Hoofdmenu openen

De Vijf Koppen (rondeel)

De Vijf Koppen is een laat 15e-eeuws, begin 16e-eeuws rondeel in de Nederlandse stad Maastricht.

De Vijf Koppen (Maastrichts: De Vief Köp), ook wel De Drie Duiven genoemd, is een laat-15e-eeuws, begin-16e-eeuws rondeel in de zogenaamde Nieuwstad in het Maastrichtse Jekerkwartier. Samen met het nabije rondeel Haet ende Nijt vormde De Vijf Koppen een uitbreiding van de oorspronkelijk 14e-eeuwse tweede stadsomwalling van Maastricht. Beide rondelen zijn rijksmonumenten en zijn beeldbepalende onderdelen van het Stadspark Maastricht.

De Vijf Koppen
Maastricht, Stadspark met rondeel De Vijf Koppen en Jekertoren 2.jpg
Locatie
Locatie Maastricht, Jekerkwartier, Stadspark
Status en tijdlijn
Oorspr. functie rondeel
Start bouw 1486
Bouw gereed uiterlijk 1490
Verbouwing 1515-17, ca 1551, 1578-79
Erkenning
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 28016
Tweede middeleeuwse stadsmuur met Haet ende Nijt (19) en de Vijf Koppen (20)
Tweede middeleeuwse stadsmuur met Haet ende Nijt (19) en de Vijf Koppen (20)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

NaamgevingBewerken

Het rondeel was aanvankelijk, zoals de meeste vestingwerken, naamloos. Het werd aangeduid met omschrijvingen als "de nouwen toern in de Nouwestat bij de Maes" (1528). In de 17e eeuw werden de namen "die Duive" of "de Drie Duiven" gebruikt, naar een nabije herberg.[1] Mogelijk verwijst deze naam tevens naar de drie Jekertakken die hier samenkomen.[noot 1] In 1638, na het mislukte Verraad van Maastricht, werden hier de afgehakte hoofden van de vijf hoofdverdachten op een staak tentoongesteld. Wanneer de naam De Vijf Koppen in zwang kwam, is niet bekend. Wellicht gebeurde dit pas eind 19e eeuw, toen onder invloed van het groeiend rooms-katholiek zelfbewustzijn en anti-Hollandse sentimenten, gepleit werd voor rehabilitatie van de 'verraders' (zie ook Pater Vincktoren).[2] In 1815 spreekt men nog van het "bastion Papiermolen", naar de nabije papiermolen Het Ancker, tegenwoordig meestal aangeduid als Pesthuys.[3]

GeschiedenisBewerken

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuurBewerken

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur uit ca 1230 te krap bleek, besloot men vanaf eind 13e eeuw de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen. Waarschijnlijk was de muur omstreeks 1380 voltooid. De tweede stadsmuur had op de linker Maasoever een lengte van 3575 m en een hoogte variërend van 6 tot 9 m.[4] Er kwamen zeven nieuwe stadspoorten, waarvan vijf op de westoever. De zuidelijke Helpoort, deel van de eerste omwalling, bleef aanvankelijk gewoon in gebruik als stadspoort, omdat de nieuwe stadsmuur nabij de Pater Vincktoren werd aangesloten op de bestaande muur richting de Maas. De tweede stadsomwalling omsloot in eerste instantie dus niet de Nieuwstad. Dit drassige gebied buiten de Helpoort was gelegen op grondgebied van de Luikse heerlijkheid Sint Pieter, reden waarom de enceinte hier niet kon worden voltooid.[5]

 
Muurrestant bij Pater Vincktoren

Eerste omwalling NieuwstadBewerken

Aan de zuidzijde van de stad fungeerde een tak van de Jeker als gracht. Rond het midden van de 15e eeuw had het riviertje, vanouds de grens tussen het Brabantse en Luikse gebied, zich enkele tientallen meters zuidwaarts verplaatst, waardoor het Nieuwstad-gebied alsnog binnen de omwalling van de stad gebracht kon worden. Waarschijnlijk omstreeks 1456 werd tussen de Sint-Pieterspoort en de Pater Vincktoren een nieuwe wal aangelegd met een bolwerk en een gracht.[6] De bouw van bolwerken vond in de 15e eeuw ook elders in de vesting plaats, waarbij het Schonenvaardersbolwerk na 1528 als laatste werd voltooid.[7] In 1457 was het werk al gereed want toen werd al gesproken van het "nuwe bolwerck beneden tegen den Ancker tsint Peter". In de raadsverdragen van 1465 werd het aangeduid als "het grote nieuwe stenen bolwerk te Hoogbrugge tegenover Sint-Pieter". Binnen het nieuw omwalde gebied van de Nieuwstad werd omstreeks 1471 het "sieckhuyss" of pesthuis gebouwd (niet het huidige Pesthuys).[6]

