Hoofdmenu openen

Kabinetsformatie Nederland 1981

De ministers van het kabinet-Van Agt II en koningin Beatrix in Paleis Huis ten Bosch, vlak na de beëdiging door de koningin

De Nederlandse kabinetsformatie van 1981 vond plaats na de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar, die op 26 mei werden gehouden, en leidde tot het aantreden van het kabinet-Van Agt II.

Kabinet-Van Agt IBewerken

  Zie ook: Kabinet-Van Agt I
 
Dries van Agt

De verkiezingen volgden aan het einde van de regeerperiode van het kabinet-Van Agt I, een kabinet van confessionelen en liberalen dat in 1977 tot stand gekomen was na een recordlange kabinetsformatie, waarbij eerst en tevergeefs geprobeerd was een nieuw kabinet-Den Uyl, te formeren. Met een wankele meerderheid van twee zetels, wankeler nog omdat een deel van de CDA-fractie het kabinet als zogenaamde loyalisten slechts gedoogde, was het kabinet erin geslaagd de volle periode te regeren, hetgeen mede op het conto werd geschreven van de uitstekende verstandhouding tussen premier Dries van Agt (CDA) en diens vice-premier Hans Wiegel (VVD). Beide partijen hadden dan ook de voortzetting van het regeringsbeleid tot inzet van de verkiezingen gemaakt.

De verkiezingenBewerken

  Zie ook: Tweede Kamerverkiezingen 1981

De grote winnaar van deze verkiezingen was D'66. Die partij ging onder aanvoering van Jan Terlouw van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA, nog steeds onder leiding van Joop den Uyl, en de VVD verloren. Het CDA ging van 49 naar 48 zetels, de PvdA van 53 naar 44 en de VVD van 28 naar 26. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid.

Winnaars waren verder de RPF (nieuw met twee zetels), de PSP (winst twee) en de CPN (winst één). De Boerenpartij (in 1981 deelnemend als Rechtse Volkspartij) en DS'70 verdwenen uit de Kamer.

Lubbers en De Koning informateurBewerken

 
Jan Terlouw

Op 30 mei benoemde koningin Beatrix CDA-fractievoorzitter Ruud Lubbers en demissionair minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan de Koning tot informateurs, met als opdracht te onderzoeken welk kabinet, dat "mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging", zou kunnen worden geformeerd. Zij zagen vrijwel meteen in dat de enige mogelijkheid was om de haalbaarheid van een kabinet dat zou worden gesteund door CDA, PvdA en D'66 te onderzoeken. Aan de onderhandelingen namen namens die partijen Van Agt, Den Uyl en D'66-voorman Jan Terlouw deel. Men begon vrijwel meteen met inhoudelijke onderhandelingen om te komen tot een regeerprogram. Daarbij kwamen verschillende meningsverschillen aan het licht: over het te voeren werkgelegenheidsbeleid, over de koopkracht van de zogenoemde 'minima' en over kernwapens. Daarnaast deed zich in deze fase al een personeelsprobleem voor: PvdA en D'66 vonden het allerminst vanzelfsprekend dat Dries van Agt, die immers tot dan toe leiding gaf aan een centrum-rechts kabinet, ook leiding zou gaan geven aan de nieuw te vormen centrum-linkse combinatie. Dit leidde tot een, achteraf wel als halfslachtig beoordeelde, poging van Van Agt en CDA-voorzitter Piet Bukman om Jelle Zijlstra, president van De Nederlandsche Bank, te bewegen premier van het nieuwe kabinet te worden. Deze wees dat verzoek overigens kennelijk af, terwijl ook de CDA-achterban er niets voor leek te voelen om hun lijsttrekker en partijleider op deze wijze gedesavoueerd te zien. Van PvdA-zijde werd een claim gelegd op 'zware departementen' als onderwijs en financiën, terwijl ook PvdA-leider Den Uyl zelf aankondigde minister te willen worden in het nieuwe kabinet. Ook eiste de PvdA dat er een derde, PvdA-informateur aan het informateursduo werd toegevoegd. In dat laatste stemde het CDA in, zodat op 10 juli Ed van Thijn, vicevoorzitter van de PvdA-fractie, en onderhandelaar tijdens de formatie van 1977, aan het team van informateurs werd toegevoegd.

