Elsevier Weekblad

opinieweekblad
(Doorverwezen vanaf Elsevier (opinieweekblad))

Elsevier Weekblad, afgekort EW, is een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur.[1] Het blad richt zich primair op hoger opgeleide lezers. Het verzorgde jarenlang de eerste Nederlandse boekenbijlage. Het is mede bekend van onderzoeken naar de kwaliteit van ziekenhuizen en studies. En van de jaarlijkse HJ Schoo-lezing, de uitverkiezing van de Nederlander van het Jaar en het nieuwjaarsessay van de President van de Algemene Rekenkamer. Kenmerkend is het rode kader op het omslag.

Elsevier Weekblad
Elsevier Weekblad
Frequentie Wekelijks
Oplage 64.660 (2018)
Eerste editie 27 oktober 1945
Land(en) Vlag van Nederland Nederland
Hoofdredacteur Arendo Joustra
Uitgeverij(en) ONE Business
ISSN 0922-3444
Website
Portaal  Portaalicoon   Media

GeschiedenisBewerken

Het weekblad kent twee voorgangers, Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, waarvan het eerste nummer verscheen in januari 1891, en De Week, dat in 1900 een half jaar bestond. Beide werden uitgegeven door Uitgevers-Maatschappij Elsevier, die in 1945 het weekblad lanceerde.

Elsevier's Geïllustreerd MaandschriftBewerken

  Zie Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als tijdschrifttitel bestaat Elsevier al sinds 1891. In januari van dat jaar verscheen het eerste nummer van Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. Het bevatte geïllustreerde bellettrie, maar ook verhalen over kunstenaars en kunst, buitenlandse reportages, populairwetenschappelijke artikelen en, heel nieuw voor die tijd, interviews.[2] Door de Duitse bezetting zagen uitgever en redactie zich genoodzaakt de uitgave te staken. Het laatste nummer is gedateerd december 1940.

In het eerste nummer van het gelijknamige weekblad dat na de oorlog verscheen werd benadrukt dat het blad een ‘voortzetting’ was van het maandblad.[3]

Een halve eeuw lang weerspiegelde Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift het literaire en kunstzinnige leven in Nederland.

De WeekBewerken

  Zie De Week voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het eerste weekblad van Uitgevers-Maatschappij Elsevier verscheen in 1900, bijna een halve eeuw voor de lancering van Elseviers Weekblad in 1945. Het nieuwsweekblad op krantenformaat richtte zich op lezers die geen tijd hadden voor de dagbladen. Een succes was het niet. Reeds na zes maanden besloot de directie de uitgave te staken.

Elsevier WeekbladBewerken

Het weekblad, waarvan het eerste nummer verscheen op 27 oktober 1945, heeft gedurende zijn bestaan verschillende formaten gekend en verschillende logo. Een tijdlang verschenen zelfs twee weekbladen met in de titel Elsevier naast elkaar. Beide titels hadden een eigen hoofdredacteur.

Elseviers Weekblad (1945-1965)Bewerken

Elseviers Weekblad (met een 's' achter Elsevier) verscheen van 27 oktober 1945 tot en met 16 oktober 1965 op krantenformaat (eerst op het zogeheten Berliner-formaat en later op broadsheet). Het werd door de directie en redactie gezien als voortzetting van Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. Dit laatste moet vooral worden gezien als poging op papier toegewezen te krijgen, na de oorlog een schaars product, want de twee bladen leken in niets op elkaar, behalve dat ze dezelfde uitgever hadden.[4]

De man achter Elseviers Weekblad was Henk Lunshof. Deze redacteur van De Telegraaf liep al in 1940 rond met de gedachte aan een nieuw weekblad, 'gansch anders dan de tot dusver bestaande'. Johannes Pieter Klautz, directeur van uitgeverij Elsevier, voelde wel voor het idee om na de oorlog een blad te lanceren dat een uitgesproken mening had en de dingen bij hun naam durfde noemen. De doelstelling was een onafhankelijk weekblad te maken, dat niet aan een politieke partij of zuil verbonden was. In het diepste geheim werkte het duo tijdens de oorlog aan de oprichting, met hulp van G.B.J. Hiltermann, oud-medewerker van De Telegraaf.

Het blad was direct een succes en maakte grote winsten die het moederconcern de eerste decennia aanwendde om wetenschappelijke bladen op te zetten, wetenschappelijke boeken te publiceren en wetenschappelijke uitgeverijen op te kopen. Uitgeverij Elsevier kon daardoor uitgroeien tot de grootste wetenschappelijke uitgeverij ter wereld die het nu is.[5] Vier jaar later had het blad al een oplage van 120.000 exemplaren.

Hoewel Elseviers niet was gebonden aan enige partij of stroming, nam het blad tijdens de Indonesische kwestie een fel standpunt in tegen een onafhankelijk Indonesië. Elseviers Weekblad ontwikkelde destijds een politieke identiteit met maatschappelijk conservatieve en economisch liberale trekken, dicht bij de liberalen van de VVD en de katholieken van de KVP.

