Hoofdmenu openen
Zonnepanelen en windturbines bij een windpark in de Duitse deelstaat Rheinland-Pfalz

Energietransitie is de overgang naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan in het huidige energiesysteem. In dit nieuwe systeem is fossiele brandstof grotendeels vervangen door duurzame energiebronnen, is er veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag en is de energievoorziening meer decentraal georganiseerd. Het met deze transitie verbonden beleidsdoel is door de internationale gemeenschap neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs: de toename van de wereldgemiddelde temperatuur houden tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau.[1] Het verdrag betekende een doorbraak.[2] De uitwerking ervan verschilt echter sterk per land, en niet alle landen onderkennen de urgentie van een energietransitie. Er is veel debat over de effecten en vormgeving van de energietransitie.

In 2015 was het brandstofgebruik in de wereld 16% hernieuwbaar, in Rusland 1%, Nederland 3%, de VS 7%, India 40%, Nigeria 88%.[3] Het elektriciteitsgebruik was in de wereld 21% duurzaam, in Zuid-Korea 3%, Nederland 15%, de EU 30%, Brazilië 74%, Noorwegen 98%.[4] De CO2 uitstoot verschilt ook sterk per land en per persoon: China 9 gigaton, 6,6 ton pp; de VS 5 Gt, 16 ton pp; Duitsland 0,7 Gt, 9 ton pp; India 2,1 Gt, 1,6 ton pp; Nigeria 0,06 Gt, 0,35 ton pp.[5]

Energie- en klimaatonderzoekers van o.a. het Internationaal Energieagentschap hebben scenario's geschreven die een basis voor beleidskeuzes kunnen vormen omdat ze een beeld schetsen van verschillende denkbare ontwikkelingen, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en de organisatie van nieuwe energiesystemen.[6] In 2040 zal in een van de scenario;s van het IEA de energieproductie voor 60% fossiel, 10% nucleair en 30% hernieuwbaar zijn. In een alternatief scenario kan de energieproductie ca 70% duurzaam zijn in 2040 en bijna 100% in 2050. Beide scenario's voldoen aan het akkoord van Parijs en zijn gebaseerd op uitgebreide computersimulaties.

Inhoud

Redenen voor een energietransitieBewerken

Er zijn enkele redenen om over te schakelen op alternatieven. Ten eerste zijn fossiele brandstoffen schadelijk voor het milieu door de CO2 die uitgestoten wordt bij verbranding. Wereldwijd was dat 32 gigaton (4,4 ton per persoon) in 2015. De mondiale temperatuur kan stijgen naar 1,5 tot 2 C boven het pre-industriële niveau door verdere emissie in de komende decennia van totaal ca 500 tot 1000 Gt (het koolstof budget).[7](zie § 2.1.2).

Niet alleen bij verbranding, ook bij het winnen en raffineren van aardolie en zuiveren van aardgas komt kooldioxide vrij, en methaan dat een sterk broeikasgas is. Deze "indirecte" uitstoot, ca 15% van alle emissie, is niet inbegrepen in de verder in dit artikel vermelde kooldioxide emissies.[8]

Ten tweede raken olie en gas langzaam uitgeput, en bovendien moeten ze geïmporteerd worden uit landen zoals Saudi-Arabië en Rusland die de levering (dreigen te) verminderen om politiek druk uit te oefenen. Dit argument weegt voor veel West-Europese landen vooral zwaar sinds Rusland begin 2006 en 2009 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide na wanbetalingen.

Ten derde wordt door verbranding van kolen, hout en afval ook roet en fijnstof uitgestoten. Deze luchtverontreiniging veroorzaakt jaarlijks miljoenen doden. In China is dit een belangrijke reden voor schone energiebronnen.

KostenBewerken

De gemiddelde productie kosten van duurzame elektriciteit in de wereld waren in 2018, in dollarcent per kWh[9] (Table 1):

Waterkracht 4,7; Zonnepanelen 8,5; Wind op zee 12,7; Wind op land 5,6.

Meer dan driekwart van de wind- en vier vijfde van de zonne-energie die in 2020 in gebruik wordt genomen, zou goedkoper elektriciteit moeten produceren dan met fossiele brandstof. Cruciaal is dat ze dit doen zonder subsidie (blz.3).

De kosten van integratie in het energiesysteem (opslag, extra transmissie) zijn niet inbegrepen.

OpslagBewerken

Energieopslagtechniek wordt gebruikt om vraag en aanbod van elektriciteit in het elektriciteitsnet te balanceren. De energiebronnen zon en wind zijn onregelmatig beschikbaar zodat veel energieopslag nodig is. Pompcentrales worden hiervoor het meest gebruikt. Ook accu's, reuzenbatterijen: zo werd in het Noord-Duitse Jardelund op 31 mei 2018 de grootste accu (48 MW vermogen, meer dan 50 MWh energie) van Europa in gebruik genomen.[10]

Maar elektriciteit opslaan en later weer gebruiken gaat niet zonder verlies. Er zijn andere manieren om elektriciteitsvraag en -aanbod te balanceren zoals reguleren van de vraag (smart grid) en uitwisselen van aanbod met andere landen of gebieden. Het weer is niet overal hetzelfde dus er kan daar tekort zijn als er hier overschot is, of omgekeerd. Er is dan minder opslag nodig.

Elektrische aandrijving en verwarmingBewerken

De transportsector in de wereld gebruikte in 2015 48% van de fossiele brandstof en maar 2% van de elektriciteit.[4] Elektrificering van het vervoer kan de kooldioxide uitstoot sterk verminderen mits ook elektriciteit duurzamer opgewekt wordt. In het wegtransport groeit het aantal EVs (electric vehicles) sterk, in 2017 tot 3 miljoen waarvan 1,2 miljoen in China, maar dat is nog niet 1% van het wagenpark in de wereld. Het aantal elektrische tweewielers groeide tot 250 milioen, bijna allemaal in China. In lucht- en scheepvaart is het percentage elektrisch vrijwel nul.[11]

Industrie en landbouw in de wereld gebruikte in 2015 33% van de fossiele brandstof voor motoren en verwarming. In gebouwen werd 13% verstookt.[4] Elektromotoren en elektrische warmtepompen zijn veel efficiënter.

Energietransitie in EuropaBewerken

  Zie ook: Hernieuwbare energie in de Europese Unie

In Europa, incl. Rusland, is de kooldioxide uitstoot afgenomen van 5,6 gigaton in 2010 tot 5,1 Gt in 2015,[12] vooral door daling in de EU28 landen van 3,6 Gt in 2010 tot 3,2 Gt in 2015 (6,3 ton per persoon).[5] In vergelijking met 1990 zijn in de EU28 de broeikasgasemissies in 2016 met 24% afgenomen.[13] Verwacht wordt dat de EU ook twee andere doelstellingen voor 2020 zal halen: tenminste 20% hernieuwbare energie en 20% energiebesparing. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80-95% te verminderen met mijlpalen van 40% en 60% reducties in 2030 en 2040.[14] (blz.9).

Zie ook Lijst van windmolenparken in de Noordzee.

Landen in volgorde van kooldioxide emissie in 2015:

in RuslandBewerken

De kooldioxide uitstoot in Rusland was in de periode 2010-2015 ongeveer constant 1,5 gigaton (10 ton per persoon) per jaar.[5]

Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 65% fossiel, 18% nucleair en 16% met waterkracht.[4] Windenergie is nauwelijks ontwikkeld maar er is een begin: Siemens Gamesa Renewable Energy zal in 2020 een paar grote windparken bouwen in zuid-Rusland.[15]

in DuitslandBewerken

 
Scenario voor elektriciteitsopwekking in Duitsland van 2005 tot 2050 in Terawattuur per jaar.

De energietransitie in Duitsland, ook wel de Energiewende genoemd, is het plan om in Duitsland over te schakelen op betaalbare hernieuwbare energie. Hierbij worden ook alle kerncentrales uiterlijk tegen 2022 buiten dienst gesteld.

