Sint-Antoniuseiland

voormalig eiland in de Maas te Maastricht
Maastricht, Maas en St-Antoniuseiland (V d Heuvel, ca 1790).jpg
Sint-Antoniuseiland met bleekvelden en vestingwerken. Op de achtergrond de Sint Servaasbrug (G. van den Heuvel, 1793)
Panorama Maastricht vanuit het noordoosten, 1826 (cropped2).jpg
Maas met Sint-Antoniuseiland, Kleine Griend en Maasmoleneiland. Rechts de twee torens van de Antonietenkerk (Ed. Sobels, 1826)

Het Sint-Antoniuseiland, ook wel Eiland St. Antonie of (Grote) Griend, is een voormalig eiland in de rivier de Maas in de Nederlandse stad Maastricht. Hoewel onbewoond en zonder vaste oeververbinding, had het eiland in de loop der eeuwen diverse functies voor de stedelingen en hun veiligheid. Het eiland werd in het kader van de Maasverbetering van 1884 tot 1895 grotendeels afgegraven. Een klein deel bleef behouden en werd bij het vasteland gevoegd, het huidige Griendpark.

NaamBewerken

 
Maastricht en het Sint-Antoniuseiland (groen gemarkeerd) op de Ferrariskaart, 1775

Het Sint-Antoniuseiland is genoemd naar de heilige Antonius van Egypte (ca. 251-356), ook wel Sint-Antonius abt genoemd, een populaire middeleeuwse heilige, die de patroonheilige was van de antonieten. Deze kloosterorde had in Maastricht sinds de vroege dertiende eeuw een vestiging, het omstreeks 1850 verdwenen Antonietenklooster. Het vlakbij gelegen eiland in de Maas behoorde tot hun kloostergoederen.[1]

In Maastricht zijn drie straten naar Sint-Antonius abt genoemd. De oudste is de Sint Antoniusstraat in het Boschstraatkwartier, vlak bij het verdwenen Antonietenklooster. De straat werd in 1983 hernoemd naar Sint Teunisstraat, om het onderscheid met andere Antoniusstraten en -lanen duidelijker te maken. In dezelfde buurt ligt de Antonietenstraat (1978). Op de rechter Maasoever ligt in de buurt Sint Maartenspoort de Sint Antoniuslaan (1911). Verder is er in Maastricht een Sint-Antoniuskapel (op Slavante) en een Sint-Antoniusfontein (in de Boschstraat).[2]

De Griend en het Griendpark, eveneens in Sint Maartenspoort, zijn sinds 1997 genoemd naar een oudere benaming voor het eiland. Een griend is een stuk land in of aan het water, vaak zandig of kiezelachtig en met rijshout begroeid.[3]

Ligging, afmetingenBewerken

 
Eilanden in de Maas te Maastricht. Links het "Eyland van St. Pieter"; rechts het "Eyland van St. Anthoni" met het Maasmoleneiland en de Kleine Griend. Uiterst links en rechts delen van andere Maaseilanden (Hattinga, 1753)

Het Sint-Antoniuseiland lag midden in de rivier de Maas, in het noordelijk deel van het middeleeuwse Maastricht, hoewel geen deel uitmakend van de ommuurde stad. Daarbij moet worden aangetekend dat de Maasoevers vóór 1900 verder uit elkaar lagen; de rechter oever lag ter plekke van de Franciscus Romanusweg.

Ten zuidwesten van het eiland lagen in de achttiende en negentiende eeuw twee kleinere eilanden, slechts door een smalle geul van elkaar gescheiden. Het langgerekte en smalle Maasmoleneiland was daarvan het meest noordelijke, genoemd naar de gelijknamige watermolen. Het lag op de plek van de huidige Maaspromenade, evenwijdig aan de Van Hasseltkade. Zuidelijk ervan lag een kleiner eiland, de Kleine Griend genoemd, ongeveer ter plekke van de huidige rondvaartboten. Op oudere kaarten zijn deze twee eilanden vaak niet te zien. Ten zuiden van Maastricht lag nog een Maaseiland, dat bij de heerlijkheid Sint Pieter hoorde en bekend stond als het Eiland van Sint-Pieter. Het lag rechts van de hoofdgeul, ter plekke van het Gouvernement aan de Maas. Links van de vaargeul, waar anno 2020 de jachthaven Sint Pieter ligt, lag nóg een eiland, dat met dezelfde naam werd aangeduid. Het eerste werd om die reden ook wel Weerd of Varkensweerd genoemd. Al deze eilanden zijn in de loop van de negentiende of twintigste eeuw verdwenen, ofwel door riviererosie en verlanding, ofwel door kanalisatie. De dichtgeslibde Maasarm bij de Varkensweerd werd in de jaren 1980 uitgegraven, waardoor opnieuw een eiland ontstond. Hierop is een deel van het provinciehuis gebouwd.

