Hoofdmenu openen

Kat Nassau

De kat Nassau‎ is een voormalige kat of cavalier in de vestingwerken van de Nederlandse stad Maastricht.

De kat Nassau was een 16e of 17e-eeuwse kat (of cavalier) in het westelijk deel van de Nederlandse vestingstad Maastricht. Het verdedigingswerk was onderdeel van de tweede middeleeuwse stadsmuur van Maastricht en lag vlak bij de Brusselsepoort. De walmuur, de torens en de kat zijn kort na 1867 gesloopt.

Kat Nassau
Locatie
Locatie Maastricht, Statenkwartier, nabij de huidige Herbenusstraat, hoek Zakstraat
Status en tijdlijn
Oorspr. functie kat
Start bouw 14e eeuw (walmuur en torens), 16e/17e eeuw? (kat)
Sluiting ca 1870 (sloop)
Tweede stadsmuur met kat Nassau (6) tussen kat Hoog Frankrijk (5) en Brusselsepoort (7)
Tweede stadsmuur met kat Nassau (6) tussen kat Hoog Frankrijk (5) en Brusselsepoort (7)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

NaamgevingBewerken

De benaming kat Nassau verwijst naar het Huis Oranje-Nassau, de stadhouders van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Vergelijkbare namen in de vesting: Oranje, Nassau-Weilburg, Prins Frederik, Wilhelmina, Erfprins, Stadhouder, Staten-Generaal, Raad van Staten, Le Roy en La Reine.[1]

GeschiedenisBewerken

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuurBewerken

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur uit ca 1230 al na enkele decennia te krap bleek, besloot men vanaf ca 1300 de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen. Waarschijnlijk was de muur omstreeks 1380 voltooid, hoewel er daarna nog aan diverse torens gebouwd werd. De tweede stadsmuur had op de linker Maasoever een lengte van 3575 m en een hoogte variërend van 6 tot 9 m.[2] Er kwamen zeven nieuwe stadspoorten, waarvan vijf op de westoever. De westelijke Brusselsepoort verving de 13e-eeuwse Tweebergenpoort, die nog een tijd dienstdeed als reservepoort, maar in de loop van de 18e eeuw werd afgebroken.

Wanneer de westelijke waltorens zijn gebouwd is niet zeker, maar aangenomen mag worden dat deze vóór 1400 voltooid waren. Tussen de Brusselsepoort en de Lindenkruispoort bevonden zich zes waltorens. De namen van slechts enkele torens zijn overgeleverd, waaronder de Kackenberch, de Crotentoren, de Wilken Boenentoren en de "toren achter de Cellebroeders". Laatstgenoemde toren was genoemd naar het Cellebroedersklooster. Mogelijk hadden de cellebroeders of alexianen een taak bij het onderhoud en de verdediging van dit deel van de hoofdwal. Op deze toren was een bekend kanon geplaatst, de 'Kwade Griet' ("'t geschut dye Quoede Gryt genant").[3]

In de loop van de 16e eeuw werden de bestaande waltorens omgebouwd tot rondelen door ze te verlagen en vol te storten met aarde. Tevens werd de stadsmuur aan de binnenzijde versterkt met een aarden wal, zodat deze beter bestand was tegen de sterk toegenomen vuurkracht van het geschut. Waarschijnlijk werden toen ook de katten of cavaliers aangelegd.[4]

Aanleg kat Nassau en andere militaire voorzieningenBewerken

 
Kaart uit 1749 met kat Nassau (25) en kruitmagazijn (F). Buiten de stadsmuur ligt het bastion Maria (26)
 
Brusselsepoort (rechts), westelijke walmuur en buitenwerken. In het midden: kat Nassau en bastion Maria (Maquette van Maastricht, ca 1750)

