Openbaar Ministerie (België)

Belgische overheidsorganizatie

Het Openbaar Ministerie of parket maakt geen ( maar dit is een wikipedia-dwaling zie *1 en *2 ) deel uit van de rechterlijke macht noch van de uitvoerende macht, hoewel het functies uitoefent die in beide staatsmachten in te delen zijn. Traditioneel is het Openbaar Ministerie de hoogste hoeder van de openbare orde.

Parket van den procureur des Konings

*1: die foute hersenkronkel is gekend en het is geen gemakkelijke opdracht om een juistere eenvoudige beschrijving te geven wat het Openbaar Ministerie zoal doet en niet doet. Het is een enerzijds en anderzijds verhaal. Soms ontvangt het Openbaar Ministerie (OM) zelfs taken vanwege de Uitvoerende Macht waarbij het OM verplicht een bevelschrift of een voorschrift van de Regering moet overmaken aan de hoogste zetelende rechters van het land. Zie hiervoor artikel 441 van het Wetboek Strafvordering of artikel 1088 van het Gerechtelijk Wetboek. In het TRIAS POLITICA PACT, geschreven door het Volk, staat dus geschreven dat de Uitvoerende Macht het recht en de plicht heeft om een vernomen beslissing van een rechter of een magistraat of een tuchtoverheid van de advocatuur aan te geven als ze meent dat die "strijdig is met de wet". Een beslissing "strijdig met de wet", genomen in het ambt, betekent dat het ambt de scheiding der machten heeft geschonden door in het ambt zelf hogere wetgevende macht te willen zijn en met de eigen verzonnen hersenkronkel de echte wet daadwerkelijk 180 graden tegenspreekt. De scheiding der machten kan ook geschonden worden door op de hoogte zijn en expliciet niets te te doen waar bij wet van openbare orde "NIETS DOEN" onmogelijk is. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de handhaving van de orde in de hoven en in de rechtbanken en dit onder het gezag van de minister van Justitie zie artikel 399 van het Gerechtelijk Wetboek. Een voorbeeld van strafbaar niets doen is een volgende waar gebeurd feit : bij wet kon het niet dat de sinds 2017 tot gevangenisstraf veroordeelde Steve BAKELMANS in het jaar 2019 nog steeds vrij rond liep in België. Deze had een verleden van het plegen van meer dan één zeer geweldadige verkrachting. De Procureur-Generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen had echter sinds 2018 stilzwijgend toegelaten dat er twee Kamers aan dat Hof in 2018 buiten werking werden gezet door de Eerste Voorzitter-Raadsheer van dat Hof bij gebrek aan personeel. Het was dus wegens een tekort aan Raadsheren ( lees rechters ). Hierdoor kwamen meer dan 70 dossiers in de vergeetput of in gerechtelijke amnesie-put terecht: die dossiers bestonden maar niemand behandelde ze verder. Men was het bestaan van die dossiers vergeten. De vrij rondlopende Steve BAKELMANS vermoordde aldus op zaterdag 4 mei 2019 de studente Julie VAN ESPEN omdat die zich verweerde tegen haar verkrachting. De veroordeelde maar nog steeds vrij rondlopende Steve BAKELMANS had zich die zaterdagavond opgesteld aan een eenzaam fietspad aan het Albertkanaal te Antwerpen en zou om het even welk meisje of vrouw hebben overmand en en aangerand. Zijn willekeurig eerste gekozen slachtoffer overmande hij en die bood weerwerk en werd door hem vermoord. Het OM is niet schuldig aan die moord maar wel schuldig aan strafbare nalatigheid en ze collaboreerde met de zetelende Eerste Voorzitter aan dat Hof door "niets te doen". Het OM pleegde dus mede rechtsweigering. Toen de Eerste Voorzitter aan dat Hof op pensioen ging in 2019 heeft zijn opvolger onmiddellijk die twee gesloten Kamers weer geopend en functioneel gemaakt maar die actie kwam te laat om Steve BAKELMANS tijdig achter de tralies te krijgen. De Assisenzaak tegen Steve BAKELMANS wegens de moord op Julie VAN ESPEN is bij het schrijven van deze tekst op 5 december 2021 bijna van start gegaan. Het eigenlijke proces start op maandag 13 december 2021, zie https://atv.be/nieuws/getuigenlijst-wordt-samengesteld-voor-proces-tegen-steve-bakelmans-128879