Het Sint-Antoniuseiland had de vorm van een bolle lens, een langgerekte, bijna puntige ellips. De zuidelijke punt reikte tot aan de Molenpoort, ongeveer ter hoogte van de huidige Wilhelminabrug (waar de strekdam begint). De noordelijke punt van het eiland reikte tot voorbij de noordelijke stadswal, bijna tot aan de Spoorbrug. Het eiland was circa 750 meter lang met een maximale breedte van circa 100 meter. De oppervlakte bedroeg ongeveer 4 hectare. Feitelijk had het eiland min of meer dezelfde vorm en dezelfde afmetingen als de huidige Griend; alleen lag het circa 60-70 m naar het westen.[4]

GeschiedenisBewerken

Quarantaine-eilandBewerken

Rivierfront van Maastricht in de atlas Civitates orbis terrarum, ca. 1575. Linksonder de Sint-Maartenskerk en de Sint-Maartens-poort in Wyck. Achter het Sint-Antoniuseiland het Antonietenklooster (nr. 12)
Idem, detail. Het eiland als bleekveld. Links schipmolens op de Maas. In de stadsmuur de Molenpoort (links) en de Veerlinxpoort (rechts)

Een van de oudste berichten over het Sint-Antoniuseiland dateert uit de late veertiende eeuw en heeft betrekking op grindwinning in dit gebied. In de Maastrichtse stadsrekeningen is terug te vinden dat in 1399 "kieselinc" werd aangevoerd vanaf de "Gryent", ten behoeve van het werk aan de Wycker stadswal bij de Oeverwal.[5]

In 1403 schonk hertogin Johanna van Brabant het eiland aan het Antonietenklooster, met de bepaling dat de antonieten na haar dood missen moesten opdragen voor haar zieleheil. De schenking werd in 1420 door Jan IV van Brabant bevestigd, op voorwaarde dat er ook missen voor de in 1415 gesneuvelde hertog Anton van Bourgondië zouden worden opgedragen. Juridisch behoorde het eiland toe aan de Vroenhof.[1]

Tijdens epidemieën deed het Sint-Antoniuseiland dienst als quarantaineplaats voor pestlijders, naast het pesthuis bij de Helpoort. Tussen het eiland en de vaste wal werd dan een schipbrug gelegd en er werden tijdelijke hutten opgericht. Het verzorgen van pestlijders hoorde traditioneel bij de taak van de antonieten, hoewel daar in Maastricht nooit veel van is gebleken. Meestal waren het de cellebroeders die die taak op zich namen. Tussen 1471 en 1669 werden in Maastricht 38 pestepidemieën geregistreerd. In 1641 werden op het eiland gevluchte Luikse soldaten geïnterneerd, mogelijk uit besmettingsangst.[6]

De oudst bekende afbeelding van het eiland is te zien op het vogelvluchtpanorama van Maastricht, dat de Maastrichtse kanunnik Simon de Bellomonte omstreeks 1570 tekende en dat in 1575 gepubliceerd werd in het tweede deel van de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg. De Bellomonte tekende een langgerekt, groen eiland in de Maas, waarop een tweetal vrouwen(?) de was heeft uitgespreid om te bleken in de zon. Links achter het eiland zijn enkele schipmolens te zien. Van het Maasmoleneiland en de Kleine Griend is hier nog niets te zien.

Van belang is dat het eiland buiten de stadsmuren lag, wat inhield dat een ieder die het eiland bezocht – om de was te bleken, om te vissen of om er in het gras te liggen – er te allen tijde op bedacht moest zijn om zich op tijd te melden bij een der stadspoorten, voordat die werden afgesloten. De dichtstbijgelegen waterpoorten, eigenlijk niet meer dan poternes, waren de Molenpoort en de Veerlinxpoort, beide te zien op het panorama van Bellomonte. De Maastrichtse amateurhistoricus Martinus van Heylerhoff (1776-1854) opperde dat laatstgenoemde poort haar naam ontleende aan een veerboot die daar vandaan naar het Sint-Antoniuseiland voer. Noordelijker waren nog zeker vier poternes in de stadsmuur langs de Maas, die korte of langere tijd in gebruik zijn geweest. Zo lag bij het Antonietenklooster de Sint-Antoniuspoort ("Sint-Thonis Maseport"), die in 1485 uit veiligheidsoverwegingen werd dichtgemetseld.[7]

