Hoofdmenu openen

Fransensingel

straat in Maastricht, Nederland

De Fransensingel is een straat of singel aan de rand van het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De verkeersluwe singel maakt verkeerstechnisch geen onderdeel uit van de Maastrichtse singelring. Van de ongeveer 375 meter lange straat is slechts 150 m openbaar toegankelijk; het overige deel ligt op het terrein van de papierfabriek SAPPI.

Fransensingel
De Fransensingel gezien naar het westen. Rechts de bouwplaats van de Muziekgieterij, 2018
De Fransensingel gezien naar het westen.
Rechts de bouwplaats van de Muziekgieterij, 2018
Geografische informatie
Locatie       Maastricht
Wijk Centrum (Boschstraatkwartier)
Begin Frontensingel
Eind Maas
Lengte ca. 375 m
Breedte ca. 15-20 m
Postcode 6211 AB
Algemene informatie
Aangelegd in ca. 1875
Genoemd naar Fransen (Franse bestuur)
Naam sinds 22 januari 1903[1]
Bestrating asfalt (straat); betontegels (stoep)
Geen toegang oostelijk deel (225 m)
Bebouwing industriële architectuur, moderne architectuur
Portaal  Portaalicoon   Maastricht

Naamgeving, ligging en verkeerBewerken

De Fransensingel is genoemd naar de Franse bewindvoerders over de stad Maastricht in de periodes 1673-78, 1748-49 en 1794-1814. Dit naar analogie van diverse andere singels in Maastricht (Statensingel, Hertogsingel, Prins Bisschopsingel).[1]

De straat ligt in het noordwestelijk deel van het Maastrichtse stadscentrum in de buurt Boschstraatkwartier. Afwijkend van de andere Maastrichtse singels op de westelijke Maasoever, vormt de Fransensingel niet de begrenzing van het centrum; de grens met de buurt Boschpoort ligt hier enkele honderden meters noordelijk.[2] De straat loopt min of meer van west naar oost tussen de Frontensingel en de rivier de Maas. Aan de westzijde ligt het beginpunt bij de kruising met de Boschstraat, de Frontensingel en de Bosscherweg. Daartussen ligt één zijstraat, de Commandeurslaan, die slechts voor voetgangers en fietsers toegankelijk is.

De weg bestaat uit twee rijbanen. Bij de brug over de Zuid-Willemsvaart zijn de rijbanen gescheiden. Ter hoogte van de kruising met de Bosscherweg zijn voorsorteerstroken aanwezig. Er zijn geen parkeerstroken of fietspaden; slechts bij een enkel huis aan de zuidzijde is een voetpad aanwezig. Op het fabrieksterrein van SAPPI staat een portiersloge midden op de weg.

GeschiedenisBewerken

De geschiedenis van het gebied rond de Fransensingel loopt tot eind 19e eeuw parallel met die van de vesting Maastricht. Na de sloop van de vestingwerken werd de straat aangelegd als onderdeel van een rustige singelweg, die door de industriële expansie geleidelijk zijn openbare karakter kwijt raakte.

Vestinggordel (tot 1867)Bewerken

 
Noordelijke stadsmuur met Biesenbastion (links) op de Maquette van Maastricht, ca. 1750. Naast het rondeel is een poterne te zien. Boven de Commanderij Nieuwen Biesen

Omstreeks 1300 bleek de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht te krap bemeten. Door de bouw van een tweede enceinte werden de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden binnen de ommuurde stad gebracht. In het noordelijk deel was het aanvankelijk de bedoeling dat de muur het tracé van de Maastrichter Grachtstraat zou volgen, waardoor de Sint-Matthijsparochie binnen de stad zou komen te liggen. Uiteindelijk werd gekozen voor een noordelijker tracé, waardoor ook het Antonietenklooster en de Commanderij Nieuwen Biesen van de Duitse ridders binnen de ommuring kwamen te liggen.[3] De muur was omstreeks 1400 voltooid. De tweede stadsmuur had op de linker Maasoever een lengte van 3575 m en een hoogte variërend van 6 tot 9 m.[4] Er kwam een nieuwe stadspoort in het noordelijk stadsdeel: de Boschpoort. De muur tussen de Boschpoort en de Maas telde vijf waltorens. De noordoostelijke hoektoren heette Mariatoren.[5] In de raadsverdragen van 1399-1400 wordt de omgeving aangeduid als "te Biesen an den thoren".[6] Ter plekke bevonden zich tevens enkele poternes (kleine poorten die bij belegeringen dichtgemetseld werden). Aan de veldzijde lag een gracht, die min of meer het tracé van de Fransensingel volgde. Door het wisselende waterpeil in de Maas viel de gracht regelmatig droog. In 1525 werd met de verkoop van de goederen van het opgeheven ambacht der "Scoense Verderen" (Ommelandvaarders) een nieuwe verdedigingstoren opgericht, iets ten noorden van de Mariatoren. Een halve eeuw later werd de toren opgenomen in het Biesenbastion, dat als een pijlpunt uit de walmuur stak.[7] In de loop van de 16e eeuw werden ook de muurtorens aangepast door ze te verlagen en vol te storten met aarde, zodat er zwaar geschut kon worden opgesteld.[8] Vlakbij de Boschpoort lag een kruithuis en tussen 1673 en 1722 ook een kazerne.[9]

 
De noordelijke vestingwerken op dezelfde maquette: 1 Biesenbastion; 2 Boschpoort;
3 Bosscherweg. Voor A t/m E zie tekst

Het eerste buitenwerk dat in dit gebied tot stand kwam was waarschijnlijk de ravelijn bij de Boschpoort uit ca. 1616, in 1677 vernieuwd (B op de kaart hiernaast). Na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik werden daaraan toegevoegd: het ravelijn achter de Biesen (A) en het hoornwerk achter de Biesen (C).[10] Dat deze buitenwerken bij lange na niet voldeden, bleek enkele tientallen jaren later bij het beleg van 1673, toen de stad in minder dan twee weken door Lodewijk XIV van Frankrijk werd ingenomen. De Franse vestingbouwer Vauban stelde diverse verbeteringen voor. Toegevoegd werden het ravelijn buiten de Boschpoort (E) en het lunet Le Roy (D). Een belangrijke verbetering was de aanleg van het 1100 meter lange Jekerkanaal (1673-78), waardoor het mogelijk werd om water uit het riviertje de Jeker vanuit het zuiden van de stad over te hevelen naar de Bossche Fronten. In de loop van de 18e eeuw werden diverse verbeteringen en uitbreidingen uitgevoerd, maar door het ontbreken van een totaalplan bleef de verdediging hier gebrekkig. In de Hoge Fronten kwam tussen 1772 en 1776 volgens een integraal plan de Linie van Du Moulin tot stand, die als ondoordringbaar gold. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de Fransen bij het beleg van 1793 en dat van 1794 hun aanval inzetten op de Lage Fronten.[11]

 
Fort Willem I en de Nieuwe Bossche Fronten (situatie ca. 1825-1867)

Bij de belegeringen van 1793 en 1794 was gebleken dat vooral de Bossche Fronten dringend modernisering behoefden. Na het vertrek van de Fransen werd in 1815 begonnen met de bouw van het Fort Willem I (1; zie kaart hiernaast) op de oostflank van de Caberg, een jaar later gevolgd door de vrijwel complete vernieuwing van de Bossche Fronten. De bouw van de Nieuwe Bossche Fronten vond in fasen plaats tussen 1816 en 1821. De kosten bedroegen bijna 2,5 miljoen gulden, een enorme investering in die tijd.[12] De Nieuwe Bossche Fronten bestonden uit vier bastions en drie ravelijnen. De bastions werden van west naar oost aangeduid als A, B, C en D; de ravelijnen als a, b en c. Zes van de zeven vestingwerken werden voorzien van kazematten: ondergrondse, bomvrije ruimten van waaruit de omliggende grachten konden worden beschoten. Het ravelijn voor de Boschpoort en het lunet Le Roy (4 en 5) werden geïntegreerd in de nieuwe werken, die geheel omgracht waren. De grachten waren droog, maar konden met behulp van het Jekerkanaal worden geïnundeerd.[13] De nieuwe vestingwerken zijn nooit aan een oorlogssituatie blootgesteld.