en zie ook https://en.wikipedia.org/wiki/Murder_of_Julie_Van_Espen

Deze tekst hier is van fundamenteel belang want het is een falsificatie-bewijs waarbij "NIETS DOEN", gepleegd door het OM, gelijk staat met collaboratie aan "RECHTSWEIGERING" reeds eerst gepleegd door de zetel van dat Hof. Het "niets doen" van het OM was absoluut ook een handeling die strijdig was met de wet. Bij wetten van openbare orde en algemeen welzijn kan de Rechterlijke Macht niet ophouden te werken bij gebrek aan personeel. In het TRIAS POLITICA PACT staat nergens geschreven dat het artikel 5 van het gerechtelijk wetboek niet van kracht is als een Eerste Voorzitter van een Belgisch Hof van Beroep van mening is dat die te weinig personeel heeft. Dan moet het OM ( art. 140 GerW ) en de ingelichte Minister van Justitie ( art.399 GerW ) onmiddellijk ingrijpen en de uitschakeling van het artikel 5 van het gerechtelijk wetboek gepleegd "door rechters in hun ambt" ongedaan maken.

*2: Het Openbaar Ministerie of parket maakt wel degelijk deel uit van de rechterlijke macht en is er een orgaan van, en dat is heel simpel te bewijzen met de benaming van het Gerechtelijk Wetboek, boek I: "Organen van de rechterlijke macht". Daaronder vindt men Titel II: "Openbaar Ministerie". Hiermee werd een falsificatie-redenering losgelaten op de foute eerste zin.Tevens geeft het Openbaar Ministerie onderzoeksopdrachten aan onderzoeksrechters en heeft zij de leiding van het onderzoek.


De juistere beschrijving van het Openbaar Ministerie is :

Het Openbaar Ministerie of parket is een orgaan dat deel uit maakt van de rechterlijke macht.

- ze ijvert voor de naleving van de wet en doet onderzoeken daar waar dat nodig is en vervolgt daar waar dat nodig is

- ze ijvert dat bewijzen van overtredingen, wanbedrijven en misdaden in de rechtbanken en hoven naar best vermogen worden aangebracht in gaande zijnde rechtsgedingen daar waar de wet dat vereist en ook daar waar ze dat zelf nodig acht. Het kan dat de wet haar aanwezigheid niet vereist zoals in een burgerlijk geding. Maar als het Openbaar Ministerie te weten is gekomen dat een procesvoerende partij werkt met een attest of een akte van een notaris waarin valsheid in geschrifte werd gepleegd door een notaris dan is het haar plicht aanwezig te willen zijn in het belang van de openbare orde en aan de zetelende rechters het bewijs te overhandigen.

- ze waakt over de handhaving van de orde in rechtbanken en hoven onder het gezag van de Minister van Justitie

TaakomschrijvingBewerken

Het O.M., ook wel het parket genoemd, treedt in de rechtspraktijk op in naam van de Natie als vervolgende partij of als behoeder van de Wet in burgerlijke zaken. Enkele veelgebruikte termen voor Openbaar Ministerie zijn: parketmagistraat, substituut, (staande) magistratuur, procureur des Konings.

Taken zoals omschreven door de Wet Franchimont van 12 maart 1998[1]:

  • In strafzaken heeft het de leiding van het onderzoek en beslist over het al dan niet instellen van de strafvordering.
  • Het is verantwoordelijk voor de bewijsvoering en het zorgt voor de tenuitvoerlegging van het vonnis wanneer de rechter uitspraak heeft gedaan.
  • Het Openbaar Ministerie is ook verantwoordelijk voor de buitengerechtelijke afhandeling (minnelijke schikking, bemiddeling).

De bevoegdheden van het Openbaar Ministerie worden beschreven in de artikels 137 tot en met 156 van het Gerechtelijk Wetboek.

Behalve in strafzaken, treedt het Openbaar Ministerie ook op in burgerlijke en handelszaken en zaken voor de arbeidsgerechten wanneer de wet het voorschrijft of haar optreden wordt gevorderd.

