Hoofdmenu openen

Oeverwal (Maastricht)

stadswal in Maastricht

De Oeverwal is een straat, kade en voormalige stadswal langs de rivier de Maas in Wyck in de Nederlandse stad Maastricht. Een deel van de Maasmuur aan de westzijde van de straat is een overblijfsel van de middeleeuwse stadsmuur van Wyck. De Oeverwal is een rustige straat zonder doorgaand verkeer. De straat telt twee rijksmonumenten, de neogotische Sint-Martinuskerk en een deel van brouwerij De Ridder.

Oeverwal
Zicht vanaf de Sint Servaasbrug op de Oeverwal met Sint-Martinuskerk en brouwerij De Ridder
Zicht vanaf de Sint Servaasbrug op de Oeverwal met Sint-Martinuskerk en brouwerij De Ridder
Geografische informatie
Locatie       Maastricht
Wijk Centrum (Wyck)
Begin Cörversplein
Eind Kleine Griend / Franciscus Romanusweg
Lengte ca. 150 m
Breedte ca. 6-10 m
Algemene informatie
Aangelegd in 13e eeuw?
Genoemd naar middeleeuwse stadswal
Bestrating kasseien
Bebouwing 2 rijksmonumenten
Opvallende gebouwen herkenbaar onderdeel van het stadssilhouet langs de Maas
Detailkaart
De Oeverwal tussen Wycker Kruittoren (1) en Körverpoort (9)
De Oeverwal tussen Wycker Kruittoren (1) en Körverpoort (9)
Portaal  Portaalicoon   Maastricht

Inhoud

GeschiedenisBewerken

Bouw Wycker stadsmuur en OeverwalBewerken

Over het precieze bouwjaar van de eerste stadsmuur van Wyck is geen duidelijkheid. Mogelijk ging de bouw van de Wycker enceinte (omwalling) gelijk op met die van de tweede middeleeuwse stadsmuur op de linker Maasoever vanaf het einde van de 13e eeuw. Pas in 1318 vermeldt de kroniek van de Landen van Overmaas dat hertog Jan III van Brabant toestemming gaf een stenen muur om Wyck te bouwen.[1] Het Wycker stadsdeel was echter al ruim voor 1318 versterkt met een aarden wal met palissaden, wellicht ook al voorzien van stenen poorten. In 1284, tijdens de Limburgse Successieoorlog, werd Wyck belegerd door Walram de Rosse van Valkenburg, maar de houten versterkingen en de grachten waren blijkbaar al dusdanig effectief dat de belegering kon worden afgewend.[2]

 
Maasbrug, Oeverwal en omgeving (Larcher d'Aubencourt, 1749)

In 1275 stortte de oude Maasbrug (de Romeinse brug van Maastricht) tijdens een processie in. Tussen 1280 en 1298 werd de huidige brug gebouwd, die pas sinds de 20e eeuw Sint Servaasbrug heet. Waarschijnlijk werd toen ook de Körverpoort gebouwd, aangezien deze als toegangspoort voor de nieuwe brug fungeerde. Rond die tijd zal ook de Oeverwal zijn aangelegd, die zich aan deze kant van de stad langs de Maas naar het noorden toe uitstrekte in de richting van de Wycker Kruittoren en naar het zuiden toe in de richting van de Körverpoort en daar aansloot op de Stenenwal. De muur langs de Maas moest in de loop der eeuwen vele malen worden hersteld, mede door de sterke riviererosie aan deze kant van de Maas. De Maasmuur was in 1851 nog 6,5 tot 7,5 m hoog.[3] De aanvankelijk in de stadsmuur aanwezige torens waren al in de 18e eeuw verdwenen.[4] Ten noorden van de Körverpoort lagen diverse poternes (poortjes), die in geval van oorlog eenvoudig dichtgemetseld konden worden.[5]

Ontmanteling vesting en verdere ontwikkelingenBewerken

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht en enkele andere vestingplaatsen. In de jaren daarna werden grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de meeste buitenwerken in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De overgebleven stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. De afbraak van de stadsmuren ging nog door tot begin 20e eeuw. De circa 6 m hoge Maasmuur in Wyck werd in de periode 1869-'94 over de gehele lengte verlaagd tot straatniveau. Begonnen werd in 1869 met het stuk onmiddellijk ten noorden van de Sint Servaasbrug. In 1882 volgde de rest van de Oeverwal.[3]

 
De Oeverwal vóór de 'nivellering' (A. Schaepkens, ca. 1850)

Het aanzien van de Oeverwal veranderde vooral door de sloop van twee beeldbepalende gebouwen, de middeleeuwse Sint-Maartenskerk en de wellicht nog oudere Wycker Kruittoren. De Sint-Maartenskerk moest in 1855 plaats maken voor een door het kerkbestuur gewenste nieuwe kerk van architect Pierre Cuypers. De nieuwe kerk werd veel groter en om die reden moest ook een blok huizen aan de Oeverwal verdwijnen. Op de plattegrond van Maastricht, die de Franse vestingingenieur Larcher d'Aubencourt in 1749 maakte als voorbereiding op de maquette van Maastricht, is te zien hoe de oude Sint-Maartenskerk schuil ging achter dit huizenblok. De naastliggende Wycker Kruittoren werd in 1868 na lang aandringen van het kerkbestuur gesloopt, omdat deze het uitzicht op de nieuwe kerk zou bederven.[3]

In 1857 begonnen de gebroeders Van Aubel een brouwerij in de Rechtstraat. Omstreeks 1900 werd het bedrijf verplaatst naar de Oeverwal. In 1982 werd de brouwerij overgenomen door Heineken en in 2002 werd de productie van bier gestaakt.[6] In een deel van het complex is vanaf 2018 weer een brouwerij gevestigd onder de naam Stadsbrouwerij Maltezer.

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

Van de middeleeuwse gebouwen aan de Oeverwal is niets bewaard gebleven. De Körverpoort bij de brug werd waarschijnlijk al in de 17e eeuw afgebroken. Zowel de oude Sint-Maartenskerk als de Wycker Kruittoren werden omstreeks het midden van de 19e eeuw gesloopt. De 15e-eeuwse stadsmuur langs de Maas is ten dele bewaard gebleven, hoewel sterk gereduceerd in hoogte.[7]

Aan de Oeverwal bevinden zich twee rijksmonumenten. De ingang van de rooms-katholieke Sint-Martinuskerk ligt aan de Rechtstraat, maar het hoogoprijzende neogotische koor domineert de Oeverwal. Van het gebouwencomplex van bierbrouwerij De Ridder is alleen de achter de bebouwing van Oeverwal 9 liggende mouttoren als rijksmonument beschermd (sinds 1997). Het vijf bouwlagen tellende bouwwerk is een modern industrieel monument, dat in 1929 door de functionalistische architect Jos Joosten werd ontworpen (zie ook het warenhuis Maussen).[8][9] Het brouwerijcomplex dat jarenlang leeg stond, wordt anno 2019 verbouwd tot woningen en werkplekken, waarbij een klein deel weer als brouwerij fungeert.[10][11]

Zie ookBewerken

Bronnen en referentiesBewerken