Op 23 oktober 1965 werd het gesplitst in twee uitgaven met dezelfde titel. Een op tijdschriftformaat (magazine) en een op krantenformaat, met in het begin de toevoeging ‘Voor de zakenman’.

Elsevier(s) Weekblad (1965-heden) (tijdschrift)Bewerken

Elseviers Weekblad verscheen vanaf 23 oktober 1965 op tijdschriftformaat. Van 24 januari 1970 tot en met 23 mei 1987 heette het Elseviers Magazine en vanaf 30 mei 1987 kortweg Elsevier, om vanaf 3 juni 2017 weer Elsevier Weekblad te heten, alleen dit keer zonder ‘s’ achter Elsevier.

Politiek redacteur Ferry Hoogendijk, die in 1967 tot de hoofdredactie toetrad, trok met zijn felle aanvallen op het kabinet-Den Uyl veel aandacht. In de jaren tachtig riep de leiding van Hoogendijk steeds meer weerstand op bij de redactie. In 1985 gaf de directie hem een andere functie binnen het bedrijf.

Zijn opvolger André Spoor, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, gooide het over een andere boeg. Hij vernieuwde de redactie, paste de lay-out aan, vergrootte de aandacht voor cultuur en veranderde de naam in Elsevier (vanaf 30 mei 1987). Ziekte en een vervaarlijke oplagedaling maakten na ruim twee jaar een eind aan Spoors hoofdredacteurschap. Hij werd vervangen door Johan van den Bossche, afkomstig van de financieel-economische krant EW. In 1993 maakte Van den Bossche plaats voor Hendrik Jan Schoo, adjunct-hoofdredacteur sinds 1991 (daarvoor hoofdredacteur van achtereenvolgens Psychologie en Intermagazine), die op zijn beurt per 1 januari 2000 werd opgevolgd door Arendo Joustra.

In november 2004 lanceerde Elsevier een nieuws- en opiniewebsite met dezelfde signatuur als het weekblad. Elsevier had in het laatste kwartaal van 2007 een betaalde oplage van meer dan 150.000 exemplaren per week. Sinds 2004 kiest de redactie de Nederlander van het Jaar.

Elseviers Weekblad, EW (1965-1988) (krant)Bewerken

Elseviers Weekblad (‘Voor de zakenman’) verscheen van 23 oktober 1965 tot en met 27 augustus 1977 op krantenformaat (broadsheet). Met ingang van 3 september 1977 werd de naam gewijzigd in EW en verscheen het op tabloidformaat. EW was daarvoor al de ‘roepnaam’ van de krant om het te onderscheiden van het magazine. De ondertitel bleef wel Elseviers Weekblad. Het laatste nummer verscheen op 28 mei 1988. Vanaf 4 juni 1988 maakte EW onderdeel uit van Elsevier (op tijdschriftformaat). Eerst nog met een eigen sectie en binnencover en aankondiging op de (buiten)cover, maar later als geïntegreerd onderdeel.

Elseviers Weekblad (de krant) richtte zich op financieel-economische verslaggeving en fungeerde ook als platform voor vacatures, een sectie die soms wel 40 pagina's telde.

HoofdredacteurenBewerken

De eerste paar jaar vormde de hoofdredactie van het tijdschrift Elseviers Weekblad ook de hoofdredactie van de krant Elseviers Weekblad. Daarna kreeg de weekkrant een eigen hoofdredactie.

  • Henny ten Brink (1969 - 1971)
  • Han Folkertsma (1971 t/m 1974)
  • Nic van Rossum (juni 1974 t/m mei 1988)

UitgeverBewerken

Bonaventura (1945 - 1997)Bewerken

Om het nieuwe weekblad na de Tweede Wereldoorlog te kunnen uitgeven, richtte Uitgevers-Maatschappij Elsevier tijdens de Duitse bezetting een dochter op, uitgeverij Bonaventura, dat in het Latijn 'goede toekomst' betekent, maar tevens de naam is van de zoon van de stamvader van het Elsevier-geslacht, Lodewijk Elsevier (1547 - 1617). Het uitgeven van een weekblad werd als een groot risico gezien, vandaar de aparte uitgeverij. Als officiële oprichtingsdatum geldt 11 december 1945 (getekend ten overstaan van notaris J. Brants).

De uitgave van Elseviers Weekblad is tot 1956 de enige activiteit van Bonaventura. Daarna worden nieuwe uitgaven toegevoegd, voornamelijk door overnames. Zo wordt in 1956 Moorman’s Periodieke Pers toegevoegd, opgericht door Jacob Moorman (1884-1969). Ook verschijnen in 1956 twee boeken: Elsevier Belastingalmanak en het beroepskeuzeboekje Wat moet mijn zoon of dochter worden? Met name de Belastingalmanak groeit uit tot een groot succes en was in bijvoorbeeld 1994 op twee na het best verkochte Nederlandse boek met 106 duizend verkochte exemplaren. In 2017 zou de laatste editie verschijnen van deze vraagbaak, waarvan de inhoud al enige tijd door de uitgever naar het internet was verhuisd.

Bonaventura breidde steeds verder uit met de aankoop van reeds bestaande titels als Elegance in 1958, de Haagse Post in 1966, Tussen de Rails in 1967, Autovisie OOR, Hitkrant ín 1981, Man, en in 1984 Beleggers Belangen. Een eigen titel die de uitgeverij op de markt bracht was het Financieel Economisch Magazine (in 1970), later FEM/DeWeek en FEM Business genaamd.

Elsevier bedrijfsinformatie (1997 - 2002)Bewerken

In 1997 fuseert Bonaventura uit Amsterdam met het in Doetinchem gevestigde Misset (in 1873 opgericht door Cornelis Misset), uitgever van onder meer het weekblad Boerderij en net als Bonaventura een dochter van uitgeverij Reed Elsevier, de Brits/Nederlandse uitgeefgigant die in 1993 was ontstaan uit een fusie van het Britse Reed (1895) en het Nederlandse Elsevier (1880).[6] De twee dochters gaan samen verder onder de naam Elsevier bedrijfsinformatie.

Voorafgaande aan de fusie had Bonaventura eind 1995 zijn publieksbladen Oor, Man, Autovisie, Elegance, Residence en Hitkrant al aan uitgever De Telegraaf verkocht. Amsterdam en Doetinchem bleven beide de vestigingsplaatsen van de uitgeverij, die sinds 1 oktober 1995 onder leiding stond van Derk Haank.[7]

Reed Business Information (2002 - 2016)Bewerken

Vanaf 1 oktober 2002 heette Elsevier bedrijfsinformatie Reed Business Information, de uitgever waarin moedermaatschappij Reed Elsevier alle vaktijdschriften en andere vakinformatie had ondergebracht. Zelfs verandert die moeder haar naar op 1 juli 2015 in de Relx Group.

ONE Business (2016-heden)Bewerken

Sinds 1 december 2016 wordt Elsevier Weekblad uitgegeven ONE Business, een dochter van New Skool Media. Voor het eerst sinds het is opgericht komt het weekblad in vreemde handen, al houdt RELX-dochter Reed Business Information na verkoop een belang van 33 procent in deze uitgever.[8] Beleggers Belangen verhuisde mee naar ONE Business.

De naam ElsevierBewerken

 
logo uit 2010
 
logo uit 2015

Elsevier Weekblad is, net als zijn voorganger Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, genoemd naar de uitgever van het blad, die in 1880 in Rotterdam werd opgericht door Jacobus George Robbers (1838-1925). En die had zijn uitgeverij weer vernoemd naar het befaamde uitgeefgeslacht-Elsevier, dat zich in de zestiende eeuw vanuit Leuven in Leiden vestigde.[9]

De familienaam Elsevier luidde oorspronkelijk Helsevire of Helschevier. Door critici van de familie of de uitgever wel eens verbasterd door 'hellevuur' of 'helse vier'.[10] Er is ook wel gesuggereerd dat de naam een verbastering is van 'Hal Safir', Hebreeuws voor 'het boek'. Dit is tegengesproken door prof.dr. F.A. de Wolff, die heeft betoogd dat deze woordcombinatie niet bestaat in het Hebreeuws, die zou 'hasefer' luiden. Volgens De Wolff zouden de beginletters van Elsevier eerder wijzen op een Arabische herkomst: het bepaald lidwoord is 'al-', het equivalent van het Hebreeuwse 'ha-'. De Wolff: 'Maar de gebruikelijke aanduiding voor "het boek" in het Arabisch is 'al-kitab'. Maar ook het woord 'al-safir' komt voor, vooral voor gewijde teksten. En voor een schrijver van die teksten is het 'al-safir'. Dat laatste komt wel heel dicht bij de naam 'Elsevier', aldus De Wolff.[11]

Sinds de oprichting van Elsevier Weekblad in 1945 korten lezers en anderen de naam af tot EW. In navolging van andere mediatitels als AD (Algemeen Dagblad) en FD (Het Financieele Dagblad) gebruikt Elsevier Weekblad die afkorting sinds medio 2019 (nummer 22) in het logo op de cover.

SignatuurBewerken

Elsevier Weekblad stelt[12] dat het na de ontzuiling aan politieke signatuur heeft ingeboet, en dat de inhoud veelzijdiger en feitelijker is geworden. Men profileert zich als spreekbuis van de 'werkende ruggengraat van Nederland', en probeert deze groepen te helpen bij allerlei keuzeproblemen bij studie, werk, mode, persoonlijke en bedrijfsgerelateerde financiën en vrije tijd.