Singelweg en fabrieksterrein (na 1867)Bewerken

 
Deels voltooide singelstructuur op een plattegrond uit ca. 1890-95
 
Bassinomgeving, 1930-35. In het midden de Fransensingel. Aan de zuidzijde de Timmerfabriek en KNP. Aan de noordzijde het slachthuis en Quartier Amélie

Na de opheffing van de vestingstatus van Maastricht in 1867 gaf het Ministerie van Oorlog opdracht de vesting te ontmantelen en de gronden te verkopen. Grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de 17e-19e-eeuwse buitenwerken werden geslecht. Nog in hetzelfde jaar kwam de ontmantelingscommissie met een eerste schets voor de uitleg van de stad. De gemeente Maastricht volgde in hetzelfde jaar met een "Project van percees en boulevards". Beide gingen uit van een singel- of boulevardstructuur rondom de ontmantelde stad, zoals dat door de rijksingenieur F.W. van Gendt voor de meeste voormalige vestingsteden werd voorgesteld. Van Maastrichtse zijde waren achtereenvolgens de stadsarchitecten A. Cuypers, J.H. Nivel en vanaf 1873 W.J. Brender à Brandis verantwoordelijk voor de uitwerking van de plannen. Pas met laatstgenoemde kwam er schot in de plannen.[noot 1] Begonnen werd met het noordwestelijk deel, aangezien daar de belangrijkste industrieën gevestigd waren, die in die tijd in Maastricht het primaat hadden.[noot 2] Tussen 1874 en 1876 kwamen de huidige Statensingel, Frontensingel en Fransensingel tot stand. Van het zuidelijk deel van de 'boulevard' werd aanvankelijk slechts een klein deel in het Villapark aangelegd; de aanleg van de Hertogsingel moest tot 1891-93 wachten en het westelijk deel van de Prins Bisschopsingel tot 1920.[14][15]

De Boschpoort en het aansluitende deel van de walmuur werden tussen 1867 en 1874 afgebroken. Met het puin werd de stadsgracht opgevuld. Het lunet Le Roy werd in 1868 gesloopt, het Bastion D tussen 1868 en 1873. Bastion C en de courtine tussen de bastions B en C werden eveneens afgebroken ten behoeve van infrastructuur en industrie, voor de Maastrichtenaren van die tijd een illustratie van de transformatie van militaire naar modern industriële stad. Van het Biesenbastion werd de linkerface omstreeks 1870 deels afgebroken. Van de rechterface werden delen gesloopt in 1926 en 1955. De dieperliggende delen werden onaangeroerd gelaten. In de kademuur aan de Biesenwal is een deel van de courtinemuur van het bastion te herkennen.[16] Verder bleef de kazemat van ravelijn c behouden. Hier was jarenlang het bedrijf van de indertijd bekende schroothandelaar Dotremont gevestigd.[17]

 
Quartier Amélie, augustus 1944
 
Bouw van de "krul" in 1983

Een deel van de terreinen aan de Fransensingel bleef in handen van het Ministerie van Oorlog. De rest werd verdeeld tussen de aardewerkfabrikant Regout (later Sphinx) en de papierfabrikanten Lhoëst & Lammens (KNP). Regout bouwde tussen de Fransensingel en het Bassin een groot magazijncomplex en een houtzagerij, de latere Timmerfabriek. Op een terrein aan de Maas, aan de noordzijde van de Fransensingel, verrees in 1881 een complex van 59 arbeidershuisjes, het Quartier Amélie, in de volksmond 'Krejjedörp', naar de uit de fabrieksovens afkomstige sintels waarmee de wegen verhard waren. Het wijkje met 59 huisjes werd bij een geallieerd bombardement in 1944 grotendeels verwoest. Het gemeentelijk slachthuis vestigde zich in 1901 aan de Fransensingel op de hoek van de Commandeurslaan. Het was een van de eerste openbare slachthuizen in Nederland. Het gebouwencomplex in Chaletstijl werd eind jaren 1980 afgebroken, waarna KNP zich over het terrein ontfermde.[18] De uitbreiding van de papierfabriek in noordelijke en westelijke richting voltrok zich in de loop van anderhalve eeuw zeer geleidelijk.

 
Toekomstige locatie Baron Dibbetspark

Hoewel het er niet naar uitziet dat de papierfabriek zijn productie op korte termijn uit het centrum van Maastricht zal verplaatsen, lijkt de Fransensingel toch enigszins mee te liften op de grootschalige vernieuwing van het nabije Sphinxkwartier. In 2013 vestigde het poppodium Muziekgieterij zich in de Timmerfabriek. In 2017-19 werd op de hoek van de Boschstraat en de Fransensingel een nieuwe zaal voor 1100 bezoekers gebouwd. Op de tegenoverliggende hoek is in 2018 de oprit van de Noorderbrug gesloopt, een betonnen kolos die sterk inbreuk pleegde op het 19e-eeuwse karakter van de Zuid-Willemsvaart. De sloop was mogelijk door het in noordelijke richting verleggen van het Noorderbrugtracé, een ingrijpende operatie die in het kader van het Plan Belvédère werd uitgevoerd. Op de plek van de Noorderbrugoprit (de "krul") wordt in 2019 een parkje aangelegd, het Baron Dibbetspark,[noot 3] dat de samenhang in het gebied moet vergroten en als scharnierstuk fungeert tussen het nieuwe Frontenpark en het bestaande groengebied langs de Zuid-Willemsvaart nabij het Bassin.

BezienswaardighedenBewerken

Westelijk deel: cultuurhistorie en architectuurBewerken

In de directe omgeving van de Fransensingel liggen enkele cultuurhistorische monumenten, die op de lijst van gemeentelijke monumenten staan. De kazemat van ravelijn c verkeert in vervallen staat en is door de verschuiving van het Noorderbrugtracé nog meer onder het wegdek van de brug komen te liggen. De Zuid-Willemsvaart heeft in deze omgeving nog een deel van de oorspronkelijke kades behouden. Bij het omleggen van de aanlanding van de Noorderbrug moest de historische kademuur verstevigd worden, omdat een van de nieuwe brugpijler er rakelings langs gaat. Van de drie overwelfde doorvaarten (duikers), die bij het graven van het kanaal in de vestingwerken nodig waren, is alleen de buitenste bewaard gebleven. Deze liep dwars door het glacis aan de veldzijde van bastion C door. De duiker heeft een bakstenen tongewelf en bezit aan beide zijden een hardstenen naamsteen met een gekroonde letter W (van koning Willem I) en het jaartal 1825. De grotendeels uit beton en ijzer bestaande brug over de Zuid-Willemsvaart is waarschijnlijk in de 20e eeuw vernieuwd. De brug bestaat uit twee gescheiden delen die elk een weghelft dragen. Het zuidelijk deel rust op gemetselde pijlers, die mogelijk 19e-eeuws zijn.

De in 2019 opgeleverde nieuwe zaal van de Muziekgieterij op de hoek van de Boschstraat is ontworpen door Maurer United Architects. Even verderop staat een gebouw dat het uiterlijk heeft van een gesloten zwarte doos, waarin restwarmte van SAPPI wordt omgezet in stadsverwarming.

Oostelijk deel: KNP/SAPPIBewerken

De oudste delen van de papierfabriek liggen aan de kant van het Bassin. Het Blekerijgebouw uit 1851 is een rijksmonument. De gebouwen aan weerszijden van de Fransensingel zijn minimaal een eeuw jonger. Het gebouwencluster aan de zuidzijde van de straat wordt aangeduid als bedrijf Zuid; aan de overkant ligt bedrijf Noord. Twee robuuste gebouwen uit 1955-56 staan direct aan de Maas: op de zuidoosthoek van de straat staat het vijf verdiepingen tellende administratiegebouw Zuid met op de bovenste etage het personeelsrestaurant; op de noordoosthoek staat het hoge bakstenen gebouw waarin oorspronkelijk PM-6 (papiermachine 6) was ondergebracht. Sinds ca. 1990 is dit de energiecentrale van SAPPI. Het gebouw is een gemeentelijk monument.[19][20]

Zie ookBewerken

Bronnen, noten en referentiesBewerken