Uitbreiding omwalling NieuwstadBewerken

Ondanks de verbeterde situatie aan de zuidzijde van de stad, bleek de Nieuwstad tijdens de Luikse Oorlogen (1465-68) toch een zwakke schakel in de verdediging van Maastricht. De rebellerende Luikenaren onder leiding van Raes van Heers hadden zich gekeerd tegen prins-bisschop Lodewijk van Bourbon, een Bourgondiër, en dreigden het pro-bisschoppelijke Maastricht te bezetten. Vooruitlopend op een mogelijke belegering verwoestten de Maastrichtenaren het dorp Sint Pieter en het eveneens buiten de zuidelijke wal gelegen begijnhof. Lodewijk van Bourbon verordonneerde dat Sint Pieter nooit meer op deze plek herbouwd mocht worden, een besluit dat door zijn schoonbroer, de Bourgondische hertog Karel de Stoute, werd bekrachtigd.[8]

Toen ondanks alle verboden Sint Pieter toch herbouwd werd, nam de stad in 1486 het recht in eigen handen en annexeerde een deel van de heerlijkheid.[noot 2] Daarmee kwam de weg vrij voor nieuwe, meer zuidwaarts gelegen fortificaties. Begin maart 1486 begon de bouw van een nieuwe aarden wal met gracht tussen de Sint-Pieterspoort en de Maas, een werk dat in elk geval vóór augustus 1490 (waarschijnlijk eerder) was afgerond. In de nieuwe fortificaties was ten minste één aarden bolwerk opgenomen, ter plaatse van het latere Haet ende Nijt.

Vernieuwing rondelenBewerken

In de periode 1505-11 raakten de aarden wal en het bolwerk beschadigd door overstromingen van de Jeker.[9] Wellicht werd om die reden besloten de gehele wal te verstenen. Op 29 mei 1515 begonnen de werkzaamheden en waarschijnlijk in 1517 was het nieuwe werk, inclusief twee torens, gereed.[10]

 
De zuidelijke stadsmuur op de Maquette van Maastricht (ca 1750). Op de voorgrond rechts De Vijf Koppen en het lunet Sint Pieter

Omstreeks het midden van de 16e eeuw bevond zich aan de stadszijde van het rondeel een kat of cavalier.[11] Rond diezelfde tijd werden de aanvankelijk holle torens volgestort met aarde, waardoor de huidige massieve rondelen ontstonden.[9] Eveneens rond 1550 werden er kazematten in het rondeel gerealiseerd, waarin geschut kon worden opgesteld.[12] Dit waren twee boven elkaar gelegen onderkomens, van waaruit flankerend vuur gegeven kon worden.[13] Later, in de 18e en 19e eeuw, werden de kazematten als kruitmagazijn gebruikt en in de Tweede Wereldoorlog was hier zelfs een schuilkelder.[14] In 1578 werd een geschutplatform aan de voet van het rondeel aangelegd, dat in 1792 werd afgebroken.[15]

In de 17e en 18e eeuw dijden de buitenwerken van de vesting steeds verder uit, waardoor de rondelen vanaf de veldzijde steeds meer aan het oog onttrokken werden. Voor De Vijf Koppen lagen eind 18e eeuw het bastion Nassau Weilberg en het lunet Sint Pieter, en verder naar het zuiden het kroonwerk Hessen.[16]

Ontmanteling vesting en openstelling rondeelBewerken

 
De Vijf Koppen en de "Bloodbak"
 
De courtine vóór de doorbraak

Door het graven van het Kanaal Luik-Maastricht in 1845-50 verdween een groot deel van het langs de Maas aangelegde wandelpark. Het kanaal liep vlak langs De Vijf Koppen en vormde ter plaatse een verbreding, die als zwaaikom dienstdeed. De zwaaikom heette officieel Zwanengracht, maar werd in verband met het nabije slachthuis "Bloodbak" genoemd.[17] Na de opheffing van de vestingstatus van Maastricht in 1867 werden in opdracht van het Ministerie van Oorlog grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de meeste buitenwerken geslecht. De eeuwenoude stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. Door toedoen van Victor de Stuers en anderen bleven hier en daar delen van de eerste en tweede wal gespaard, met name aan de zuidzijde van de stad. De afbraak van de vestingwerken ging echter nog tot begin 20e eeuw door.

Een deel van het vrijgekomen terrein werd gestemd voor de aanleg van het Stadspark naar een ontwerp van de Belgische tuinarchitect Liévin Rosseels.[18] In 1888 waren de vestingwerken van de Nieuwstad opengesteld voor wandelaars. De Zwanengracht bij De Vijf Koppen werd ingericht als vijver met een fontein. In 1887-88 werd een nieuwe straat aangelegd tussen Haet ende Nijt en De Vijf Koppen. Daartoe werd de courtine tussen beide rondelen doorbroken en een neogotische poort opgericht (Poort Waerachtig). In 1906 verdween een groot deel van de muur, inclusief waterpoort, tussen De Vijf Koppen en de Jekertoren, in verband met de aanleg van de buurtspoorlijn O.L.V.-wal - Vroenhoven. In 1911 werd de verhoging van het rondeel afgegraven. In de jaren 1960 werd het bovenvlak verder afgegraven en geplaveid met tegels en Maaskeien. Bij die gelegenheid werden enkele zitbanken geplaatst.[19] In de vijver rondom het rondeel werd in 1973 een grote fontein geplaatst, die voor 70.000 gulden was aangekocht van de Floriade 1972 in Amsterdam. De fontein wordt aangedreven door tien waterpompen en aangelicht door veertig schijnwerpers. Het variabele spel van de waterstralen herhaalt zich na enkele minuten.[20]

 
Op 24 maart 2019 begaf een deel van de stadsmuur het.

Instorting 2019Bewerken

Op 24 maart 2019 stortte een deel van de omwalling bij de Vijf Koppen in. [21]

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

De laatmiddeleeuwse vestingwerken van de Nieuwstad zijn vrijwel ongeschonden bewaard gebleven en vormen sinds 1966 een rijksmonument. Van de 18e-eeuwse buitenwerken in deze omgeving is niets bewaard gebleven.

ParkzijdeBewerken

Het iets meer dan halfrond uitgebouwde rondeel heeft een doorsnede van circa achttien meter en is bekleed met regelmatige blokken Naamse steen.[9] Onder de hardstenen bekleding bevindt zich waarschijnlijk een muurlichaam van mergelsteen. Het overgrote deel is opgevuld met puin en aarde.[13] De lage borstwering is van baksteen. De gebeeldhouwde fries langs de buitenrand van Haet ende Nijt ontbreekt bij De Vijf Koppen.[22] Een bres in de muur op het oosten is gerepareerd met bakstenen. Hier bevindt zich ook een gegraveerde Naamse steen met twee gekruiste kanonslopen en twee kogels.[noot 3] Naar het zuidoosten gericht zijn drie kraagstenen te zien die ooit een mezenkooi droegen.[23]

StadszijdeBewerken

Het rondeel is vanaf de stadszijde toegankelijk vanaf de straat Vijf Koppen. Via een voetpad met enkele trappen bereikt men de bovenkant van het rondeel. Op het rondeel staat een kanon, dat in 1874 bij de Lindenkruispoort werd opgegraven. Het stond aanvankelijk opgesteld bij de Pater Vincktoren, maar werd in 1942 naar de huidige locatie verplaatst. Het kanon is 270 cm lang en is op twee gemetselde zuilen opgesteld.[24] Sinds 2018 staat er op het rondeel tevens een kopie van het houten staketsel waar in 1636 de hoofden van de vijf hoofdverdachten op gespietst waren.[25]

De tussen het rondeel en de Poort Waerachtig aanwezige berm is pas in 1975 aangelegd. Van de twee boven elkaar gelegen kazematten is alleen de onderste bewaard gebleven. Deze is 13,5 m lang, 2 m breed en ca 2 m hoog. De geknikte toegangsgalerij is 32 m lang. De toegang bevindt zich rechts naast het huis Vijf Koppen 2.[14]

TriviaBewerken

  • De Vief Köp was ook de spotnaam voor het Comité van Vijf, een groep notabelen die in de jaren 1930 het Maastrichtse carnaval nieuw leven trachtte in te blazen met onder andere de Boonte Störrem-optocht en de sleuteloverdracht op het stadhuis.[26]

Zie ookBewerken

Bronnen, noten en referentiesBewerken