Het aandeel van duurzame bronnen in het elektriciteitsgebruik in Duitsland steeg van 6% in 2000 tot 36% in 2017.[16] In het eerste kwartaal van 2019 was het aandeel 45%.[17] Eind februari stond 47 GW PV vermogen opgesteld volgens het Bundesnetzagentur.[18]

De jaarlijkse kooldioxide emissie daalde in de periode 2000-2015 van 810 tot 730 megaton (8,9 ton per persoon).[5] De daling was groter geweest als in die periode de elektriciteitsopwekking met kerncentrales niet sterk gedaald was, van 200 tot 92 GWh per jaar.[4]

Het doel is, in vergelijking met 1990, broeikas-gasemissie tenminste 55% te verminderen in 2030, 70% in 2040 en meer dan 80% in 2050. Het energie eindgebruik moet 30% duurzaam zijn in 2030, 45% in 2040 en 60% in 2050. Voor het elektriciteits eindgebruik zijn de streefcijfers minstens 50% in 2030, 65% in 2040 en 80% in 2050.[19]

in het Verenigd KoninkrijkBewerken

In de periode 2010-2015 steeg het duurzame aandeel in het elektriciteitsgebruik van 9% naar 30% door sterke toename van zonne- en windstroom die in 2015 16% leverden. De kooldioxide emissie daalde van 480 naar 390 megaton (6 ton per persoon) per jaar[5] door minder kolen en gas te stoken om elektriciteit op te wekken.[4] In 1990 was de kooldioxide uitstoot 550 Mt.

in ItaliëBewerken

De kooldioxide uitstoot is in de periode 2010-2015 gedaald van 392 naar 330 megaton (5,5 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 60% fossiel, 17% waterkracht en 23% overig duurzaam.[4]

De regering streeft naar verhoging van zonnestroom van 23 TWh in 2015 naar 74 TWh in 2030.[20]

in FrankrijkBewerken

De kooldioxide uitstoot is in de periode 2010-2015 gedaald van 340 naar 290 megaton (4,4 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 6% fossiel, 77% nucleair en 17% duurzaam.[4]

Frankrijk heeft 58 kernreactoren met totaal 63 GW elektrisch vermogen.[21] De meeste zijn aan het eind van hun levensduur. Het nucleaire aandeel in de elektriciteit zal volgens plan in 2035 verminderen tot 50%. De capaciteit van duurzame elektriciteit zal 74 GW in 2023 zijn en meer dan 100 GW in 2028.[22]

in SpanjeBewerken

De kooldioxide uitstoot is in de periode 2010-2015 gedaald van 262 naar 247 megaton (5,3 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 43% fossiel, 20% nucleair, 11% waterkracht, 17% wind en 8% overig duurzaam.[4]

Zonnestroom werd goedkoop in 2015 en in eigen beheer gebruikt en opgeslagen omdat levering aan het elektriciteitsnet zwaar belast werd. Deze "sun tax" is eind 2018 afgeschaft.[23]

in NederlandBewerken

In de periode 2010-2015 steeg het duurzame aandeel in het elektriciteitsgebruik van 12% naar 15% door sterke toename van windstroom die in 2015 7% leverde; zonnepanelen produceerden toen 1%.[4] De kooldioxide emissie daalde van 170 naar 156 megaton per jaar (9,2 ton per persoon). Maar in 1990 was het minder, 148 Mt.[5] In 2020 moet 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komen, in 2023 moet dat 16% zijn, maar in 2017 was het pas 7%, het na Luxemburg laagste percentage in de Europese Unie.[24] De Klimaatwet (2019) bepaalt dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 minstens 49% en in 2050 95% vermindert ten opzichte van 1990.[2][25]

Windenergie is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen. In 2017 stond 957 megawatt (MW) windturbine capaciteit in zee. In 2023 moet er voor minimaal 4.450 MW vermogen aan windparken op zee staan.[26] Die leveren dan 3,1% van alle energie. In de periode 2024–2030 zal volgens de Energieagenda voor 7.000 MW aan windparken worden gebouwd verder weg op zee.[27] De bijdrage van de windturbines in zee is dan substantieel, namelijk ca 40% van het huidige elektriciteitsverbruik.[28] Voor de Zuid-Hollandse kust komt in 2022 ’s werelds eerste windpark dat zonder subsidie geëxploiteerd wordt door NUON.[29]

In februari 2018 besloot het kabinet-Rutte III om de winning van aardgas in Noordoost-Groningen af te bouwen en rond 2030 te staken. Daarnaast bepaalde het op 18 mei 2018, dat de twee oudste kolengestookte elektriciteitscentrales in het land, de Amercentrale en de Hemwegcentrale, uiterlijk in 2024 moeten overschakelen op een duurzame brandstof, bijvoorbeeld houtsnippers. Voor de nieuwgebouwde kolencentrales op de Maasvlakte en in de Eemshaven geldt hetzelfde per 2029.[30] Op 7 maart 2019 werd bekend dat Centrale Hemweg in 2020 wordt gesloten.[31]

in BelgiëBewerken

  Zie voor de situatie in België Hernieuwbare energie in België.

