Hoofdmenu openen

Kat Hoog Frankrijk

De kat Hoog Frankrijk is een voormalige kat of cavalier in de vestingwerken van de Nederlandse stad Maastricht.

De kat Hoog Frankrijk, ook wel kat Oranje genoemd,[1] was een 16e of 17e-eeuwse kat of cavalier in het westelijk deel van de Nederlandse vestingstad Maastricht. Het verdedigingswerk was onderdeel van de tweede middeleeuwse stadsmuur en lag bij de Sint-Joristoren. De walmuur, de torens en de kat zijn kort na 1867 gesloopt. Alleen ondergronds resteren nog enkele overblijfselen.

Kat Hoog Frankrijk
(en Sint-Joristoren)
Locatie
Locatie Maastricht, Statenkwartier, nabij de huidige Herbenusstraat, hoek Laagfrankrijk
Status en tijdlijn
Oorspr. functie kat
Start bouw 14e eeuw (walmuur en torens), 16e/17e eeuw? (kat)
Sluiting ca 1870 (sloop)
Verbouwing ca 1692, 1708
Tweede stadsmuur met kat Hoog Frankrijk (5) tussen Lindenkruispoort (4) en kat Nassau (6)
Tweede stadsmuur met kat Hoog Frankrijk (5) tussen Lindenkruispoort (4) en kat Nassau (6)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

NaamgevingBewerken

De namen Hoog en Laag Frankrijk van diverse fortificaties in de Maastrichtse vestinggordel verwijzen naar het Koninkrijk Frankrijk, zoals ook vestingwerken in de omgeving genoemd zijn naar andere naburige staten (Engeland, Saksen, Brunswijk, Brandenburg, Holstein en Hessen) of naar Nederlandse provincies (Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Stad en Lande, Drenthe, Overijssel en Gelderland).

De aanduidingen Hoog en Laag zijn letterlijk bedoeld: Hoog Frankrijk was gelegen op hoger terrein dan Laag Frankrijk. De hoogteaanduidingen zijn ook terug te vinden in de later aangelegde buitenwerken, de Hoge en Lage Fronten. Bij de huidige straatnamen Hoogfrankrijk en Laagfrankrijk is deze betekenis verloren gegaan, omdat beide straten gelegen zijn in de nabijheid van de kat Hoog Frankrijk. Het uit circa 1640 daterende hoornwerk Laag Frankrijk lag veel noordelijker, bij de Boschkat.

De alternatieve benaming kat Oranje verwijst naar het Huis Oranje-Nassau, de stadhouders van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Vergelijkbare namen in de vesting: Nassau, Nassau-Weilburg, Prins Frederik, Wilhelmina, Erfprins, Stadhouder, Staten-Generaal, Raad van Staten, Le Roy en La Reine.[2]

GeschiedenisBewerken

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuurBewerken

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur uit ca 1230 al na enkele decennia te krap bleek, besloot men vanaf ca 1300 de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen. Waarschijnlijk was de muur omstreeks 1380 voltooid, hoewel er daarna nog aan diverse torens gebouwd werd. De tweede stadsmuur had op de linker Maasoever een lengte van 3575 m en een hoogte variërend van 6 tot 9 m.[3] Er kwamen zeven nieuwe stadspoorten, waarvan vijf op de westoever. De noordwestelijke Lindenkruispoort verving de 13e-eeuwse Gevangenpoort op de Markt.

Wanneer de westelijke waltorens zijn gebouwd is niet zeker, maar aangenomen mag worden dat deze omstreeks 1400 voltooid waren. Tussen de Brusselsepoort en de Lindenkruispoort bevonden zich zes waltorens. De namen van slechts enkele torens zijn overgeleverd, waaronder de Boenentoren, de toren "der Hont" en de Sint-Joristoren, de vijfde toren vanaf de Brusselsepoort.[4] Laatstgenoemde toren is wellicht genoemd naar de Sint-Joriskapel in de Grote Staat. De Maastrichtse kerspels hadden elk een taak bij het onderhoud en de verdediging van de hoofdwal. Wellicht dat het Sint-Joriskerspel dit deel van de stadswal had toegewezen gekregen.

In de loop van de 16e eeuw werden de bestaande waltorens omgebouwd tot rondelen door ze te verlagen en vol te storten met aarde. Tevens werd de stadsmuur aan de binnenzijde versterkt met een aarden wal, zodat deze beter bestand was tegen de sterk toegenomen vuurkracht van het geschut. Waarschijnlijk werden toen ook de katten of cavaliers aangelegd.[5]

Aanleg kat Hoog Frankrijk en andere militaire voorzieningenBewerken

Het exacte bouwjaar van de kat Hoog Frankrijk is onbekend. De kat bestond uit een verhoging van aarde, die boven de walmuur uitreikte, met een batterij voor het geschut. De kat was strategisch gelegen achter de Sint-Joristoren. Omstreeks 1708 werd de kat voorzien van een halfrond vooruitspringend deel, dat het vuren in meerdere richtingen vergemakkelijkte. Op de kat was plaats voor acht stukken geschut, minder dan de katten Brandenburg en Nassau, maar meer dan de katten Brusselsebastion en Boschkat.[1]