StatuutBewerken

Leden van het Openbaar Ministerie worden door de Koning benoemd én afgezet.

De korpsoversten van het parket (procureur des Konings, procureur-generaal) worden in hun functie aangewezen volgens een mandatensysteem: zij worden slechts voor beperkte duur aangewezen.

Er is hiërarchische verantwoordingsplicht voor de parketmagistraten, maar dit is beperkt tot de schriftelijke bevelen van de overste. Dit is vooral het geval tijdens het vooronderzoek, waar alles schriftelijk dient te gebeuren, maar tijdens de terechtzitting kan er vrij worden gevorderd.

Het Openbaar Ministerie is één en ondeelbaar. De magistraten treden op in naam van hun ambt, en niet in eigen naam. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de volgende zin die dikwijls gebruikt wordt bij het uitspreken van de strafvordering: "Mijn ambt vordert ..."

SamenstellingBewerken

Het Openbaar Ministerie is samengesteld uit:

  • de (lokale) parketten van de procureur des Konings
Op het niveau van de arrondissementen is het Openbaar Ministerie georganiseerd in parketten.
Aan het hoofd staat de procureur des Konings, bijgestaan door zijn substituten. Ze treden op als Openbaar Ministerie bij de rechtbank van eerste aanleg, de politierechtbank en de ondernemingsrechtbank.
  • de parketten-generaal (bij de hoven van beroep)
Bij elk hof van beroep is er een procureur-generaal, die wordt bijgestaan door advocaten-generaal en substituten procureur-generaal
De vijf procureurs-generaal vormen samen het College van Procureurs-generaal, dat het beleid uitstippelt. Dit college wordt geadviseerd door de Raad van procureurs des Konings en de raad van arbeidsauditeurs. De politiek verantwoordelijke is de Minister van Justitie.
  • parket-generaal bij het Hof van Cassatie
Bij het Hof van Cassatie is eveneens een parket ingericht, onder leiding van een procureur-generaal bij het Hof van Cassatie.
Sinds 1 mei 2002 bestaat er een federale procureur, bijgestaan door federale magistraten
Het statuut van de federale procureur "zweeft" ergens tussen het statuut van de procureur-generaal en dat van de procureur des Konings
Het onderdeel van het openbaar ministerie bij de arbeidsrechtbank
  • de auditoraten-generaal
De parketten ingericht bij de arbeidshoven.

De procureurs-generaal komen wekelijks in Brussel bijeen voor een zitting van het College van procureurs-generaal, dat bijgewoond wordt door een afvaardiging van de Raad van procureurs des Konings en de Raad van arbeidsauditeurs. De organisatie berust bij de steundienst van het Openbaar Ministerie, onder leiding van Cedric Visart de Bocarmé, directeur van de Steundienst.

Procedure in strafzakenBewerken

InstroomBewerken

De criminele feiten dienen bij het Openbaar Ministerie te worden aangemeld. Meestal gebeurt dit door een verbalisant, maar dit kan eveneens rechtstreeks door middel van een klacht door een burger gebeuren. Deze feiten worden dan ofwel zelf nader opgespoord en behandeld middels een vooronderzoek ofwel middels een gerechtelijk onderzoek door een onderzoeksrechter.

VerbalisantBewerken

De verbalisant is de overheid die bevoegd en belast is inbreuken op te sporen en vast te stellen. In de eerste plaats gaat het hier om de politiediensten. Daarnaast zijn er nog tal van verbalisanten, die meestal onder de vorm van inspectie- of controlediensten georganiseerd zijn, belast met het toezicht op welbepaalde wetgevingen.

OpsporingsonderzoekBewerken

Het opsporingsonderzoek is het geheel van handelingen die ertoe strekken de misdrijven, daden en bewijzen op te sporen en de gegevens te verzamelen die bruikbaar zijn voor de uitoefening van de strafvordering. Het opsporingsonderzoek wordt geleid door een procureur/arbeidsauditeur. Nadien kan deze de verdachte rechtstreeks voor de strafrechter brengen.

