Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Schutblad (plant)

plant
Bracteeën bij een samengesteld scherm

Een schutblad is een blad direct onder een bloem of bloeiwijze en staat in de oksel van die bloem of bloeiwijze. Deze bladeren zijn vaak vervormd of verkleind (gereduceerd). Tussen het schutblad en de kelk kan ook nog een blad zitten, dat een bracteool wordt genoemd. Als er een schijnbare verschuiving is opgetreden van de steel van bloem of bloeiwijze ten opzichte van het schutblad, heet dat metatopie. Dit verschijnsel is waarneembaar bij onder andere de nachtschadefamilie.

Inhoud

Speciale schutbladenBewerken

BorstelBewerken

Tot borstels omgevormde schutblaadjes zijn te vinden bij onder andere eenarig wollegras.

BracteeBewerken

De schutbladen aan de voet van de hoofdas en van de zijassen van een scherm worden bracteeën genoemd.

CladoprofyllumBewerken

Een cladoprofyllum is een klein, tuitvormig, vliezig schutblad, dat om de steel van de aar van sommige zeggen zit.

InvolucrumBewerken

Een involucrum bestaat uit schutbladen, die in een krans of spiraal staan.

Bij de composieten vormen ze het omwindsel. De vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop van de artisjok worden als groente gegeten.

Bij de Wolfsmelk omgeeft het involucrum de schijnbloemen (cyathia).

LemmaBewerken

Het schutblaadje van een zijasje van een aartje bij de Grassenfamilie wordt het lemma (onderste kroonkafje) genoemd.

SpathaBewerken

Een spatha is het schutblad van een spadix of bloeikolf (een verdikte bloeias van een bloeiwijze).

StroschubBewerken

Een stroschub is een vliezig schutblaadje aan de voet van elk bloempje in het hoofdje van sommige composieten, zoals bij de gele kamille.

UrntjeBewerken

Het urntje is een soort schutblaadje dat geheel om de vrucht zit en voorkomt bij de zeggesoorten.

Kleur schutbladBewerken

Een schutblad kan niet alleen veel verschillende vormen hebben, maar kan ook een van groen afwijkende kleur hebben en dan veel op een bloemblad lijken. Bij kerstster zijn de gekleurde bladeren de schutbladeren.

Zie ookBewerken

GalerijBewerken

Levensvorm, groeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · penwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · stam · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladkussen · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · prefoliatie · ptyxis · steunblaadje · tongetje · tuitje · vernatie · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · knopligging · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · perianth · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylus · strobilus · tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadknopkern · zaadlijst
Vruchtzaadkieming: carpel · cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeaal · fanerocotylair · hypogeaal · integument · kieming · kiemopening · kiemwit · mierenbroodje · perisperm · pluimpje · schijnvrucht · vaatmerk · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote