Koninklijke Landmacht

Nederlands krijgsmachtonderdeel

De Koninklijke Landmacht is het landelement van de Nederlandse krijgsmacht, naast de Koninklijke Marine (KM), de Koninklijke Luchtmacht (KLu) en de Koninklijke Marechaussee (KMar).

Koninklijke Landmacht
Embleem van de Koninklijke Landmacht
Embleem van de Koninklijke Landmacht
Oprichting 9 januari 1814
Land Vlag van Nederland Nederland
Organisatie Ministerie van Defensie
Onderdeel van Nederlandse krijgsmacht
Type Landmacht
Specialisatie levering van grondstrijdkrachten
Commandostructuur staf, brigade, regiment, bataljon, compagnie, peloton, groep
Aantal 21.929 (2019):
15.340 militairen
2.795 burgers
3.794 reservisten
Garnizoen Kromhoutkazerne te Utrecht
Veldslagen
Commandanten huidige:
Luitenant-generaal Martin Wijnen
Defensie van Nederland
Flag of the Netherlands.svg
Instanties

Ministerie van Defensie
Nederlandse Krijgsmacht
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Krijgsmachtdelen

Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marine
Koninklijke Marechaussee

Interservice-organisaties

Defensie Ondersteuningscommando
Defensie Materieel Organisatie

Functies

Minister van Defensie
Commandant der Strijdkrachten
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

De Koninklijke Landmacht werd op 9 januari 1814 opgericht, echter dateren de wortels van het leger terug tot het jaar 1572, toen het Staatse Leger het geboortelicht zag. Hiermee is de landmacht een van de oudste staande legers ter wereld. De landmacht vocht in de Napoleontische oorlogen, de Tweede Wereldoorlog, de Politionele acties, Koreaoorlog en stond zij aan zij met NAVO-bondgenoten aan de West-Duitse grens tijdens de Koude Oorlog. Sinds 1990 vocht de landmacht in de Irakoorlog, Afghanistanoorlog, en werd er bijgedragen aan meerdere VN-vredesmissies als UNIFIL in Libanon, UNPROFOR in Bosnië-Herzegovina en MINUSMA in Mali.

De taken van de landmacht zijn vastgelegd in de Nederlandse Grondwet: het beschermen van het Koninkrijk en (bondgenootschappelijk) grondgebied, het beschermen en bevorderen van de internationale rechtsorde en het ondersteunen van (lokale) overheden bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, nationaal en internationaal. De landmacht heeft geen grondwettelijke opperbevelhebber, de regering heeft het gezag over eventuele inzetten. In de praktijk wordt de Koninklijke Landmacht geleid en bestuurd door de commandant Landstrijdkrachten (C-LAS).

De landmachtdoctrine legt een sterke nadruk op internationale samenwerking. Nederland is medeoprichter van de NAVO en werkt nauw samen met lidstaten tijdens missies die geleid worden door de Europese Unie. Tevens wordt de Duits-Nederlandse militaire samenwerking gezien als een schoolvoorbeeld van Europese defensiesamenwerking en effectiever geacht dan vergelijkbare initiatieven als de Frans-Duitse Brigade. In 2014 werd de 11 Luchtmobiele Brigade geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte; in 2016 werd het Duits-Nederlandse 414 Tankbataljon onderdeel van de 43 Gemechaniseerde Brigade, welke vervolgens geïntegreerd werd in de Duitse 1. Panzerdivison. Verder werd in 2018 de Duitse Flugabwehrraketengruppe 61 onderdeel van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.

De Koninklijke Landmacht had in 2019 een personele sterkte van 21.929. Hiervan betreft het 15.340 militairen, 2.795 burgers en 3.794 reservisten.[1]

GeschiedenisBewerken

 
Prins Maurits van Oranje afgebeeld door Michiel van Mierevelt, omstreeks 1613.

OorsprongBewerken

Ondanks dat de Koninklijke Landmacht het jaar 1814 als geboortejaar heeft bestempeld, zijn de origines van het krijgsmachtdeel rechtstreeks terug te leiden tot de oprichting van het Staatse leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gedurende de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog. Onder leiding van stadhouder Willem van Oranje werd het Staatse Leger sterk geprofessionaliseerd. Zo werd de soldij verhoogd, militaire discipline aangescherpt en werden de compagnieën verkleind.[2] Deze professionalisering zette voort onder de kundige leiding van Maurits van Oranje en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg. Het Staatse Leger groeide onder hun leiding, met roemruchte overwinningen als de Slag bij Nieuwpoort, uit tot een geduchte en zeer innovatieve krijgsmacht. In de 17e en 18e eeuw vocht het Staatse Leger onder meer in de Zweeds-Nederlandse Oorlog, de Hollandse Oorlog, de Negenjarige Oorlog, de Spaanse Successieoorlog, de Oostenrijkse Successieoorlog en de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen.[3] Zo was een significante ontwikkeling de wijze waarop de troepen werden getraind; prins Maurits greep terug op de erfenis van de Oud-Grieks legers en liet zijn troepen eindeloos exerceren om zo de onderlinge samenwerking en de militaire effectiviteit te vergroten. Verder perfectioneerde prins Maurits, vaak in samenwerking met militair ingenieurs als Simon Stevin, tactieken omtrent het uitvoeren van belegeringen. Een andere innovatieve ontwikkeling van het Staatse Leger was dat de strijdkrachten ook gedurende vredestijd in dienst van het leger bleven en ook doorbetaald werden. Zo ontstond een van de eerste staande legers.[4] Ook onder bevel van Frederik Hendrik van Oranje werden de succesvolle tactieken voor belegeringen voortgezet, bijvoorbeeld bij het Beleg van 's-Hertogenbosch.[5][3]

Bataafse periode (1795–1814)Bewerken

Als gevolg van de Franse verovering werd het Staatse Leger vervangen door het leger van de Bataafse Republiek in 1795, dit leger werd in 1806 opgevolgd door het leger van het Koninkrijk Holland. Dit leger vocht mee om langszij de Fransen de Brits-Russische expeditie naar Noord-Holland in 1799 af te slaan, en vocht tevens mee in verschillende slagen in Duitsland, Oostenrijk en Spanje tussen 1800 en 1810. Tijdens deze oorlogen vergaarde in het bijzonder het Korps Rijdende Artillerie roem met haar inzet bij de Slag bij Friedland in 1807, de verovering van Stralsund in 1807 en 1809, en de bijdrage van de Nederlandse troepen gedurende de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tussen 1808 en 1810.[6]