België heeft zich geëngageerd om tegen 2020 13% van alle energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Voor de jaren daarna werkt de regering-Michel aan een Energiepact. Daarin moet ook de voorgenomen kernuitstap een plaats krijgen. Maar regeringspartij de Nieuw-Vlaamse Alliantie verzet zich tegen de sluiting van de jongste kerncentrales.

In de periode 2010-2015 steeg het duurzame aandeel in het elektriciteitsgebruik van 11% naar 21% door sterke toename van zonne- en windstroom die in 2015 11% leverden. De kooldioxide emissie daalde van 104 naar 92 megaton (8,3 ton per persoon) per jaar[5] door minder kolen en gas te stoken om elektriciteit op te wekken.[4]

Momenteel (2018) zijn voor de Noordzeekust vier windparken met samen 274 turbines op speciaal aangelegde eilanden in bedrijf. Zij leveren stroom aan een miljoen huishoudens. Nog eens drie zulke parken zijn in aanleg of voorbereiding.[32]

in PortugalBewerken

De kooldioxide uitstoot was in de periode 2010-2015 vrijwel constant 47 megaton (4,5 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 51% fossiel, 19% waterkracht, 22% wind en 8% overig duurzaam.[4]

De regering streeft naar 80% duurzame elektriciteit in 2030, en 100% in 2050, met een leidende rol van zonne-energie.[33]

in FinlandBewerken

Volgens het IEA was de kooldioxide uitstoot in de periode 2010-2015 gedaald van 62 naar 42 megaton (7,7 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 20% fossiel, 34% nucleair, 24% met waterkracht en 17% uit biomassa en afval.[4] Turf speelt een belangrijke rol en er is veel discussie over het milieueffect en de classificatie: is turf biomassa of fossiele brandstof of een langzaam hernieuwbare energiebron?[34]

Er zijn vier kerncentrales en er is nationale consensus om door de bouw van twee nieuwe kerncentrales de verbranding van turf uit te faseren. De bouw van kerncentrales is ernstig vertraagd en veel duurder dan verwacht.[35] Het land heeft in zijn granietrotsen een permanente bewaarplaats ingericht voor kernafval.[36] Zie ook Kerncentrale Olkiluoto.

In 2018 produceerde windturbines 6,7% van het elektriciteitsgebruik.[37]

in NoorwegenBewerken

Met waterkracht genereert het land meer elektriciteit dan het zelf gebruikt. In 2015 was het eindgebruik 80% van de totale productie van elektriciteit. Noorwegen exporteert elektriciteit naar o.a. Denemarken en Nederland, en importeert ook voor opslag in pompcentrales.

Het eindgebruik van fossiele brandstof gaat grotendeels naar de transport sector. Het energiegebruik in die sector is voor meer dan 90% fossiel[4] hoewel bijna 40% van het wagenpark elektrisch kan rijden.[11] Daardoor is de kooldioxide uitstoot vrij hoog, 37 miljoen ton (7 ton per persoon).[5]

Noorwegen was het eerste land dat op industriële schaal een koolstofafvang- en opslagproject uitvoerde, op het olieveld Sleipner. Het project is beëindigd in 2002.[38]

in ZwedenBewerken

De kooldioxide uitstoot in de periode 2010-2015 gedaald van 46 naar 37 megaton (3,8 ton per persoon) per jaar.[5] Elektriciteit opwekking was in 2015 voor 1% fossiel, 35% nucleair, 46% waterkracht en 17% overig duurzaam.[4] De kernreactoren zijn oud; operationeel sinds 1974-1985.[39]

in DenemarkenBewerken

De kooldioxide emissie was 51 megaton in 2000 en 32 Mt (5,6 ton per persoon) in 2015.[5]

In 1985 werd na hevig debat besloten geen kerncentrales te bouwen in Denemarken. Het land koos in plaats daarvan voor duurzame energie, vooral met wind. In 2015 was hernieuwbare energie goed voor 64% van het elektriciteitsverbruik en windenergie alleen al voor 46%.[4] Een robuuste verbinding tussen de waterkrachtturbines van Noorwegen en de windturbines van West-Denemarken is de sleutel tot succesvolle exploitatie van wind voor Denemarken. Ook energieuitwisseling met andere buurlanden is van groot belang. 17% van de tijd overtrof windproductie de vraag; het overschot werd geëxporteerd naar Noorwegen, Zweden en Duitsland.[40]

Energietransitie in AmerikaBewerken

De kooldioxide emissie in Amerika was 7,2 gigaton in 2015, d.i. 8,3 ton per persoon. In 1990 was het nog 6,1 Gt.[5]

in de Verenigde StatenBewerken

In de periode 2010-2015 steeg het duurzame aandeel in het elektriciteitsgebruik van 13% naar 16% door sterke toename van zonne- en windstroom die in 2015 6% leverden. De kooldioxide emissie daalde iets naar 5 gigaton (15 ton per persoon) per jaar door minder kolen te stoken om elektriciteit op te wekken.[4]

Van 2015 tot 2018 is windstroom verder toegenomen van 191 tot 275 TWh en PV stroom van 36 tot 93 TWh.[41] Totaal leverden deze bronnen 9% van het 3946 TWh elektriciteitsgebruik in 2018.[42]

Het energiebeleid van de VS is herhaaldelijk mislukt.[43] De VS heeft het klimaatakkoord opgezegd in 2017 maar veel staten hebben beloofd zich wel aan het akkoord te zullen houden. Deze staten, 23 in getal in mei 2019, hebben zich gebundeld in de United States Climate Alliance.[44]

in CanadaBewerken

Niet-fossiele bronnen genereerden in 2015 iets meer dan het elektriciteits eindgebruik in Canada: waterkracht 76%, andere duurzame bronnen 8% en kerncentrales 20%, totaal 104 procent. Het land exporteert elektriciteit naar de VS.[4]

In de periode 2010-2015 steeg de kooldioxide emissie iets naar 550 megaton (15 ton per persoon) per jaar[5] door meer conversie van fossiele brandstof.[4] Er is gebrek aan consistentie in de energie en klimaat strategie.[45]

in BraziliëBewerken

Niet-fossiele bronnen genereerden in 2015 90% van het elektriciteits eindgebruik in Canada: waterkracht 73%, andere duurzame bronnen 14% en kerncentrales 3%.[4]

In de periode 2010-2015 steeg de kooldioxide emissie van 0,37 gigaton naar 0,45 Gt (2,2 ton per persoon) per jaar.[5]

Energietransitie in AziëBewerken

De kooldioxide uitstoot in Azië is sinds 1990 gestegen van 6 naar 17 gigaton per jaar.[12]

in ChinaBewerken

In de periode 2010-2015 was het elektriciteitsgebruik rond 24% duurzaam, vooral door waterkracht. China investeert veel in zonne- en windenergie, het aandeel van deze bronnen in het elektriciteitsgebruik stijgt snel, maar het was in 2015 pas 5%. De kooldioxide emissie steeg van 7,7 naar 9,0 gigaton (6,6 ton per persoon) per jaar, veroorzaakt door stijgend brandstofgebruik dat maar ongeveer 9% hernieuwbaar was. In 1990 was het nog maar 2,1 Gt.[4][5]

Volgens de Energie Productie en Consumptie Revolutie Strategie 2016-2030 zal tegen 2030 de helft van de elektriciteit opgewekt worden door niet-fossiele bronnen, duurzame en nucleaire. In 2017 werd RMB 765 miljard (USD 113 miljard) geïnvesteerd in de elektriciteitssector waarvan 85% in duurzame energie, grotendeels in zonne-energie.[46] Maar een groot deel van de daarmee op te wekken elektriciteit werd dat jaar niet gebruikt door gebrekkige regelgeving.[47]

in IndiaBewerken

In de periode 2010-2015 was het brandstofgebruik ca 40% hernieuwbaar. Het elektriciteitsgebruik was rond 20% duurzaam, vooral door waterkracht. India investeert veel in zonne- en windenergie, het aandeel van deze bronnen in het elektriciteitsgebruik stijgt snel, maar het was in 2015 pas 5%.[4] De kooldioxide emissie steeg van 1,6 naar 2,1 gigaton (1,6 ton per persoon) per jaar[5] veroorzaakt door stijgend gebruik van kolen en gas.

