Hoofdmenu openen

Sint-Maartenspoort (Maastricht, poort)

poort in Maastricht

De Sint-Maartenspoort is de naam van een aantal voormalige stadspoorten op verschillende locaties in het stadsdeel Wyck in de Nederlandse stad Maastricht. De oorspronkelijke poort dateerde waarschijnlijk uit de 14e eeuw en was gelegen aan het noordeinde van de Wycker Grachtstraat - later bij de Rechtstraat -, waar ze de toegang vormde tot de stad Maastricht vanuit het noordoosten (Limmel, Meerssen, Venlo). De benaming Sint-Maartenspoort wordt gebruikt voor een vijftal poorten, die alle op een bepaald moment onderdeel waren van de Wycker stadsmuur en waarvan de restanten allemaal in de 19e eeuw werden gesloopt.

Sint-Maartenspoort
Wycker stadsmuur met locatie St-Maartenspoorten (1, 2)
Wycker stadsmuur met locatie St-Maartenspoorten (1, 2)
Locatie
Locatie Maastricht-Wyck, Rechtstraat/Wycker Grachtstraat
Status en tijdlijn
Oorspr. functie stadspoort
Start bouw 14e eeuw
Afgebroken 1857 (nieuwe binnenpoort); 1868 (nieuwe buitenpoort); 1870 (oude poort)
Nieuwe Sint-Maartenspoort (A. Schaepkens, ca. 1860)
Nieuwe Sint-Maartenspoort (A. Schaepkens, ca. 1860)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Bouw eerste Wycker stadsmuur en eerste Sint-MaartenspoortenBewerken

De Sint-Maartenspoort heeft ten minste vier, wellicht vijf versies gekend, die niet allemaal op dezelfde plaats gelegen waren. De oorspronkelijke Sint-Maartenspoort, die voor het eerst werd genoemd in 1353, stond aan het einde van de Wycker Grachtstraat. Dit was een rechthoekig bouwwerk met een gotisch gewelf en een spitsbogige poortopening.

Over het precieze bouwjaar van de eerste stadsmuur van Wyck is geen duidelijkheid. Mogelijk ging de bouw van de Wycker enceinte (omwalling) gelijk op met die van de eerste middeleeuwse stadsmuur op de linker Maasoever, vanaf het tweede kwart van de 13e eeuw. Waarschijnlijk betrof dit aanvankelijk een aarden wal met palissaden, wel al met stenen poorten. In 1284, aan het begin van de Limburgse Successieoorlog, trachtte Walram de Rosse van Valkenburg Maastricht te overmeesteren, maar de wallen aan de Wyckse kant waren blijkbaar al dusdanig sterk dat de vijand afdroop. Pas in 1318 vermeldt de kroniek van de Landen van Overmaas dat hertog Jan III van Brabant toestemming gaf een stenen muur om Wyck te bouwen. Vooral in de periode 1397-1400 werd onder oorlogsdreiging met man en macht gewerkt aan verbetering van de Wycker stadsmuur en gracht. Waarschijnlijk lag deze oudste muur ten westen van de Wycker Grachtstraat.

 
Omgeving Sint-Maartenskerk en -poort, Simon de Bellomonte, 1575

In 1419 werd een nieuwe poort gebouwd aan het noordeinde van de Rechtstraat, enkele tientallen meters richting Maas. Deze tweede Sint-Maartenspoort, die net als de eerste onderdeel was van de eerste omwalling van Wyck, was een massief gebouw bestaande uit een rechthoekige toren met leien dak en vier hoektorentjes. De gewelfde poortopening was beveiligd met vleugeldeuren en sluitbomen. Voor de poort lag een stenen brug over een oude Maasarm, die hier dienstdeed als verdedigingsgracht en van 1440 tot 1485 verbreed werd.

Ook de eerste poort bleef na 1419 in gebruik. De verbreding van de gracht maakte omstreeks 1450 de bouw van een voorpoort bij de Sint-Maartenspoort noodzakelijk. De Maastrichtse humanist en stadshistoricus Matthaeus Herbenus bedoelde aan het begin van de 16e eeuw waarschijnlijk deze poort toen hij het had over de "Poort van het Verloren Werk".[1] De voorpoort, die op het stadsgezicht van Simon de Bellomonte uit 1575 nog te zien is, werd waarschijnlijk eind 16e eeuw gesloopt. Na het Beleg van Maastricht door Frederik-Hendrik in 1632 werd het Sint-Maartensbolwerk geheel vernieuwd, waarbij zowel de eerste Sint-Maartenspoort als de bijbehorende brug en voorpoort werden opgenomen in het nieuwe bolwerk Oranje. De poortdoorgang aan de stadszijde bleef als kruitmagazijn in gebruik tot de sloop in 1870.