Het onafhankelijke leger werd in 1810 ontbonden als gevolg van de beslissing van keizer Napoleon om Nederland in het Franse keizerrijk in te lijven ("La Hollande est reunie à l'Empire"); Nederlandse legereenheden werden als zodanig onderdeel van Franse Grande Armée waardoor bijvoorbeeld het huidige Franse 126e Infanterieregiment Nederlandse wortels heeft. Als gevolg van de inlijving werden Nederlandse troepen ingezet bij de rampzalig verlopen Veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Doch vergaarde Nederlandse troepen aanzien als gevolg van hun effectieve en innovatieve optreden; zo werd het optreden van de pontonniers in de compagnie geleid door George Diederich Benthien bij de Slag aan de Berezina een befaamd voorbeeld van innovatieve oorlogsvoering. Uit onderzoek is gebleken dat circa de helft van het Nederlandse contingent van de Grande Armée de oorlog overleefde.[7]

Koninkrijk der Nederlanden (1814-1914)Bewerken

In het begin van 1813 kwamen Orangisten, volgend op een periode van bestuurlijk verval, in fel verzet tegen het Napoleontische regime. Na de landing van prins Willem Frederik van Oranje te Scheveningen in 1813, de gebeurtenis die wordt gezien als de grondlegging van het Koninkrijk der Nederlanden, sloten verschillende milities en veteranen uit het Staatse leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich bij de prins aan. Op 9 januari 1814 werd door de prins - de latere Koning Willem I - de Staande Armée opgericht; op deze dag wordt sindsdien de verjaardag van de Koninklijke Landmacht gevierd. Tevens werd de uit dienstplichtigen bestaande Nationale Militie opgericht. Al snel zou het jonge leger slag moeten leveren. In 1814 hielden de latere Koning Willem II en zijn generaals, de Constant Rebecque en de Perponcher, ondanks een grote Franse overmacht stand tijdens de Slag bij Quatre-Bras. In 1815 droeg de landmacht in de Slag bij Waterloo, wederom onder leiding van de latere Koning Willem II, bij aan de definitieve val van Napoleon en het Franse Keizerrijk.[8]

In 1830 werd het leger ingezet om de Belgische Opstand te onderdrukken. Na verschillende militaire successen gedurende de Tiendaagse Veldtocht in 1831, werd de landmacht door een dreigende interventie van Frankrijk alsnog gedwongen zich terug te trekken.[9]

Wereldoorlogen (1914-1945)Bewerken

 
Soldaten in lieslaarzen op wacht in het inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tijdens de mobilisatie, november 1939.

Na de Belgische afscheiding koos het Koninkrijk voor neutraliteit op het wereldtoneel. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze neutrale opstelling gehandhaafd. Echter werd de neutraliteit van het Koninkrijk niet door de Europese grootmachten gegarandeerd, noch was de neutraliteitspolitiek opgenomen in de Nederlandse grondwet. Het vertrouwen in neutraliteit berustte op de overtuiging dat de strategische positie tussen het Duitse Keizerrijk, Duits-bezet België en het Verenigd Koninkrijk de veiligheid waarborgde. De militaire verdedigingsstrategie was grotendeels geënt op de effectiviteit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Wel werd naar aanleiding van het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 en de Eerste Wereldoorlog in 1914 de landmacht meermaals gemobiliseerd.[10][11]

Aan de figuurlijke vooravaond van het begin van de Tweede Wereldoorlog was het zwaartepunt van de landmacht gepositioneerd rondom de Vesting Holland, het strategische kerngebied voor de Nederlandse landsverdediging.[12] Na de Duitse aanval op Nederland in 1940, die kwam als een grote schok voor het Nederlandse volk, kon de neutraliteitspolitiek niet worden voortgezet en werd er strijd geleverd door de Nederlandse landmacht. Ondanks hevige tegenstand tegen de enorme Duitse overmacht, onder andere bij de Slag om de Afsluitdijk, de Slag om Den Haag en de Strijd om de Maasbruggen in Rotterdam, werd Nederland na het vernietigende bombardement op Rotterdam en de dreiging tot bombardement op Utrecht op 15 mei 1940 gedwongen tot capitulatie.[13]

Gedurende de Duitse bezetting werd de Koninklijke Landmacht ontbonden. Echter gaat marine-, landmacht- en luchtmachtpersoneel tijdens de oorlog door met de strijd tegen Duitse bezettingsmacht. Zij doen dit vanaf vreemd grondgebied in geallieerd verband, zoals de Prinses Irene Brigade en No. 2 Dutch Troop (voorloper van het Korps Commandotroepen), of door middel van ondergrondse verzetsbewegingen. Ook leverden militairen van de Koninklijke Landmacht strijd tegen de Japanners tijdens oorlog in Nederlands-Indië. De hedendaagse landmacht komt voort uit de parate troepen die ingezet werden sinds de bevrijding van zuidelijke delen van Nederland in 1944. Ook was de landmacht voornemens een leger, bestaande uit 200.000 troepen, te leveren om bij te dragen aan de definitieve val van Nazi-Duitsland en het Japanse Keizerrijk.[14]

 
Militairen van het 15e Regiment Infanterie en het 12e Regiment Veldatillerie in opmars op Oost-Java in 1948, de Bren-schutter richt zijn wapen.

