Hoofdmenu openen

Benjamin Netanyahu

politicus uit Israël

Benjamin (Bibi) Netanyahu[1] (Hebreeuws: בנימין נתניהו) (Tel Aviv, 21 oktober 1949) is sinds 2009 premier van Israël en als zodanig de negende in lijn. Na vier premierschappen maakt hij zich na de parlementsverkiezingen van 2019 op om een vijfde keer premier te worden.[2] Hij is de eerste (en tot op heden de enige) premier die geboren is in Israël na de Onafhankelijkheidsverklaring van 14 mei 1948. Netanyahu is sinds 1988 als politicus actief, daarvoor diende hij bij een speciale eenheid van het leger en was vervolgens consultant en ambassadeur. Als afgestudeerd politicoloog heeft hij diverse boeken over terrorismebestrijding op zijn naam staan. Hij maakte carrière binnen de conservatief-liberale Likoed , is op economisch vlak neoliberaal en staat als uitgesproken rechts en als tegenstander van een Palestijnse staat bekend.[3]

Benjamin Netanyahu
בנימין נתניהו
Benjamin Netanyahu tijdens een bezoek aan New York in september 2012.
Benjamin Netanyahu tijdens een bezoek aan New York in september 2012.
Geboren 21 oktober 1949
Tel Aviv
Politieke partij Likoed
Partner Miriam Weizmann (voor 1981)
Fleur Cates (1981–1984)
Sara Ben-Artzi (sinds 1991)
Beroep Politicus
Diplomaat (voormalig)
Religie Joods
Handtekening Handtekening
Website https://www.netanyahu.com/
9e premier van Israël - kabinet-Netanyahu IV
Huidige functie
Aangetreden 14 mei 2015
President Reuven Rivlin
Voorganger Benjamin Netanyahu
9e premier van Israël - kabinet-Netanyahu III
Aangetreden 18 maart 2013
Einde termijn 14 mei 2015
President Shimon Peres (tot juli 2014)
Reuven Rivlin (sinds juli 2014)
Voorganger Benjamin Netanyahu
Opvolger Benjamin Netanyahu
9e premier van Israël - kabinet-Netanyahu II
Aangetreden 31 maart 2009
Einde termijn 18 maart 2013
President Shimon Peres
Voorganger Ehud Olmert
Opvolger Benjamin Netanyahu
9e premier van Israël - kabinet-Netanyahu I
Aangetreden 18 juni 1996
Einde termijn 17 mei 1999
President Ezer Weizman
Voorganger Shimon Peres
Opvolger Ehud Barak
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Inhoud

InleidingBewerken

Sinds 14 mei 2015 is Benjamin Netanyahu minister-president van de 34e regering van Israël (kabinet-Netanyahu IV), een rechts-religieuze coalitie bestaande uit Likoed, Kulanu, Het Joodse Huis, Shas en Verenigd Thora-Jodendom. Behalve het premierschap bekleedt/bekleedde Netanyahu ook de posten van minister van Buitenlandse Zaken, Communicatie, Volksgezondheid (tot september 2015), Regionale Samenwerking (tot december 2016), Economie en Industrie (waarnemend, tot augustus 2016) en Binnenlandse Zaken (waarnemend, tot januari 2016).

Hiervóór, van 18 maart 2013 tot 14 mei 2015, was hij minister-president van de 33e regering van Israël (kabinet-Netanyahu III), een rechts-centrale coalitie bestaande uit Likoed, Jisrael Beeténoe (vormde bij de parlementsverkiezingen van januari 2013 één lijst met Likoed), Yesh Atid, Het Joodse Huis en Hatnuah. In dit kabinet was hij ook minister van Diplomatieke en Diasporazaken alsook tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken.

Van 31 maart 2009 tot 18 maart 2013 voerde hij de 32e regering van Israël (kabinet-Netanyahu II) aan. Deze was tot stand gekomen na de zeer grote verkiezingswinst bij de parlementsverkiezingen van februari 2009, waarin Likoed weliswaar net niet de grootste partij was geworden maar waarna Netanyahu wel de formatieopdracht had gekregen. Hij wist een coalitie te smeden waaraan Likoed, Jisrael Beeténoe, de Arbeidspartij, Shas en Het Joodse Huis deelnamen, een mengvorm van linkse en hoofdzakelijk (religieus-)rechtse partijen.

Verder in het verleden, van juni 1996 tot juli 1999, was hij ook al eens minister-president van Israël, van de 27e regering van Israël (kabinet-Netanyahu I), waarin behalve zijn eigen partij ook ultraorthodoxe en modern-orthodoxe partijen alsmede een kleine afscheiding van de Arbeidspartij zitting hadden, evenals een partij die later in Likoed opging.

AchtergrondBewerken

Netanyahu werd geboren als zoon van Tzila Segal (28 augustus 1912, overleden op 31 januari 2000) en Benzion Netanyahu (geboren op 25 maart 1910; overleden op 30 april 2012). Zijn grootvader van vaderszijde, rabbi Mileikowsky, emigreerde in 1920 van wat nu Polen is naar het Britse mandaatgebied Palestina en veranderde de familienaam in Netanyahu.[4]

Benjamin, de middelste van drie kinderen, bezocht de Henrietta Szold-basisschool in Jeruzalem en verbleef met ouders en broers twee perioden (1956-1958 en 1963-1967) in de VS onder andere omdat zijn vader Israël te links vond worden.[5] Zij woonden daar in Cheltenham Township in Pennsylvania . Daar doorliep hij met succes de Cheltenham Highschool, waar hij onder meer actief was in een debating club. Netanyahu spreekt dan ook vloeiend Engels.[6]

Zijn vader was hoogleraar in de Joodse geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in Jeruzalem (M.A. in 1933), professor emeritus aan de Cornell-universiteit in Ithaca, N.Y., in de Verenigde Staten en redacteur van de Encyclopedia Hebraïca. Zijn boek, Het begin van de Inquisitie in het Spanje van de 15e eeuw, dat zijn zoon in 2014 aan Paus Franciscus ten geschenke gaf, kreeg allengs meer erkenning. Centrale stelling: tot het katholieke geloof overgegane joden, Marranos, kregen ondanks hun echte bekering toch te maken met racistische bejegening en discriminatie van de kant van de Spanjaarden.

