Oud-Gereformeerde Gemeenten (1907-1948)

1907-1948

De Oud-Gereformeerde Gemeenten was een Nederlands kerkgenootschap tussen 1907 en 1948. Het kerkgenootschap ontstond uit de groep Ledeboeriaanse gemeenten die in 1907 niet met de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis samengingen tot de Gereformeerde Gemeenten.

Oud-Gereformeerde Gemeenten
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme
Voortgekomen uit Ledeboeriaanse gemeenten, 1907
Afsplitsingen Geen. In 1948 samengevoegd met de Fed. van Oud Ger. Gem. tot Oud Ger. Gem. in Ned.
Aard
Locatie Nederland
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

OntstaanBewerken

Als drijvende kracht achter het ontstaan van de Oud-Gereformeerde Gemeenten wordt Laurens Boone genoemd. Deze van Sint Philipsland afkomstige predikant had bezwaar tegen de vereniging van de Ledeboeriaanse Gemeenten met de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis; hij wenste onder meer de psalmen van Datheen te blijven zingen, iets wat in de Gereformeerde Gemeenten een "keuzemogelijkheid" werd, en verder wilde hij het oude predikantengewaad (kuitbroek, bef en steek) handhaven zoals de Ledeboeriaanse predikanten die droegen. Boone handhaafde het oude Ledeboeriaanse principe van het "vastkleven aan het puin en de fundamenten van de aloude Gereformeerde Kerk in Nederland" (ofwel de Hervormde Kerk van vóór 1816). Op herstel daarvan moest gewacht worden. Een verbintenis met de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis beschouwde hij daarom als de vorming van een kerk naast de kerk. Boone vertrouwde het organisatorische "drijven" van ds. Kersten, die de drijvende kracht achter de samenvoeging was, niet zo en verdacht het initiatief van machtsvertoon in plaats van Godsvreze. Later schijnt Boone overigens getwijfeld te hebben of hij wel apart had moeten blijven en drong hij zelf aan op handhaving van de Dordtse Kerkorde – precies wat Kersten in de beginperiode van de Gereformeerde Gemeenten gedaan had.

OrganisatieBewerken

Een vaste kerkordelijke organisatie ontbrak binnen het kerkverband, alleen waren er wel Algemene Vergaderingen. Boone was lange tijd de enige voorganger in de Oud-Gereformeerde Gemeenten en reisde dus veel. Bovendien preekte hij ook in vrije gemeenten, wat in de Gereformeerde Gemeenten onmogelijk geweest zou zijn. Jozias Fraanje, een predikant uit de Gereformeerde Gemeenten, ging echter regelmatig voor in de Oud-Gereformeerde gemeente van Stavenisse, waar Leen Potappel ouderling was.

In 1935 werd ds. W. Blaak, eerst boerenarbeider en later oefenaar, de opvolger van Boone. In de jaren veertig liet Blaak drie medepredikanten toe tot het verband, waaronder ds. M.A. Mieras. In 1948 volgde de samenvoeging met de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten tot de Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

Bekende personenBewerken

Leen PotappelBewerken

Leendert Johannes (Leen) Potappel werd geboren op 27 maart 1882. Hij werkte als landarbeider en was vanaf 1906 ouderling van de Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse tot zijn overlijden in 1953. Zijn leven lang bleef hij ongetrouwd. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog grepen Potappel dermate geestelijk en mentaal aan dat hij niet meer in staat was te werken. Zijn tijd besteedde hij verder volledig aan het dienen van de Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse. Gemeenteleden en vrienden voorzagen in zijn levensonderhoud. Deze ouderling van Stavenisse maakte door zijn godzalige levenswandel grote indruk. Eenieder werd door hem aangesproken op de ernst van het leven en de noodzaak van bekering. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak kreeg hij een diepe indruk van de schuld van Nederland. In die worsteling kreeg hij te geloven dat het land buiten het oorlogsgeweld zou blijven. Daarop volgde een Ninevitische bekering. De Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse was een verlopen kerkje maar in die tijd stroomden de mensen toe. In de Tweede Wereldoorlog moest Potappel in maart 1944 evacueren. Hij vertrok naar Barneveld, waar zijn boezemvriend ds. Jozias Fraanje (eveneens een markante persoon) predikant van de Gereformeerde Gemeente was. Na de capitulatie van Duitsland keerde hij weer naar Stavenisse terug.

Het einde van Potappel kwam in de rampnacht van 1 februari 1953. In deze nacht kwamen 153 personen in Stavenisse om. Pas op 10 februari werd zijn lichaam onder het aangespoelde dak van zijn verwoeste woning gevonden, met dat van zijn zuster en haar dochter. Na zijn dood ontstond er al snel legendevorming. Een week voor zijn heengaan zou Potappel de ramp hebben voorspeld. Die zondag werd door ouderling Slager een boetepredicatie van Smytegelt gelezen, die zich daartoe gedrongen voelde maar voor beide ouderlingen was het een verzegeld oordeel. Hoewel Potappel geen enkele opleiding genoten had was hij bijzonder onderlegd in de 'oude schrijvers' vooral Justus Vermeer en de Erskines. Potappel was wars van theologische scherpslijperij als het bijvoorbeeld ging over het 'aanbod van genade'. Kerkmuren bestonden voor hem niet. Hij verkeerde graag in het gezelschapsleven waarin men over de kerkmuren heen geestelijke herkenning zocht.