Het exacte bouwjaar van de kat Nassau is onbekend. De kat bestond uit een verhoging van aarde, die boven de walmuur uitreikte, met een batterij voor het geschut. De kat was strategisch gelegen nabij de belangrijkste stadspoort, de Brusselsepoort. In 1668 bleek de muur achter de Cellebroeders in slechte staat en over te hellen. Een jaar later verordineerde de magistraat "dat den muyr bij de hoogh kat" (de kat Nassau?) gerepareerd moest worden.[5] Bij een inspectie in 1728 kwam men erachter dat veel particulieren hun woonerven illegaal hadden vergroot door de wal aan de binnenzijde van de stadsmuur gedeeltelijk af te graven. Dit was onder andere gebeurd in de tuin van mevrouw Célis bij de kat Nassau.[6]

Waarschijnlijk werd de kat omstreeks 1692 voorzien van een ondergronds rechthoekig kruitmagazijn. Een soortgelijk kruithuis in de Tongersekat is bewaard gebleven.[7] Enkele jaren later, omstreeks 1703, werd de kat voorzien van een halfrond vooruitspringend deel, dat het vuren in meerdere richtingen vergemakkelijkte. Op de kat was plaats voor tien stukken geschut, minder dan de kat Brandenburg, maar meer dan de katten Brusselsebastion, Hoog Frankrijk en Boschkat.[7] Bij het beleg van 1748 stonden op 2 mei op de kat Nassau twee 24-ponds kanonnen, twee 12-ponders, vier 11-duims mortieren en twee 7-duims houwitsers opgesteld.[8]

Uitbreiding buitenwerkenBewerken

Na de inname van Maastricht door Frederik-Hendrik werd aan de noordwestzijde van de stad begonnen met de aanleg van een vestinggordel volgens het Oud-Nederlands stelsel met bastions en hoornwerken. Bij de kat Nassau verrees tussen 1632 en 1644 het bemuurde bastion Maria en het Brusselsehoornwerk. Het bastion en het hoornwerk werden omstreeks 1770 gemoderniseerd en later opgenomen in de Linie van Du Moulin.[9] In de 17e en 18e eeuw dijden de buitenwerken van de vesting dusdanig uit, dat de stadsmuur en de kat Maria vanaf de veldzijde vrijwel aan het oog onttrokken waren.

Ontmanteling vesting en infrastructurele werkenBewerken

Na de opheffing van de vestingstatus in 1867 werden in opdracht van het Ministerie van Oorlog grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de buitenwerken geslecht. De eeuwenoude stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. Door toedoen van Victor de Stuers en anderen bleven hier en daar delen van de eerste en tweede wal gespaard, met name aan de zuidzijde van de stad. De afbraak van de vestingwerken elders ging echter nog tot in de 20e eeuw door.

De afbraak van de westelijke stadsmuur tussen Brusselsepoort en Lindenkruispoort begon in 1868 en was waarschijnlijk vóór 1870 afgerond. Tussen 1874 en 1876 werd door het Rijk de Statensingel (tegenwoordig voor een deel Frontensingel genoemd) aangelegd, waarmee de basis was gelegd voor de singelstructuur. In 1877 kwam de Herbenusstraat tot stand en een jaar later werden de kavels tussen deze straat en de nieuwe singelweg geveild. Een deel van de terreinen werd verworven door de in 1877 opgerichte Maastrichtse Bouwvereniging, die er arbeiderswoningen bouwde. In het zuidwestelijk deel tussen Brusselsestraat en Kazemattenstraat kwamen herenhuizen.[10] Het bastion Maria, dat in 1875 slechts gedeeltelijk was gesloopt, werd in 1922 in het kader van de werkverschaffing verder afgegraven.[11]

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

Van de westelijke stadsmuur, waltorens en stadspoorten, en de katten Nassau en Hoog Frankrijk is vrijwel niets meer over. Wel zijn in deze omgeving grote delen van de 18e-eeuwse buitenwerken bewaard gebleven, tegenwoordig deel uitmakend van het Frontenpark. Op de plek van de kat Nassau en de stadsmuur loopt thans de Herbenusstraat met herenhuizen uit eind 19e, begin 20e eeuw, waarvan enkele de status van rijksmonument bezitten. Verder naar het noordoosten domineren arbeidershuizen.

Zie ookBewerken

Bronnen en referentiesBewerken