Verder was zijn vader adviseur van Ze'ev Jabotinski. Hij bekritiseerde zijn zoon Benjamin scherp toen het erop leek dat deze tot een vrede met de Palestijnen zou komen (Oslo-akkoorden). Vader Netanyahu was ervan overtuigd dat de Joden altijd zouden moeten vechten voor hun bestaan en voor het Land Israël en dat de Arabieren niet te vertrouwen waren. Hij was voorstander van de Groot-Israëlgedachte en sterk gekant tegen Resolutie 181 Algemene Vergadering Verenigde Naties van 1947.[4][7]

Zijn broer Yoni Netanyahu werd doodgeschoten in Oeganda in de nacht van 3 op 4 juli 1976 tijdens Operatie Entebbe, een bevrijdingsactie van het Israëlische leger om gijzelaars te bevrijden op Entebbe International Airport. Net als Yoni en zijn andere broer Iddo diende Benjamin Netanyahu van 1967 tot 1972 als officier in het Matkal-commando van het Israëlische defensieleger. Ehud Barak, die het tot opperbevelhebber schopte en later zijn politiek rivaal werd, was zijn commandant. Zelf moest hij zijn studie onderbreken om met genoemd kommando in de Jomkipoer oorlog zijn land te verdedigen.

Hij studeerde architectuur (BS) aan het Massachusetts Institute of Technology) (M.I.T.) tot 1975, en management (MS), aan de M.I.T Sloan School of Management tot 1977. Tenslotte studeerde hij politieke wetenschappen aan Harvard.[8] Hij werkte bij het consultancybureau Boston Consulting Group .

Inmiddels had hij het plan opgevat in de politiek te gaan. Verlegen als hij was nam hij lessen spreken in het openbaar bij Lilyan Wilder , die ook Oprah Winfrey en George W. Bush onder haar leerlingen heeft gehad. Hij trad in Amerikaanse talkshows op als terrorisme-expert. President Ronald Reagan was enthousiast over zijn boek Terrorism, How the West Can Win.[9]

Nadat hij van 1982 tot 1984 plaatsvervangend zaakgelastigde was geweest van de Israëlische ambassade in Washington was hij van 1984 tot 1988 Israëls ambassadeur bij de Verenigde Naties in New York City.[8] In 1988 werd hij verkozen tot parlementslid. Onder premier Yitzhak Shamir diende hij van 1988 tot 1992, onder andere als onderminister van Buitenlandse Zaken. Na het verlies van Likoed bij de parlementsverkiezingen in 1992 trad Shamir af. In 1993 werden voor het eerste interne verkiezingen gehouden, die door Netanyahu werden gewonnen. Zijn belangrijkste tegenstanders waren Benny Begin, de zoon van oud-premier Menachem Begin, en de oudgediende David Levy (Ariel Sharon wilde in eerste instantie ook meedoen aan de interne verkiezingen, maar trad terug na te weinig steun).

Premierschap 1996-1999 (kabinet-Netanyahu I)Bewerken

 
Netanyahu met Yasser Arafat en Nabil Shaath tijdens het World Economic Forum in Davos in 1997

Nadat hij de leiding over Likoed overnam van Yitzhak Shamir en vanaf 1992 oppositie voerde, won hij de eerste persoonlijke premiersverkiezingen in Israël op 18 juni 1996. Hij had zich laten adviseren door de Amerikaanse politiek adviseur Arthur Finkelstein.[10] Netanyahu werd als opvolger van Shimon Peres de negende premier van Israël.

In 1996 kreeg hij een rapport aangeboden, gemaakt door een studiegroep van (prominente) Amerikaanse neoconservatieven onder leiding van Richard Perle, die toen nog verbonden was aan het American Enterprise Institute. Het rapport bevatte beleidsaanbevelingen voor de regering-Netanyahu over de door Israël (het 'koninkrijk') te voeren strategie ten aanzien van het vredesproces, de door Israël bezette gebieden en Syrië, de Palestijnen en het Arabisch-Israëlisch conflict en Saddam Hoessein.[11]

Onder zijn premierschap verliep het vredesproces moeizaam. Het aantal aanslagen door Hamas nam toe en in Zuid-Libanon voerde de Hezbollah aanvallen uit op de Israëlische bezettingsmacht. In 1998 sloten Netanyahu en Yasser Arafat het Wye River Memorandum, een akkoord dat onder meer behelsde dat de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) haar Handvest zou wijzigen waar het de vernietiging van de Joodse staat betrof.[12] Verder werden er ook afspraken gemaakt over samenwerking tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit op het gebied van terrorismebestrijding. Israël moest volgens dit akkoord 13% van het door haar bezette gebied overdragen aan de Palestijnen.

Na een persoonlijke verkiezingsnederlaag in 1999 werd hij in 6 juli 1999 opgevolgd door Ehud Barak. Hij trad direct af als leider van Likoed en als lid van de Knesset.

Politieke activiteiten 1999-2009Bewerken

In 2001 weigerde Netanyahu terug te keren naar de nationale politiek, tenzij er nieuwe verkiezingen zouden worden gehouden. Hierdoor kwam de weg vrij voor Ariel Sharon om de partij te leiden, en werd hij uiteindelijk de winnaar van de verkiezingen en de nieuwe premier. Netanyahu werd in 2001 gefilmd terwijl hij zich laatdunkend uitliet over de Verenigde Staten en de Palestijnen. Tevens vertelde hij in de video dat hij verantwoordelijk was voor het falen van de Oslo-akkoorden. Deze video werd later gelekt naar de Israëlische krant Haaretz.[13]

In 2002 verliet de Arbeidspartij de coalitie en kwam de ministerpost van Buitenlandse Zaken vrij. Premier Sharon benoemde Netanyahu als de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. Deze probeerde bij een interne verkiezing de nieuwe leider te worden van de partij, maar verloor van Sharon, die als partijleider herkozen werd.