 
Kaart uit 1749 met Kat Hoog Frankrijk (27), kruitmagazijn (F) en wachthuis (G). Buiten de stadsmuur ligt het bastion Oranje (28)

Waarschijnlijk werd de kat omstreeks 1692 voorzien van een ondergronds rechthoekig kruitmagazijn. Een soortgelijk kruithuis in de Tongersekat is bewaard gebleven.[1] Omstreeks 1790 werd achter de kat een nieuw kruithuis gebouwd.[6]

Ten zuidwesten van de kat bevond zich in de 18e eeuw een wachthuis (duidelijk herkenbaar op de kaart van Larcher d'Aubencourt en de Maquette van Maastricht). Zowel bij de Lindenkruispoort als bij de Brusselsepoort bevonden zich kazernes.

In de walmuur bij de kat Hoog Frankrijk was al in 1645 een laaggelegen poterne aanwezig, een sortie sousterraine. Deze werd later uitgebreid tot een sortie royale, geschikt voor cavalerie. Omstreeks 1750 werd de sortie aan weerszijden voorzien van vier kazematten, die elk 6 x 2 m maten. Een deel van de sortie is bewaard gebleven.[7]

 
Westelijke walmuur en buitenwerken. In het midden: bastion Oranje (Maquette van Maastricht, ca 1750)

Uitbreiding buitenwerkenBewerken

Na de inname van Maastricht door Frederik Hendrik werd aan de noordwestzijde van de stad begonnen met de aanleg van een vestinggordel volgens het Oud-Nederlands stelsel met bastions en hoornwerken.[8] Bij de kat Hoog Frankrijk verrees omstreeks 1633 het bemuurde bastion Oranje en het deels daaromheen gebouwde hoornwerk Hoog Frankrijk met daarbinnen een reduit. Het hoornwerk werd al in 1688 vervangen door het bastion Holstein, dat op zijn beurt in 1776 werd opgenomen in de Linie van Du Moulin.[9] In de 18e eeuw dijden de buitenwerken van de vesting steeds verder uit, waardoor de stadsmuur en de kat vanaf de veldzijde steeds meer aan het oog onttrokken werden.

Bij de kat Hoog Frankrijk mondde het Jekerkanaal uit in de stadsgracht. Dit ondergrondse kanaal was in 1676 aangelegd om bij een lage waterstand van de Maas, water vanuit de Jeker naar de Lage Fronten te leiden.

 
Sloop walmuur bij Hoog Frankrijk, ca 1870. Rechtsonder de sortie

Ontmanteling vesting en infrastructurele werkenBewerken

Na de opheffing van de vestingstatus in 1867 werden in opdracht van het Ministerie van Oorlog grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de buitenwerken geslecht. De eeuwenoude stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. Door toedoen van Victor de Stuers en anderen bleven hier en daar delen van de eerste en tweede wal gespaard, met name aan de zuidzijde van de stad. De afbraak van de vestingwerken elders ging echter nog tot in de 20e eeuw door.

Vanwege het belang voor de in deze periode sterk groeiende industrie werd bij de slechting van de vestingwerken voorrang gegeven aan het noordwestelijk deel. Tussen 1874 en 1876 werd met de aanleg van de huidige Statensingel en Frontensingel de basis gelegd voor de singelstructuur. In 1877 kwam de Herbenusstraat tot stand en een jaar later werden de kavels tussen deze straat en de nieuwe singelweg geveild. Een deel ervan werd gekocht door de Maastrichtse Bouwvereniging, die er arbeiderswoningen bouwde. De straat Laagfrankrijk, in het verlengde van Hoogfrankrijk, werd pas eind jaren 1880 aangelegd.[10]

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

Van de westelijke stadsmuur, waltorens en stadspoorten, en de katten Nassau en Hoog Frankrijk is bovengronds niets bewaard gebleven. Op de plek van de kat Hoog Frankrijk en de stadsmuur loopt thans de Herbenusstraat met blokken arbeiderswoningen uit het begin van de 20e eeuw.

Van de stadsmuur resteert ondergronds nog een circa 18 m lang gedeelte van de royale sortie met vier kazematten. De ruimte werd in de Tweede Wereldoorlog gebruikt als schuilkelder. De toegang bevond zich bij Herbenusstraat 68 en 70.[7] Ook het ondergrondse Jekerkanaal bestaat nog. Voor de panden Herbenusstraat 120 en 122 bevinden zich enkele hardstenen brokstukken, wellicht afkomstig van de stadsmuur of andere vestingwerken op deze plek.

In deze omgeving zijn nog grote delen van de 18e-eeuwse buitenwerken bewaard gebleven, zowel bovengronds als ondergronds. Tegenwoordig maakt deze zogenaamde Linie van Du Moulin deel uit van het Frontenpark.

Zie ookBewerken

Bronnen en referentiesBewerken