The Rolling Stones

Britse rockband
Mee bezig Mee bezig
Aan dit artikel of deze sectie wordt de komende uren of dagen nog druk gewerkt.
Klik op geschiedenis voor de laatste ontwikkelingen.
Voor het gelijknamige album, zie The Rolling Stones (album). Voor het tijdschrift, zie Rolling Stone.

The Rolling Stones, vaak kortweg aangeduid als the Stones, zijn een Britse rockband die actief is sinds 1962. De band speelt in de eerste plaats een combinatie van rock en rhythm-and-blues. Daarnaast vertolken ze ook andere stijlen als blues, country, hardrock, reggae en punk.

The Rolling Stones
The Rolling Stones
Achtergrondinformatie
Ook bekend als Rolling Stones, The Stones
Jaren actief 1962 - heden
Oorsprong Vlag van Engeland Londen
Genre(s) Rock
Rock-'n-roll
Blues
Leden
Leadzang Mick Jagger (1962 - heden)
Gitaar en zang Keith Richards
Gitaar Ron Wood
Oud-leden
Slaggitaar en zang Brian Jones
Leadgitaar Mick Taylor
Basgitaar Bill Wyman
Piano Ian Stewart
Drums Charlie Watts
Drums Tony Chapman
Basgitaar Dick Taylor
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Sinds The Rolling Stones in 1962 werden opgericht, hebben zij vele grote hits gehad, zoals (I Can't Get No) Satisfaction,Sympathy for the Devil, Angie, Paint It Black, en Start Me Up. Zij hebben meer dan vijfentwintig studioalbums uitgebracht, waaronder de klassiekers Exile on Main St., Goats Head Soup, Beggars Banquet, Let It Bleed en Sticky Fingers. In 2016 bracht de band het album Blue & Lonesome uit.

The Rolling Stones bestaat sinds 2021 nog uit drie vaste leden: Mick Jagger (zang), Keith Richards (gitaar) en Ron Wood (gitaar). De bekendste ex-leden zijn multi-instrumentalist Brian Jones (uit de band gezet op 8 juni 1969 en op 3 juli 1969 overleden), gitarist Mick Taylor (opgestapt in 1974), bassist Bill Wyman (opgestapt in 1993), drummer Charlie Watts (overleden op 24 augustus 2021) en – hoewel alleen in de beginjaren officieel – toetsenist Ian Stewart.

De bijnaam van de band is 'The Greatest Rock and Roll band in the World', zoals zij geïntroduceerd werden op hun tour in 1969. Deze bijnaam werd echter tevens gegeven door Bob Dylan.[1][noot 1].

GeschiedenisBewerken

De oprichting van de band (1962)Bewerken

Michael Philip Jagger, beter bekend als Mick Jagger, en Keith Richards hadden al bij elkaar op de Wenworth Primary School in Dartford, Kent gezeten, toen Richards Jagger met een Chuck Berry en een Muddy Waters plaat onder zijn arm op 17 oktober 1961 weer tegenkwam op perron 2 van het treinstation in Dartford in Kent.[2][noot 2] Jagger en Richards deelden een gezamenlijke interesse in de muziek en waren verwoed platenverzamelaars.[noot 3] Zij begonnen een bandje, Little Boy Blue and the Blue Boys, genoemd naar Richards eerste gitaar 'Blue Boy'.[3] Dick Taylor, net als Jagger en Richards afkomstig uit Dartford, was een vriend van Jagger en ging meedoen als bassist. Zij ontmoetten Brian Jones in de Ealing Jazz Club tijdens een optreden van de Blues Incorporated, waar Brian Jones onder de naam Elmo Lewis als gastmuzikant bottleneck-gitaar speelde.[noot 4] Jones had een rhythm-and-bluesband in oprichting en vroeg Jagger als zanger. Jagger wilde wel onder de voorwaarde dat ook Richards als gitarist mee zou doen. De andere kandidaten weigerden dit en verlieten met uitzondering van Ian Stewart de groep in oprichting. Richards, die toen alleen nog maar Chuck Berry-riffs speelde, kreeg dankzij Jones rhythm-and-bluesschema's onder de knie. Dick Taylor (die later The Pretty Things oprichtte) werd bassist en Tony Chapman drummer.

Het eerste optreden van de groep was een invalbeurt voor Blues Incorporated, die een BBC-optreden hadden. De aankondiging in Jazz News van 11 juli 1962 luidde :

'r&b Vocalist' Mick Jagger treedt in de Marquee Club op met zijn band bestaande uit: Keith Richards en Elmo Lewis (gitaar), Dick Taylor (bas), Ian Stewart (piano) en Mick Avory (drums) ... de Rollin' Stones.

Brian Jones noemde zijn band The Rollin' Stones, naar het nummer Rollin' Stone van Muddy Waters. In deze opstelling met Tony Chapman in plaats van Mick Avory op drums begonnen de Stones in 1962 in clubs te spelen en trokken al snel meer publiek dan de Blues Incorporated.[noot 5] Eind 1962 stapte Dick Taylor uit de band. Tony Chapman stelde Bill Wyman als vervanger voor; met Wyman had hij in de band The Cliftons gespeeld. Wyman werd aangenomen, naar verluidt vanwege zijn goede versterker, een Vox AC30. Begin 1963 verliet Chapman de groep en werd op 11 januari 1963 vervangen door Charlie Watts, oorspronkelijk een jazzdrummer. De Rollin' Stones werden in maart 1963 het vaste huisorkest van de Crawdaddy Club[noot 6] van Giorgio Gomelsky, die in die tijd onofficieel fungeerde als manager van de band. Gomelsky zorgde voor persartikelen, de eerste studio-opnames en nodigde insiders en bekende musici uit naar zijn club, waaronder The Beatles, Andrew Loog Oldham en Eric Easton. Deze laatste twee richtten het bedrijf Impact Sound op, dat zich bezig ging houden met het imago en het promoten van de Stones. Op 8 (of 9) mei tekende Brian Jones als bandleider een 3-jarig contract met Impact Sound.[noot 7]

Oldham hield zich bezig met het imago van de band, dat ruiger moest zijn dan de keurige Beatles. Hij vond Stewart niet passen bij dat ruige imago en degradeerde hem uit de band tot roadie. Stewart bleef echter wel trouw aan de groep en verscheen live regelmatig bij de Stones op het podium tot aan zijn dood in 1985. Oldham veranderde ook de naam Rollin' Stones in Rolling Stones en liet de 's' van Richards vallen.

Eerste platenconract (1963)Bewerken

Dick Rowe, de A&R-man bij Decca Records, die (negatieve) bekendheid kreeg door de Beatles af te wijzen voor een platencontract bij Decca, werd door Oldham in mei 1963 uitgenodigd voor een optreden van de Stones in de Crawdaddy Club. Op advies van George Harrison sloot hij een platencontract met de Stones. Op 10 mei vond er een opnamesessie plaats in de Olympic Sound Studio in Londen, waarvan door Oldham 'Come On' van Chuck Berry met als B-kant 'I Want To Be Loved' van Willie Dixon als eerste single gekozen werd.[4] De single bereikte een 21ste plaats in de UK Singles Chart. De tweede single werd 'I Wanna Be Your Man', een nummer dat John Lennon en Paul McCartney gechreven hadden voor hun tweede album With the Beatles, dat ze in diezelfde tijd in Londen aan het opnemen waren, maar waar Lennon/McCartney niet tevreden over waren. De B-kant van de single werd de instrumental 'Stoned', een eigen compositie van de band. De muziekrechten van Stoned werden onder de naam Nanker Phelge door Easton ondergebracht bij muziekuitgeverij Southern Music. 'I Wanna Be Your Man' bereikte een 12e plaats in de Britse hitlijst.

Eerste album en eerste tournees (1964)Bewerken

Het eerste album van de Stones werd in de periode 3 januari tot 25 februari 1964 opgenomen in de Regent Sound Studios, een kleine studio in Denmark Street, Londen. De Stones hadden inmiddels in het clubcircuit een grote populariteit opgebouwd, getuige het feit dat er voor dit album 10.000 reserveringen geplaatst werden. Het album bevatte 9 covers, de eerste Jagger/Richards-compositie ('Tell Me'), een groepscompositie en een compositie van de groep samen met Phil Spector. Het album werd uitgebracht op 17 april 1964 en bereikte de nummer 1-positie in de Britse albumtop. 'Tell Me' was niet de eerste compositie van Jagger/Richards, eerder hadden zij al een ballad 'As Tears Go By' geschreven, dat Oldham door Marianne Faithfull op single liet uitbrengen.[noot 8]Van het album werd geen single getrokken, wel werd 'Little by Little' (met Gene Pitney op piano) gebruikt als B-kant van de derde Stones-single 'Not Fade Away'.[noot 9] 'Not Fade Away' gereleased in februari 1964 bereikte een derde plaats in de Britse hitlijsten. In de Verenigde Staten werd 'I Wanna Be Your Man' de B-kant, en bereikte een 48e plaats in de Billboard Hot 100.[noot 10] 'Not Fade Away' was een cover van Buddy Holly, toen Radio Caroline op 199 meter tijdens Pasen op 29 maart 1964 om 12 uur Engelse tijd als eerste zeezender 3 mijl voor de Engelse zuidoostkust vanaf een zendschip startte met de officiële uitzendingen, werd dit nummer als eerste gedraaid.