Na de verkiezingen in 2003 werd Netanyahu minister van Financiën, wederom onder Sharon als premier. Hij weigerde een concept over een Palestijnse staat te steunen, ondanks het feit dat hij in 2001 daarover had gezegd het in beraad te willen nemen.[14] Als minister van Financiën stelde Netanyahu een economisch plan op om de economie van Israël te herstellen na het dieptepunt gedurende de Tweede Intifada. Het plan hield in dat de markten geliberaliseerd werden, ondanks kritiek daarop. Hij slaagde erin om lange-termijn-plannen door te voeren, waaronder belangrijke hervormingen in het bankensysteem, wat leidde tot een significante toename van het BBP. Binnen de Arbeidspartij (en Likoed) was er kritiek op de plannen van Netanyahu als zijnde "Thatcher"-achtige aanvallen op het sociale stelsel van het land.

Op 4 februari 2004 publiceerde Sharon een plan dat grotendeels de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook beoogde. De ongeveer 7500 kolonisten in Israëlische nederzettingen moesten verplicht vertrekken. Bij dit plan hoorde tevens het opgeven van vier nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, maar tegelijkertijd óók de annexatie en uitbreiding van zes nederzettingen en de verdere bouw van de Westoeverbarrière. De Amerikaanse president George W. Bush steunde het plan. Netanyahu echter niet, en dreigde af te treden tenzij er een referendum werd georganiseerd over deze terugtrekking. Uiteindelijk zwakte hij zijn ultimatum af. Op 7 augustus 2005 diende hij zijn ontslag in als minister van Financiën, nadat de regering had besloten de Israëlische nederzettingen in de Gazastrook en vier nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te ontruimen.

Eind 2005 stapte Sharon uit de partij en richtte Kadima op. Op 20 december 2005 werd Netanyahu met 47% van de stemmen gekozen als de nieuwe partijleider, waarmee hij automatisch ook oppositieleider werd, aangezien Likoed geen deel meer uitmaakte van de regering. Bij de verkiezingen in 2006 werd Likoed de derde partij van het land, en bleef Netanyahu oppositieleider.

Op 14 augustus 2007 werd hij herkozen als partijleider met 73% van de stemmen. Zijn belangrijkste tegenstanders waren de extreemrechtse Moshe Feiglin en Danny Danon. Nadat premier Ehud Olmert op 31 juli 2008 bekendmaakte te zullen aftreden, eiste Netanyahu nieuwe verkiezingen. "Deze regering is op zijn eind... het maakt niet uit wie Kadima leidt. Ze zijn allemaal betrokken in het falen van deze regering. Nationale verantwoordelijkheid vereist nieuwe verkiezingen.[15]

Premierschap 2009-2013 (kabinet-Netanyahu II)Bewerken

Parlementsverkiezingen 2009Bewerken

Op 10 februari 2009 werden er in Israël verkiezingen gehouden voor de Knesset. De nieuwe parlementsverkiezingen waren noodzakelijk geworden na het mislukken van Tzipi Livni om een meerderheidsregering te vormen in oktober 2008. Tijdens hun campagne beloofden rechtse partijen, zoals Likoed en Jisrael Beeténoe, de vredesgesprekken met de Palestijnse Autoriteit op te schorten.[16] Netanyahu had zich verzekerd van de steun van de miljardair Sheldon Adelson, die in recordoplagen een nieuwe gratis krant liet verspreiden die pro-Netanyahu was.[17]

In de peilingen stond Likoed op winst. Ook gaven de peilingen aan dat de nieuwe Knesset een flink stuk zou verrechtsen. Hét verkiezingsthema was de nationale veiligheid, vooral vanwege de raketbeschietingen door Hamas en andere Palestijnse groeperingen vanuit de Gazastrook op Israëlisch grondgebied en het daaropvolgende Israëlische militaire optreden in de Gazastrook eind 2008 begin 2009. Nadat de verkiezingen waren gehouden, bleek rechts inderdaad de winnaar te zijn, dat vergaarde 65 zetels, links 55. Wel wist Kadima (28 zetels) Likoed (27 zetels) net voor te blijven.

Zowel Kadima-leidster Livni als Netanyahu eiste de overwinning voor zich op. Livni wilde een regering van nationale eenheid vormen, bestaande uit Kadima, Likoed en de Arbeidspartij, met haar als premier. Ook Netanyahu had zijn zinnen op het premierschap gezet, maar omdat hij in tegenstelling tot Livni niets zag in de oprichting van een Palestijnse staat, was hij op zoek naar gelijkgezinde partners op het rechtse erf, zoals Jisrael Beeténoe.[18][19]

 
Netanyahu tijdens het World Economic Forum in Davos, Zwitserland, op 29 januari 2009

Na enkele dagen werd duidelijk dat er een coalitieregering tussen Likoed en Jisrael Beeténoe zat aan te komen, nadat Jisrael Beeténoe-leider Avigdor Lieberman president Shimon Peres had geadviseerd om Likoed-leider Netanyahu met de regeringsvorming te belasten. Lieberman sprak zich uit voor een brede coalitie of "eenheidsregering", waarin naast zijn partij ook Likoed en Kadima zouden zetelen. Zo'n coalitie zou 70 van de 120 zetels in de Knesset bezetten. Lieberman was evenwel niet te vinden voor het idee om het ambt van premier te laten roteren tussen Netanyahu en Kadima-leidster Livni. Volgens de Israëlische militaire radio kon Peres toen niet anders dan Netanyahu als formateur aanstellen. Maar de president moest wel eerst - zoals de wet voorschrijft - zijn consultatieronde met alle in de Knesset vertegenwoordigde partijen afronden.[20]

Op 20 februari 2009 kreeg Netanyahu de opdracht om de volgende Israëlische regering te vormen, aldus de president. Voor deze opdracht zou Netanyahu zes weken de tijd krijgen. (Het is bij Israëlische verkiezingen gebruikelijk dat de president de leider van de grootste partij vraagt formateur te worden.) De enorme verkiezingswinst van de rechtse Likoed had Peres bewogen de op een na grootste partij deze opdracht eerst te geven. Het was voor het eerst in de Israëlische parlementaire geschiedenis dat de grootste partij niet meteen werd gevraagd een regering te vormen.[21]

Gesprekken met Livni liepen op niets uit, aangezien Livni het vastgelopen vredesproces met de Palestijnse Autoriteit wilde voortzetten. Netanyahu voelde niets voor de zogeheten ‘tweestatenoplossing’, die Livni én het Westen graag zien - praten over een Palestijnse staat betekent impliciet bereid zijn tot het opgeven van nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever - en daar zijn Netanyahu en de kolonist Avigdor Lieberman beiden fel tegen.[22] Netanyahu sloot hierna een akkoord met de rechtse partij Jisrael Beeténoe van Avigdor Lieberman, die de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zou worden. Na Jisrael Beeténoe traden ook het charedische Shas[23] en de sociaaldemocratische Arbeidspartij van Ehud Barak, die minister van Defensie zou blijven, toe tot de coalitie.[24] Met deze coalitie beschikte Netanyahu over een meerderheid van 66 zetels in de 120 zetels-tellende Knesset. Op 31 maart 2009 werd Netanyahu als dertiende premier voor een tweede termijn minister-president van Israël.[25]

Regeringsleider 2009-2013Bewerken

  Zie 32e regering van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Netanyahu met de Amerikaanse president Barack Obama, 2009

Voor zijn aantreden zei Netanyahu "een partner voor vrede met de Palestijnen" te zijn. "Vrede is een gemeenschappelijk doel voor alle Israëliërs en alle Israëlische regeringen, inclusief die van mij", aldus Netanyahu tijdens een conferentie in Jeruzalem. De Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat reageerde gematigd positief op de verzoenende woorden van Netanyahu. Hij herhaalde nogmaals de twee belangrijkste Palestijnse eisen, namelijk: het bereiken van een ‘tweestatenoplossing’ en het einde van het Israëlische nederzettingenbeleid op grondgebied dat de Palestijnen als het hunne beschouwen. Livni onderstreepte, als voorstander van een onafhankelijke Palestijnse staat, haar keuze voor de oppositie door te verklaren dat de regering-Netanyahu "in zonde is verwekt".[26]

Op 14 mei 2009 bracht Paus Benedictus XVI een bezoek aan Israël, waar hij een gesprek had met Netanyahu. De premier vroeg aan de paus om Iran te veroordelen, omdat dat land volgens hem de Joodse staat wilde vernietigen. Volgens de premier zei de paus dat hij alle vormen van antisemitisme scherp veroordeelt. Netanyahu was blij met die reactie. Verder spraken ze over de toekomst van de Palestijnen. Wat de paus betreft krijgen de Palestijnen een onafhankelijke staat, maar Netanyahu voelde daar nog niets voor.[27]

 
Hillary Clinton, Benjamin Netanyahu, Mahmoud Abbas en George Mitchell aan het begin van de vredesbesprekingen in Caïro, 2 september 2010

Tijdens zijn bezoek aan de Amerikaanse president Barack Obama op 19 mei 2009 bleek dat beide leiders verschillende opvattingen hebben over het vredesproces. Betreffende het Israëlisch-Palestijnse conflict sprak Obama zijn steun uit voor een tweestatenoplossing, Netanyahu daarentegen zei dat de Palestijnen een eigen bestuur zouden moeten houden, maar sprak niet over een onafhankelijke staat. Wel zei hij klaar te staan voor onmiddellijke vredesgesprekken met de Palestijnen, met als voorwaarde dat de Palestijnen Israël als Joodse staat zouden moeten erkennen. Een woordvoerder van de Palestijnse president Mahmoud Abbas noemde de uitspraken van Obama over een tweestatenoplossing in eerste reactie bemoedigend, maar stelde dat er een eind moest komen aan land-claims door Israël.[28] De gesprekken tussen Netanyahu en Abbas in september 2010 in Caïro leverden geen resultaat op.

In 2012 was het tweede conflict tussen Israël en Hamas in de Gazastrook: Operatie Returning Echo en in juli Operatie Pillar of Defense. Hierbij kwamen 200 Palestijnen om het leven, onder wie 10 kinderen. Voor het eerst bereikten raketten van Hamas Tel Aviv. Gevolg: weinig schade, maar wel grote schrik voor de plaatselijke Israëlische bevolking.[29] Oorlogen verenigen alle Israëliërs, zodat er een eind kwam aan de maandenlange periode van grote demonstraties die zomer, waarbij honderdduizenden de straat opgingen om te protesteren tegen het economische en sociale beleid van de regering-Netanyahu.

Premierschap 2013-2015 (kabinet-Netanyahu III)Bewerken

  Zie 33e regering van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ondanks de lijstverbinding met Jisrael Beeténoe verloor Likoed elf zetels bij de parlementsverkiezingen van 2013, waardoor het kabinet-Netanyahu II in de nieuwe Knesset over nog maar 61 van de 120 zetels kon beschikken. Vanwege de onvrede in de Israëlische samenleving over de uitzonderingspositie die ultraorthodoxe joden genieten en de grote verkiezingszeges van Het Joodse Huis en nieuwkomer Yesh Atid besloot Netanyahu een kabinet te formeren waarin deze partijen wel, maar zijn vroegere ultraorthodoxe coalitiepartners geen rol meer zouden spelen. Nadat ook Hatnuah (eveneens een nieuwkomer) was aangeschoven, trad het kabinet-Netanyahu III op 18 maart 2013 aan. Vanwege diverse onoverbrugbare meningsverschillen (o.a. over de begroting en de Joodse identiteit van Israël) traden eind 2014 Yesh Atid en Hatnuah uit de regering, waarna er opnieuw verkiezingen noodzakelijk waren die in maart 2015 plaatsvonden.

In de zomer van 2014 reageerde de regering-Netanyahu op de ontvoering van en de moord op drie jonge kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Daarmee was het conflict in de Gazastrook 2014 geboren, waarbij aan Palestijnse kant 2200 doden vielen. Aan Israëlische zijde sneuvelden 66 militairen. Voor het eerst had Israël een poging gedaan Palestijnse guerrillastrijders op eigen terrein te bevechten. Kleine raketten van Hamas bereikten de Ben Goerion-luchthaven.[30]

Op uitnodiging van de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, John Boehner[31], hield Netanyahu op 3 maart 2015 een toespraak in het Amerikaans Congres. Deze uitnodiging was georganiseerd buiten de Amerikaanse regering en de goedkeuring van president Barack Obama om en vond bovendien plaats kort vóór de Israëlische verkiezingen op 17 maart 2015, hetgeen tot een controverse leidde en de verhouding tussen Obama en Netanyahu deed verslechteren.[32] In zijn toespraak waarschuwde Netanyahu het Congres voor de gevaren van een mogelijk nucleair akkoord tussen Iran en de P5+1 (de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland), waarbij de nucleaire capaciteit van Iran beperkt zal worden in plaats van uitgeschakeld.[33] Het Jerusalem Center for Public Affairs had er onderzoek naar gedaan en Israël is van mening dat Iran geen centrifuges mag hebben.[34]

In tegenstelling tot wat Netanyahu in 2012 tegenover de VN beweerd had, heeft de VS geen bewijs gevonden dat Iran bezig was met het bouwen van nucleaire wapens. De VS waarschuwde Netanyahu de onderhandelingen met Iran niet te saboteren.[35]

Op de laatste dag voor de verkiezingen, 16 maart 2015, verklaarde Netanyahu dat er geen Palestijnse staat zou komen als hij zou winnen.[36]

Premierschap 2015-2019 (kabinet-Netanyahu IV)Bewerken

  Zie 34e regering van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dankzij de gunstige uitslag van de parlementsverkiezingen van 2015 voor Likoed mocht Netanyahu in het voorjaar van 2015 een nieuwe regering vormen. Jisrael Beeténoe liet uiteindelijk verstek gaan maar Het Joodse Huis wilde de regeringssamenwerking voortzetten. De van Likoed afgesplitste Kulanu alsmede de orthodox-religieuze partijen Shas en Verenigd Thora-Jodendom sloten zich hierbij aan en zo kon Netanyahu op 6 mei 2015 zijn nieuwe regering aan de Knesset ter stemming voorstellen. Omdat hij daarbinnen op een meerderheid van 61 zetels kan rekenen, gaf de Knesset zijn rechts-religieuze kabinet het groene licht en kon het op 14 mei 2015 worden geïnstalleerd. Op 25 mei 2016 trad Jisrael Beeténoe alsnog toe.

In 2018 boekte hij misschien wel zijn grootste overwinning: president Donald Trump van de VS zei op basis van Israëlische inlichtingen de deal met Iran op mbt de ontwikkeling van een atoombom door dat land. In een speech vol effectbejag toonde Netanyahu in de vergaderzaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een groot bord met "Iran Lied" (Iran loog). Ook haalde hij een gordijn weg voor een kast met ordners: 55.000 pagina's en nog eens 183 cd's: het bewijs dat Iran loog.[37][38]

Tijdens een toespraak op het 37ste Zionistische Congres in oktober 2015 in Jeruzalem beweerde Netanyahu dat de systematische uitroeiing van de joden in Europa niet het idee van nazi-leider Adolf Hitler was maar van de Palestijnse groot-moefti van Jeruzalem Haj Amin al-Husseini.[39]

Saeb Erekat, secretaris-generaal van de PLO, verweet Netanyahu daarmee het geweld aan te wakkeren, ondanks het feit dat ook hij er door Ban Ki-moon, de secrearis-generaal van de VN, uitdrukkelijk op gewezen was zijn retoriek te matigen om de opgelopen spanningen te kalmeren.[40]

Vanaf vrijdag 30 maart 2018, de dag dat de Palestijnen Yom al-Ard gedenken, Dag van het Land (sinds 1976 toen 6 Palestijnen werden doodgeschoten die demonstreerden tegen landonteigeningen), werd de regering-Netanyahu geconfronteerd met duizenden mensen uit de Gazastrook die tot en met 15 mei elke vrijdagmiddag hun 'Grote Mars van de Terugkeer - Verbreking van de Blokkade' hielden naar (de voor hen verboden zone van) het afscheidingshek dat hen scheidt van Israël. Hun doel was hun Recht op Terugkeer te forceren, naar de huizen en dorpen waaruit hun familie in 1948 verjaagd, gevlucht of niet meer tot hun woonplek toegelaten waren. Netanyahu bracht het Israëlisch defensieleger ter plaatse in verhoogde staat van paraatheid. Honderd scherpschutters werden op uitgekozen posities geposteerd.[41] De marsen gingen na 15 mei door, en volgens het onderzoeksrapport van de VN (maart 2019) waren er 189 Palestijnen gedood, onder wie 35 kinderen, en waren er 6.103 gewonden. Buiten het protestgebied bleek 1 Israëlische soldaat te zijn gedood.[42]

In juli 2018 werd onder verantwoordelijkheid van Netanyahu de omstreden 'Naton State Law' aangenomen, waarin de staat Israël wordt beschreven als de natiestaat van het Joodse volk .[43]

Begin februari 2019 tekenden 12 ministers uit zijn regeringsploeg zoals Yisrael Katz, Yariv Levin, Zeev Elkin, Gilad Erdan, Miri Regev, Tzachi Hanegbi, Ayoob Kara, Yoav Gallant, Gila Gamliel ,Ofir Akunis) (Likoed) en Naftali Bennett en Ayelet Shaked (New Right Party) een petitie met een verklaring van de Nahala-(kolonisten)beweging[44] gericht aan de (komende) regering "om 2 miljoen joden te vestigen op héél de Westelijke Jordaanoever (met inbegrip van gebied buiten de "officiële" Israëlische nederzettingenblokken" (die door de internationale gemeenschap (Verenigde Naties) niet erkend worden) onder het motto: "Het Land van Israël, één land voor één volk". Daartoe zou de tweestatenoplossing losgelaten moeten worden.[45]