Van 2015 tot 2018 is het geïnstalleerde windvermogen gestegen van 23 tot 34 GW en het PV vermogen van 4 tot 22 GW.[48]

in JapanBewerken

In de periode 2010-2015 steeg het duurzame aandeel in het elektriciteitsgebruik van 13% naar 19%, vooral door grotere bijdrage van zon, wind en biomassa, in 2015 8%.[4] Japan bevordert zonne-energie en investeert in drijvende windturbines op zee. De kooldioxide emissie is ongeveer 1 gigaton (9 ton per persoon) per jaar.[5]

in het Midden-OostenBewerken

De Perzische Golfstaten en Jordanië, Libanon, Syrië, Oman en Jemen.

De kooldioxide emissie was in 1990 nog 0,5 gigaton (4 ton per persoon). Het steeg licht van 1,5 Gt in 2010 naar 1,7 Gt in 2015 (8 ton pp).[5] Toen genereerde waterkracht 2% en andere hernieuwbare bronnen maar 0,1% van het elektriciteitsgebruik.[4] Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten zijn begonnen met grote zonne-energie projecten.[49] In de afgelopen zes jaar zijn in Saoedi-Arabië investeringen aangekondigd van meer dan $ 350 miljard, gericht op hernieuwbare energie. Maar er is nog vrijwel geen constructie begonnen.[50]

Energietransitie in AfrikaBewerken

De kooldioxide emissie was in 1990 nog 0,5 gigaton (0,8 ton per persoon). Het steeg licht van 1,0 Gt in 2010 naar 1,1 Gt in 2015 (1 ton pp).[5] Toen genereerde waterkracht 20% en andere hernieuwbare bronnen 3% van het elektriciteitsgebruik. Biomassa en afval leverden 62% van het brandstofgebruik.[4]

in Zuid-AfrikaBewerken

In Afrika stoot Zuid-Afrika de meeste kooldioxide uit per jaar: 0,4 Gt, bijna 8 ton per persoon. Van 2010 tot 2015 is dat weinig veranderd.[5] Oorzaak is elektriciteitsopwekking, voor meer dan 90% met kolen[4] door Eskom, eigendom en de grootste onderneming van de staat. De overheid moedigt ontwikkeling van zonne- en windenergie aan maar is ook afhankelijk van de inkomsten van Eskom dat bijna bankroet is.[51] Meer zonnestroom zou de financiële situatie nog slechter maken.[52]

in EgypteBewerken

De kooldioxide emissie groeide van 0,18 gigaton in 2010 tot 0,20 Gt in 2015 (2,1 ton per persoon).[5] Elektriciteit werd in 2015 voor 8% hernieuwbaar opgewekt, grotendeels met waterkracht.[4] Het doel is het percentage duurzame stroom in 2025 te verhogen tot 42% door in de woestijn van 's werelds grootste zonnepark te bouwen.[53]

Energietransitie in AustraliëBewerken

De kooldioxide emissie was in 1990 nog 0,26 gigaton (15 ton per persoon). In de periode 2010-2015 bleef het ongeveer constant 0,38 Gt (16 ton pp).[5] In 2015 genereerde waterkracht 6% en andere hernieuwbare bronnen 10% van het elektriciteitsgebruik.[4]

Het nationale energiebeleid is een mislukking.[54] De meeste regeringen van de deelstaten hebben echter gezorgd dat Australië in 2019 21% van zijn elektriciteit uit duurzame bronnen krijgt.[55]

Energietransitie wereldwijdBewerken

Op basis van onderzoek van Huidig beleid verwacht het Internationaal Energieagentschap (IEA)[6] toenemende spanningen in bijna alle aspecten van energiezekerheid (blz.3). Inclusief nieuw aangekondigd beleid en doelen, het Nieuw beleid-scenario, schat het IEA dat de wereldwijde vraag naar energie in 2040 met meer dan een kwart is toegenomen door ontwikkelingslanden onder leiding van India. De wereldwijde energiegerelateerde CO2-emissies nemen langzaam toe. Het IEA noemt dit scenario ver uit de buurt van wat wetenschappelijke kennis zegt vereist zal zijn om de klimaatverandering aan te pakken (blz.7).

Scenario'sBewerken

Uiteenlopende scenario's zijn ontwikkeld om wel het beleidsdoel in het Akkoord van Parijs te halen.

Het Duurzame ontwikkeling scenario van het IEA voldoet volgens de onderzoekers aan de internationaal overeengekomen doelstelling voor klimaat verandering, lucht kwaliteit en universele toegang tot moderne energie.[56] De grafiek toont dat de totale vraag naar primaire energie in 2040 op het huidige niveau kan worden gehouden (door de efficiëntie te verhogen), hernieuwbare bronnen kunnen hun aandeel vergroten tot ca 30% waarvan de helft zonne- en windenergie is, kernenergie stijgt naar ca 10% (door groei in Azië), aardgas stijgt licht, olie piekt snel, steenkool daalt onmiddellijk, fossiele brandstoffen zullen ca 60% van de totale vraag dekken (terug van 82% nu). CO2 emissie kan teruglopen door afvang en opslag, afnemende methaanemissies en het elimineren van affakkelen[6] (p.7) van 33 gigaton in 2017 naar 18 Gt in 2040[57] (Table 1.5). De wereldwijde gemiddelde jaarlijkse energie-investering in de periode 2026-40 zou $ 3,3 biljoen kunnen bedragen, waarvan $ 0,7 biljoen voor hernieuwbare energiebronnen (Table 1.7). Maar de acties van overheden zullen doorslaggevend zijn.

Alternatieve Doel Parijse Klimaatverdrag scenario's zijn ontwikkeld door een team van 20 wetenschappers aan de University of Technology Sydney, het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, en de University of Melbourne[7] met IEA data, maar gericht op overgang naar bijna 100% duurzame energie in 2050, en met o.a. herbebossing, maar zonder de risico's van kernsplijting, kooldioxide-afvang en niet-duurzaam biomassagebruik (Chapter 1). De kosten zouden veel minder zijn dan de 5 biljoen dollar per jaar die regeringen nu besteden aan subsidies voor de fossiele brandstof industrie die verantwoordelijk is voor klimaat verandering (blz.ix).

In het +2.0 C (opwarming) Scenario kan de wereldwijde primaire energie productie in 2040 450 EJ = 10755 Mtoe zijn, of 400 EJ = 9560 Mtoe in het +1.5 Scenario, veel lager dan nu. Duurzame bronnen kunnen hun aandeel vergroten tot 300 EJ in het +2.0 C Scenario of 330 PJ in het +1.5 C Scenario in 2040. In 2050 kan duurzame energie bijna alle energievraag dekken. Niet-energetisch gebruik (bijv. asfalt) zal nog fossiele brandstof nodig hebben. Zie Fig.5 op p.xxvii in het Executive Summary.

Duurzame energiebronnen zullen in de wereld 88% van de elektriciteit opwekken in 2040 en 100% in 2050 in de alternatieve scenarios. “Nieuwe” duurzamen — grotendeels wind, zon en geothermie — zullen 83% bijdragen aan alle elektriciteitsopwekking (p.xxiv). De gemiddelde jaarlijkse investering die is vereist tussen 2015 en 2050, inclusief kosten voor extra energiecentrales voor de productie van waterstof en synthetische brandstoffen en voor vervanging van centrales, zal ongeveer $ 1,4 biljoen bedragen (p.182).

Verschuivingen zijn nodig van de binnenlandse luchtvaart naar het spoor en van weg naar spoor. Personenauto gebruik moet in de OESO-landen na 2020 afnemen (maar zal toenemen in ontwikkelingslanden). De afname van personenauto gebruik zal gedeeltelijk worden gecompenseerd door een sterke toename van het openbaar vervoer per spoor en bussystemen. Zie Fig.4 on p.xxii.

CO2-emissie kan verminderen van 32 Gt in 2015 tot 7 Gt (+2.0 Scenario) of 2.7 Gt (+1.5 Scenario) in 2040, en tot nul in 2050 (p.xxviii).

Zie ookBewerken