April

vierde maand van het jaar
Zie April (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van April.
mrt april mei
<< 1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 >>

April (ook wel: grasmaand, paasmaand, eiermaand) is de vierde maand van het jaar in de gregoriaanse kalender, en heeft 30 dagen.

Afbeelding bij april in Les Très Riches Heures du duc de Berry (± 1410)

In de oud-Romeinse kalender was maart aanvankelijk de eerste maand van het jaar, en april dus de tweede.

NaamBewerken

De naam april komt vermoedelijk van het Latijnse werkwoord aperire, dat "openen" betekent. Waarschijnlijk verwijst dit naar de groei van de planten en bloemen in de lente.[1] Een andere theorie stelt dat de naam is afgeleid van een woord dat 'tweede' betekent, of van Aperta, een bijnaam van Apollo.

GebeurtenissenBewerken

MeteorologieBewerken

Weerstatistieken Nederland en BelgiëBewerken

WeerspreukenBewerken

Een bekende Nederlandse weerspreuk is April doet wat hij wil, waarmee wordt gedoeld op het feit dat in april heel veel soorten weer mogelijk zijn. Dat het weer zeer wisselvallig kan zijn wordt ook bedoeld met de Vlaamse variant Maartse buien, Aprilse grillen.

TriviaBewerken

AfbeeldingenBewerken

Externe linksBewerken

Op andere Wikimedia-projecten