Hoofdmenu openen
La réunion chez le notaire, schilderij van de Belgische schilder Frans Meerts.
Een notaris rond 1830.

Beluister

(info)

Een notaris is een jurist en openbaar ambtenaar, benoemd door de koning van het land in kwestie, die bevoegd is om authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet aan hem of haar die bevoegdheid toekent en een partij dit van hem verlangt. Het beroep van notaris bestaat in landen met een continentaal rechtsstelsel en gaat terug tot het Byzantijnse Rijk in de late middeleeuwen.

Inhoud

NederlandBewerken

Notarissen zijn lid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en staan onder tuchtrechtelijk toezicht van de Kamer van Toezicht en onder financieel toezicht van het Bureau Financieel Toezicht.

WerkterreinenBewerken

De wet heeft de notaris de bevoegdheid gegeven authentieke akten op te maken, met name op het gebied van:

Daarnaast kunnen partijen de notaris ook vragen om andere akten voor hen in notariële vorm op te maken. Het gaat daarbij om akten die partijen anders als onderhandse akten zouden opmaken (meestal diverse soorten overeenkomsten).

De plaats van de notaris in de maatschappijBewerken

De wet schrijft de tussenkomst van de notaris bij het opmaken van een akte voor, als de notariële vorm vereist is voor de geldigheid van die akte. Dit vloeit voort uit de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden dient te verrichten en de waarborgen die de notaris daarbij biedt. Het gaat hierbij met name om:

  • de adviserende taak en specifieke kennis van de notaris
  • de onafhankelijkheid waarin de notaris zijn functie kan vervullen (vergelijk met de rechterlijke macht)
  • de onpartijdigheid van de notaris
  • de verplichting van de notaris om partijen gedegen voor te lichten over de gevolgen van de door hen te verrichten rechtshandelingen, ook wel 'Belehrungspflicht' geheten. Dit is benadrukt door de Hoge Raad in het arrest "Groningse Huwelijkse Voorwaarden (NJ 1989, 766) waarin de Hoge Raad oordeelde "De functie van de notaris in het rechtsverkeer brengt mee dat hij beroepshalve is gehouden naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht."
  • de verplichtingen van de notaris omtrent de wijze van opstellen, registreren en bewaren van de akten.

De notariële akte is vooral bedoeld om een grote rechtszekerheid te hebben. In het bewijsrecht heeft de notariële akte dan ook een aanzienlijk sterkere positie dan een niet-notariële akte (een onderhandse akte).

Ook in gevallen waarin de wet niet de tussenkomst van de notaris verplicht, kan het nuttig zijn om een notaris in te schakelen. Indien twee partijen een overeenkomst hebben bereikt, bijvoorbeeld over de betaling van een geldsom, dan kan deze overeenkomst notarieel worden vastgelegd. Het grote voordeel hiervan is de executoriale kracht van de notariële akte. Komt één van beide partijen de overeenkomst niet na, dan kan de andere partij direct (executoriaal) beslag leggen op de goederen van de partij die in gebreke blijft en hoeft dus niet eerst een procedure op te starten bij de rechter.

Ambtenaar en ondernemerBewerken

Volgens de wet is de notaris zowel openbaar ambtenaar als ondernemer. Enerzijds dient de notaris te handelen in het publieke belang. Dit uit zich onder andere in de verplichting van de notaris om op verzoek van partijen een akte op te maken (de zogeheten ministerieplicht). Anders gezegd: als een cliënt van de notaris verlangt dat hij voor hem een testament opstelt dan is de notaris gehouden om aan dat verzoek gehoor te geven aangezien hij niet zonder reden mag weigeren.

Anderzijds is de notaris als ondernemer verplicht de commerciële belangen van zijn kantoor in de gaten te houden. De notaris is dan wel openbaar ambtenaar met een publieke taak, maar hij ontvangt geen bezoldiging van overheidswege. De notaris dient zelf te zorgen voor zijn inkomsten die hij ontvangt doordat hij de cliënten een honorarium (een 'tarief') in rekening brengt. Anders dan voorheen het geval was, is de hoogte van het honorarium van de notaris sinds begin van deze eeuw 'vrij'. De notaris mag derhalve zelf de hoogte van zijn honoraria vaststellen. De overheid heeft de tarieven in de familiepraktijk wel gemaximeerd voor personen die minder draagkrachtig zijn. Zodoende is de toegang tot het notariaat voor "minder bedeelden" gegarandeerd.

Voor de notaris levert het tegelijk zijn van én openbare ambtenaar én ondernemer regelmatig ingewikkelde situaties op.

PartijnotarisBewerken

Steeds meer komt het fenomeen op van de partijnotaris, dat wil zeggen een notaris, die de belangen van vooral een van de contractspartijen behartigt. De notaris treedt dan niet als onafhankelijke notaris op. Van belang is dat partijen zich dat terdege realiseren. De notaris zou dat aan de wederpartij duidelijk bekend moeten maken, zodat die wederpartij een eigen notaris kan inschakelen, die hij dan zelf betaalt.

OpleidingBewerken

De universitaire opleiding van de studie notarieel recht duurt vier jaar. Aan vijf universiteiten is het mogelijk notarieel recht te studeren. Broederschap der Notariële Studenten (ook wel: BNS) is het overkoepelend orgaan van de verschillende notariële studieverenigingen. Om tot notaris benoemd te kunnen worden moet een kandidaat-notaris een drie jaar durende post-doctorale opleiding hebben afgerond en minimaal 6 jaar werkervaring in het notariaat hebben.

EthiekBewerken

De vraag in hoeverre een notaris zich in zijn ambt kan en mag laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen, heeft zich tot op heden niet voorgedaan zoals in België, maar gesteld kan worden dat daar hetzelfde resultaat zou worden behaald.

BelgiëBewerken

Volgens artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt (Ventôsewet, Wet Notarisambt)[1] zijn notarissen openbare ambtenaren, aangesteld om

  • alle akten en contracten te verlijden waaraan partijen de authenticiteit van overheidsakten moeten of willen doen verlenen;
  • de dagtekening ervan te verzekeren;
  • ze in bewaring te houden;
  • en er grossen en uitgiften van af te geven.

Onder voorbehoud van de rechten der openbare overheid zijn alleen zij bevoegd om onroerende goederen, renten en hypothecaire schuldvorderingen openbaar te verkopen. De toewijzing mag niet dan aan de hoogst- en laatstbiedende geschieden. Hoewel de notaris dus een openbaar ambt vervult, is hij tevens een commerciële speler. Hoe meer cliënten hij heeft, hoe meer hij verdient. Deze dubbelzinnigheid vormt de reden waarom veel politici pleiten voor een afschaffing van het beroep.

Een notaris is verplicht zijn dienst te verlenen wanneer hij daartoe wordt verzocht (art. 3 Ventôsewet).

OpleidingBewerken

Men wordt notaris na vijf jaar rechtenstudie aan een universiteit, gevolgd door een bijkomend jaar meester in het notariaat. Om het beroep echt uit te kunnen oefenen volgt nog een stage van drie jaar en een vergelijkend examen met numerus clausus. Tijdens deze drie jaar is men kandidaat-notaris en pas na die drie jaar volgt het vergelijkend examen.

EthiekBewerken

Mede doordat een notaris openbaar ambtenaar is en een monopolie bezit op het verrichten van een aantal rechtshandelingen, dient zich ook de vraag aan in hoeverre een notaris zich in zijn ambt kan en mag laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen, of door commerciële overwegingen. Anders gezegd stelt zich de vraag of een notaris zijn ambt en medewerking mag weigeren als het gevraagde niet strookt met bijvoorbeeld zijn religieuze overtuigingen.

Deze situatie deed zich in oktober 2005 voor toen twee mannen in het kader van hun voorgenomen burgerlijk huwelijk naar Belgisch recht zich aandienden bij een Antwerpse notaris voor zijn medewerking bij het opstellen en verlijden van een huwelijkscontract. De betreffende notaris weigerde behulpzaam te zijn bij het opstellen van een huwelijkscontract omdat hij op grond van zijn morele normen niet mee kon werken aan het tot stand komen van een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht. Met behulp van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding gevoerde tuchtprocedure, werd in het voorjaar 2006 zowel door de provinciale Antwerpse Kamer van notarissen als door de nationale kamer van Notarissen uitdrukkelijk bepaald dat een notaris zich niet kan laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen om zijn ambt te weigeren. De betreffende notaris werd dan ook berispt. Voor zover het om ambtsweigering gaat kan de Belgische notaris zich alleen maar beroepen op artikel 3 in de deontologische code voor het notariaat, goedgekeurd bij KB van 21 september 2005 (Belgisch Staatsblad 3 november 2005).

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken