Hoofdmenu openen

Jekertoren

Rijksmonument op Resten stadsmuur Helpoort

De Jekertoren, vroeger ook wel Rondeeltoren of Maaspunttoren[1] genoemd, is een voormalige waltoren in de Nederlandse stad Maastricht. De toren was de zuidoostelijke hoektoren van de eerste middeleeuwse stadsmuur en is gelegen aan de zuidzijde van de Onze-Lieve-Vrouwewal, waar deze een knik maakt naar het westen. De oorspronkelijke poort dateerde uit de 13e eeuw, maar werd in de loop der eeuwen diverse malen vernieuwd.

Jekertoren
De stadszijde van de Jekertoren
De stadszijde van de Jekertoren
Locatie
Locatie Maastricht-Jekerkwartier, Onze-Lieve-Vrouwewal / Sint Bernardusstraat
Status en tijdlijn
Oorspr. functie waltoren,
Start bouw 13e eeuw
Verbouwing 1911
Erkenning
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 27996
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

GeschiedenisBewerken

Bouw middeleeuwse stadsmuur en JekertorenBewerken

 
Eerste middeleeuwse stadswal met Helpoort (12), Jekertoren (13) en Onze-Lieve-Vrouwewal (14)

Over het precieze bouwjaar van de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht is geen duidelijkheid. In 1229 gaf de hertog van Brabant toestemming om een stenen muur om de stad te bouwen. Eerder was er al een aarden wal opgeworpen met daarop palissaden, maar deze was door de bisschop van Luik, medeheer van het tweeherige Maastricht, verwoest tijdens het Beleg van Maastricht (1204). De nieuwe muur bestond uit kolenzandsteen, strekte zich uit over een lengte van ongeveer 2,5 kilometer, was 6 à 8 meter hoog en had in totaal 11 poorten, 8 aan de westzijde van de Maas en 3 in Wyck. Van de grotere poorten is alleen de Helpoort overgebleven.[2]

De Jekertoren of Maaspunttoren vormde bijna drie eeuwen lang het scharnierpoort tussen de zuidelijke en westelijke stadswal. De toren lag vlak bij de Helpoort. De Onze-Lieve-Vrouwewal strekte zich uit van de Maasbrug tot aan de Jekertoren. De kade tussen de wal en de Maas heette hier Het Bat (het Waalse woord voor 'dijk'). Eeuwenlang was dit de belangrijkste loskade in Maastricht.[3] Na het gereedkomen van de tweede middeleeuwse stadsmuur bleef de toren gewoon in gebruik, aangezien er langs de Maas nauwelijks ruimte was voor een verruiming van de enceinte (vestinggordel) en ten zuiden van de toren het Luikse territorium van Sint Pieter begon. Doordat de gevechtstechnieken zich voortdurend verder ontwikkelden was het eind 15e eeuw noodzakelijk de stadsmuren verder te versterken met bolwerken. Bij de Jekertoren werden om de zogenaamde Nieuwstad twee rondelen aangelegd: Haet ende Nijt en De Drie Duiven (later De Vijf Koppen genoemd). Hierdoor verloor de Jekertoren, die in deze periode meestal werd aangeduid als Rondeeltoren, zijn strategisch belang. Omstreeks 1550 werd de Jekertoren verlaagd en volgestort met aarde, zodat de toren als geschutsplatform kon worden gebruikt.

Aanleg Boompjes, Kanaal Luik-Maastricht en StadsparkBewerken

 
De Boompjes, ets van Hendrik Spilman naar een tekening van Jan de Beijer (1740)

In 1706 werd een deel van Het Bat, tussen de Onze-Lieve-Vrouwepoort en de Jekertoren, beplant met linden. Het gebied stond daarna bekend als De Boompjes of Onder de Boompjes. Zowel op een tekening van Jan de Beijer als op de bekende Maquette van Maastricht zijn de keurig gesnoeide 'boompjes' goed te herkennen. In 1831, tijdens de Blokkade van Maastricht, werden de bomen gerooid en het terrein ingericht als exercitieplaats voor het garnizoen. In 1837, na het opheffen van de blokkade, werd er opnieuw een park aangelegd, deze keer in Engelse landschapsstijl (Ingelsen Hoof).[4]

Door het graven van het Kanaal Luik-Maastricht in 1845-'50 verdween een groot deel van Het Bat en van de Ingelsen Hoof. Het kanaal werd van 1963-'67 gedempt, waarna het vrijgekomen terrein deels werd gebruikt voor de aanleg van de Maasboulevard, deels voor een uitbreiding van het Stadspark.

Ontmanteling vesting en behoud JekertorenBewerken

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden, na lang aandringen van onder andere de gemeente Maastricht, het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Vlissingen en enkele andere vestingen. In de jaren daarna werden grote delen van de middeleeuwse stadsmuur en de meeste buitenwerken in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De stadspoorten van Maastricht - op één na - werden tussen 1867 en 1874 gesloopt. De ontmanteling van de vesting Maastricht werd door de meeste tijdgenoten gezien als het begin van een periode van grotere welvaart. Tegen de afbraak van de eeuwenoude stadspoorten rees dan ook nauwelijks protest.[5] Bij de start van de afbraak van de Tongersepoort in december 1867 was geen enkele bepaling opgenomen over documentatie en oudheden. Door toedoen van de kunstenaar Alexander Schaepkens en de jonge Victor de Stuers werd bij de sloopbestekken van de andere poorten bepaald dat gedetailleerde tekeningen en foto's gemaakt moesten worden. De tekenaar Johannes Brabant maakte in opdracht van het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap schetsen en de fotograaf Theodor Weijnen foto's van de te slopen vestingwerken.[6]

Door toedoen van De Stuers en anderen werd besloten een deel van de vestingwerken aan de zuidzijde van de stad te behouden. De Jekertoren was na de herinrichting van de omgeving van de Helpoort in 1906-'07 half voltooid achtergebleven. De toren, waarvan alleen nog de romp van ongeveer 2,5 meter overeind stond, werd in 1911 heropgebouwd. Het historiserende ontwerp was van de hand van Willem Sprenger, met wie De Stuers in deze periode veel samenwerkte. De Stuers stelde daarvoor een krediet van 1700 gulden beschikbaar.[7] Aan de binnenkant werd een steen ingemetseld met de inscriptie: "van hier opgebouwd in 1911".[8] Uit deze periode stamt ook de verwarrende naam (Maastrichter) Maaspunttoren. Het muurgedeelte tussen de Jekertoren en de Helpoort, waarvan delen bewaard waren gebleven, werd in 1906 grotendeels gereconstrueerd. Tegelijkertijd werd een laatmiddeleeuwse waterpoort tussen de Jekertoren en De Vijf Koppen gesloopt.[9]

Cultuurhistorische erfenisBewerken

De Jekertoren, hoewel slechts voor een deel middeleeuws, is een belangrijk onderdeel van de vestingwerken van Maastricht en een rijksmonument. De min of meer halfronde toren heeft een middellijn van circa 4 m 60 en is ruim 15 m hoog. De muren van kolenzandsteen zijn ongeveer 80 cm dik. Het kegeldak is gedekt met leien.[10]

Van de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht is het gedeelte tussen Helpoort en Onze-Lieve-Vrouwewal, met de Jekertoren daartussen, het best bewaard gebleven ensemble, hoewel zwaar gerestaureerd. De poort, de toren en de walmuur, gebouwd van bruine kolenzandsteen, geven een goed beeld van de 13e-eeuwse vestingbouw. In de directe omgeving liggen de twee 15e-eeuwse rondelen Haet ende Nijt en De Vijf Koppen. Hier ligt tevens het Pesthuys, in feite een 18e-eeuwse watermolen op de Jeker, de papiermolen De Ancker. Het rondom de Jekertoren gelegen Stadspark heet hier Kempland, naar de Maastrichtse dichter Pierre Kemp.

Bronnen, noten en referentiesBewerken