De eerste tour van de Stones door het Verenigd Koninkrijk vond plaats in de herfst van 1963, met The Everly Brothers, Bo Diddley, Little Richard en Micky Most, een van de eerste concerten op het Europese vasteland – als onderdeel van hun 3e Britse Tour - was in het Kurhaus in Scheveningen op 8 augustus 1964. Het werd een legendarisch concert, de kranten schreven over een veldslag. De uitzinnige fans en de hard optredende politie zorgden ervoor dat de Stones al tijdens het vijfde nummer het zeer tumultueus verlopen optreden moesten staken. Van de slotminuten en het commentaar van impresario Paul Acket ("Van m'n leven niet meer") maakte de toenmalige diskjockey Willem van Kooten geluidsopnamen.[5][6] Het programma Andere Tijden maakte in september 2011 een verslag van ruim 27 minuten.[7] De schade aan het Kurhaus zou 20.000 gulden hebben bedragen. De toegangsprijs voor de 1500 bezoekers was destijds 7 gulden en de gage voor de Stones 1300 gulden.[8][9]

In juni 1964 vlogen de Stones op JFK Airport voor hun eerste Amerikaanse tournee, die uitliep op een teleurstelling. De optredens waren voor halflege zalen en de band werd belachelijk gemaakt door gastpresentator Dean Martin in het tv-programma Hollywood Palace. Martin, die geen hoge pet van The Rolling Stones op had, introduceerde de band met de woorden: "I've been rolled when I was stoned myself".[10]

Als slot van de tour vlogen de Stones naar Chicago, waar zij in de studio's van Chess Records een ontmoeting hadden met hun grote bluesvoorbeelden als Muddy Waters en Willie Dixon. In deze studio namen de Stones een aantal nummers op waaronder hun nieuwe single 'It's All Over Now'.

'It's All Over Now' kwam uit op 26 juni 1964 en werd de eerste nummer 1 hit in de UK-charts, en de eerste nummer 1 in Nederland. De B-kant was 'Good Times Bad Times', een Jagger/Richards compositie. De overige Chess-opnames werden op 14 augustus 1964 uitgebracht op een EP, 'Five By Five', met de nummers 'If You Need Me', 'Empty Heart', '2120 South Michigan Avenue', 'Confessin' The Blues' en 'Around And Around'. '2120 South Michigan Avenue', een eigen compositie van de groep, is het adres in Chicago, waar de Chess studio's gevestigd zijn.

'Little Red Rooster', een Wiily Dixon compositie voor Howlin' Wolf, is weer opgenomen in de Regent Studio's en kwam uit op 13 november 1964. De single bereikte de 1e plaats in de UK-charts. In Nederland bereikte de single in de tweede week van 1965 de 4e plaats in de Nederlandse Top 40. De Top 40 was 1 week eerder van start gegaan, en in die eerste week hadden de Stones naast 'Little Red Rooster', ook 'Tell Me' en 'Time Is On My Side' in de Top 40.

Vanaf half oktober tot half november tourden de Stones voor de tweede keer door de VS. Dit keer met meer succes, een geslaagd optreden in de The Ed Sullivan Show en met 'Time is on my side' een top tien hit in de Billboard Top 100.[11]. In de RCA studio's werd 'Everybody Needs Somebody to Love' opgenomen, en in de Chess Sudio's 'Time is on my side'. Het alleen in de VS uitgebrachte album Twelve by Five bereikte een derde posities in de BillBoard album Top 200.

 
Wyman en Jones met zijn VOX MKIII

Voor de opnames van het tweede studio-album investeerden de Stones in nieuwe instrumenten. Zo kocht Brian Jones zijn karakteristieke Vox MK III Teardrop.[12][13] In januari 1965 kwam in het Verenigd Koninkrijk dit tweede album uit : The Rolling Stones No. 2. Een maand later kwam in de VS The Rolling Stones, Now! uit, een qua inhoud vrijwel gelijk album.[noot 11]

'Satisfaction' (1965)Bewerken

'Satisfaction', volledige titel '(I Can't Get No) Satisfaction', is wellicht de beroemdste single van de Stones. Dit nummer leverde de Stones wereldwijd bekendheid op, en bereikte vrijwel overal de nummer 1-positie in de hitlijsten. Kenmerkend zijn de dubbele ontkenning in de titel en de gitaarriff vervormd door een fuzzbox. De riff werd door Richards bedacht, en na meerdere opnamesessies door Jagger en Richards samen tot het eindresultaat gebracht. De fuzzbox, destijds nog weinig in gebruik in de popmuziek, was een idee van Ian Stewart.[14] 'Satisfaction' kwam op 6 juni 1965 uit in de VS en pas op 20 augustus, na afloop van de Amerikaanse tournee in het thuisland.