VestingeilandBewerken

Detail plattegrond met oudste versterkingen op het Sint-Antoniuseiland. Over de kleinere eilanden bij Wyck (linksonder) is niets bekend (Civitates Orbis Terrarum, ca. 1565)
Detail van een enigszins vertekende kaart van het Beleg van Maastricht (1579) met de schans op het Sint-Antoniuseiland. Bij het Sint-Pieterseiland (rechtsonder) ligt een schipbrug, onderdeel van de circumvallatielinie
Situatie begin 18e eeuw. De redan beschermt de schipbrug (Atlas Beudeker, 1708)
De vestingwerken in 1868, kort voor de sloop. Links de Spoorbrug uit 1857

In de zestiende eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van buitenwerken, waardoor de stad in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. Het is niet bekend wanneer de eerste vestingwerken op het Sint-Antoniuseiland werden aangelegd. In de eerdergenoemde atlas Civitates orbis terrarum staat een plattegrond van Maastricht, die de vestingwerken weergeeft zoals die omstreeks 1565 bestonden. Op de noordelijke punt van het Sint-Antoniuseiland is een min of meer vierkante schans te zien, de keel gericht naar het zuiden. Aan de linkerflank sluit een borstwering aan, die zich bijna over de gehele lengte van het eiland uitstrekt. Opmerkelijk is dat op het omstreeks dezelfde tijd tot stand gekomen panorama niets van deze verdedigingswerken te zien is. Op diverse plattegronden van het beleg van 1579 blijkt de schans op elk van de vier hoeken voorzien te zijn van een bastion, maar bij het beleg van 1632 lijken die toevoegingen weer ongedaan gemaakt.[8]

Na de inname van Maastricht door Lodewijk XIV (1673-1678) maakte de bekende vestingbouwer Vauban plannen voor de verbetering van de verdedigingswerken. Daarvan werd slechts een klein deel uitgevoerd, waaronder de vervanging van de schans op het Sint-Antoniuseiland door drie diagonaal geplaatste redoutes, waarvan alleen de meest noordelijke bemuurd was. Alle redoutes waren voorzien van grachten, bedekte wegen en een glacis Tevens kwam er een redan, dat in tijden van oorlog dekking moest geven aan de schipbrug naar het vasteland.[9] Dat het eiland in deze periode niet alleen een militair nut had, blijkt uit het feit dat in 1713 zowel de Vrede van Utrecht als de benoeming van Daniël van Dopff tot gouverneur van Maastricht gevierd werd met een groots vuurwerk op het Sint-Antoniuseiland.[10]

 
Het Sint-Antoniuseiland gezien vanuit het noorden op de kopie van de maquette van Maastricht, ca. 1750/1977

In 1748 lagen de Fransen opnieuw voor de poorten van Maastricht. Tijdens de belegering door Maurits van Saksen waren de fortificaties op het Sint-Antoniuseiland voorzien van negen stuks zwaar geschut: drie drieponders en zes coehoornmortieren. Tijdens de korte bezetting brachten de Fransen de stad in kaart en bouwden aan de hand daarvan de bekende maquette van Maastricht. Op dit schaalmodel van de vesting – en de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie in het Centre Céramique te Maastricht – zijn de drie redoutes op het eiland duidelijk te herkennen. Vier jaar na het vertrek van de Fransen werd de noordelijke redoute vervangen door een bastion, ontworpen door de directeur der fortificaties, Pieter de la Rive (1710-1771). Het bastion werd vernoemd naar Hobbe Esaias van Aylva, gouverneur van Maastricht van 1749 tot 1772. Van het bastion waren slechts enkele delen bemuurd. Het was voorzien van een kruitkelder onder de linkerflank en een langgerekte kazemat onder de rechterflank.[9]

In 1772 presenteerde de vestingbouwer Carel Diederik du Moulin (1727-1793) zijn "grote project" voor een algehele vernieuwing van de vestingwerken van Maastricht. Van de gerealiseerde en bewaard gebleven delen is de Linie van Du Moulin in de Hoge Fronten het bekendst. Voor het Sint-Antoniuseiland betekende het plan een ingrijpende verbouwing van het bastion Aylva. De laatste wijzigingen aan het bastion vonden plaats in 1856, naar aanleiding van de bouw van de Spoorbrug Maastricht van de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. De aanpassingen moesten ervoor zorgen dat de brug onder vuur genomen kon worden.[11]

Op tekening en aquarellen uit de achttiende en negentiende eeuw zijn de vestingwerken op het Sint-Antoniuseiland duidelijk te herkennen. Ondanks het feit dat het eiland nu militair gebied was, bleef men het in vredestijd gebruiken als bleekveld – en niet alleen voor privégebruik. Twee schilderingen van kapitein G. van den Heuvel uit 1793/94 laten zien dat sommige kortspoelders (linnenwevers) er hun stoffen opspanden en bleekten, waarbij de doeken besprenkeld werden met sterk verdunde zuren (afbeelding rechtsboven).[12]

Na de opheffing van de vesting Maastricht in 1867 begon de ontmanteling. Eerst werden de stadsmuur en de stadspoorten gesloopt; daarna volgden de buitenwerken, waarbij de aandacht allereerst uitging naar het uit de weg ruimen van obstakels voor de toekomstige expansie van woonwijken, industrie en infrastructuur. Daardoor bleven de vestingwerken op het Sint-Antoniuseiland nog even gespaard.