Het Openbaar Ministerie kan verschillende beslissingen hierbij nemen. Dat betekent hetzij:

SeponerenBewerken

Seponeren houdt in dat het Openbaar Ministerie geen daadwerkelijke vervolging voor de strafrechter instelt. Dit kan meerdere redenen hebben:

  • de zaak is te weinig belangrijk;
  • de schuld is niet of onvoldoende bewezen;
  • de dader kan niet worden geïdentificeerd;
  • de zaak is verjaard;
  • ...

Kortom er zijn goede redenen voorhanden zodat de procureur/arbeidsauditeur het niet opportuun acht de zaak daadwerkelijk voor de strafrechter te brengen. Sinds de Wet Franchimont moet het seponeren gemotiveerd zijn. Het dossier kan binnen de verjaringstermijn bovendien nog opnieuw geopend worden nadat de verdachte een nieuw misdrijf heeft gepleegd. In sommige domeinen, zoals het sociaal recht, bestaan er administratieve geldboeten die kunnen opgelegd worden, wanneer een zaak geseponeerd wordt.

Minnelijke schikkingBewerken

De minnelijke schikking, of verval van strafvordering door betaling van een geldsom, is een voorstel om een geldsom te betalen bij kleinere misdrijven (namelijk, misdrijven waarvan het Openbaar Ministerie meent geen zwaardere straf te moeten vorderen dan 2 jaar[2]). In dat geval vervalt de strafvordering.
Bovendien moet de schade volledig vergoed zijn (uitzondering: de dader die zijn aansprakelijkheid voor de schade in een geschrift erkent en het bewijs levert van de vergoeding van het niet-betwiste deel van de schade.)
Het Openbaar Ministerie kan een voorstel tot minnelijke schikking formuleren ook wanneer de onderzoeksrechter met het onderzoek is gelast of wanneer de zaak bij de rechtbank of het hof aanhangig gemaakt is voor zover er nog geen vonnis of arrest is uitgesproken[3].

Het systeem van de minnelijke schikking wordt geregeld door artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering.

Bemiddeling in strafzakenBewerken

De bemiddeling in strafzaken is een bemiddeling tussen dader en slachtoffer over het herstel van de aangerichte schade. Dit is enkel mogelijk indien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat het feit een gevangenisstraf zou krijgen van minder dan 2 jaar.

DagvaardenBewerken

Dagvaarden betekent dat het Openbaar Ministerie de verdachte voor de rechtbank roept. Het O.M. heeft de zaak voldoende duidelijk bevonden en meent dat de verdachte als dader vervolgd en gestraft dient te worden. De dagvaarding gebeurt bij gerechtsdeurwaardersexploot met minstens de identiteit van de gedagvaarde, rechtsmacht die zal oordelen, waar en wanneer dit zal gebeuren en de kwalificatie van het misdrijf.
Er zijn drie soorten:

  • rechtstreekse dagvaarding
  • snelrecht zonder vrijheidsberoving (ook nog: oproeping bij proces-verbaal)
  • snelrecht met vrijheidsberoving (ook nog: oproeping met onmiddellijke verschijning)

Gerechtelijk onderzoek door de onderzoeksrechterBewerken

Oordeelt de procureur/arbeidsauditeur dat het gaat om ernstige strafbare feiten of verwacht hij een minder eenvoudig onderzoek, dan vordert hij een onderzoeksrechter. Er wordt dan een gerechtelijk onderzoek gevoerd. Na afronding van dit onderzoek, deelt de onderzoeksrechter het dossier aan de procureur/arbeidsauditeur mede voor eindvordering/slotvordering (cf. dagvaarding). De raadkamer beslist daarna of de verdachte verwezen wordt naar de correctionele rechtbank. De verdachte kan dan voor de strafrechter gedagvaard worden. Bij misdaden gebeurt de verwijzing naar het hof van assisen door de kamer van inbeschuldigingstelling.