Incompatibilité des humeursBewerken

 
Joop den Uyl

De kabinetsformatie stond vanaf het begin onder het gesternte van een zekere incompatibilité des humeurs, of onverenigbaarheid van karakters, tussen Dries van Agt en zijn toekomstig beoogd vice-premier Joop den Uyl. In het kabinet-Den Uyl hadden beiden, in omgekeerde rollen, samengewerkt tot geen van beider genoegen. Den Uyl, afkomstig uit een gereformeerd Hollands middenstandsgezin, botste met de katholieke Brabander Van Agt, die de dingen des levens niet al te serieus leek te nemen. In de woorden van Van Agt zelf:

Mijn ietwat zelfrelativerende zelfspot, van ach, wij zijn maar als een zandkorrel op het strand van de geschiedenis - daar wist Joop absoluut geen raad mee. Dat vond hij verschrikkelijk.[1]

In het kabinet-Den Uyl was het tot frequente botsingen gekomen tussen beide politici. Inhoudelijk gingen die botsingen vaak over de vier hervormingsvoorstellen van het progressieve kabinet-Den Uyl, maar er was ook steeds een wederzijds onbegrip over elkaars functioneren in de politiek. In de verkiezingsstrijd van 1977 werd Den Uyl gevraagd naar zijn oordeel over Van Agt, waarbij hij opmerkte: Men weet wel wat hem drijft, maar niet waarheen.

Informateurs boeken succesBewerken

Op 21 juli bereikten de drie informateurs met de drie onderhandelaars overeenstemming over een regeerakkoord en over verdeling van de zetels in het kabinet. Er werd besloten tot een omvangrijk bezuinigingspakket dat al met al ongeveer 10 miljard gulden beliep, tot het creëren van ongeveer 200.000 nieuwe banen (door een zogenoemde investeringsimpuls van 1,3 miljard gulden) en tot een zeer beperkt koopkrachtverlies van de minima. Besluiten over de bouw van nieuwe kerncentrales en het stationeren van kruisraketten werden uitgesteld. De PvdA zou in de zetelverdeling aanspraken kunnen maken op onderwijs en op sociale zaken (waaraan "werkgelegenheid", overgeheveld van Economische Zaken) zou worden toegevoegd. Voor dit nieuwe ministerie was Den Uyl zelf kandidaat, terwijl Economische Zaken bemand zou gaan worden door Jan Terlouw.

Formatie Kremers / Van ThijnBewerken

Op 3 augustus benoemde koningin Beatrix de Limburgse gouverneur Sjeng Kremers en Ed van Thijn tot formateur, teneinde de formatie af te ronden. Het CDA wenste de afspraken over het sociaal-economisch beleid opnieuw te bezien. Met name vond men de omvang van de ingeboekte bezuinigingen te gering. Veel speelruimte hadden de christendemocraten evenwel niet, te minder daar een andere regeringssamenstelling feitelijk onmogelijk was. Niettemin verwierp een meerderheid van de CDA-fractie, aangevoerd door Van Agt zelf, op 19 augustus het eindverslag van de formateurs Kremers en Van Thijn. De formatie was in een crisis beland.

De Gaay Fortmann lijmtBewerken

 
Kabinetsinformateur De Gaay Fortman geeft een persconferentie

De koningin benoemde op 20 augustus voormalig ARP-minister W.J. de Gaay Fortman tot informateur, in de verwachting aldus een uitweg te vinden uit de impasse. Van Agt, die de koningin had geadviseerd oud-CDA-voorzitter Piet Steenkamp te benoemen tot informateur, meldde zich hierop ziek, waarna de onderhandelingen namens het CDA werden voortgezet door voormalig informateur Ruud Lubbers. Op 1 september kon De Gaay Fortman zijn eindverslag aanbieden aan de koningin. Het CDA was uiteindelijk toch akkoord met de gemaakte afspraken, en Van Agt was bereid eerste minister te worden van de nieuw te vormen regeringsploeg.

Van Agt formeertBewerken

  Zie ook: Kabinet-Van Agt II

Van Agt zette zich vervolgens aan de formatie van zijn kabinet dat op 11 september werd beëdigd. Daags daarna ontstond de eerste crisis, nadat het CDA weigerde akkoord te gaan met de financiering van een door de PvdA gewenst banenplan. Het afleggen van de regeringsverklaring moest daardoor worden uitgesteld. Ook daarna bracht het nieuwe kabinet weinig goeds. Het viel op 29 mei 1982 na amper een half jaar te hebben geregeerd.