'Satisfaction' was ook een keerpunt in de gezagsverhoudingen binnen de Stones. Het succes van de componisten ondermijnde het leiderschap van Jones, die zich verdronk in alcohol en ging experimenteren met LSD. Het tweede slachtoffer was Oldham, hij besefte dat er een professional nodig was voor de financiële relatie met Decca. Easton werd aan de kant gezet, zijn plaats werd ingenomen door Allen Klein, die via zijn bedrijf ABKCO Records ((Allen & Betty Klein Company) voor de Stones een lucratieve platendeal met Decca sloot.[15]

'Satisfaction' werd vele malen gecoverd, met als meest bekende versie die van Otis Redding. Satisfaction werd gebruikt in de tv-serie Mad Men, waarin hoofdpersoon Don Draper in elke aflevering een wit overhemd uit een nieuwe verpakking aantrekt. Nadat hij voor zijn kinderen een kaartje voor een Beatles-concert gekocht heeft, klinkt 'Satisfaction' met de tekst: When I 'm watchin' my TV/And a man comes on to tell me/How white my shirts can be.

Out of our Heads (1965)Bewerken

In 30 juli 1965 kwam het nieuwe album Out of our Heads uit in de VS, en pas op 24 september in het Verenigd Koninkrijk. De tracklist is verschillend. In de rest van de wereld werd voor de Amerikaans tracklist gekozen met de hits 'Satisfaction' en 'The Last Time'. Op de Britse versie kwam 'Heart of Stone', dat in Nederland al op EP verschenen was. De EP bereikte een 6e plaats in de single Top 40.

Op Out of our Heads stonden de eerste vrouw-onvriendelijke nummers, 'Gotta Get Away', over een leugenachtige vriendin en vooral 'Heart of Stone'.

Terwijl 'Satisfaction' nog in de hitlijsten stond werd als volgende single 'Get Off of My Cloud' uitgebracht, en voor de Amerikaanse markt was er een kerstcadeautje, December's children (and everybody's), een album met werk uit de begintijd tot en met 'Get Off of My Cloud', met ook een eigen versie Marianne Faithfulls hit 'As Tears Go By'.

Aftermath (1966)Bewerken

In 1966 kwam Aftermath uit, dat een van hun succesvolste albums zou worden. Het bevat de hits Under My Thumb, Lady Jane, Mother's Little Helper, Out Of Time (nog datzelfde jaar een nummer 1-hit voor Chris Farlowe) en Stupid Girl. Under my Thumb werd een van de grootste hits van de Stones. Dit is tevens het eerste album dat volledig door het duo Jagger/Richards is geschreven.

Rond deze tijd werd het gebruik van lsd populair. Hieruit kwamen twee wat meer donkere albums voort, waarvan Their Satanic Majesties Request psychedelische rock genoemd kan worden. Vele Stonesfans vonden dat album te veel geïnspireerd op Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Het eerste album, Between The Buttons, bevat het bekende nummer Yesterday's Papers. Tevens staan op de Amerikaanse versie de hits Ruby Tuesday en Let's Spend the Night Together. Ruby Tuesday werd in 1970 door Melanie gecoverd en een hit voor haar. Het nummer Connection van dat album heeft Richards gebruikt op een solotournee met de X-Pensive Winos in 1989.

1967-1970Bewerken

Het hele jaar 1967 (en daarna) werden Brian Jones, Mick Jagger en Keith Richards met drugsprocessen vervolgd, waarbij de politie-inval op het feest van Keith Richards op zijn landgoed Redlands, waar verschillende drugs en een naakte Marianne Faithfull werden aangetroffen, wel het beruchtste incident was. Richards zei later over deze periode: "Wij hebben nooit problemen met drugs gehad, alleen met de politie." De lentetournee door Europa in 1967 werd gekenmerkt door vele relletjes en werd door Bill Wyman omschreven als de wildste Stonestournee ooit. Het in de zomer van 1967 uitgebrachte We Love You was een nummer 1-hit in Nederland.

Richards' heroïneverslaving begon waarschijnlijk rond de tijd van het uitbrengen van het album Their Satanic Majesties Request. Dit album werd in de VS al goud op de dag van de uitgave en bracht alleen al in de VS binnen de eerste tien dagen 2 miljoen dollar op in de verkoop. Dat is meer dan de Beatles' Magical Mystery Tour. Het album bevat de hits She's a Rainbow en 2000 Light Years from Home. Op het album staat ook het nummer In Another Land, dat door Wyman is geschreven, gezongen en geproduceerd. Het nummer 2000 Man werd in 1979 door de Amerikaanse glamrockband Kiss gecoverd op hun album Dynasty. Een andere band die door dit Stonesalbum werd geïnspireerd, is de Amerikaanse neopsychedelische rockband The Brian Jonestown Massacre, die als eerbetoon aan deze plaat hun eigen tweede album uit 1996 Their Satanic Majesties' Second Request noemde.

Aan het nummer Sympathy for the Devil werd heel erg lang gewerkt en het kwam uit in 1968 op de plaat Beggars Banquet. Het is een van hun bekendste nummers. Ook stond hier nog de hit Street Fighting Man op. Beggars Banquet wordt tot op de dag van vandaag gezien als een van de beste rockalbums van de jaren zestig.