Eveneens begin februari 2019 drong Netanyahu er bij de leiders van de kleine rechtse partijen op aan zich te verenigen teneinde een scenario te voorkomen waarin minstens een van hen er niet in zou slagen om bij de aanstaande verkiezingen in april 2019, die Netanyahu zelf - met de hete adem van de fraudeonderzoeksrechter in zijn nek - had vervroegd, genoeg stemmen te krijgen om de kiesdrempel te halen. Hij had hen nodig om een meerderheid te behouden in de Knesset. Netanyahu vroeg Het Joodse Huis van Naftali Bennett en Bezalel Smotrich[46] van Tkuma om een lijstverbinding aan te gaan met het uiterst rechtse Otzma Jehudit (dat het sterk racistische gedachtegoed van Kach en oprichter rabbijn Meir Kahane openlijk koestert). Ook riep hij Arjeh Deri , voorzitter van Shas , op om een verenigd ultra-orthodox blok te vormen met Verenigd Thora-Jodendom.[47][48].

Enkele dagen voor de verkiezingen beloofde Netanyahu de kiezers dat als hij herkozen zou worden, hij álle joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever (illegaal volgens Internationaal recht en de Internationale gemeenschap) zou "annexeren". [49]. Volgens het CIDI heeft hij echter de gebruikelijke Hebreeuwse term daarvoor, "sipuach" , niet gebruikt. Het zou gaan om toenemende Israëlische soevereiniteit in de nederzettingen. Verkiezingsretoriek die hem straks keuzevrijheid laat. [50]. Op de Israëlische legerradio zei hij zondag 7 april niet de hele Westelijke Jordaanoever te willen annexeren, maar alleen "de plaatsen in Gebied C [51] waar de grote nederzettingenblokken liggen".Op de vraag of Washington hem daarin steunt antwoordde hij: "Ze zullen reageren zoals ze reageren. We zien het wel. Dit zijn mijn uitgangspunten." The Times of Israël meldde dat hij voor het eerst de oprichting van een Palestijnse staat vierkant afwees [52]".

Premierschap 2019-heden (kabinet-Netanyahu V)Bewerken

  Zie 35e regering van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dankzij de gunstige uitslag - winst voor Likoed met het hoogste aantal zetels - tijdens de parlementsverkiezingen van 9 april 2019 mocht Netanyahu uitzien naar een voortzetting van zijn beleid met zijn regeringspartners waarmee hij de langstzittende premier van Israël wordt.[53] Netanyahu kreeg die opdracht officieel toebedeeld op 17 april, maar volgens de wet moet de formatie dan rond zijn in een periode van 28 dagen. Door de rakettenregen uit Gaza is gevraagd aan president Rivlin om uitstel. Een uitstel met 14 dagen wordt echter automatisch toegekend indien gevraagd. 

Aanpak van BDS-bewegingBewerken

Netanyahu beschouwt de BDS-beweging[54] als een strategische bedreiging. Het Ministerie van Strategische Zaken en Informatie, ook wel aangeduid als het anti-BDS ministerie, is speciaal belast met de bestrijding van BDS. In juni 2015 werd daartoe een bedrag van minimaal $25 miljoen (NIS 100 miljoen) uitgetrokken. In 2016 was er een budget van $32 miljoen. In 2018 was het jaarbudget al opgelopen tot $75 miljoen.

Begin 2011 had de Militaire Geheime Dienst al een "Delegitimering-dienst" (Delegitimization Department) opgericht, om wereldwijd gegevens te verzamelen over organisaties die banden hebben met BDS. Israëliërs worden door de Shin Bet in de gaten gehouden. De geïntroduceerde vage term "delegitimering" was nog niet gedefinieerd en het was nog onduidelijk, welke zaken hier onder zouden vallen. In juli van dat jaar had Israël ook een anti-boycotwet aangenomen, getiteld "Law for Prevention of Damage to the State of Israel through Boycott", die burgers verbiedt op te roepen tot boycot van Israël en nederzettingen op de Westbank. Ook het boycotten van culturele en academische instellingen in de nederzettingen valt er onder. Iedere persoon of organisatie die zo'n oproep doet, kan door iedereen worden aangeklaagd, moet schadevergoedingen betalen en zal voor straf zelf door Israël worden geboycot .

Op een in juni 2013 door Sheldon Adelson in Las Vegas georganiseerde BDS-crisistop zei Netanyahu, dat de "de-legitimatie van Israël" aan de frontlinie moet worden uitgevochten. Op het Ministerie van Strategische Zaken zouden 10 personen worden aangesteld, die zich alleen met boycot en de-legitimatie zullen bezighouden.

In april 2016 toonde Amnesty International zich bezorgd over intimidaties, aanvallen en bedreiging van Omar Barghouti en andere BDS-activisten en over een uitlating door Minister Yisrael Katz , dat Israël zich zou moeten overgaan tot "gerichte civiele eliminaties" van BDS-leiders. De regering Netanyahu contracteerde in 2016 in het geheim een Amerikaans advocatenkantoor, om wereldwijd BDS-leiders aan te klagen en betaalde ambassades en joodse organisaties voor propaganda-activiteiten op universiteiten. In 2016 werd ook bekend, dat het Ministerie van Strategische Zaken personeel had geworven om een "lastercampagne"-afdeling te leiden, die informatie moet verzamelen over organisaties en zij die leiding geven aan "de-legitimization", zodat het Ministerie een "counter-de-legitimization" kan opzetten, rechtstreeks of via niet-gouvernementele entiteiten.

