Hoofdmenu openen

Tongersepoort

stadspoort in Maastricht, Nederland

De Tongersepoort, ook wel (Nieuwe) Lenculenpoort, is een voormalige stadspoort in de Nederlandse stad Maastricht. De poort was onderdeel van de tweede middeleeuwse stadsmuur en was gelegen aan het einde van de Tongersestraat, waar de poort de toegang vormde tot de stad vanuit zuidwestelijke richting (Vroenhoven, Tongeren). De oorspronkelijke poort dateerde uit de late 13e of 14e eeuw, maar werd in de loop der eeuwen diverse malen vernieuwd. Vanaf de 17e eeuw was de veldzijde van de poort deels aan het oog onttrokken door de uitbreiding van de vestingwerken van Maastricht. De poort werd eind 1867, begin 1868 gesloopt.

Tongersepoort
Veldzijde Tongersepoort (Alexander Schaepkens, ca. 1860)
Veldzijde Tongersepoort (Alexander Schaepkens, ca. 1860)
Locatie
Locatie Maastricht, Tongersestraat
Status en tijdlijn
Oorspr. functie stadspoort
Start bouw 14e eeuw
Sluiting 1867 (opheffing vesting)
Afgebroken 1867-'68)
Zicht op de Tongersestraat (A. Schaepkens?, 1857)
Zicht op de Tongersestraat (A. Schaepkens?, 1857)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

GeschiedenisBewerken

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuur en TongersepoortBewerken

 
Tweede middeleeuwse stadsmuur met Tongersepoort (12) en Tongersekat (14)

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht uit circa 1230 te krap werd, besloot men vanaf eind 13e eeuw de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen.[1] Tot die tijd vormde de (Oude) Lenculenpoort de belangrijkste zuidwestelijke toegang tot de stad. In het midden van de 14e eeuw, of eerder, verrees aan het einde van de Tongersestraat, toen Hoeghe Lenculenstraat geheten, de Nieuwe of Buitenste Lenculenpoort. Volgens sommige auteurs is de poort aanzienlijk ouder (uit ca. 1298).[noot 1] Tot de 17e eeuw werd voornamelijk gesproken van de Lenculenpoort, de poort die leidde naar het graafschap van de Vroenhof, waarvan de Lenculenhof aan de Tongersestraat de hoofdzetel was. Daarna werd de poort meestal aangeduid als Tongersepoort.

De oorspronkelijke poort was een rechthoekig bouwwerk, wellicht geflankeerd door ronde torens, zoals de meeste andere poorten. Het metselwerk bestond uit blokken kalksteen (Limburgse mergel?) en veldkeien in onregelmatig verband.[2] De poortdoorgang was aanvankelijk spitsboogvormig, later werden rondbogige doorgangen toegevoegd. Volgens een in de poort geplaatste jaarsteen werd de Tongersepoort in 1459 verbouwd.[noot 2] De bouw van twee zware poorttorens aan de veldzijde, onderdeel van een barbacane, zou toen eveneens zijn begonnen. Het werk was in 1485 nog steeds niet voltooid, vermoedelijk pas in 1509. De noordelijke toren deed lange tijd dienst als polvertoren.[3]

Uitbouw van de vesting en inkapseling TongersepoortBewerken

Door de veranderde oorlogsvoering en de als gevolg daarvan gestaag uitdijende buitenwerken, raakten de stadspoorten vanaf eind 15e eeuw steeds meer ingekapseld. De Tongersepoort werd omstreeks 1544 gemoderniseerd. Rond deze tijd werd tevens een kazemat onder de zuidelijke poorttoren aangelegd. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd aan de veldzijde een ravelijn aangelegd, dat bij het Beleg van Maastricht (1579) geheel werd verwoest en pas na 1619 werd hersteld.[4] Bij het Beleg van Maastricht van 1673 raakte de poort zwaar beschadigd. Op advies van vestingingenieur Vauban investeerde Lodewijk XIV van Frankrijk fors in het herstel van onder andere de Tongersepoort, de bijbehorende valbrug en de nabijgelegen kazernes.[5] In de 18e eeuw werden de vestingwerken verder uitgebreid en werden buiten de Tongersepoort diverse bastions en lunetten bijgebouwd, onder andere het bastion Waldeck. Op de Franse maquette van Maastricht uit het midden van de 18e eeuw is de inkapseling van de Tongersepoort goed te zien.

Ontmanteling vesting en sloop TongersepoortBewerken

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden, na lang aandringen van onder andere de gemeente Maastricht, het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Vlissingen en enkele andere vestingen. In de jaren daarna werden de meeste buitenwerken en een groot deel van de middeleeuwse stadsmuur in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De stadspoorten van Maastricht - op één na - werden tussen 1867 en 1870 gesloopt, de Tongersepoort als eerste in de winter van 1867-'68. Het terrein van de Tongersepoort en omliggende vestingwerken werd daarna geveild. Op een deel ervan breidden de jezuïeten, die zich in 1852 opnieuw in Maastricht hadden gevestigd, hun theologische faculteit Canisianum uit.

De ontmanteling van de vesting Maastricht werd door de meeste tijdgenoten gezien als het begin van een periode van grotere welvaart. Tegen de afbraak van de eeuwenoude stadspoorten rees dan ook nauwelijks protest.[6] Bij de start van de afbraak van de Tongersepoort in december 1867 was geen enkele bepaling opgenomen over documentatie en oudheden. Door toedoen van de kunstenaar Alexander Schaepkens en de jonge Victor de Stuers werd bij de sloopbestekken van de andere poorten bepaald dat gedetailleerde tekeningen en foto's gemaakt moesten worden. De tekenaar Johannes Brabant maakte in opdracht van het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap schetsen en de fotograaf Theodor Weijnen foto's van de te slopen vestingwerken.[7]

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

Van de Tongersepoort is, behalve de eerdergenoemde jaarsteen, niets overgebleven. Wel is het in de 18e eeuw naast de poort gebouwde wachthuis bewaard gebleven. Het is een laag gebouw met aan de straatzijde een ver overstekend zadeldak. Dit gebouw, ook wel commiezenhuis genoemd, is een rijksmonument. In de Tongersestraat, op de hoek van de Minderbroedersberg, stond het huis van de vestingcommandant. Ertegenover lag in de Franse tijd de Bonnefantenkazerne. Het vlak bij de Tongersepoort gelegen hoekbastion bij de Tongersekat vormt het begin van de zogenaamde Jezuïetenwal en de Nieuwenhofwal in het Stadspark Maastricht, het langste en best bewaard gebleven stuk van de tweede middeleeuwse stadsmuur. In de tuin van het voormalige Jezuïetenklooster, de huidige economische faculteit van de Universiteit Maastricht, bevindt zich een deels ondergronds kruithuis. Van de buitenwerken bij de Tongersepoort resteert een groot deel van het bastion Waldeck en een klein deel van het lunet Drenthe in het Waldeckpark.

Bronnen, noten en referentiesBewerken