In de lente van 1969 werd Brian Jones door de andere Stones ontslagen, omdat ze dat jaar weer in de VS wilden toeren, maar voor Jones geen visum konden krijgen. Hij werd een aantal weken daarna dood gevonden op de bodem van zijn zwembad. In 2006 werd over zijn dood en de weken die eraan voorafgingen een film gemaakt: Stoned.

Eerst kwam Ry Cooder in aanmerking als vervanger van Brian Jones en hij speelde dan ook op een aantal nummers mee, zoals Sister Morphine en Memo from Turner (later uitgegeven als solosingle van Mick Jagger). Hij kon het echter niet vinden met Keith Richards en deze laatste weigerde nog langer bij The Rolling Stones te blijven als Ry Cooder lid van de band zou worden.

Als vervanger werd Mick Taylor aangetrokken, een gitarist met veel talent. Eerst speelden de Stones een gratis concert in Hyde Park in Londen. Aan het eind van hun legendarische tournee door de VS van 1969 werd Let It Bleed uitgebracht. Dit album werd grotendeels opgenomen toen Brian Jones nog officieel bij de Stones zat en op Midnight Rambler en You Got the Silver is hij dan ook nog te horen. Alleen op de nummers Country Honk en Live With Me speelt de nieuwe gitarist Mick Taylor mee. Op dit album staan verder de hits You Can't Always Get What You Want en Gimme Shelter.

1970-1980Bewerken

 
Mick Jagger en Ron Wood in 1975

De jaren zeventig begonnen goed met het in 1970 uitgebrachte livealbum Get Yer Ya-Ya's Out!, nog opgenomen in de jaren zestig tijdens de laatste Stonestournee door de VS van dat decennium en een mooi voorbeeld van de sfeer die de Stones in de jaren zestig omringde. Dit album wordt nog altijd als het beste officiële livealbum van de Stones beschouwd en is tevens het laatste album dat de Stones voor Decca uitbrachten. Het in 1971 uitgebrachte studioalbum Sticky Fingers is het eerste met het bekende Rolling Stones Records-logo van de uitgestoken tong, geïnspireerd door de tong van de Hindoe godin Kali.[16] Het werd een groot succes met als grote hit Brown Sugar. Andere hits zijn Dead Flowers, Wild Horses en Bitch.

Met Exile on Main St. (1972) werd opnieuw een succesvol album uitgegeven. Het dubbelalbum bevatte de hits Tumbling Dice en Happy (gezongen door Keith Richards). Het album staat op de zevende plaats in een door het muziekblad Rolling Stone samengestelde lijst van de vijfhonderd beste albums aller tijden en er staan naast de hits ook klassiekers op als Rocks Off en Shine a Light. De officiële naam van het album is Exile on Main St. Op het livealbum Stripped (1995) staan vooral nummers van dit album.

De opvolger van Exile on Main St. werd het album Goats Head Soup, dat de grote hit Angie bevatte. Het nummer zou gaan over Angie Bowie, destijds de vrouw van David Bowie, met wie Jagger een relatie heeft gehad, en werd een van hun grootste successen. Een andere kleine hit van het album is Star Star (ongecensureerde titel: Starfucker).

Als opvolger kwam er nog een album uit, It's Only Rock 'n Roll (1974), met de gelijknamige hitsingle. Mick Taylor had het gevoel dat voor de Stones het einde nabij was. Keith Richards kwam vrijwel niet meer opdagen in de studio. Om elkaar te ontlopen brachten de bandleden tussen opnamesessies zo veel mogelijk tijd in het buitenland door.

Taylor keek al ruim een jaar uit naar een nieuwe tour, toen in oktober 1974 tijdens een bijeenkomst in Zwitserland werd besloten dat dit – vanwege de drugsverslaving van Keith Richards – voorlopig uitgesloten was. Afgezien van zijn fragiele conditie waren er problemen met het verkrijgen van verschillende visa voor Richards, vanwege zijn veroordelingen voor drugsbezit. Aangeslagen door dit nieuws, verliet Taylor de bijeenkomst voortijdig. Hij was met name teleurgesteld doordat de tournee hem steeds in het vooruitzicht was gesteld tijdens de bijzonder moeizaam verlopen studiosessies. Twee maanden later bezocht hij een feest ter gelegenheid van de verjaardag van Clapton, waar Mick Jagger ook aanwezig was. Die avond gaf hij aan Mick Jagger te kennen dat hij besloot de band te verlaten.

Richards werd gearresteerd vanwege het in bezit hebben van heroïne. Na een lange rechtszaak werd hij veroordeeld tot het geven van een benefietconcert voor blinden.

Tijdens de tournee van 1975 was Ron Wood tweede gitarist, destijds nog tijdelijk. Wood was namelijk ook nog lid van The Faces.