Dekolonisatie en Koude Oorlog (1945-1991)Bewerken

Nederlands-IndiëBewerken

Tussen 1945 en 1949 werd de Koninklijke Landmacht, aanvankelijk vooral bestaand uit oorlogsvrijwilligers (OVW'ers) en later ook uit grote aantallen dienstplichtigen, op grote schaal ingezet tijdens de Politionele Acties.[15] Om in Nederlands-Indië het gezag, de orde en de rust te herstellen werd in 1946 de expeditionaire legermacht Eerste Divisie "7 December" opgericht. In totaal werden tussen 1945 en 1949 zo'n 25.000 oorlogsvrijwilligers en 95.000 dienstplichtigen naar Nederlands-Indië uitgezonden. 4.751 Nederlandse militairen sneuvelden gedurende het conflict.[16]

KoreaBewerken

Gedurende de Koreaoorlog (1950-1953) maakten landmachtmilitairen onderdeel uit van het in totaal 4748 man sterke Nederlands Detachement Verenigde Naties. Dit detachement omvatte tevens militairen afkomstig van de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers, en leverde strijd tegen troepen van de communistische staten Noord-Korea en de Volksrepubliek China. 122 Nederlandse militairen sneuvelden in de strijd en 3 militairen raakten vermist.[17]

Koude OorlogBewerken

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de landmacht georganiseerd in een legerkorps van 5 divisies, waarvan 1 paraat en 4 mobilisabel zouden worden. Later werd een aangepaste organisatie overwogen van 2 legerkorpsen, elk met één parate en één mobilisabele divisie. Uiteindelijk kwam in de jaren 1960 een organisatie tot stand van één legerkorps (het 1e Legerkorps) met 2 parate (de 1e en de 4e divisie) en 1 mobilisabele (de 5e) divisie. De mobilisabele divisie bestond aanvankelijk overwegend uit infanterietroepen, maar werd begin jaren 1970 gemechaniseerd.[18]

Naast het 1e Legerkorps kende de landmacht nog het Nationaal Territoriaal Commando (NTC), het Nationaal Logistiek Commando (NLC), het Geneeskundig Commando (GCKL), en het Commando Opleidingen (COKL) en het "Commando Verbindingen Koninklijke Landmacht" (CVKL). De divisies van het legerkorps bestonden alle uit 1 pantser- en 2 pantserinfanteriebrigades. Op korpsniveau was er daarnaast nog de Legerkorps Artillerie, bestaande uit 3 veldartilleriegroepen en een luchtdoelartilleriegroep en 1 mobilisabele infanteriebrigade.[19]

Het NTC telde 2 mobilisabele infanteriebrigades en enkele mobilisabele infanteriebataljons. En het Korps Nationale Reserve die per provincie vielen onder de PMC Provinciaal Militair Commandant. De organisatie van de landmacht stond in die periode geheel in het teken van de Koude Oorlog, reden waarom in de jaren 1950 en 1960 massaal gemechaniseerd en gepantserd werd. Eind jaren 1980 telde de landmacht 913 tanks, enkele duizenden stuks pantserinfanterievoertuigen en ruim 400 stuks gemechaniseerde artillerie.De landmacht leunde in die periode zwaar op de dienstplicht. Zo'n 40.000 dienstplichtigen werden per jaar voor eerste oefening opgeroepen en nog eens ca. 10.000 voor herhalingsoefeningen. De parate sterkte bedroeg tot in de jaren 1980 ongeveer 65.000 personen en na mobilisatie werden dat er ruim 210.000.[19]

Vanaf 1979 werden Nederlandse dienstplichtigen van de Koninklijke Landmacht uitgezonden naar Libanon als onderdeel van de aldaar aanwezige internationale troepenmacht, 1979-1985 UNIFIL. Van de in totaal 9.804 uitgezonden militairen sneuvelden er 9.[20]

Recente geschiedenis (1989-heden)Bewerken

 
Leopard 2 tank op het strand van Scheveningen, 2008.

De val van het IJzeren Gordijn in 1989 heeft voor de krijgsmacht als geheel, maar vooral voor de landmacht grote gevolgen gehad. De dienstplicht werd de facto afgeschaft,[21] de organisatie werd omgevormd naar een professioneel beroepsleger en veel overbodig materieel werd afgestoten.

Er werd een luchtmobiele brigade opgericht. De samenwerking met andere landen, met name met Duitsland, werd geïntensiveerd. Het Nederlandse 1e legerkorps werd opgeheven en in plaats daarvan werd samen met Duitsland een legerkorps gevormd, het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps, waaraan beide landen een divisie bijdroegen: Nederland de Eerste Divisie "7 december" en Duitsland de 7. Panzerdivision.[22]

Begin 2004 werd ook de Nederlandse 1e divisie opgeheven en werd het legerkorpshoofdkwartier omgevormd tot een hoofdkwartier dat kan worden ingezet als "High Readiness Forces Headquarters" (HRFHQ), een snel inzetbare NAVO-strijdmacht op Legerkorpsniveau. Nederland levert een deel het personeel van het hoofdkwartier, een deel van het staf-ondersteuningsbataljon en een deel van het CIS-bataljon (Communicatie- en Informatiesystemen).[22]

BosniëBewerken

Tussen 1994-1995 werden Nederlandse landmachtmilitairen uitgezonden naar Bosnië om, als onderdeel van de VN-vredesmacht UNPROFOR, het escalerende etnische geweld gedurende de Bosnische Oorlog te beteugelen.[23] Drie infanteriebataljons (bekend als Dutchbats) van de destijds recent opgerichte 11 Luchtmobiele Brigade werden opeenvolgend uitgezonden om de VN-veilige gebieden af te weren van mogelijke dreigingen. Deze missie werd berucht vanwege de Val van Srebrenica waarbij Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladić, inmiddels veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens deelname aan genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven[24], de stad Srebrenica binnendrongen en vervolgens een groot deel van de daar aanwezige moslimmannen en -jongens deporteerden en vermoordden.[25]

AfghanistanBewerken

 
Militairen van het Korps Commandotroepen, onderdeel van Taskforce 55, tijdens een patrouille in Zuid-Afghanistan

Tussen 2001 en 2003 werd een versterkte landmachtcompagnie uitgezonden naar Afghanistan om te helpen bij het handhaven van de veiligheid in en rond de hoofdstad Kabul. Daarnaast werd er hulp geboden bij de opbouw van een nieuw Afghaans leger en politieapparaat. Deze missie viel onder het gezag van de ISAF.[26]

