In een eenheidscirkel geeft de in het lichtblauw aangeduide lengte de secans aan van hoek θ.

De secans (Latijn voor de snijdende) en cosecans zijn twee verwante goniometrische functies. Ze worden aangeduid met respectievelijk sec en csc (ook wel cosec).

SecansBewerken

Van een scherpe hoek   in een rechthoekige driehoek is de secans gelijk aan:

 

De secans van een scherpe hoek   in een rechthoekige driehoek is dus de reciproke van de cosinus van deze hoek:

 

Uit de goniometrische cirkel en de stelling van Pythagoras kan de volgende relatie met de tangens afgeleid worden:

 

MachtreeksBewerken

De secans kan ontwikkeld worden in de volgende machtreeks voor  :

 

Daarin is   een Eulergetal.

CosecansBewerken

Van een scherpe hoek   in een rechthoekige driehoek is de secans van het complement van die hoek:

 

Uitgedrukt in de zijden van de driehoek is:

 

De cosecans van een scherpe hoek in een rechthoekige driehoek is dus het omgekeerde van de sinus van die hoek:

 

Uit de goniometrische cirkel en de stelling van Pythagoras kan de volgende relatie met de cotangens afgeleid worden:

 

MachtreeksBewerken

De cosecans kan ontwikkeld worden in de volgende machtreeks voor  :

 

Daarin is   het  -de Bernoulligetal.

Zie ookBewerken