Slechting en afgravingBewerken

 
Bestek "rivierverbetering" van Rijkswaterstaat, 1892. Het afgraven van het eiland was toen al enige tijd bezig. Te zien is welk deel van het eiland 'behouden' bleef

In 1880 hadden grote delen van Maastricht last van overstromingen. Het hoogwater was het gevolg van een te geringe doorstroming van de Maas, deels veroorzaakt door het slopen van de stadswallen, deels door de beperkte doorlaatcapaciteit van de brug.[13] In 1884 werd besloten het Sint-Antoniuseiland af te graven, deels om de doorstroming te bevorderen, deels ook om de bevaarbaarheid van de rivier te verbeteren. De Maas had in de loop van de negentiende eeuw haar betekenis voor de scheepvaart verloren, onder andere door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart (1826) en het Kanaal Luik-Maastricht (1853). Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond de behoefte om de zo goed als onbevaarbare rivier weer geschikt te maken voor de scheepvaart, onder andere met het oog op het kolentransport vanaf de toekomstige Zuid-Limburgse kolenmijnen. Tot de noodzakelijk geachte maatregelen behoorde, naast het afgraven van de Maaseilanden, ook het vervangen van de middeleeuwse Sint Servaasbrug, maar de vernietiging daarvan werd uitgesteld en later teruggedraaid.[14]

Meteen nadat het besluit tot afgraving was genomen, werd een begin gemaakt met de slechting van het bastion Aylva en de twee overgebleven redoutes op het Sint-Antoniuseiland. Het afgraven van het eiland zelf was in 1895 grotendeels voltooid. De geul tussen het eiland en het vasteland werd opgevuld met de vrijgekomen aarde, waardoor de Maasoever een stuk naar het westen opschoof. Een klein deel van het eiland bleef behouden, maar onherkenbaar als eiland. Het nieuwe gebied werd de Griend genoemd, naar een oude benaming voor het verdwenen eiland. De kanaliseringswerkzaamheden van de Maas tussen Visé en Maastricht duurden nog tot na de Eerste Wereldoorlog.[14] Stroomafwaarts van Maastricht gebeurde dat pas in de jaren 1920 en 30 (zie Maasverbetering).

De Griend lag zeker een halve eeuw braak, als restgebied waar men niet goed raad mee wist. Van 1953 tot 1966 was er een helihaven van de luchtvaartmaatschappij Sabena gevestigd.[3] Van 1973 tot 1991 stond hier de Eurohal, een voorloper van het MECC. In 1999 werd het Griendpark geopend, met daaronder een parkeergarage.[15]

Restanten, erfgoedBewerken

 
Het Griendpark in 2014. Het wandelpad en een deel van het gazon zijn aangelegd op het restant van het Sint-Antoniuseiland

Van het voormalige eiland resteert alleen het oostelijk deel, dat tegenwoordig het westelijk deel van het Griendpark vormt. Ook de naam van het park en de straatnaam Griend verwijzen naar de historische benaming voor het eiland.

Van de vestingwerken is slechts een naamsteen van het bastion Aylva bewaard gebleven. Deze is op een onbekend tijdstip geplaatst in een plantsoen op de hoek van de Sint Hubertuslaan en de Aylvalaan, wellicht vanwege de naamsovereenkomst. De plaatsing van de steen in deze buurt is enigszins verwarrend omdat hier in de achttiende en negentiende eeuw de lunetten van Aylva lagen. De gedenksteen van Naamse steen draagt het opschrift: "Bastion · Aylva · Aengelegt in t'jaer 1753 · Onder de directie van den · Directeur · De La Rive".[16]

Slechts enkele tekeningen, aquarellen en schilderingen uit de late achttiende en negentiende eeuw geven een impressie van het Sint-Antoniuseiland. Schrijnend is het ontbreken van foto's die het eiland als hoofdonderwerp hebben. Voorafgaand aan de sloop en afgraving zijn geen opmetingen verricht, noch zijn er foto's, tekeningen of plattegronden vervaardigd, zoals bij sommige vestingwerken wel gebeurde. Zo verdween het eiland vrijwel geruisloos uit het zicht van de Maastrichtenaren, die er eeuwenlang op uitgekeken hadden.

Zie ookBewerken