een deel van de middeleeuwse binnenstad gesloopt moest worden. Zo werden een vijftigtal huizen aan de oostzijde van de Bokstraat (tegenwoordig Kesselskade) afgebroken, delen van de stadsmuur en twee poorten (de Molenpoort en de Batpoort) en de grootste gotische kloosterkerk van de stad (de Antonietenkerk). Bij het rondeel De Vijf Koppen werd de bestaande stadsgracht ('Zwanengracht') verbreed tot een zwaaikom. Daar lag ook de Schippersbeurs en vertrokken de stoomboten van de firma Bonhomme naar Luik (tot 1938).[10][11]

Na de opheffing van de vestingstatus van Maastricht in 1867 werden in opdracht van het Ministerie van Oorlog grote delen van de middeleeuwse stadsmuren geslecht. In 1894-95 werd de walmuur langs de Maas tussen het Bassin en de Sint-Servaasbrug afgebroken, waarbij onder andere het Jodenpoortje verdween.[12] De Onze-Lieve-Vrouwepoort was al in 1868 gesloopt en delen van de walmuur in deze omgeving verdwenen in fasen tussen 1895 en 1904. De sloop van de Onze-Lieve-Vrouwewal werd in 1895 op aandrang van het Rijk stopgezet.[13]

In de jaren 1930 kwam een nieuwe verkeersbrug tot stand en werd de bestaande brug ingrijpend gerenoveerd. Omdat men wilde dat de Wilhelminabrug op de Markt aanlandde, moesten tientallen huizen tussen de Gubbelstraat en Hoenderstraat worden afgebroken. Door de crisis en de oorlog bleef dit terrein jarenlang braak liggen (het "gat in de Markt").[14]

Na 1960: stadsboulevardBewerken

Maasboulevard vanaf de Wilhelminabrug met het stadskantoor (1960) en het kantoor van Provinciale Waterstaat in aanbouw (1961)
Start tunnelbouw Maas-Marktproject (2001)

In 1961 besloot de gemeente Maastricht het kanaal te dempen en de vrijgekomen ruimte te benutten voor de aanleg van een verkeersweg, de Maasboulevard. De weg werd in drie fasen aangelegd. Begonnen werd met het gedeelte tussen de Wilhelminabrug en de Maastrichter Grachtstraat. In 1969 werd het gedeelte van de Kennedybrug tot aan het Onze Lieve Vrouweplein geopend, waarvoor ca. 65% van de Ingelsen Hoof moest worden opgeofferd.[15] In 1971 kreeg de nieuwe weg zijn huidige naam.[1] Omdat het noordelijke deel nog niet was aangesloten op de doorgaande wegen, bleef een deel van de boulevard jarenlang in gebruik als parkeerterrein. Toen de Maasboulevard halverwege de jaren 1970 werd opengesteld voor het verkeer, werd dat via de Maastrichter Grachtstraat naar de Boschstraat geleid. Pas na het gereedkomen van de Bassinbrug in 1979 kon de weg zijn verkeersfunctie ten volle vervullen.[16] De meeste kruisingen waren gelijkvloers, op die met de Maasbruggen na. Bij de drukke oversteekplaats tussen de Sint Servaasbrug en de Maastrichter Brugstraat was een viaduct.

Pas in de jaren 1960 werd het "gat in de Markt" gedicht en verrezen hier grootschalige kantoren in functionalistische stijl. In 1971 kwam daar een grote bovengrondse parkeergarage bij. Later betreurde men zowel de gekozen locatie voor de brug (al het verkeer moest door de binnenstad) en de compromisloze schaal en bouwstijl van de gebouwen. Eind jaren 1990 maakte architect Jo Coenen een nieuw ontwerp voor het gebied. Het Maas-Marktproject (2001-2007) werd uiteindelijk een van de grootste ingrepen in het centrum van Maastricht. Niet alleen werden de gehate gebouwen vervangen door het complex Mosae Forum (winkelcentrum, stadskantoor en ondergrondse parkeergarage), daarnaast ging een groot deel van de Maasboulevard op de schop door de bouw van een tunnel en de aanleg van de Maaspromenade, werd de aanlanding van de Wilhelminabrug gewijzigd en werd de Markt autovrij.[17]

BezienswaardighedenBewerken

Noordelijk deel (Boschstraatkwartier)Bewerken

 
Bassinbrug met Blekerij en Landbouwbelang

Het noordelijk deel van de boulevard ligt tussen de Boschstraat en de noordelijke tunnelmond van de Maasboulevardtunnel. Een gedeelte daarvan bestaat uit de brug over het Bassin. Dit is het enige deel dat niet parallel aan de Maas loopt. Na de bocht loopt de weg in een min of meer rechte lijn van noord naar zuid. Alleen de weg zelf draagt hier de naam Maasboulevard; de meeste gebouwen hebben hun oude adressen uit de tijd vóór de aanleg van de boulevard behouden. Aan de westzijde is dat Van Hasseltkade; aan de oostzijde Maasmolendijk en (tot 2013) Wilhelminakade.[noot 3]

Het noordelijk deel heeft een overwegend industrieel aanzien met onder andere enkele oude pakhuizen en werfkelders langs het Bassin, de Timmerfabriek van de Sphinx (1905-1910), de affuitenloods (begin 19e eeuw) en het Blekerijgebouw (1859) van KNP (tegenwoordig Sappi), Sluis 20 met bijbehorende ophaalbrug (1826/1931) en het gekraakte Landbouwbelang (1939). Ten zuiden van het Landbouwbelang ligt een tweetal kantoorgebouwen, waarvan vooral het witgepleisterde gebouw van de voormalige Kamer van Koophandel van Jo Coenen uit 1991 opvalt. Het gebouw staat op ranke poten en heeft een verhoogd aangelegde trap aan de Maaszijde.[18] Aan de Van Hasseltkade liggen diverse 17e-, 18e- en 19e-eeuwse woonhuizen, waarvan er een twintigtal rijksmonument is.

  Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Maastricht/Van Hasseltkade

Centrale deel (Binnenstad)Bewerken

 
Maaspromenade
 
Reliëfs Piet Killaars (1962/2007)

Het ondertunnelde deel van de Maasboulevard ligt tussen de Kleine Gracht en de Maastrichter Brugstraat en is ongeveer 400 m lang (inclusief verdiepte tunnelmonden ca. 700 m). Bovenop het tunneldak ligt de Maaspromenade, met uitzondering van het deel tussen de Kleine Gracht en de Gubbelstraat, dat als noordelijke oprit van de Wilhelminabrug fungeert. Rond 2002 kreeg deze brug een nieuwe, gevorkte aanlanding op de westelijke Maasoever. De noordelijke aanlanding geeft aansluiting op de Gubbelstraat en Maasboulevard; de zuidelijke op de Hoenderstraat en Kesselskade.

Tussen de 'vork' van de Wilhelminabrug bevindt zich een monumentale trappartij die vanaf het winkelcentrum annex stadskantoor Mosae Forum afdaalt naar de Maaskade. In deze omgeving bevinden zich enkele kunstwerken. De vijf reliëfs De kweerte vaan de Ambtenere van Piet Killaars uit 1962 werden in 2007 tegen de kademuur van de Maaspromenade herplaatst. Hetzelfde gebeurde met het kunstwerk Maas in Beeld, bestaande uit vier hardstenen poorten van Christian Megert uit 1986. De marmeren sculptuur De vrijwilliger van Thom Puckey uit 2007 werd na herhaald vandalisme verwijderd.[noot 4]

De smalle, laag gelegen kade langs de Maas is onderdeel van de Maaspromenade. Vanaf de Wilhelminakade in het noorden kan men zonder hindernissen onder de aanlanding van de Wilhelminabrug en de 'tiende boog' van de Sint-Servaasbrug doorlopen richting Sint Pieter. Hier bevinden zich tevens de aanlegsteigers van de rondvaartboten. Naast de lage kade ligt een hoger gedeelte (op het tunneldak), waar zich onder andere een café-restaurant, terrassen en een kassa voor de rondvaartboten bevinden. Hier vinden incidenteel evenementen plaats, zoals (onderdelen van) de kerstmarkt tijdens Magisch Maastricht.

Aan de Kesselskade liggen 17 rijksmonumenten, waarvan de Augustijnenkerk het voornaamste is. De barokke voorgevel is rijk geornamenteerd met pilasters, nissen en reliëfs van mergelsteen.[19]

  Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Maastricht/Kesselskade

Centrale deel (Jekerkwartier)Bewerken

 
Maasboulevard vanaf de Kennedybrug

Ten zuiden van de Sint Servaasbrug komt de Maasboulevard weer bovengronds. Aan de westzijde liggen diverse monumentale panden aan Het Bat, de Graanmarkt en de Onze Lieve Vrouwewal. De wal met de Jekertoren is het belangrijkste overblijfsel van de middeleeuwse stadsmuur langs de Maasoever. Vóór de wal zijn vijf antieke kanonnen geplaatst.[noot 5] Hier ligt een deel van het Stadspark Maastricht, sinds 2005 De Boompjes genoemd, naar de historische benaming.[20] Dit parkdeel is aangelegd boven een ondergrondse parkeergarage uit 1975-76. Bij de ingang van de garage staat het restant van een tamboer uit 1849.[noot 6] Iets verderop staat een sculptuur van Arthur Sproncken uit 1981, Faunus genaamd. Het bronzen beeld van de Romeinse god Faunus staat op een achtkantig zuiltje dat rust op een groot blok basaltlava.[21]

Aan de andere kant van de boulevard ligt een smal wandelpad langs de Maas. Hier is in 2005 het beeld Pons Mosae geplaatst op de plek van de Romeinse brug. Het monument is een kopie van een Romeins sculptuur van een leeuw die een paardenkop als prooi vasthoudt, dat als spolium voor een brugpijler was gebruikt en dat in 1963 uit de Maas werd opgedregd. Verder naar het zuiden ligt het Maaspaviljoen, gebouwd in 1971, tegenwoordig een Stayokay hostel. Het ligt in het restant van het oude stadspark dat voor de aanleg van de Maasboulevard en de John F. Kennedybrug werd opgeofferd. Tegenwoordig heet dit Kempland, naar de dichter Pierre Kemp.

Zuidelijk deel (Villapark)Bewerken

 
Maasboulevard, oprit John F. Kennedybrug en Parkresidentie

Ten zuiden van de Kennedybrug neemt de verkeersintensiteit sterk af. In het noordelijk deel van de buurt Villapark behoudt de boulevard zijn brede profiel. De bebouwing langs de ventwegen bestaat uit een afwisseling van vrijstaande en geschakelde woonhuizen, met enkele kleinschalige kantoor- en appartementengebouwen. De Parkresidentie is een groot appartementengebouw dat in 1979 naar ontwerp van Gerard Snelder verrees bij de zuidelijke oprit van de Kennedybrug, op de plek van een gesloopt karmelietessenklooster. Vlak bij staat aan de Parkweg een modern kantoorgebouw met een sculptuur van roestvrij staal van Piet Killaars uit 1997. In de omgeving liggen enkele woonhuizen uit de jaren 1920 en '30 ontworpen door Alphons Boosten.[22]

Op de hoek van de Kapelweg staat de neoclassicistische Sint-Lambertuskapel uit 1847. De achthoekige kapel met koepeldak werd gebouwd ter vervanging van een 18e-eeuwse kapel, die voor de aanleg van het kanaal naar Luik moest wijken. Eerder stond op deze plek de middeleeuwse kerk van Sint Pieter.[23] Verder naar het zuiden versmalt de weg geleidelijk, wordt de bebouwing lager, de tuinen groter en is hier en daar het open veld achter de huizen zichtbaar. Diverse huizen zijn rijksmonumenten en liggen aan de Lage Kanaaldijk, het vroegere jaagpad langs het kanaal Luik-Maastricht, thans de Maasboulevard. Aan de oostzijde ligt de Hoge Kanaaldijk. Deze buigt om de jachthaven Sint Pieter heen en volgt daarna de rivieroever op korte afstand. Aan deze zijde is geen bebouwing meer.

  Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Maastricht/Lage Kanaaldijk

Zuidelijk deel (Sint Pieter)Bewerken

 
Maasboulevard bij AINSI/ENCI. Het blauwe bordje is bedoeld voor de bezoekers van Slavante die hier uit de rondvaartboot stappen

Het dorp Sint Pieter was tot 1920 een zelfstandige gemeente en daarvoor een Luikse heerlijkheid. Het dorp was vanouds agrarisch met vooral tuinderijen, waarvan de producten op de Maastrichtse markten werden verkocht. Tegenwoordig is het een aantrekkelijk woongebied. Gaande naar het zuiden wordt de helling aan de westzijde steiler. Sommige huizen aan de Lage Kanaaldijk hebben de status van rijksmonument en bij de dorpskern is er fraai uitzicht op de hooggelegen kerk van Sint-Pieter boven en het Huis de Torentjes. Aan de andere kant is er vrij uitzicht over de Maas.

Officieel behoort het dorp Sint Pieter tot de buurt Villapark en begint de buurt Sint Pieter pas bij Slavante. Het buitengoed Slavante tegen de helling van de Sint-Pietersberg is een populair uitje voor Maastrichtenaren en toeristen. Er is een aanlegsteiger voor de rondvaartboten, een café-restaurant, een speeltuin, een wijngaard en een ondergrondse kalksteengroeve ("mergelgrot"). Hoog op de helling ligt de kasteelruïne Lichtenberg, waar men uitzicht heeft over het Maasdal en de ENCI-groeve. De met grijs stof bedekte gebouwen van de cementfabriek ENCI liggen direct aan de Maasboulevard. Een deel van de gebouwen is in gebruik als cultuurcentrum AINSI. Aan de zuidzijde van het fabrieksterrein is sinds 2017 een publieksingang van de groeve, tegenwoordig een natuurgebied. Enkele honderden meters ten zuiden hiervan bereikt de weg de Belgische grens.

Zie ookBewerken