De signatuur is niettemin over het algemeen (nog steeds) liberaal-conservatief te noemen. Op het gebied van integratie, immigratie, duurzame ontwikkeling, de opwarming van de aarde en de gesubsidieerde publieke omroep neemt het blad tamelijk uitgesproken standpunten in. In de editie van 1 augustus 2009 maakte Elsevier - naar aanleiding van een voorstel dat iets eerder bij de regering was ingediend door de Partij voor de Vrijheid - een eigen afweging van de kosten en baten die de komst van niet-westerse allochtonen naar Nederland sinds 1970 heeft opgeleverd. De uitkomst van deze berekeningen viel uit ten nadele van de beoordeelde groep.[13] Tegelijk was Elsevier een van de eerste media die zich met argumenten keerde tegen de hoge salarissen in het bedrijfsleven, aangezien die niet zijn blootgesteld aan de tucht van de vrije markt, maar tot stand komen in een systeem waarbij directies en commissarissen onder elkaar beloning afspreken. Tegelijkertijd is het blad ook sterk internationaal georiënteerd, met veel aandacht voor problemen in ontwikkelingslanden en de economieën in andere werelddelen zoals Zuidoost-Azië.

EerstelingenBewerken

  • 27 oktober 1945: eerste nummer verschijnt.
  • 8 december 1945: eerste publicatie van het gedichte De Dapperstraat van de dichter J.C. Bloem.
  • 8 februari 1947: de 19-jarige Harry Mulisch debuteert met zijn verhaal 'De kamer' (het was ondertekend met H.K.V. Mulivsch, overduidelijk een drukfout)[noot 1]
  • 30 december 1950: H.J.A. Hofland debuteert met het gedicht 'Zálig nieuwjaar'.
  • 23 oktober 1965: eerste nummer op tijdschriftformaat.
  • januari 2017: eerste nieuwjaarsessay van de President van de Algemene Rekenkamer.

OplagecijfersBewerken

Totaal betaalde gerichte oplage volgens HOI, Instituut voor Media Auditing en Jan van de Plasse: Kroniek van de Nederlandse dagblad- en opiniepers, Otto Cramwinckel Uitgever, Amsterdam 2005, ISBN 90-75727-77-1.

  • 1945: 40.000
  • 1946: 72.000
  • 1947: 97.500
  • 1948: 120.000
  • 1951: 128.000
  • 1960: 125.000
  • 1961: 132.000
  • 1970: 122.800
  • 1975: 127.050
  • 1977: 133.100
  • 1979: 134.650
  • 1980: 136.200
  • 1985: 121.700

HoofdredacteurenBewerken

Tot halverwege de jaren negentig van de 20ste eeuw is niet altijd duidelijk wie hoofdredacteur is. Soms vermeldt het colofon geen hoofdredacteur, soms verdwijnt een naam even om dan weer terug te komen. Soms staan er opeens vier namen in het colofon en vervolgens is er sprake van een ‘algemeen hoofdredacteur’, met daaronder een trits hoofdredacteuren. Dit alles is een indicatie van de voortdurende paleisrevoluties bij de redactie, waarover Gerry van der List schrijft in Meer dan een weekblad. De geschiedenis van Elsevier (Amsterdam, 2005 en 2015).

Met ingang van oktober 1965 wordt de titel ook nog eens gesplitst in een tijdschrift met de naam Elseviers Weekblad en een wekelijkse krant met de naam Elseviers Weekblad (1965 - 1988), die vanaf 1975 een eigen hoofdredactie krijgt (zie aldaar).

Met weglating van de namen die worden genoemd als adjunct-hoofdredacteur, plaatsvervangend hoofdredacteur en managing editor zijn de volgende namen uit de colofons te destilleren als hoofdredacteur:

Bekende medewerkersBewerken

RedacteurenBewerken

MedewerkersBewerken

CorrespondentenBewerken

ColumnistenBewerken

IllustratorenBewerken

Nederlander van het JaarBewerken

  Zie Nederlander van het Jaar voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 2004 verkiest de redactie een "Nederlander van het Jaar". De keuze wordt meestal gemotiveerd met het argument dat de betreffende man of vrouw zijn stempel op het jaar heeft gedrukt, in positieve of negatieve zin. Soms omdat de persoon het jaar als het ware symboliseert.

Elseviers Nederlanders van het JaarBewerken

LijstenBewerken

De redactie heeft een opvallende voorkeur voor het publiceren van lijsten, een neiging die reeds in de jaren vijftig een aanvang nam, toen het blad als eerste een hitparade publiceerde.[20]

Top 500 BedrijvenBewerken

Vanaf 2012 publiceert het jaarlijks de "Top 500 Bedrijven", waarbij de vijfhonderd grootste Nederlandse bedrijven worden gerangschikt naar omzet. De lijst geeft ook informatie over winst, solvabiliteit, aantal werknemers en type bedrijf (zoals beursgenoteerd of familiebedrijf).[21]

Moord en doodslagBewerken

  Zie Moord en doodslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf 2000 publiceert het jaarlijks het aantal dodelijke slachtoffers door moord of doodslag in het voorafgaande jaar. Eerder publiceerde het dit cijfer over 1992 en 1997, maar sinds 1999 wordt de lijst jaarlijks bijgehouden en bijgewerkt.[22]

NevenpublicatiesBewerken

Gedurende zijn geschiedenis heeft Elsevier een aantal nevenpublicaties gepubliceerd.

De Vlaamse ElsevierBewerken

 
Het laatste nummer van de Vlaamse Elsevier.

In 1973 en 1974 verscheen De Vlaamse Elsevier in België. Hoofdredacteur was Henri Schoup en de redactie zetelde in Brussel aan de Émile Jacqmainlaan 105. Uitgever was Elsevier-Sequoia in Brussel.[23]

Het laatste nummer verscheen op 30 augustus 1974, waarin werd gemeld dat door de "reusachtige en onvoorziene stijging van de exploitatiekosten" het blad niet meer renderend was. Onder meer de papierprijs was sinds het eerste nummer met zestig procent gestegen.[24]

Speciale EditieBewerken

Sinds 2005 publiceert Elsevier onder de naam Speciale Editie nummers over een speciaal thema (in totaal 88 tot en met 2020).[25]

Ter HerinneringBewerken

Sinds januari 2010 geeft Elsevier specials uit van circa 100 bladzijden onder de titel Ter Herinnering die gewijd zijn aan een bepaald persoon, vaak bij diens overlijden of bij een jubileum van zijn of haar geboortedag. Het gaat om de volgende personen:

  • januari 2010: Winston Churchill. Ter Herinnering 1874-1965
  • november 2010: Charles de Gaulle. Ter Herinnering 1890-1970
  • februari 2011: Ronald Reagan. Ter Herinnering 1911-2004
  • mei 2012: Pim Fortuyn. Ter Herinnering 1948-2002
  • 2010: Joseph Luns. Ter Herinnering 1911-2002
  • november 2012: Wilhelmina. Ter Herinnering 1880-1962. Geschreven door Cees Fasseur
  • begin 2013: Godfried Bomans. Ter Herinnering 1913-1971
  • april 2013: Margaret Thatcher. Ter Herinnering 1925-2013
  • mei 2013: Eppo Doeve. Ter Herinnering 1907-1981
  • september 2013: John. F. Kennedy. Ter Herinnering 1917-1963
  • december 2013: Nelson Mandela. Ter Herinnering 1918-2013
  • juli 2014: Cees Bantzinger - Ter Herinnering 1914-1985
  • juli 2014: Juliana & Bernhard - Ter Herinnering
  • maart 2015: Piet de Jong 100 jaar! - De oorlogsheld die premier werd
  • juni 2015: Willem Drees - Ter Herinnering 1886-1988
  • november 2016: Fidel Castro - Ter Herinnering 1926-2016
  • juni 2017: Helmut Kohl - Ter Herinnering 1930-2017
  • februari 2018: Ruud Lubbers - Ter Herinnering 1939-2018

Juist MagazineBewerken

Medio 2013 richtte de uitgever naast het weekblad het maandblad Juist op, dat geleid werd René van Rijckevorsel, adjunct-hoofdredacteur van Elsevier Weekblad. Het eerste nummer verscheen in augustus 2013. De uitgave werd in 2018 gestaakt. Het laatste nummer was gedateerd december 2018.

LezingenBewerken

Elsevier Weekblad organiseert of is betrokken bij een drietal jaarlijkse lezingen.

HJ Schoo-lezingBewerken

  Zie HJ Schoo-lezing voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 2009 organiseert de redactie de jaarlijkse HJ Schoo-lezing, die aan het begin van het politieke seizoen, meestal op de eerste dinsdag van september, wordt gehouden. De bijeenkomst wordt doorgaans gehouden in de Rode Hoed in Amstgerdam. Peter Altmaier en Wopke Hoekstra spraken in theater Diligentia in Den Haag. Sprekers waren:

Johan Huizinga-lezingBewerken

  Zie Huizingalezing voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 2014 is Elsevier Weekblad mede-organisator van de Huizingalezing, die jaarlijks in december samen met de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde wordt gehouden in de Pieterskerk in Leiden. Vanaf 2014 verzorgt Elsevier Weekblad Boeken ook de tekstuitgave van de lezing. Sinds de deelname van Elsevier Weekblad zijn de volgende sprekers aangetreden:

EW Economie-lezingBewerken

  Zie EW Economie-lezing voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De EW Economie-lezing is een jaarlijkse lezing over economie van de redactie van Elsevier Weekblad. De lezing kan worden gezien als tegenhanger van de HJ Schoo-lezing, waarmee het tijdschrift begin september het politieke jaar opent. De EW Economie-lezing is een half jaar later en “biedt ondernemers, bestuurders van bedrijven en economen de gelegenheid hun visie te geven op ontwikkelingen in de samenleving”.[27]

Sprekers:

ScriptieprijzenBewerken

Elsevier Weekblad is betrokken bij een tweetal jaarlijkse scriptieprijzen.

Johan de Witt-scriptieprijsBewerken

  Zie Johan de Witt-scriptieprijs] voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Johan de Witt-scriptieprijs wordt sinds 2014 jaarlijks uitgereikt aan de beste geschiedenisscriptie die handelt over een onderwerp dat betrekking heeft op de Republiek der Nederlanden in de 17de eeuw. De verkiezing wordt georganiseerd door de historische vereniging Vrienden van De Witt in samenwerking met de redactie van Elsevier Weekblad.[28] Doel van de prijs is het stimuleren van historisch onderzoek teneinde de kennis over dit belangrijke tijdvak te vergroten.

Prijswinnaars waren:

  • 2014 - Gloria Moorman (Universiteit Leiden). Voor haar masterscriptie over de sociaal-culturele achtergrond van het verschijnen van de Italiaanse stedenatlas van Johan Blaeu in 1663.[29]
  • 2015 - Didi van Trijp (Universiteit Utrecht). Voor haar masterscriptie waarin de 17e-eeuwse wetenschapsgeschiedenis en literatuurgeschiedenis gericht op de voorstellingen van het heelal met elkaar worden verbonden.[30]
  • 2016 - Arthur der Weduwen (University of St Andrews). Voor zijn masterscriptie over de Nederlandse pers in de 17de eeuw.[31]
  • 2017 - Emma Mojet (Universiteit Utrecht). Voor haar masterscriptie over de interesse voor de wiskunde van Isaac Newton in de tweede helft van de 17e eeuw. De scriptie richt zich hierbij op Adriaen Verwer, die onderdeel uitmaakte van een groep amateur wiskundigen.[32]
  • 2018 - (uitgereikt in januari 2019) Lidewij Nissen (Radboud Universiteit Nijmegen). Voor haar masterscriptie A Matter of Life and Death over begrafenissen van vorstenhuizen in de vroegmoderne tijd en de rol die deze begrafeniscultuur speelde in (politieke) imagovorming. De jaarlijkse aanmoedigingsprijs ging naar Friso van Nimwegen (Universiteit Leiden), voor zijn bachelorscriptie Hoe loopt het af met La Rochelle?[33]
  • 2019 - (uitgereikt in januari 2020) Willemijn Tuinstra (Universiteit Leiden). Voor haar masterscriptie Consciende & connection over het leven van Marcelius Franckheim (1587 tot 1644) en zijn religieuze afwegingen en zijn netwerk.

Theodore Roosevelt American History Award (TRAHA)Bewerken

  Zie Theodore Roosevelt American History Award voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 2018 treedt Elsevier Weekblad op als medesponsor van de Theodore Roosevelt American History Award (TRAHA) voor de beste masterscriptie over Amerikaanse geschiedenis geschreven door een student aan een van de Nederlandse universiteiten. De andere sponsoren zijn de Theodore Roosevelt Medora Foundation, de Amerikaanse ambassade in Den Haag, en de provincie Zeeland.

De prijs, die van 1987 tot en met 1994 de Lawrence J. Saunders Award werd genoemd, wordt georganiseerd door het Roosevelt Institute for American Studies in Middelburg.[34] De winnaar krijgt een buste van Theodore Roosevelt en een reis naar North Dakota, waar de Theodore Roosevelt Medora Foundation en de Theodore Roosevelt Center zijn gevestigd (Dickinson State University). Elsevier Weekblad publiceert (de samenvatting van) de scriptie en biedt de winnaar tevens een abonnement voor een jaar aan.

De prijswinnaars sinds 2018 zijn:

  • 2018: Megan Griffiths[35] (Universiteit Leiden) voor haar masterscriptie getiteld Conservatives and the Salem Witchcraft Crisis.[36]
  • 2019: Queeny van der Spek (Universiteit van Amsterdam) voor haar masterscriptie Hitler’s Gift to America: The American Motivations to Rescue Displaced Scientists from Europe in the 1930s.[37]
  • 2020: Emma van Toorn (Radboud Universiteit) voor haar masterscriptie Floods the Desert: Religious Dynamics in the Southern Arizona Sanctuary Movements, 1980-2019.[38][39]

Uitgeverij EWBewerken

  Zie Uitgeverij Elsevier Weekblad voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Uitgeverij EW werd opgericht in 2006 om boeken uit te geven die voortkomen uit de redactie van Elsevier Weekblad. Maar al snel ging de uitgeverij ook boeken publiceren van auteurs die niet gelieerd zijn aan het weekblad. Het fonds bestaat op een enkele uitzondering na louter uit non-fictie. Deze uitgaven onderscheiden zich doordat ze zonder uitzondering een register hebben.

Het uitgeven van boeken paste in de traditie van de uitgever die het weekblad van 1945 tot 2017 had. Uitgevers-Maatschappij Elsevier was in 1880 immers opgericht als uitgever van boeken, die vanaf 1891 ook het maandblad Elsevier uitgaf.

Elsevier in de populaire cultuurBewerken

LiteratuurBewerken

Externe linksBewerken

NotenBewerken

  1. Het verhaal 'De kamer' is gedateerd oktober 1946, aldus Marita Mathijsen in: Harry Mulisch. Een bibliografie (Den Haag, 1979). In 1961 schreef Mulisch veertien artikelen voor Elseviers Weekblad over het proces in Jeruzalem tegen de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann, die in 1962 in boekvorm verschenen onder de titel De zaak 40/61.
  2. Lunshof was al in de oorlog betrokken bij de oprichting van het weekblad, waarvan het eerste nummer verscheen op 27 oktober 1945. Pas in het nummer van 27 april 1946 (nummer 17 van de tweede jaargang) wordt hij als hoofdredacteur vermeld. Maar ook voor dat nummer was hij de baas, aldus Gerry van der List in Meer dan een weekblad. De geschiedenis van Elsevier (Amsterdam, 2015), p. 40-41.
  3. Met ingang van het nummer van 19 april 1947 (nummer 16) meldt het colofon geen hoofdredacteur meer. Dit blijft zo tot en met 6 maart 1954. Gedurende het eerste deel van die periode fungeerde G.B.J. Hiltermann als hoofdredacteur, ‘de man die door Lunshof aanvankelijk als een soort loopjongen werd beschouwd’, aldus Van der List, p. 43. Hiltermann vertrekt als hij in 1952 de Haagse Post kan kopen.
  4. Het heengaan van G.B.J. Hiltermann biedt ruimte voor Wouter de Keizer, die in de jaren vijftig een belangrijk stempel op het blad zal drukken, aldus Van der List, p.75. Hij heeft het rijk niet alleen, want in 1954 treedt dr. K.D. Bosch toe tot de hoofdredactie.
  5. Met ingang van 13 maart 1954 (nummer 11) meldt het colofon dat de hoofdredactie bestaat uit W.G.N. de Keizer en dr. K.D. Bosch.
  6. Met ingang van 14 maart 1959 (nummer 11) staat Lunshof als laatste van de drie met De Keizer en Bosch in het colofon bij de hoofdredactie. Met ingang van 7 januari 1961 (nummer 1) staat Lunshof als eerste genoemd van de namen in de hoofdredactie. W.G.N. de Keizer staat achteraan met tussen haakjes Londen achter zijn naam. Met ingang van het nummer van 5 januari 1963 (nummer 1) is dr. K.D. Bauer uit de hoofdredactie verdwenen. Met ingang van het nummer van 2 januari 1965 (nummer 1) is ook de naam van W.G.N. de Keizer geschrapt en is Lunshof (weer) alleenheerser.
  7. Met ingang van het nummer van 8 januari 1966 (nummer 1/2) is Lunshof volgens het colofon uit de hoofdredactie gevallen en staat daar de naam van W.G.N. de Keizer met a.i. achter zijn naam. Een jaar later, in het nummer van 7 januari 1967 (nummer 1) zijn daar, in deze volgorde, drie namen aan toegevoegd: W.L. Brugsma, drs. F.A. Hoogendijk en J.A. Vermeulen. De laatste twee zijn op 1 februari 1966 in deze functie benoemd.
  8. Hoogendijk is eerst een van de hoofdredacteuren, maar niet de voornaamste, want W.G.N. de Keizer staat als eerste vermeld. Met ingang van het nummer van 24 januari 1971 wordt de naam van (het tijdschrift) Elseviers Weekblad verandert in Elseviers Magazine. Met ingang van 5 juni 1971 is Duyzings geen hoofdredacteur meer. Zijn plaats is ingenomen door dr. F.A. Hoogendijk, D.M. van Rosmalen en J.A. Vermeulen. Hoogendijk is voorzitter van 'het college van hoofdredacteuren'. Vanaf 3 januari 1976 (nummer 1) is dr. F.A. Hoogendijk algemeen hoofdredacteur en D.M. Rosmalen hoofdredacteur. Vermeulen is met vervroegd pensioen, aldus Van der List. Met ingang van 10 september 1983 (nummer 36) is Hoogendijk de enige hoofdredacteur. Met ingang van het nummer van 7 januari 1984 (nummer 1) is Pierre Huyskens als a.i. toegevoegd aan de hoofdredactie; met ingang van 9 februari 1985 als volwaardig lid van de hoofdredactie. Hoogendijk wordt per 1 november 1985 benoemd tot directeur Europese Research en Ontwikkeling van Elsevier (uitgeverij) en verlaat de hoofdredactie van Elsevier.
  9. Op 6 januari 1968 (nummer 1) wordt de naam van Martin W. Duyzings toegevoegd bij de hoofdredactie in het colofon. Zijn naam staat voor die van Hoogendijk en Vermeulen, maar achter die van De Keizer. Een jaar later, met ingang van het nummer van 4 januari 1969 (nummer 1), is de naam van De Keizer verdwenen en voert Duyzings het rijtje aan. W.G.N. de Keizer is per 1 mei 1968 afgetreden als algemeen hoofdredacteur. Met ingang van het nummer van 3 januari 1970 (nummer 1) is Duyzings ‘algemeen hoofdredacteur’ en zijn drs. F.A Hoogendijk en J.A. Vermeulen hoofdredacteuren met achter Hoogendijks naam (politiek-Nederland) en achter die van J.A. Vermeulen (supervisie technische uitvoering).
  10. Van Rosmalen stond vanaf 4 januari 1964 in het colofon als adjunct-hoofdredacteur. Met ingang van 10 september 1983 (nummer 36) staat Van Rosmalen als columnist in het colofon
  11. Huyskens wordt met ingang van het nummer van 7 januari 1984 (nummer 1) als a.i. toegevoegd aan de hoofdredactie. Met ingang van het nummer van 9 februari 1985 is hij volwaardig lid van de hoofdredactie en met ingang van het nummer van 2 november 1985 (nummer 44, jaargang 41) vormt hij samen met John Worries de hoofdredactie. Als met ingang van 1986 André Spoor algemeen hoofdredacteur worden 'degraderen Huyskens en Worries tot hoofdredacteur.
  12. Drs. A.S. Spoor, zoals het colofon van het nummer van 4 januari 1986 hem typeert, is benoemd tot algemeen hoofdredacteur, hetgeen betekent dat zijn voorgangers Huyskens en Worries genoegen moeten nemen met de titel 'hoofdredacteur'. Met ingang 3 januari 1987 is Huyskens hoofdredacteur af en in zijn plaats ingenomen door Sytze van der Zee. Met ingang van 4 juli 1987 is Worries uit de hoofdredactie gevallen. In het nummer van 11 juli 1987 is Spoor de enige hoofdredacteur; Van der Zee is gedegradeerd tot adjunct, om op 12 september 1987 weer terug te keren als hoofdredacteur, samen met mr. P.B. Brusse.
  13. Van der Zee vertrekt eind 1987 en wordt hoofdredacteur van Het Parool.
  14. Brusse begint als hoofdredacteur samen met Van der Zee onder Spoor en krijgt op 4 juni 1988 Johan van den Bossche naast zich als hoofdredacteur. Die komt van de krant Elseviers Weekblad, die in het tijdschrift wordt opgenomen.
  15. Van den Bossche was hoofdredacteur van (de krant) Elseviers Weekblad en is met ingang van 4 juni 1988 in de hoofdredactie van het tijdschrift als de krant in het tijdschrift wordt opgenomen. Met ingang van 5 november 1988 is Spoor hoofdredacteur af en voert Van den Bossche de redactie aan, samen met Peter Brusse en Ton van Brussel.
  16. Bolkestein publiceerde in 2013 zijn memoires als feuilleton in Elsevier, die later werden gepubliceerd onder de titel Cassandra tegen wil en dank (Amsterdam, 2013). ISBN 978-90-351-4083-7
  17. Na zijn overlijden publiceerde Uitgeverij Elsevier Weekblad een herdruk van Piet Burgers boek uit 1978 Cryptogrammen leed... vermaak... Handleiding voor cryptogramoplossers onder de nieuwe titel Cryptogrammen. Een handleiding met een eerder in Elsevier verschenen interview, afgenomen door Thomas van den Bergh, en een necrologie geschreven door Gerlof Leistra (Amsterdam, 2019). ISBN 978-90-6882-728-6
  18. Remco Camperts verhalen en columns voor Elsevier werden samen met die van zijn vader Jan Campert voor Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift door uitgeverij De Bezige Bij samengebracht in de bundel Campert & Campert (Amsterdam, 2017) ISBN 978-90-234-4992-8
  19. Johannes van Dam begon zijn restaurantrecensies op voorspraak van Adriaan van Dis in Elsevier. Later kreeg hij een vaste rubriek in het weekblad, getiteld 'Gastronomie', waarvan een selectie verscheen in de bundel Gastronomie. De beste stukken uit Elsevier (Amsterdam, 2011) ISBN 978-90-6882-891-7
  20. Hermans' verzamelden bijdragen aan Elsevier verschenen onder de titel Weg met de revolutie! Al zijn artikelen uit Elsevier Weekblad (Amsterdam, 2019) ISBN 978-94-6348064-2
  21. Mulisch debuteerde in Elsevier op 8 februari 1947 met zijn verhaal 'De kamer' en deed voor het weekblad verslag vanuit Israël van het proces tegen de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann, in 1962 door de Bezige Bij gebundeld in De zaak 40/61. ISBN 978-90-234-6644-4
  22. Nootebooms verhalen uit Elsevier verschenen in twee bundels: Op reis. Alle verhalen uit Elsevier. Deel 1: 1957-1960 (Amsterdam, 2021) ISBN 978-90-6882-981-5 en Op reis. Alle verhalen uit Elsevier. Deel 2: 1986-2007 (Amsterdam, 2013) ISBN 978-90-352-5109-0
  23. Reves werk voor Elsevier werd uitgegeven onder de titel De duiding aller dingen. Gerard Reve in Elsevier, Elsevier over Gerard Reve (Amsterdam, 2007) ISBN 978-90-6882-814-6
  24. De afleveringen van deze feuilleton die Martin Šimek voor Elsevier schreef zijn later door uitgeverij De Bezige Bij gebundeld in De Vuurvliegjes Achterna. Een vlucht naar de vrijheid (Amsterdam, 2009) ISBN 978-90-234-5452-6
  25. De columns die Campert tussen 2014 en 2018 onder de titel 'Dagelijksheden' voor Elsevier schreef werden in 2019 door uitgeverij De Bezige Bij gebundeld onder de titel Dagelijksheden. Verhalen ISBN -94-0316580-6