Hoofdmenu openen

De Bijzondere financieringswet of Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bepaalt hoe de Belgische deelstaten inkomen verwerven om hun bevoegdheden te kunnen uitoefenen.

Inhoud

Financiering van de GemeenschappenBewerken

De Gemeenschappen worden gefinancierd door:

niet-fiscale ontvangstenBewerken

De Gemeenschappen kunnen bijvoorbeeld schenkingen & legaten in ontvangst nemen.

toegewezen gedeelte van de belastingenBewerken

Een deel van de opbrengst van de personenbelasting en btw wordt door de federale overheid herverdeeld over de Gemeenschappen. Deze worden gedeelde belastingen genoemd. Het aandeel dat terugvloeit naar de Gemeenschappen wordt berekend aan de hand van een vrij complex mechanisme dat het resultaat is van een moeilijk communautair compromis.

dotatie ter compensatie van het kijk- en luistergeld.Bewerken

Dit was voorheen de enige Gemeenschapsbelasting maar werd later een Gewestbevoegdheid. Om de gederfde inkomsten te compenseren werd daarom een dotatie gegeven aan de Gemeenschappen.

leningenBewerken

De deelstaten kunnen leningen aangaan. Weliswaar moet de federale minister van Financiën goedkeuring geven aangezien België als lidstaat van de EU verplicht is de staatsschuld terug te brengen binnen de grenzen van de Maastrichtnormen.

De Duitstalige gemeenschap wordt wegens zijn kleine schaal enkel gefinancierd door een dotatie van de federale overheid.

Financiering van de GewestenBewerken

De Gewesten worden gefinancierd door:

niet-fiscale ontvangstenBewerken

De Gewesten kunnen bijvoorbeeld schenkingen & legaten in ontvangst nemen.

fiscale ontvangstenBewerken

De Gewesten kunnen zelf volgende belastingen heffen:

  1. de belasting op de spelen en weddenschappen;
  2. de belasting op de automatische ontspanningstoestellen;
  3. de openingsbelasting op de slijterijen van gegiste dranken;
  4. het successierecht;
  5. de onroerende voorheffing;
  6. het registratierecht op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen ;
  7. het registratierecht op: a) de vestiging van een hypotheek; b) de gedeeltelijke of gehele verdelingen van onroerende goederen;
  8. het registratierecht op de schenkingen;
  9. het kijk- en luistergeld;
  10. de verkeersbelasting op de autovoertuigen;
  11. de belasting op de inverkeerstelling;
  12. het eurovignet

De Gewesten zijn bevoegd om de aanslagvoet, heffingsgrondslag en vrijstelling van deze belastingen zelf te wijzigen voor zover zij worden gelokaliseerd op hun grondgebied.

toegewezen gedeelte van de belastingenBewerken

De Gewesten mogen opcentiemen en afcentiemen heffen op de personenbelasting, evenals belastingsvermeerderingen of -verminderingen voor zover deze verband houden met hun bevoegdheden. De personenbelasting wordt daarom ook een samengevoegde belasting genoemd.

Om fiscale concurrentie tussen de Gewesten te vermijden werd een plafond ingevoerd. De hoger vermelde maatregelen mogen daarom samen niet meer bedragen dan 6,75% van de opbrengst van de personenbelasting in dat Gewest.

Een deel van de opbrengst van de personenbelasting wordt door de federale overheid herverdeeld over de Gewesten. Het aandeel dat terugvloeit naar de Gewesten wordt berekend aan de hand van een vrij complex mechanisme dat het resultaat is van een moeilijk communautair compromis.

leningenBewerken

De deelstaten kunnen leningen aangaan. Weliswaar moet de federale minister van Financiën goedkeuring geven aangezien België als lidstaat van de EU verplicht is de staatsschuld terug te brengen binnen de grenzen van de Maastrichtnormen.

Externe linksBewerken

Nationaal recht

Rechtsbronnen:Belgische Grondwet · verdrag · bijzondere wet · wet, decreet, ordonnantie · rechtspraak · rechtsleer · gewoonterecht · algemene rechtsbeginselen · billijkheid
Publiekrecht:staatsrecht · strafrecht · gerechtelijk recht · bestuursrecht · fiscaal recht · sociale zekerheidsrecht
Privaatrecht:burgerlijk recht · arbeidsrecht · economisch recht · insolventierecht · vennootschapsrecht
Rechtbanken:Hof van Cassatie · Grondwettelijk Hof · Raad van State
hof van beroep (5) (Marktenhof) · arbeidshof (5) · arbeidsrechtbank (9) · ondernemingsrechtbank (9) · hof van assisen (11) · arrondissementsrechtbank (12) · rechtbank van eerste aanleg (12) (burgerlijke rechtbank, correctionele rechtbank, strafuitvoeringsrechtbank, raadkamer, onderzoeksrechter, beslagrechter, familierechtbank, jeugdrechtbank) · politierechtbank (15) · vredegerecht (187)
Brussels International Business Court
Territoriale indeling:gerechtelijk gebied · gerechtelijk arrondissement · gerechtelijk kanton
Juridische actoren:advocaat · assessor · benadeelde persoon · burgerlijke partij · gerechtsdeurwaarder · griffier · Ministerie van Justitie · notaris · Openbaar Ministerie (ook parket) · pleitbezorger · rechter · referendaris · stafhouder

Primair recht:VEU · VWEU · Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Secundair recht:verordeningen · richtlijnen · besluiten · aanbevelingen · adviezen
Rechtbanken:Gerecht · Hof van Justitie van de Europese Unie · Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie
Verdragen:Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Rechtbanken:Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Rechtsbronnen:verdrag · rechtspraak · rechtsleer · gewoonterecht · algemene rechtsbeginselen
Rechtstakken:internationaal publiekrecht · internationaal privaatrecht
Rechtbanken:Benelux-Gerechtshof · Internationaal Gerechtshof · Internationaal Strafhof