In maart 2017 werd een wet aangenomen, waarmee iedere buitenlander die oproept tot een boycot, of lid is van een organisatie die daar voor pleit, toegang tot het land kan worden geweigerd. Ook kunnen zij zich niet meer in Israël vestigen. December van dat jaar kondigde de regering Netanyahu bij de presentatie van het nieuwe anti-BDS budget aan, een non-profit anti-BDS organisatie op te gaan zetten van regerings-vertegenwoordigers en buitenlandse donoren, om een maatschappelijke pro-Israël gemeenschap op te zetten Deze moet de "de-legitimatie van Israël" gaan bestrijden. De focus ligt daarbij op Europa.

Op 7 januari 2018 maakte minister van Informatie en Strategische Zaken Gilad Erdan een Israëlische 'Zwarte lijst' bekend waarop 20 BDS-groepen uit onder meer Europa en de Verenigde Staten staan vermeld. Voor de leden hiervan is de toegang tot het land verboden. Onder andere staat Jewish Voice for Peace op deze zwarte lijst, waardoor zelfs joden hun familie in Israël niet meer kunnen bezoeken. Een andere opmerkelijke toevoeging is de Quakers-organisatie AFSC (American Friends Service Committee), die in 1947 een Nobelprijs voor de Vrede ontving voor hun hulp aan slachtoffers van de Holocaust en thans opkomt voor de Palestijnen .

Politieke stijlBewerken

  Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Een samenvatting door een VPRO-redacteur van een documentaire en twee artikelen uit het Reformatorisch Dagblad zijn geen betrouwbare bronnen om deze analyse op te baseren. Zijn er politicologen of andere neutrale deskundigen die zich hierover uitgesproken hebben?

De wijze waarop Benjamin Netanyahu politiek bedrijft heeft populistische[55] en Amerikaanse trekken.[56] Vanaf zijn ambassadeurschap bij de VN doet hij het voorkomen alsof de hele wereld, behalve de Verenigde Staten, tegen Israël is.[57] Ook houdt hij van "theater", zoals tijdens zijn Iran-speech voor de Algemene Vergadering van de VN in 2018 toen hij demonstratief een levensgroot bord met "Iran Lied" achter zich had staan.[58]. Netanyahu is een woordkunstenaar. Zijn woorden lijken absoluut, maar moeten niet als zodanig beschouwd worden [59]. Hij richt zich het liefst direct tot het volk. De pers is volgens hem altijd tegen hem, zoals hij ook weer in zijn overwinningsspeech zei, waarin hij claimde de verkiezingen van 2019 te hebben gewonnen.[60] Hij zal alleen een interview toestaan, als hij zeker weet dat hij er politieke munt uit kan slaan. Daarom ook was hij een van de eerste politieke leiders met een eigen website. Steeds blijft hij links en de "linkse media" aanvallen als was hij de spreekbuis van de gewone man.[61] Hij onderhoudt ook prima betrekkingen met andere[62] populistische politieke leiders als VS-president Trump, Russisch president Vladimir Poetin , de Hongaar Viktor Orban en de Braziliaanse president Jair Bolsonaro e.a..[55] De eerste buitenlandse reis van de laatstgenoemde gold Israël en Bibi Netanyahu.

FinancieelBewerken

Buitenlandse private en politieke kapitaalsdonorenBewerken

Uit onderzoek van de Israëlische krant Haaretz is gebleken dat in de periode tussen 2006 en 2013 buitenlandse private maatschappijen en groepen geld gedoneerd hebben aan de in Israël als NGO geregistreerde rechts-politieke organisatie Elad, en aan kolonistenorganisaties of aan premier Benjamin Netanyahu. De donaties kwamen van maatschappijen, geregistreerd in belastingparadijzen als de Bahama's, de Maagdeneilanden en de Seychellen. Het is onduidelijk wie daarachter zitten of ze besturen. Ook is een maatschappij gelinkt aan de Russische miljardair Roman Abramovich, eigenaar van Chelsea FC.[63]

Persoonlijke uitgavenBewerken

Netanyahu en zijn vrouw Sara Netanyahu worden bekritiseerd vanwege hun hoge uitgaven aan luxe. Voor Netanyahu's vijf dagen durende bezoek aan de Verenigde Naties in New York in 2015 liepen zijn uitgaven op tot $541,886. Zijn bureau probeerde dit uit de publiciteit te houden.[64] Tegen Sara Netanyahu, die in een aantal rechtszaken verwikkeld is, is begin 2016 een onderzoek gestart naar misbruik van publieke fondsen om luxe artikelen in een privéhuis te betalen.[65] Bij een vooronderzoek in 2016 naar vermeende corruptie door premier Netanyahu werd tegelijkertijd een onderzoek gedaan naar de dure geschenken die zijn vrouw ontving van buitenlandse zakenlieden tijdens buitenlandse reizen.[66]

SchandalenBewerken

Tijdens Netanyahu's politieke carrière zijn hij en zijn vrouw Sara verwikkeld geweest in een aantal schandalen.[67] Beginnend bij de laatste:

  • Case 4000: Netanyahu zou een aantal besluiten genomen hebben in het voordeel van Shaul Elovitch. Die leidt Israëls grootste telecombedrijf Bezeq en de website Walla News. Vertrouwelingen van de premier zouden binnen de overheid gunsten hebben verleend aan het telecombedrijf, in ruil voor positieve berichtgeving over de familie Netanyahu.[68]
  • Case 2000: Netanyahu wordt ervan verdacht de uitgever van de Israëlische krant Yediot Ahronot omgekocht te hebben.[69]
  • Case 1000: De Israëlische premier zou champagne, sigaren en andere dure cadeaus hebben gekregen van rijke vrienden in ruil voor gunstig beleid.[69]
  • Bottle-gate: Sara Netanyahu zou zich duizenden sjekel toegeëigend hebben aan statiegeld dat aan de staat toekwam.[70]
  • Pig-gate en shrimp-gate: Netanyahu's eetgewoonten in openbare restaurants in 2014 in de Verenigde Staten met donoren werden in de ultraorthodoxe joodse pers afgekeurd.
  • 'Bibi-Tours': Een ontwerprapport van de toezichthouder van de staat vermeldt dat, wanneer Netanyahu optreedt als Israëls eerste minister, organisaties en privépersonen met diverse relaties met de minister van Financiën en/of Israëls economie zijn buitenlandse reizen betalen.
  • Maart 2014: Netanyahu's voormalige huismanager diende een aanklacht in en vroeg 1 miljoen sjekel als compensatie voor misbruik door Sara met vernederingen, racistische opmerkingen en kwade grillen. Hij zei ook dat hij niet naar werk betaald kreeg.
  • Voor een bezoek aan de begrafenis van Margaret Thatcher kreeg het kantoor van de premier een extra nota van 500.000 sjekel voor de accommodatie van de slaapsuite in het vliegtuig. In 2012 hadden drie residenties van de premier 1 miljoen dollar aan publiek geld gekost.
  • In februari 2013 had premier Netanyahu een door de staat gefinancierd contract van 10.000 shekel per jaar voor ijs op zijn officiële residentie ingetrokken.
  • Een voormalig stafchef van Netanyahu bekende in 2012 dat hij een werknemer van het kantoor van de premier 'onfatsoenlijk' had gefotografeerd, waarna hij gedwongen werd ontslag te nemen.
  • In 2010 spande een hulp van Sara een proces tegen haar aan, waarin ze 300.000 sjekel compensatie vroeg voor onder meer niet-betaald loon. Op de avond van Pesach moest zij naar het huis van de Netanyahu's gaan om de was te doen, maar kreeg daarvoor niet extra betaald. Zij kreeg bijval van een voormalige hulp die in 1990 voor Sara werkte. Een maand later eiste een andere ex-huishoudster nog een compensatie van 40.000 sjekel.
  • Bar-On in Hebron: In 1997 benoemde Netanyahu Bar-On tot procureur-generaal in Hebron, die door de Shas-politicus Aryeh Deri naar voren was geschoven met het oog op een gunstige behandeling van de aanklachten tegen zijn corruptiepraktijken. Bovendien zou Shas Netanyahu dan helpen om te stemmen voor het controversiële Hebron-Protocol. Bar-On trok zich na een dag terug. Geen van de andere personen in de zaak werd aangeklaagd door de zittende procureur-generaal Elyakim Rubinstein.
  • Bibigate: Netanyahu's eerste grote schandaal in zijn politieke carrière dook op in 1993 toen hij op de televisie bekende een buitenechtelijke affaire gehad te hebben met Ruth Bar, een media-adviseur. Netanyahu beweerde dat hij door een onbekend persoon hiermee gechanteerd werd om zich als kandidaat als leider van de Likoed terug te trekken. Netanyahu had daarvoor al meerdere buitenechtelijke affaires gehad.

HuwelijkenBewerken

Netanyahu's eerste huwelijk was met Miriam Weizman (Micky), met wie hij in 1978 een dochter kreeg. Hij had haar leren kennen terwijl zij dichtbij elkaar woonden in Jeruzalem. Hij woonde daar tijdens zijn militaire diensttijd. Ook zij voltooide haar militaire dienst en haalde een graad in scheikunde aan de Hebreeuwse universiteit. In 1972 gingen zij samen naar de VS. Zij ging studeren op Brandeis University, hij ging naar MIT en Harvard . Zij traden in het huwelijk. Een affaire met de Britse niet-joodse Fleur Cates in 1978 betekende het einde van zijn huwelijk.

Zijn tweede huwelijk was met deze Miss Cates, die daartoe tot het Jodendom overging. De scheiding met haar werd bevestigd in 1984.

In 1991 trouwde hij met zijn derde vrouw, Sara Ben-Artzi, met wie hij twee zoons heeft: Jair (1991) naar de geuzennaam van Abraham Stern (Hebreeuws: אברהם שטרן), alias Yair (Hebreeuws: יאיר; 23 December, 1907 – 12 Februari 12, 1942) van de Sterngang en Avner (1994) naar de legeroverste van koning David . Zij, stewardess bij El Al , en hij zouden elkaar hebben leren kennen op luchthaven Schiphol bij Amsterdam.[71]

TriviaBewerken

  • Naast David Ben-Goerion (de eerste premier) is Benjamin Netanyahu de enige premier van Israël, die nooit een ministerpost bezet had voordat hij minister-president werd. Wel was hij onderminister, achtereenvolgens van Buitenlandse Zaken en in het ministerie van de minister-president (Algemene Zaken).
  • In de pers en onder zijn aanhangers wordt hij soms Bibi , Koning (van Israël) Bibi, Mister Security of de Tovenaar (the Magician) genoemd. Die laatste naam omdat hij op schijnbaar onnavolgbare wijze telkens weer premier van Israël zou weten te worden en te blijven.
  • Uri Avnery , Irgunstrijder en stichter van vredesorganisatie Gush Shalom zei over Netanyahu: Mijn mening over hem berust niet op emoties. Zij is puur politiek. Hij is een getalenteerd politicus, een sluwe demagoog. Maar het is mijn vaste overtuiging dat hij Israël langzaam maar zeker naar een historische ramp aan het leiden is.[72]

WerkenBewerken

  • International Terrorism: Challenge and Response, 1981, Transaction Publishers, ISBN 978-0878558940
  • Terrorism: How the West Can Win, 1987, Avon, ISBN 978-0380703210
  • Fighting Terrorism: How Democracies Can Defeat Domestic and International Terrorism, 1995, Farrar, Straus and Giroux, ISBN 978-0374154929
  • A Durable Peace: Israel and Its Place Among the Nations, 1999, Grand Central Publishing, ISBN 978-0446523066

DocumentaireBewerken

King Bibi Netanyahu, Dan Shadur, 2018

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

Voorganger:
Yitzhak Shamir
Ariel Sharon
Leider van de Likoed-partij
1993–1999
2005-
Opvolger:
Ariel Sharon
...
Voorganger:
Shimon Peres
Minister van Buitenlandse Zaken
2002–2003
Opvolger:
Silvan Shalom
Voorganger:
Silvan Shalom
Minister van Financiën
2003–2005
Opvolger:
Ehud Olmert