Hoofdmenu openen

Het kabinet-Heemskerk Azn. was een Nederlands kabinet dat regeerde van 1883 tot 1888. Dit conservatief-liberale kabinet weet in 1887 een Grondwetsherziening tot stand te brengen, die leidt tot kiesrechtuitbreiding en de weg opent voor het oplossen van de onderwijskwestie. Op andere gebieden, met name op financieel terrein, kan het kabinet niet veel bereiken. Enkele ministers moeten voortijdig het veld ruimen.

Kabinet-Heemskerk Azn.
Kabinet in Nederland Vlag van Nederland
Premier J. Heemskerk Azn.
Politieke kleur Liberaal (behoudend)
Start 23 april 1883
Demissionair 30 maart 1888
Eind 21 april 1888
Voorganger Van Lynden van Sandenburg
Opvolger Mackay
Nederlandse kabinetten van 1848 t/m WO II
Portaal  Portaalicoon   Politiek

In april 1886 dient het kabinet zijn ontslag in, nadat de Tweede Kamer met 43 tegen 42 stemmen het voorstel voor een nieuw Grondwettelijk onderwijsartikel heeft verworpen. Nadat de antirevolutionair Æneas Mackay jr. heeft geweigerd een formatieopdracht te aanvaarden, wordt de Tweede Kamer ontbonden. Na de verkiezingen, die liberale winst opleveren, blijft het kabinet aan.

AmbtsbekledersBewerken

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
  mr.dr.
J. (Jan) Heemskerk Azn.

(1818–1897)
Voorzitter 23 april 1883 –
21 april 1888
O
(Conservatief)
Minister Binnenlandse Zaken
  jhr.mr.
P.J.A.M. (Joseph) van
der Does de Willebois

(1816–1892)
Minister Buitenlandse Zaken 23 april 1883 –
10 augustus 1885
(buitenlandse reis)
RK
(Conservatief)
  mr.
M.W. (Marc Willem) baron
du Tour van Bellinchave

(1835–1908)
10 augustus 1885 –
14 september 1885
(waarnemend)
O
(Conservatief)
  jhr.mr.
P.J.A.M. (Joseph) van
der Does de Willebois

(1816–1892)
14 september 1885 –
1 november 1885
(afgetreden)
RK
(Conservatief)
  jhr.mr.
A.P.C. (Abraham)
van Karnebeek

(1836–1925)
1 november 1885 –
21 april 1888
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  W.J.L. Grobbée
(1922–1907)
Minister Financiën 23 april 1883 –
5 mei 1885
(afgetreden)
O
(Conservatief)
  J.C. (Jacobus) Bloem
(1822–1902)
5 mei 1885 –
21 april 1888
O
(Conservatief)
  mr.
M.W. (Marc Willem) baron
du Tour van Bellinchave

(1835–1908)
Minister Justitie 23 april 1883 –
21 april 1888
O
(Conservatief)
  J.G. van den Bergh
(1824–1890)
Minister Waterstaat, Handel
en Nijverheid
23 april 1883 –
10 juni 1887
(afgetreden)
RK
(Conservatief)
  F.C. Tromp
(1828–1900)
10 juni 1887 –
11 juli 1887
(waarnemend)
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  J.N. Bastert
(1826–1902)
11 juli 1887 –
21 april 1888
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  generaal-majoor
A.W.Ph. Weitzel

(1816–1896)
Minister Oorlog 23 april 1883 –
21 april 1888
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  viceadmiraal
F.L. Geerling

(1815–1894)
Minister Marine 23 april 1883 –
19 april 1884
(afgetreden)
O
(Conservatief)
  W.F. van Erp
Taalman Kip

(1824–1905)
19 april 1884 –
5 augustus 1885
(afgetreden)
O
  schout-bij-nacht
W.L.A. Gericke

(1836–1914)
5 augustus 1885 –
26 januari 1887
(afgetreden)
O
(Conservatief)
  F.C. Tromp
(1828–1900)
26 januari 1887 –
21 april 1888
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  F.G. van Bloemen
Waanders

(1825–1892)
Minister Koloniën 23 april 1883 –
25 november 1883
(afgetreden)
O
(Conservatief)
  generaal-majoor
A.W.Ph. Weitzel

(1816–1896)
25 november 1883 –
27 februari 1884
(waarnemend)
O
(Conservatief-
Liberaal
)
  mr.
J.P. Sprenger van Eyk

(1842–1907)
27 februari 1884 –
21 april 1888
O
(Conservatief-
Liberaal
)
Bron: Kabinet-Heemskerk Azn. Parlement & Politiek

MutatiesBewerken

Al kort na het aantreden van het kabinet wordt de conservatieve minister Van Bloemen Waanders van Koloniën door de Tweede Kamer gedwongen af te treden.

In 1885 neemt minister Grobbée ontslag, vanwege grote tegenstand tegen zijn belastingvoorstellen.

Het kabinet telt liefst vier opeenvolgende ministers van Marine. Twee daarvan, Geerling en Gericke, zien plannen tot vlootuitbreiding door de Tweede Kamer worden afgewezen. Minister Van Erp Taalman Kip vertrekt vanwege zijn gezondheid. Ook de ministers van Buitenlandse Zaken en van Waterstaat, Handel en Nijverheid nemen om die reden ontslag. Van het oorspronkelijke acht ministers tellende kabinet zitten slechts drie de gehele periode van vijf jaar uit.