Uitbouw van de vesting en bouw nieuwe Sint-MaartenspoortenBewerken

 
Sint-Maartenspoorten, Atlas van Blaeu, 1652

Tussen 1477 en 1485 werd buiten de bestaande stadsmuur van Wyck een nieuwe, dubbele aarden wal opgeworpen, die een iets wijdere halve cirkel omschreef. De nieuwe wal werd versterkt met zes zware bolwerken, waarvan het Woutersrondeel en het Sint-Maartensbolwerk de twee noordelijkste waren. Aanvankelijk waren alleen de twee stadspoorten en de bolwerken van steen. Pas in de tweede helft van de 16e eeuw werden ook de wallen van de tweede Wycker enceinte versteend, waarbij een deel van de eerste muur werd afgebroken en de oude gracht werd gedempt.[2]

In 1544 begon de bouw van de Sint-Maartensbuitenpoort, iets ten noorden van de tweede Sint-Maartenspoort, die daarna dienstdeed als kruitmagazijn. De bouw van de nieuwe poort was noodzakelijk geworden doordat de tweede enceinte een stuk verder naar het noorden lag. Op de plattegrond van Maastricht in de Atlas van Blaeu is deze duidelijk herkenbaar. Een bewaard gebleven sluitsteen aan de stadszijde droeg een opschrift uit 1544 dat passanten tot waakzaamheid maande.[noot 1] De Sint-Maartenspoortbrug over de oude Maasarm stortte in 1572 in, maar werd daarna hersteld.[3]

In de 18e eeuw werden de buitenwerken in Wyck verder uitgebreid. Aan de noordoostzijde werd het 17e-eeuwse bolwerk Oranje omgebouwd tot bastion Sint-Maarten en werden de lunetten Sint-Antonie en Turenne aangelegd. De buitenwerken in dit gebied konden door afdamming van een oude rivierarm van de Maas onder water gezet worden. Op de Franse maquette van Maastricht uit het midden van de 18e eeuw en op de daartoe vervaardigde kaart van Jean-Baptiste Larcher d'Aubencourt uit 1749 is de inkapseling van de Sint-Maartenspoorten goed te zien. De Sint-Maartensbuitenpoort werd in 1783 vervangen door een sterk vereenvoudigd bouwwerk van Mathias Soiron. De poortdoorgang van de nieuwe poort was 4 m hoog, 3 m breed en 21 m lang.[4]

Ontmanteling vesting en sloop Sint-MaartenspoortenBewerken

 
Veldzijde nieuwe Sint-Maartenspoort (J. Brabant, ca. 1865)
 
Sint-Maartensbastion voor de sloop (J. Brabant, ca. 1865)

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden, na lang aandringen van onder andere de gemeente Maastricht, het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Vlissingen en enkele andere vestingen. In de jaren daarna werden de meeste buitenwerken en een groot deel van de middeleeuwse stadsmuur in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De stadspoorten van Maastricht werden - op één na - tussen 1867 en 1874 gesloopt. De sloop van de binnenpoort van de tweede Sint-Maartenspoort had al in 1857 plaatsgevonden, op verzoek van het kerkbestuur van de naastgelegen Sint-Martinuskerk, dat twee jaar eerder het eigen middeleeuwse kerkgebouw hadden laten afbreken en dat tien jaar later de afbraak van de Wycker Kruittoren wist te bewerkstelligen. In 1868 werd de buitenpoort uit 1783 gesloopt en werd een begin gemaakt met het afgraven van het Sint-Maartensbastion. Daarbij kwam de eerste Sint-Maartenspoort tevoorschijn. De poort werd opgemeten en twee jaar later opgeruimd. Het terrein werd bestemd voor de verbetering van de verkeersinfrastructuur.

 
Het Sint-Maartensbastion na het verwijderen van de grond (J. Brabant, 1869)

De ontmanteling van de vesting Maastricht werd door de meeste tijdgenoten gezien als het begin van een periode van grotere welvaart. Tegen de afbraak van de eeuwenoude stadspoorten rees dan ook nauwelijks protest.[5] Bij de afbraak van de eerste stadspoort, de Tongersepoort, in december 1867 was geen enkele bepaling opgenomen over documentatie of oudheden. Door toedoen van de kunstenaar Alexander Schaepkens en de jonge Victor de Stuers werd bij de sloopbestekken van de andere poorten bepaald dat gedetailleerde tekeningen en foto's gemaakt moesten worden. De tekenaar Johannes Brabant maakte in opdracht van het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap schetsen en de fotograaf Theodor Weijnen foto's van de te slopen vestingwerken.[6]

Van de Sint-Maartenspoort en de bijbehorende gebouwen (brug, wachthuizen, kruithuizen, barakken) is, op twee jaarstenen na, niets bewaard gebleven. De Wycker Kruittoren werd in 1868 gesloopt, terwijl gesprekken over behoud van de toren gaande waren. Een pijler van de Sint-Maartenspoortbrug werd in 1915 (of 1925?) bij bouwwerkzaamheden opgegraven onder het pand Wilhelminasingel 30, gedocumenteerd en met aarde bedekt. Het wachthuis van de binnenwacht werd kort na 1925 afgebroken. In de omgeving herinneren alleen nog enkele namen aan de militaire geschiedenis van het gebied, zoals de wijknaam Sint Maartenspoort en de straatnamen Sint Maartenspoort, Lage Barakken, Turennestraat en Hertellplein.

Bronnen, noten en referentiesBewerken