Iedereen dacht dat de Stones geen albums meer zouden uitbrengen, maar in 1976 werd het mede door reggae geïnspireerde Black and Blue uitgebracht. Het bevat twee singles (Fool to Cry en Hot Stuff). In de zomer van 1976 stonden The Rolling Stones wekenlang tegelijk, en elkaar afwisselend, op nummer 1 en 2 in Nederland met Black and Blue en het compilatiealbum Stones Story. Ook kwamen zij tijdens hun tournee dat jaar weer naar Den Haag en traden 29 en 30 mei op in het ADO Zuiderpark Stadion. Als vervanger voor Taylor werd gekozen uit diverse gitaristen, onder wie Steve Marriott van Humble Pie en Ron Wood. Richards had de voorkeur voor Marriott, maar Wood werd uiteindelijk onder druk van Jagger gekozen als de nieuwe gitarist.

Om de jaren zeventig af te sluiten werd eind 1978 het album Some Girls uitgegeven. Het bevat de hits Miss You en Beast of Burden. Met dit album zetten de Stones zich weer helemaal op de kaart. Het klinkt anders dan de voorgaande albums, door invloed van country (op Far Away Eyes), disco (Miss You), punk (When the Whip Comes Down) en hardrock (Respectable en Before They Make Me Run). Verder bevat het album ook gewoon ouderwetse rock. Deze schijf is nog steeds het bestverkochte Stones-studioalbum ooit.

1980-1990Bewerken

Begin jaren tachtig kickte Richards definitief af van de drugs, en kon hij zich weer op muziek gaan richten. Op het album Emotional Rescue staan de hits She's so Cold en Emotional Rescue. Ook begonnen de Stones nu echte videoclips te maken in plaats van de gebruikelijke liveopnames.

In 1981 kwam Tattoo You uit. Het bevat de hits Start Me Up en Waiting on a Friend. De opname voor de nummers Tops, Waiting on a Friend en Start Me Up werden gemaakt voor het album Goats Head Soup, maar werden toen niet goed genoeg gevonden. Hier begonnen de ruzies tussen Jagger en Richards, want Jagger heeft het album deze naam gegeven zonder Keith te informeren. Het had eigenlijk gewoon Tattoo moeten heten. Tattoo You is na Some Girls het bestverkochte studioalbum van de Stones.

In 1983 kwam Undercover uit, met de kleine hit Undercover of the Night.

In 1984 tekenden The Rolling Stones onder leiding van Jagger een nieuw platencontract. Hij vertelde Keith niet dat hij ook een solocontract had getekend. Jagger dacht namelijk dat hij met een solocarrière meer kon verdienen. Keith werd hier boos over en ging ook aan andere projecten werken. Zo speelde hij samen met Chuck Berry en Aretha Franklin. Op de uitnodiging voor Live Aid reageerden de Stones niet eens, maar toen Jagger, wiens albums She's the Boss en Primitive Cool sterk tegenvielen, een spectaculair optreden regelde op Live Aid met Tina Turner en Hall & Oates, traden Keith en Ronnie daar ook op, met Bob Dylan.

De Stones kwamen weer bij elkaar voor het album Dirty Work (1986), maar Jagger en Richards hadden nog steeds ruzie en schreven de meeste nummers afzonderlijk. Het album bevatte de hit (cover) Harlem Shuffle. Ook One Hit (to the body) werd een kleine hit.

Bill Wyman was het ondertussen zat bij de Stones en besloot te vertrekken. Hoewel hij dit besluit al in 1988 had genomen, kondigde hij uiteindelijk pas in januari 1993 zijn vertrek aan.[17] Het laatste studioalbum waarop hij meespeelde is Steel Wheels (1989), met de hit Mixed Emotions, die in Amerika op nummer 5 belandde. Vooral de twee tournees na dit album, de Steel Wheels Tour (1989-1990) en de Urban Jungle Tour (1991), waren succesvol en vernieuwend (zogenaamde arenaconcerten). Bill Wyman werd vervangen door Darryl Jones, die echter geen officieel lid van de Stones is.

1990 tot 2019Bewerken

Met Darryl Jones werd een nieuw album opgenomen, Voodoo Lounge. Het werd een succes, met de hits Love is Strong en You got me Rocking. Ook de opvolger Bridges to Babylon (1997) werd een succes. Anybody seen my Baby werd eindelijk weer eens echt een grote hit. Ook Flip the Switch, Saint of Me en Out of Control waren succesvol.

In 2002 werd er een compilatiealbum uitgebracht genaamd Forty Licks. Het bevat de meeste hits van de Stones en er staan ook nog een aantal nieuwe nummers op. Don't Stop werd een hit. Ook hierop volgde een succesvolle tournee, de Licks Tour 2002, die de Stones onder andere door Nederland voerde.

In 2006 werd er een nieuw studioalbum uitgebracht: A Bigger Bang. De bijbehorende tournee was de langste (2005-2007) en lucratiefste van de Stones ooit. Ze reisden door Europa, Azië en de Verenigde Staten. In 2006 werd er ook nog een gratis concert op het strand van Copacabana in Rio de Janeiro gegeven, waarbij naar schatting tussen de anderhalf en twee miljoen toeschouwers aanwezig waren.