Procedure in burgerlijke zakenBewerken

Sociale zekerheid en sociale bijstandBewerken

In deze zaken, die onder de bevoegdheid van de arbeidsgerechten vallen, zal het Openbaar Ministerie steeds alle bestuurlijke inlichtingen inwinnen om de rechter toe te laten met kennis van zaken over het voorliggend geschil te oordelen. Basisgedachte is dat de verzekerde/begunstigde geconfronteerd wordt met machtige instellingen. Door de tussenkomst van het Openbaar Ministerie, hier het arbeidsauditoraat zal het procesonevenwicht in de bewijsgaring hersteld worden. Tijdens de beslechting van het geschil zal het Openbaar Ministerie dan als amicus curiae de rechtbank advies geven over de volgens haar juiste toepassing van de wet. Hierbij verdedigt ze geen enkel concreet belang, ook niet het algemeen belang, maar enkel de juiste toepassing van de wet.

ArbeidsrechtBewerken

In de geschillen tussen werkgever en werknemer is de tussenkomst van het Openbaar Ministerie niet verplicht. Het kan toch op eigen initiatief of op verzoek van de rechter in deze zaken tussenkomen. Bedoeling is dan het advies te kennen over die rechtspunten die de sociale orde betreffen en die het eigenlijk geschil dus deels overtreffen.

KritiekBewerken

Het feit dat het Openbaar Ministerie taken kan vervullen van twee staatsmachten, schendt het beginsel van de scheiding der machten van Montesquieu. Om hieraan te ontsnappen, werd beslist om het Openbaar Ministerie noch aan de ene, noch aan de andere staatsmacht toe te voegen. Evenwel leidt deze onafhankelijkheid, samen met de voortdurende bevoegdheidsuitbreiding van het Openbaar Ministerie, ertoe dat er een machtige instantie wordt gecreëerd die slechts beperkt onderworpen is aan toezicht van de staatsmachten en bijna volledig naar willekeur kan fungeren. Dat staat uiteraard haaks op de scheiding der machten - een van de basisprincipes van onze staat - die dergelijke fenomenen wou vermijden.

Ook de plaats die het parket inneemt in de rechtszaal wordt bekritiseerd. De procureur zit namelijk naast de rechter, wat volgens sommigen artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schendt. In common law landen neemt de procureur plaats naast de beschuldigde.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

ReferentiesBewerken

  1. Wet 12/03/1998 - Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek.
  2. Art. 216bis, § 1, eerste lid Sv.
  3. Art. 216bis, § 2, eerste lid Sv.

Nationaal recht

Rechtsbronnen:Belgische Grondwet · verdrag · bijzondere wet · wet, decreet, ordonnantie · rechtspraak · rechtsleer · gewoonterecht · algemene rechtsbeginselen · billijkheid
Publiekrecht:staatsrecht · strafrecht · gerechtelijk recht · bestuursrecht · fiscaal recht · sociale zekerheidsrecht
Privaatrecht:burgerlijk recht · arbeidsrecht · economisch recht · insolventierecht · vennootschapsrecht
Rechtbanken:Hof van Cassatie · Grondwettelijk Hof · Raad van State
hof van beroep (5) (Marktenhof) · arbeidshof (5) · arbeidsrechtbank (9) · ondernemingsrechtbank (9) · hof van assisen (11) · arrondissementsrechtbank (12) · rechtbank van eerste aanleg (12) (burgerlijke rechtbank, correctionele rechtbank, strafuitvoeringsrechtbank, raadkamer, onderzoeksrechter, beslagrechter, familierechtbank, jeugdrechtbank) · politierechtbank (15) · vredegerecht (187)
Brussels International Business Court
Territoriale indeling:gerechtelijk gebied · gerechtelijk arrondissement · gerechtelijk kanton
Juridische actoren:advocaat · assessor · benadeelde persoon · burgerlijke partij · gerechtsdeurwaarder · griffier · Ministerie van Justitie · notaris · Openbaar Ministerie (ook parket) · pleitbezorger · rechter · referendaris · stafhouder

Primair recht:VEU · VWEU · Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Secundair recht:verordeningen · richtlijnen · besluiten · aanbevelingen · adviezen
Rechtbanken:Gerecht · Hof van Justitie van de Europese Unie · Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie
Verdragen:Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Rechtbanken:Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Rechtsbronnen:verdrag · rechtspraak · rechtsleer · gewoonterecht · algemene rechtsbeginselen
Rechtstakken:internationaal publiekrecht · internationaal privaatrecht
Rechtbanken:Benelux-Gerechtshof · Internationaal Gerechtshof · Internationaal Strafhof