Vanaf 2006 tot 2010 werden er opnieuw grootschalig Nederlandse eenheden uitgezonden, ditmaal naar het zuiden van Afghanistan. Samen met de Australiërs kreeg Nederland de provincie Uruzgan als area of operations toegewezen.[27] De thuisbases waren in Tarin Kowt (Kamp Holland) en Deh Rawod (Kamp Hadrian). Om deze bases te bouwen werden er eerst vooruitgeschoven troepen, die de Deployment Task Force vormden, ingezet om het gebied rondom de te bouwen bases veilig te stellen. Vervolgens konden genisten de bases opbouwen en werd na voltooiing de Task Force Uruzgan als onderdeel van ISAF operationeel. In tegenstelling tot de eerdere missie in Kabul was de veiligheidssituatie in Zuid-Afghanistan erg dreigend. Gevechtsacties waren noodzakelijk omdat strijders van de Taliban, Al-Qaida en andere groeperingen zeer actief waren.[28] Nederlandse troepen waren betrokken bij een aantal van de meest intensieve gevechtsacties in geheel Zuid-Afghanistan, zo vochten Nederlandse militairen in de Slag bij Chora en Operatie Medusa.[29] Ook special operations forces van het Korps Commandotroepen waren veelvuldig betrokken bij gevechtsoperaties. Medio 2008 waren er, exclusief speciale eenheden, zo'n 1.770 Nederlandse troepen in Uruzgan gestationeerd.[30] Gedurende de missie in Afghanistan sneuvelden 25 Nederlandse militairen.[31]

Sinds 2018 vormen KCT-compagnieën, roterend met NLMARSOF-squadrons, in samenwerking met de Duitse Kommando Spezialkräfte het Special Operations Advisory Team (SOAT) in noordelijk Afghanistan. Het SOAT, dat gestationeerd is in Mazar-e-Sharif, is belast met het opleiden van de Afghaanse speciale eenheid Afghan Territorial Force-888 (ATF-888). De commando's verzorgen militaire training en vergezellen de Afghanen tijdens hun operaties om advies te verschaffen, en waar nodig assistentie te verlenen.[32] In mei 2019 verkreeg het SOAT toestemming om in geheel Afghanistan ingezet te worden.[33]

IrakBewerken

Na de invasie van Irak en het verdrijven van Saddam Hoessein door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, leverde de Nederlandse krijgsmacht tussen 2003 en 2005 vijf battle groups als onderdeel van de multinationale troepenmacht in Irak welke het herstellen van de openbare orde tot doel had.[34] Drie van de vijf rotaties werden gevormd door landmachtmilitairen, twee Nederlandse militairen zijn tijdens de missie gesneuveld.[35]

Sinds 2015 is het KCT actief in Irak om bij te dragen aan de internationale interventie tegen de Islamitische Staat. Commando's en NLMARSOF-operators verzorgen advice & assistance (A&A) aan het Irakese leger en Peshmerga troepen in noord-Irak, als onderdeel van de Combined Joint Task Force - Operation Inherent Resolve (CJTF-OIR).[36] Tevens trainen de commando's de Iraqi Special Operations Forces in de hoofdstad Baghdad.[37] Medio 2020 zijn er circa 60 Nederlandse troepen in Irak gestationeerd.[38]

MaliBewerken

Vanaf 2014 namen militairen van het Korps Commandotroepen, in samenwerking met het Korps Mariniers (NLMARSOF) deel aan de MINUSMA-missie in Mali. De Nederlandse bijdrage bestond voornamelijk uit het verzamelen van inlichtingen.[39] Latere rotaties, sinds eind 2016, werden verzorgd door door de 11 Luchtmobiele Brigade en de 13 Lichte Brigade.[40] Op 6 juli 2016 kwamen bij een schietoefening met een mortier uitgevoerd door militairen van de 11 Luchtmobiele Brigade twee Nederlandse militairen om het leven en raakte een derde militair zwaargewond. Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarin wordt geconcludeerd dat de veiligheid van de mortiergranaten en de gezondheidszorg bij de Nederlandse missie in Mali niet voldeden, leidde op 3 oktober tot het aftreden van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert en commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp.[41] In totaal hebben ongeveer 6000 Nederlandse militairen aan deze missie deelgenomen. In mei 2019 begon de terugtrekking van de laatste 250 militairen.[42]

LitouwenBewerken

Sinds maart 2017 levert de Koninklijke Landmacht per rotatie tussen de 250 en 300 militairen voor de NAVO-battle group die onderdeel is van de enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen.[43] Deze battle group is gevormd naar aanleiding van verhoogde spanningen met Rusland aan de oostflank van het NAVO-gebied en moet landen als Polen en de Baltische staten geruststellen.[44] De battle group bestaat uit multinationale bataljons en staat onder leiding van Duitsland. De Nederlandse militairen zijn afkomstig van de 43 Gemechaniseerde Brigade, 13 Lichte Brigade en het VuursteunCommando.[45]

Huidige organisatieBewerken

Hoofdkwartier en brigadelocaties in 2020

Sinds november 2005 is de Koninklijke Landmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. De operationele eenheden van de landmacht zijn toen opgegaan in het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). CLAS is verantwoordelijk voor opleiding, gereedstelling, instandhouding en nazorg. De Commandant Landstrijdkrachten geeft leiding aan dit Commando Landstrijdkrachten. Sinds augustus 2019 is dit luitenant-generaal Martin Wijnen. De overige onderdelen van de landmacht zijn samengevoegd met soortgelijke onderdelen van marine en luchtmacht in twee ondersteunende defensieonderdelen: de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO). Het Commando Landstrijdkrachten is als operationeel commando van de Nederlandse krijgsmacht direct geplaatst onder de Commandant der Strijdkrachten.

De kern van de Koninklijke Landmacht wordt gevormd door drie gevechtsbrigades: 11 Luchtmobiele Brigade, 13 Lichte Brigade en 43 Gemechaniseerde Brigade. Speciale operaties van de landmacht worden uitgevoerd door militairen van het Korps Commandotroepen. Het Operationeel Ondersteuningscommando Land verzorgt krijgsmachtdeelbrede specialistische ondersteuning op alle denkbare gebieden. Opleidingen, bij- en omscholing en cursussen worden verzorgd door het Opleidings- en Trainingscommando. Alle operationele eenheden staan onder het bevel van de Staf Commando Landstrijdkrachten, geleid door de Commandant Landstrijdkrachten.

De inzetbaarheidsdoelstellingen van de Koninklijke Landmacht omvatten de bescherming van het Koninkrijk en bondgenootschappelijke grondgebied, de bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit, en de ondersteuning van civiele autoriteiten bij nationale en internationale rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de jaarlijkse Rijksbegroting van het Ministerie van Defensie.[46]

StructuurBewerken

  Zie Lijst van actieve eenheden van de Nederlandse landmacht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

  Hoofdkwartier landmacht - Kromhoutkazerne in Utrecht

De Koninklijke Landmacht wordt aangestuurd vanuit het hoofdkwartier op de Kromhoutkazerne. De Commandant Landstrijdkrachten heeft de leiding, ondersteund door een plaatsvervanger en de Staf Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Verder omvat het hoofdkwartier het Kabinet, de Stafgroep, de afdeling Financiën en Control en de Landmachtraad.

  11 Luchtmobiele Brigade - Oranjekazerne in Schaarsbergen en Johan Willem Frisokazerne in Assen

11 Luchtmobiele Brigade is een snel inzetbare lichte infanterie gevechtseenheid waarvan de militairen zich te voet, met lichte voertuigen of met helikopters verplaatsen. De brigade opereert is ongeveer 4500 militairen sterk. Luchtmobiele militairen zijn te herkennen aan de rode baret, de rode baret is het internationale herkenningsteken voor para- en luchtlandingstroepen, die zij pas mogen dragen na het voltooien van de intensieve luchtmobiele infanterieopleiding, de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL). Verder beschikt elk infanteriebataljon van de brigade over een parachutistencompagnie. Ook beschikt de brigade over een verkenningseskadron bestaande uit o.a. 2 verkenningspelotons en een pathfinderpeloton dat is gespecialiseerd in het verkennen en uitzetten van landingsplaatsen voor helikopters en dropzones voor parachutisten. Ook zijn zij belast met het verkennen, markeren en bemannen van geïmproviseerde vliegvelden voor Tactical Air Landing Operation (TALO)-operaties. Sinds 2014 is de brigade geïntegreerd in de Division Schnelle Kräfte van de Duitse landmacht. De brigade telt circa 4500 militairen.

  13 Lichte Brigade - Generaal Majoor de Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot

13 Lichte Brigade is een lichte gemotoriseerde brigade die met pantservoertuigen, zoals de Bushmaster en de Boxer, over grotere afstanden snel inzetbaar is. Eind 2014 is de brigade in haar huidige hoedanigheid ontstaan nadat 13 Gemechaniseerde Brigade werd omgevormd tot 13 Lichte Brigade. De brigade kan worden ingezet voor wereldwijde gevechts- en vredesoperaties en inzet bij rampen en calamiteiten in Nederland. De brigade telt circa 3000 militairen.

  43 Gemechaniseerde Brigade - Johannes Postkazerne in Havelte.

Gepantserde voertuigen vormen de kern van deze gemechaniseerde brigade. Het infanterie gevechtsvoertuig CV90, de Leopard 2A6 tank en het Fennek verkenningsvoertuig stellen de brigade in staat om in alle soorten terrein en over grote afstand op te treden. Sinds 2016 is de brigade geïntegreerd in de 1. Panzerdivision van de Duitse landmacht. Tegelijkertijd kwam het Duits-Nederlandse 414 Tankbataljon, bestaande uit 4 tankeskadrons waarvan 3 Duits en 1 Nederlands, onder Nederlands commando te staan. Hiermee kreeg de Koninklijke Landmacht weer de beschikking over de Leopard 2-gevechtstank. De brigade telt circa 3000 militairen.

  Korps Commandotroepen - Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal

Militairen van het Korps Commandotroepen (KCT) zijn de Special Operations Forces (SOF) van de Koninklijke Landmacht. Een commandotroepencompagnie bestaat uit verschillende commandoploegen. Een commandoploeg is gespecialiseerd in optreden in waterrijke gebieden, bergachtig terrein of parachutespringen. Een ploeg bestaat vaak uit 8 man (2 gewondenverzorgers, 2 sluipschutters, 2 springstof- en 2 communicatie specialisten).

  Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps - Münster, Eibergen en Garderen

Het hoofdkwartier van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps bevindt zich in Münster en heeft nevenlocaties in Eibergen en Garderen. De eenheid vormt een NAVO-hoofdkwartier met een sterkte van 400 militairen voor landoperaties aangestuurd door Duitsland en Nederland. Het moet in staat zijn om in een crisisgebied een internationale troepenmacht van ruim 50.000 militairen aan te sturen. Het korps kan zich binnen 20 dagen binnen of buiten het NAVO-gebied ontplooien.

  Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando - Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel

Dit joint commando beschermt vanaf de grond Nederlandse en bondgenootschappelijke vitale objecten, eenheden en gebieden tegen vliegtuigen, helikopters, kruisvluchtwapens en ballistische raketten. De eenheid bestaat uit ongeveer 900 land- en luchtmachtmilitairen.

  Operationeel Ondersteuningscommando Land - Frank van Bijnenkazerne en Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn

Het commando beschikt over specialistische kennis op allerlei gebieden en levert steun aan krijgsmacht, particulieren en bedrijven. Met een sterkte van 6500 personen is het OOCL het grootste onderdeel van de landmacht.

  Materieellogistiek Commando Land - Kromhoutkazerne in Utrecht.

Het verzorgt het onderhoud en de instandhouding van alle grondgebonden systemen van de krijgsmacht en adviseert bij de aanschaf van nieuw materieel en het verbeteren van bestaande landsystemen. De sterkte is ca 1300 medewerkers.

  Opleidings- en Trainingscommando - Bernhardkazerne in Amersfoort

Opleidingscentra onder meer in Amersfoort, Eindhoven, Soesterberg en Vught. Het commando verzorgt de basisopleiding tot militair en diverse opleidingen en cursussen per vakgebied.

ReorganisatiesBewerken

BezuinigingenBewerken

De Landmacht heeft, evenals de andere krijgsmachtdelen, jarenlang een periode van reorganisaties en daarmee gepaard gaande opheffingen van eenheden of het ontstaan van nieuwe eenheden doorgemaakt. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

InvesteringenBewerken

 
NFP-Green

Als gevolg van de verslechterde internationale veiligheidssituatie wordt er sinds 2014, na jaren van enorme bezuinigingen, weer geïnvesteerd in defensie.[48] Sinds het begrotingsdieptepunt in 2014 is het defensiebudget tot 2018 met 25% gestegen.[49] Ook de Koninklijke Landmacht profiteert van de budgetverhoging. Veel uitgestelde investeringen kunnen worden gerealiseerd.

  • Voor 2020 is, na veelvuldig uitstel, de uitrol van nieuwe gevechtsuitrusting voorzien onder de projecten Verbeterd Operationeel Systeem Soldaat (VOSS) en het Defensie Operationeel Kleding Systeem (DOKS). De nieuwe gevechtsuitrusting bestaat uit onder meer vesten, rugzakken en ballistische bescherming. Deze uitrusting wordt uitgevoerd in het nieuwe, door TNO ontwikkelde camouflagepatroon Netherlands Fractal Pattern (NFP).
  • Eind 2020 zijn een tweede CBRN-verdedigingscompagnie, een CBRN-responseenheid en een multidisciplinaire trainingsfaciliteit ingericht.
  • De invoering van de nieuwe operationele Scania Gryphus-vrachtwagens.
  • De CV-90 en Fennek pantservoertuigen ondergaan een Midlife Update (MLU).
  • Legeringsgebouwen en kazernes worden vernieuwd.
  • Munitietekorten worden opgelost en bestaande munitievoorraden worden opgehoogd.
  • Met de (her)oprichting van de 41 Afdeling Artillerie van het VuursteunCommando beschikt de Landmacht weer over een specifieke eenheid voor de operationele inzet van vuursteun met pantserhouwitsers en 120mm-mortieren.

Voor 2020 is de begroting van de Koninklijke Landmacht vastgesteld op €1.520.832.000.

TraditiesBewerken

Traditionele indeling van eenhedenBewerken

  Zie Lijst van regimenten van de Nederlandse landmacht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naast de hiërarchieke indeling kent de landmacht eveneens een traditionele indeling in wapens en dienstvakken. Ook de zeestrijdkrachten kennen een indeling in dienstvakken. De luchtstrijdkrachten kennen een dergelijke indeling niet. In het algemeen valt een gevechts- of gevechtssteunende eenheid onder een wapen, en wordt een ondersteunende eenheid door een dienstvak uitgevoerd. Er zijn uitzonderingen: de Genie en de Verbindingsdienst voeren ondersteunende taken uit, maar vallen onder wapens.

De wapens en dienstvakken kunnen weer onderverdeeld worden in één of meerdere regimenten en korpsen. Dit zijn administratieve organisaties die de tradities van de eenheden bewaren. Voor de Tweede Wereldoorlog hadden regimenten slechts een nummer (met uitzondering van de regimenten Grenadiers en Jagers), maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw kregen de regimenten een historische naam toebedeeld. Kenmerkend voor een Nederlands regiment is dat het over een vaandel of standaard beschikt. Een ander kenmerk is dat het regiment een louter traditionele functie vervult. Anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk, worden eenheden genummerd. Deze nummering is gebaseerd op de oude indeling van het leger in divisies. Iedere divisie bestond uit een aantal regimenten die vervolgens weer uit meerdere bataljons bestonden. Een voorbeeld hiervan is 42 Bataljon Limburgse Jagers. Historisch zou dit gezien moet worden als een bataljon van het 2e Regiment Infanterie, onderdeel van de 4e divisie. In de jaren zestig van de 20ste eeuw werd de landmacht al gereorganiseerd en oude, verdwenen regimenten kregen in de vorm van een herwaardering van de traditiebeleving hun nieuwe traditionele functie.

De eenheid van regiment is een zuiver ceremoniële functie. De regimentscommandant heeft er vrijwel altijd een reguliere functie bij. Vaak zijn bepaalde functionarissen op het opleidingsinstituut van het betreffende Wapen of Dienstvak ook regimentscommandant. Er is ook een regimentsadjudant. Het regiment draagt bij aan het zogenaamde "esprit de corps", het korpsgevoel en saamhorigheid. Ondanks de samenvoeging van regimenten, wordt nu steeds meer de waarde beseft die een regiment kan hebben voor het moreel en gevoel van eenheid van militairen. Een regiment draagt een rijke historie met zich mee, die soms rationeel gezien kunstmatig aandoet, maar wel effectief en belangrijk is. Hierbij kan worden gedacht aan 45 Pantserinfanteriebataljon, dat recentelijk de tradities van het Regiment Infanterie Oranje Gelderland op zich heeft genomen.

WapensBewerken

De landmacht kent de volgende wapens, regimenten en korpsen:

DienstvakkenBewerken

De landmacht kent de volgende dienstvakken, regimenten en korpsen:

Vaandels en standaardenBewerken

De vaandels en standaarden vormen de belichaming van de historie en het karakter van het desbetreffende regiment of korps. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn zowel vaandels als standaarden in gebruik. Een standaard is kleiner van omvang dan een vaandel en heeft een kortere stok. Dat verschil heeft een historische achtergrond. Eenheden te paard konden moeilijk met de lange stok van een vaandel overweg. Daarom zijn bij de bereden eenheden van de Koninklijke Landmacht standaarden in gebruik. Het gaat dan om de cavalerie, rijdende artillerie en veldartillerie. Ook de Koninklijke Marechaussee, oorspronkelijk een bereden eenheid en wapen binnen de Koninklijke Landmacht, heeft een standaard.

In tegenstelling tot het functionele gebruik van vaandels in het verleden, toen zij als oriëntatiepunten op het slagveld dienden, bekleden de vaandels tegenwoordig een louter ceremoniële rol. Bij ceremonies nemen zij een belangrijke plaats in. Militairen leggen bij hun installatie hierop de eed of de belofte af. Ook vormen vaandels een uiterlijke verbinding tussen een eenheid en het Koninklijk Huis. Alleen de koning kan een vaandel of een standaard toekennen. Ter inspiratie worden de krijgsverrichtingen van (de voorgangers van) de eenheid ook vermeld op het vaandel, deze toekenning verloopt per koninklijk besluit. Op 18 oktober 2019 werd bekend dat 16 eenheden van de Koninklijke Landmacht, het Korps Mariniers en de Koninklijke Luchtmacht, het vaandelopschrift "Afghanistan" mogen toevoegen.[50]

UniformenBewerken

Binnen de Koninklijke Landmacht worden verschillende militaire uniformen gedragen, binnen de landmacht tenuen genoemd. Deze tenuen en de bijbehorende draagwijzen zijn vastgelegd in het Voorschrift Militair Tenue. De landmacht kent vier categorieën tenuen:

  • Gevechtstenue (GVT): Het gevechtstenue is het tenue waarin de meeste operationele militairen hun dagelijkse werkzaamheden vervullen. Het tenue is na beproevingen in 1993 onder de naam GVT M93 ingevoerd. Om de effectiviteit van het uniform te garanderen bestaan er verschillende camouflagepatronen waarin het uniform kan worden uitgevoerd:
    • GVT Woodland: Dit tenue is uitgevoerd in een doorontwikkeling van het Britse Disruptive Pattern Material (DPM) camouflagepatroon. Geoptimaliseerd voor optreden in bosrijke omgevingen in West-Europa en het standaardpatroon voor militairen in Nederland.
    • GVT Desert: Naar aanleiding van het toenemend optreden in woestijnachtige gebieden als Irak en Afghanistan werd een speciaal Desert tenue ingevoerd. Het desert-tenue betreft het gebruikelijke GVT, maar dan uitgevoerd in het Amerikaanse Desert Camouflage Pattern.
    • GVT Tropen: Dit tenue betreft het gebruikelijke GVT uitgevoerd in een vijfkleurig camouflagepatroon dat is geoptimaliseerd voor het optreden in tropische omgevingen. Dit tenue wordt veelal gedragen voor jungle-trainingen of optreden in de Caraïbische delen van het Koninkrijk.
    • Interim gevechtskleding: Door het feit dat de hierboven beschreven gevechtstenues verouderd zijn geraakt voor het contemporaine optreden, onder andere in Mali en Litouwen, is in 2018 besloten tot de aanschaf van interim gevechtskleding. Dit betreft gevechtstenuen die van de plank worden gekocht van verschillende commerciële partijen, uitgevoerd in het Amerikaanse MultiCam-camouflagepatroon. Het Korps Commandotroepen voerde in 2017 al het tenue met MultiCam-patroon in als haar standaard gevechtstenue. Voor de reguliere eenheden vormt de interim gevechtskleding een overbrugging tot tussen 2020 en 2022 de nieuwe gevechtskleding in het nieuwe Netherlands Fractal Pattern-camouflagepatroon wordt uitgeleverd.
  • Dagelijks tenue (DT): Het dagelijks tenue (DT) vorm het nette pak dat militairen binnen dragen tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. In 2000 is het DT 2000 ingevoerd dat is ontworpen door de bekende couturier Frans Molenaar. Het tenue bestaat uit een pantalon (vrouwelijke militairen kunnen kiezen tussen een rok of pantalon), colbertjas, overhemd, stropdas en hoofddeksel (baret, pet of kwartiermuts) en is uitgevoerd in een grijsgroene stof.
  • Gelegenheidstenue (GLT): Voor bepaalde formele aangelegenheden wordt het gelegenheidstenue (GLT) gedragen. Het GLT bestaat grotendeels uit kledingstukken van het Dagelijks Tenue, echter met een wit overhemd, zwarte stropdas, witte handschoenen, groot model onderscheidingen (Pruisische opmaak) en dragen officieren een oranje bandsjerp.
  • Avondtenue (AT): Het avondtenue (AT) wordt bij formele aangelegenheden in de avonduren, zoals een diner of bal, gedragen en bestaat uit een zwarte smoking, vrouwelijke militairen dragen een lange rok, aangevuld met een pet en miniaturen van onderscheidingen. Het avondtenue kan ook in tropenkleuren gedragen worden
  • Ceremonieel tenue (CT): Elk infanterieregiment heeft zijn eigen ceremonieel tenue (CT). Militairen van het desbetreffende regiment dragen het CT alleen tijdens bijzondere gelegenheden. Denk daarbij aan Prinsjesdag, staatsbezoeken, een huwelijk van een lid van de koninklijke familie, commando-overdracht of een taptoe. Deze tenuen en de bijbehorende draagwijzen zijn vastgelegd in het Voorschrift Ceremonieel Tenue.

Militaire muziekBewerken

Militaire muziek was lange tijd een communicatiemiddel op de kazerne en het slagveld. Het Signaal Taptoe is daar een voorbeeld van. Marsmuziek hielp militairen vooruit tijdens lange marsen naar het slagveld. Tegenwoordig speelt militaire muziek een belangrijke rol bij militaire ceremonies, zoals commando-overdrachten en beëdigingen, en nationale gebeurtenissen als Prinsjesdag. Ook verzorgen de militaire muziekkorpsen de muzikale ondersteuning bij het overhandigen van de geloofsbrieven aan de koning. Alle muziekkorpsen bestaan uit actief dienenen militairen, met uitzondering van het Fanfare Korps Nationale Reserve dat bestaat uit reservisten.

Binnen de Koninklijke Landmacht bestaan er vier muziekkorpsen:

RangenBewerken

  Zie: Lijst van militaire rangen van de Nederlandse krijgsmacht.
  Defileermars "Toujours en Tête"
(download·info)

De rangen van de Koninklijke Landmacht zijn vastgelegd per het Koninklijk Besluit van 20 juni 1956. Binnen de landmacht kan de aanspreektitel per wapen verschillen. Zo worden bij het Wapen der Cavalerie soldaten aangeduid met 'huzaar' en kapiteins met 'ritmeester'. Bij het Wapen der Artillerie worden soldaten aangesproken met de titel 'kannonier'.

De landmacht onderkent de volgende rangen en bijbehorende rangonderscheidingstekens:

NAVO-code OF-10 OF-9 OF-8 OF-7 OF-6 OF-5 OF-4 OF-3 OF-2 OF-1b OF-1a OF-D
 
Nederland
Rang
afgeschaft
                     
Rang Veldmaarschalk Generaal Luitenant-generaal Generaal-majoor Brigadegeneraal Kolonel Luitenant-kolonel Majoor Kapitein Eerste luitenant Tweede luitenant Vaandrig
NAVO-code OR-9/OR-8 OR-7 OR-6 OR-5 OR-4 OR-3 OR-2b OR-2a OR-1
 
Nederland
                 
Rang Adjudant-onderofficier Sergeant-majoor Sergeant der 1e klasse Sergeant Korporaal der 1e klasse Korporaal Soldaat der 1e klasse Soldaat der 2e klasse Soldaat der 3e klasse

MaterieelBewerken

  Zie Lijst van materieel van de Nederlandse landmacht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

InfanterieBewerken

Het standaardwapen van de Koninklijke Landmacht is het Colt C7 geweer of de Colt C8 karabijn, geproduceerd door Colt Canada (voorheen Diemaco). Deze wapens ondergingen in 2009 een uitgebreide modernisering: de wapens werden voorzien van zandkleurige onderdelen. Verder werden de wapens voorzien van een inschuifbare kolf, rails om wapenaccessoires op te bevestigen en een verticale greep met ingebouwde tweepoot. Tevens werden de ELCAN-richtmiddelen vervangen door Zweedse Aimpoint CompM4 red dot-vizieren.[51] Special operations forces van het Korps Commandotroepen gebruiken aangepaste HK416 karabijnen en HK417 scherpschuttersgeweren.[52] Het standaard secondaire wapen is binnen de gehele Nederlandse krijgsmacht, is het Oostenrijkse Glock 17-pistool.[53]

Scherpschutters, intern bekend als Schutters Lange Afstand (SLA), zijn uitgerust met het Accuracy International Arctic Warfare Magnum-scherpschuttersgeweer, momenteel gefaseerd vervangen door de nieuwe opvolger Accuracy International AX308, en het Barrett M82 antimaterieel-geweer.[54][55][56] Ondersteunend vuur wordt geleverd door het FN Minimi lichte machinegeweer, het FN MAG middelzwaar machinegeweer en het FN M2 QCB zware machinegeweer, indirecte vuursteun wordt geleverd door M6 60mm of L16 81mm mortieren.[57][58][59][60]

CavalerieBewerken

De gevechtstank van de landmacht is de Leopard 2.[61] Het Zweedse CV9035NL is het infanteriegevechtsvoertuig, op het slagveld ondersteund door Boxer pantserinfanterievoertuigen.[62][63] Verkenningseenheden gebruiken het lichte bepantserde Fennek verkenningsvoertuig.[64]

Artillerie en luchtverdedigingBewerken

Het VuursteunCommando is uitgerust met twee artilleriesystemen: drie batterijen uitgerust met PzH2000NL pantserhouwitsers en één batterij uitgerust met 120 mm Brandt Rayé zware mortieren.[65][60] Luchtverdediging over lange afstand wordt uitgevoerd met de gemoderniseerde MIM-104 Patriot luchtverdedigingssystemen in gebruik bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.[66][67] Zowel PAC-2, als PAC-3 luchtdoelraketten zijn in gebruik.[67] Tevens zet landmachtpersoneel voor de korte tot middellange afstand NASAMS 2, Fennek Stinger Weapon Platforms en TRML systemen.[68]

Pantser- en terreinvoertuigenBewerken

Voor inzet in gebieden die additionele bescherming vereisen zet de landmacht de Australische Bushmaster pantserwielvoertuigen in.[69] Het ministerie van Defensie heeft recentelijk bij Iveco een order geplaatst voor de aanschaf van 1275 nieuwe pantserwielvoertuigen.[70] Deze nieuwe voeruigen, genaamd Medium Tactical Vehicle (MTV), zullen naar verwachting vanaf 2022 instromen.[71] Binnen de landmacht zijn verschillende versies van de Mercedes-Benz G 'Wolf' in gebruik, waaronder lichtgepantserde gevechtsuitvoeringen als de G280 CDI.[72] De Volkswagen Amarok heeft een groot deel van de Mercedes-Benz vloot vervangen die werden gebruikt voor dagelijkse werkzaamheden en de vredesbedrijfsvoering.[73] Special operations forces van het Korps Commandotroepen hebben de beschikking over de VECTOR-terreinwagen; dit voertuig is voor, en in samenwerking met de commando's ontwikkeld voor gebruik bij speciale operaties.[74] Voor elektronische oorlogsvoering en CBRN-verdedigingstaken wordt het Fuchs pantserinfanterievoertuig gebruikt.[75]

Genie en logistiekBewerken

Het Regiment Genietroepen gebruikt meerdere voertuigen op basis van de Leopard 1 en Leopard 2 tank, zoals de Buffel-bergingstank, de Leguaan-brugleggende tank en het Kodiak-geniedoorbraaksysteem.[76][77][78] Voor transport van goederen en troepen, en overige logistieke taken gebruikt de landmacht meerdere typen vier-, zes-, tien- en vijftien-tons vrachtwagens. Deze vrachtwagens zijn voornamelijke van de merken DAF en Scania. Gedurende operaties die een hoge mate van mobiliteit vergen kan gebruik worden gemaakt van het Luchtmobiel Speciaal Voertuig, KTM-motorfietsen en Suzuki-quads.[79][80][81]

Onbemande verkenningssystemenBewerken

Binnen de landmacht zijn er meerdere onbemande verkenningssystemen in gebruik. Zo zijn onder andere PD-100 Black Hornet, AeroVironment RQ-11B DDL Raven, Boeing Insitu ScanEagle, AeroVironment Wasp III, AeroVironment RQ-20 Puma and Boeing Insitu RQ-21 Blackjack systemen in gebruik.[82] Een groot deel van deze systemen zijn in gebruik bij de 107 Aerial Systems baterij van het JISTARC.[83]

Zie ookBewerken