 
The Rolling Stones live met Amy Winehouse in 2007

In 2008 brachten de Stones in samenwerking met Martin Scorsese een bioscoopfilm uit, Shine a Light. Deze film bevat een concert uit 2006 met gastoptredens van Buddy Guy, Jack White (van The White Stripes) en Christina Aguilera, en enkele oude interviews.

Begin 2008 kwam er een eind aan het zestienjarige platencontract dat de Stones hadden met EMI en Virgin. Zij sloten een nieuw contract met Universal met op 1 april 2008 als eerste uitgave de soundtrack van Shine a Light.

In mei, juni en juli 2009 verschenen heruitgaven van alle studioalbums vanaf 1971 tot en met 2005, op een label van Universal Music, Polydor. Ook werd er voor de fans een boxset ontworpen waarin alle 14 cd's bewaard kunnen worden. Het album Exile On Main Street uit 1972 verscheen in 2010 opnieuw in verschillende versies en werd tevens aangevuld met tien niet eerder uitgebrachte nummers uit die periode. Het album stond voor het eerst sinds 38 jaar weer op nummer 1 in verschillende albumlijsten over de hele wereld. Een van de "nieuwe" nummers van Exile is Plundered My Soul.

Vanaf begin 2009 speculeerden fans en media er weer wild op los en werd beweerd dat de Stones eind 2011 weer op tournee zouden gaan met een nieuw studioalbum. In januari 2010 werden de geruchten officieel ontkracht.[18] Op 2 september 2009 doken er op een Australische muzieksite geruchten op over het vertrek van Charlie Watts uit de band. Ook deze geruchten werden door de band ontkend.

Op 25 juli 2010 (de dag voor de 67e verjaardag van Mick Jagger) stonden er in The Sun opnieuw geruchten dat de band zou hebben aangekondigd in 2012 te stoppen, 50 jaar na de oprichting. De geruchten werden wereldwijd overgenomen. Volgens "bronnen" zou deze beslissing zijn genomen omdat de Stones beseften dat ze een dagje ouder werden. Bovendien zouden ze een punt achter hun carrière willen zetten "op hun hoogtepunt". De band zou nog een afscheidstournee geven.[19] Officieel heeft de band niet gereageerd, maar in een interview in De Volkskrant van 24 september 2010 ontkende Ron Wood het gerucht. Hij betwijfelde zelfs of de bandleden weleens zouden stoppen.[20]

In het vroege voorjaar van 2011 leverden de Stones een bijdrage aan het album Boogie4Stu van pianist Ben Waters, dat een hommage aan Ian Stewart is. Ze namen samen met Bill Wyman en nog enkele andere musici, zij het op verschillende locaties (Engeland, de VS en Frankrijk), een cover van Bob Dylans Watching the River Flow op. Het album kwam medio april 2011 uit. Eind 2011 werd het succesalbum Some Girls uit 1978 opnieuw uitgebracht, aangevuld met twaalf niet eerder uitgebrachte nummers uit diezelfde periode. No Spare Parts werd geselecteerd als single. Vrijwel gelijktijdig verscheen een dvd met een uniek optreden uit 1978 van de band in het Amerikaanse Ft. Worth TX. Op de dvd staan ook in 2011 opgenomen interviews met Mick Jagger en Bill Wyman.

In 2016 brachten de Stones het album Blue & Lonesome uit, met covers van oudere bluesnummers.[21]

Op 30 september 2017 stonden de Stones met hun No Filter Tour in de Amsterdam Arena en op 15 oktober stonden ze in het Arnhemse GelreDome.

2020 tot hedenBewerken

The Rolling Stones brachten op 23 april 2020 de single Living in a Ghost Town uit via het Duits-Britse platenlabel Polydor. Deze single stond in het teken van de coronacrisis die de hele wereld dat jaar trof, en waardoor vooral tussen maart en mei veel steden uitgestorven waren en dus letterlijk in spooksteden veranderden. In de clip van het nummer is dit duidelijk te zien.

'The Rolling Stones – Unzipped' was de eerste internationale tentoonstelling ooit over de band. Na Londen, de Verenigde Staten en Azië ging de tentoonstelling op 19 november 2020 in het Groninger Museum in een vernieuwde vorm in Europa van start. Mick Jagger opende deze Europese start online (i.v.m. Covid-19) en de bandleden waren zelf nauw betrokken bij de expositie, waar meer dan 400 originele voorwerpen te zien waren.

Op 24 augustus 2021 overleed Watts op 80-jarige leeftijd in een Londens ziekenhuis.[22]

Op 13 juni 2022 zouden de Stones een optreden in de Johan Cruijff ArenA geven. Dit optreden werd op het laatste moment afgelast en vervolgens naar 7 juli 2022 verplaatst, omdat Mick Jagger positief testte op Covid-19.

HommagesBewerken

Er zijn enkele musea aan de band gewijd, zoals het Stones Fan Museum in het Duitse Lüchow en The Rolling Stones Museum in het Sloveense Portorož. In Lüchow bevindt zich ook een wandschildering over The Rolling Stones.

Een familie van uitgestorven steenvliegen is vernoemd naar de The Rolling Stones. De wetenschappelijke naam van de familie Petroperlidae is afgeleid van de Latijnse woorden 'petra,' dat steen betekent en 'perla', dat verwijst naar het geslacht Perla. Bioloog Arnold H Staniczek, een van de ontdekkers van de steenvliegen, is niet alleen fan van de band, steenvliegen zijn een van de oudste groepen van insecten net zoals de Stones een van de langst bestaande rockbands zijn.[23] De namen van de leden van de band zijn vereeuwigd in de soortaanduidingen;

BezettingBewerken

BandledenBewerken

Voormalige bandleden

Chronologische bezetting in tijdvakkenBewerken

1962 1963-1969 1969-1974 1974-1993 1993-2021 2021-heden
  • Mick Jagger – zang
  • Keith Richards – leadgitaar, achtergrondzang
  • Brian Jones - slaggitaar, achtergrondzang
  • Bill Wyman – basgitaar, achtergrondzang
  • Charlie Watts - drums
  • Mick Jagger – zang
  • Keith Richards – leadgitaar, achtergrondzang
  • Mick Taylor - slaggitaar, achtergrondzang
  • Bill Wyman – basgitaar, achtergrondzang
  • Charlie Watts - drums
  • Mick Jagger – zang
  • Keith Richards – leadgitaar, achtergrondzang
  • Ron Wood - slaggitaar, achtergrondzang
  • Bill Wyman – basgitaar, achtergrondzang
  • Charlie Watts - drums
  • Mick Jagger – zang
  • Keith Richards – leadgitaar, achtergrondzang
  • Ron Wood - slaggitaar, achtergrondzang
  • Charlie Watts - drums
  • Mick Jagger – zang
  • Keith Richards – leadgitaar, achtergrondzang
  • Ron Wood - slaggitaar, achtergrondzang

Bandleden tijdens toursBewerken

Tegenwoordig
Voormalige bandleden tijdens tours
 
Sheryl Crow met Mick Jagger (2003)

TourneesBewerken

  • 2022: SIXTY Tour
  • 2017/2018/2019/2021: No Filter Tour
  • 2016: Desert Trip (mini tour)
  • 2016: América Latina Olé Tour
  • 2015: ZIP Code Tour
  • 2014: 14 On Fire Tour
  • 2012/2013: 50 And Counting Tour
  • 2005/2006/2007: A Bigger Bang Tour
  • 2002/2003: Licks Tour
  • 1999: No Security Tour
  • 1997/1998: Bridges to Babylon Tour
  • 1994/1995: Voodoo Lounge Tour
  • 1990: Urban Jungle Tour
  • 1989: Steel Wheels Tour
  • 1982: European Tour 1982
  • 1981: American Tour 1981
  • 1978: US Tour 1978
  • 1976: Tour of Europe '76
  • 1975: Tour of Americas '75
  • 1973: European Tour 1973
  • 1973: Pacific Tour
  • 1972: STP Tour/American Tour 1972
  • 1971: The Goodbye Britain Tour/UK Tour 1971
  • 1970: European Tour 1970
  • 1969: American Tour 1969
  • 1967: European Tour
  • 1966: World Tour 1966
  • Voor 1966 hebben de Stones diverse kleinere tournees gedaan.

Gedurende 1963 en 1964 werden diverse intensieve Britse tournees afgewerkt. In 1964 gingen de Stones tweemaal naar de VS en deden ook verschillende optredens op het Europese vasteland. Het eerste concert daar was het legendarische optreden op 8 augustus 1964 in het Kurhaus in Scheveningen. In 1965 werden naast het Verenigd Koninkrijk, de VS en diverse Europese landen ook een aantal Aziatische landen aangedaan.

DiscografieBewerken

  Zie Discografie van The Rolling Stones voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nummer 1-albumsBewerken

In de Nederlandse Album Top 100 hadden The Rolling Stones de volgende nummer 1-albums, vijftien in totaal:

Nummer 1-singles in NederlandBewerken

In de Nederlandse Top 40 hadden The Rolling Stones de volgende nummer 1-hits, vijf in totaal, waarvan Paint It Black zowel in 1966 als in 1990 op de eerste plek stond:

In de Single Top 100/Mega Top 30[24] en voorgangers stonden de Rolling Stones met de volgende 9 liedjes op nr.1:

BeeldmateriaalBewerken

Optredens van de Rolling Stones in NederlandBewerken

Leden:
Ex-leden:
Management:
Verwante musici:
Studioalbums:
Livealbums:
Compilatiealbums:
Films:
Gerelateerd: