Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Hebron (Palestina)

Palestina

Hebron of (Arabisch: الخليل Al Khalil (wat 'vriend' betekent), Hebreeuws: חברון, Chevron) is een stad in Palestina. De stad ligt op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever in het Gouvernement Hebron. Hebron valt onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit (PA) en heeft ongeveer 163.000 overwegend Palestijnse inwoners (census 2007). Daarnaast kent Hebron een groeiende Joodse gemeenschap van 500-800 Israëlische kolonisten.

Hebron
الخليل
חברון
Stad in Palestina Vlag van Palestina
Hebron (Palestina)
Hebron (Palestina)
Situering
Gouvernement Hebron
Coördinaten 31° 32′ NB, 35° 6′ OL
Algemeen
Inwoners (2016) 215.452[1]
Hoogte 930 m
Foto's
Het centrum van Hebron 2007
Het centrum van Hebron 2007
Portaal  Portaalicoon   Azië
Hebron/Al-Khalil Oude stad
Werelderfgoed cultuur
De Ibrahimi-moskee met de Grot van de Patriarchen, 2007
De Ibrahimi-moskee met de Grot van de Patriarchen, 2007
Land Vlag van Palestina Palestina
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria ii, iv, vi
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1565
Inschrijving 2017 (41e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Het Russisch-Orthodoxe klooster in Hebron, 2008
Kamer van Koophandel, 2010
Glas-producten uit Hebron

Hebron is een van de oudste steden in het Midden-Oosten en een van de oudste steden van de wereld die onafgebroken bewoond is gebleven. Waarschijnlijk is Hebron in de 18e eeuw v.Chr. gesticht. Het was een koninklijke stad in het oude Kanaän en wordt als zodanig ook in de Hebreeuwse Bijbel vermeld.[2]

In juli 2017 tijdens de 41e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed is de oude stad van Hebron toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO.[3] De erkenning tot cultureel werelderfgoed werd niet geapprecieerd door Israël met eerste minister Benjamin Netanyahu die sprak over een krankzinnige beslissing en prompt zijn jaarlijkse bijdrage aan de werkingskosten van de Verenigde Naties met 1 miljoen dollar verminderde.[4][5]

In Hebron staat de Ibrahimi-moskee (Abraham-moskee). Daar bevindt zich ook de Grot van de Patriarchen, een heilige plaats voor zowel moslims als joden. Joden kennen de plek als Ma'arat HaMachpelah. In de 'grot' is er van zowel joden als moslims als christenen een heiligdom geweest. Herodes de Grote heeft er tijdens zijn regering een muur omheen gebouwd[6] waarbinnen in de loop der jaren door verschillende heersers een tuin, een moskee en een netwerk van gangen en kamers zijn gebouwd. Van het christelijke heiligdom, dat op deze plaats heeft gestaan, zijn getuigenissen en zijn resten aan te treffen in de architectuur. Onder het Perzische bewind werd in 637 op de ruïnes een moskee gebouwd in beheer bij een islamitische Waqf. In de joodse traditie geldt Hebron als een van de vier 'heilige steden'.[7] In de Islam wordt Hebron ook wel als de vierde heilige stad gezien.

In Hebron bevindt zich de Universiteit van Hebron[8], gesticht in 1971 door sjeik Mohammed Ali Al-Jabari. In maart 1996 werd de universiteit door Israël gesloten, maar na protesten van studenten begin 1997 weer geopend.[9]

In Al-Khalil (Hebron) bestond al in de negende eeuw een bloeiende glasindustrie, waarvoor Bedoeïenen de materialen leverden. De ligging van Hebron op het kruispunt van wegen naar alle richtingen maakte Hebron tot een religieus en commercieel centrum, waardoor de industrie bloeide.[10]

De bevolking in Palestina was gedurende vele eeuwen overwegend Arabisch en kende een relatief kleine Joodse gemeenschap.[11][12]

Inhoud

GeschiedenisBewerken

Tijdens het Ottomaanse RijkBewerken

Tijdens de periode van het Ottomaanse Rijk in het begin van de 19e eeuw had Palestina rond 250.00 à 300.000 inwoners, waarvan 16.000 Bedoeïenen. Hebron had in die tijd tussen de 5000/6000 inwoners, voornamelijk kleine boeren, die rondom het stadje een khirba (een stukje ongecultiveerd of nog te cultiveren land) bezaten.[13] Joodse aanwezigheid in Palestina was geconcentreerd in de omgeving van de stadjes Jaffa, Haifa en Safed.[14]

Tijdens de Egyptische bezettingBewerken

Tijdens de bezetting door Egypte (1831-1840) vond in 1834 in Hebron een grote opstand van de lokale plattelandsbevolking en Bedoeïenen plaats gericht tegen het Egyptische bestuur omdat dit geen rekening hield met opgebouwde rechten onder het Ottomaanse bewind en lokale moslims wilde rekruteren voor de krijgsdienst. Tijdens deze bloedige opstand werden ongeveer 500 moslims gedood, 750 in krijgsdienst genomen en 120 jongens uitgeleverd aan Egyptische legerofficieren. Vele inwoners sloegen op de vlucht.[15]

Tijdens het Britse MandaatBewerken

In de periode van het Britse mandaat over Mandaatgebied Palestina (1922-1948) veroorzaakte de immigratie van grote aantallen Joodse zionisten overal in Palestina in toenemende mate spanningen tussen deze nieuwe en de inheemse bevolking. In Hebron, dat in 1922 nog gold als puur Arabisch vestigden joden immigranten in 1925 een jesjiva. De spanningen die dit met zich meebracht leidden in 1929 tot een bloedbad. Vanaf die tijd tot 1967 was er in Hebron geen joodse aanwezigheid meer.

Tijdens de Jordaanse bezettingBewerken

Na de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 en het uitroepen van de staat Israël spraken de notabelen van Hebron zich uit voor aansluiting bij Transjordanië. In 1949 werd een wapenstilstand gesloten en werd een grens overeengekomen, de Groene Lijn. In 1950 veranderde Transjordanië zijn naam in Jordanië en annexeerde de (toen zo genoemde) Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem. Resten van joodse aanwezigheid in Hebron, waaronder de Abraham Avinu synagoge uit 1540, werden met de grond gelijkgemaakt.[16]

Israëlische bezettingBewerken

Israël heeft tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 de Westelijke Jordaanoever op Jordanië veroverd en militair bezet. Voor het bestuur van Joodse Israëlische nederzettingen die sindsdien in het bezette gebied worden gesticht zijn door Israël regionale raden ingesteld. Voor de nederzettingen in en rond Hebron is dat de Regionale raad van Har Hebron. De stichting en uitbreiding van nederzettingen wordt gesteund door het in 1979 in New York opgerichte Hebron Fonds.[17]

 
Afzetting in Hebron

Nederzettingen binnen en rondom HebronBewerken

In 1968 vestigde zich illegaal in een hotel midden in de oude stad een groep fundamentalistische religieus-zionistische joden van de Gush Emunim-beweging onder bescherming van Israëlische militairen. Dit vond plaats gedurende het lentefestival van het joodse paasfeest. De leider van deze groep was rabbijn Moshe Levinger, activist van de Gush Emunim-beweging [18], de latere Amana-beweging. Na anderhalf jaar van onrust werd door hen, met toestemming van de Israëlische regering, ten oosten van de stad ook de Israëlische nederzetting Kirjat Arba gesticht.

Bloedbad in en rond de moskeeBewerken

In 1994 drong Baruch Goldstein, een Amerikaans-Israëlische arts uit Kirjat Arba en lid van de Kach, gewapend en in soldatenuniform de Ibrahimi-moskee binnen tijdens een gebedsstond en schoot 29 biddende moslims dood; 125 moslims werden gewond. In rellen buiten de moskee werden nog eens 19 Palestijnen gedood. Ook Goldstein zelf werd daarbij gedood.

SpanningenBewerken

Sinds zich in Hebron weer Joodse inwoners vestigden zijn er spanningen in de stad tussen de Joodse en Palestijnse inwoners van Hebron. De Joodse bewoners worden voortdurend beschermd door circa 2000 soldaten van het Israëlische leger.

Internationale bemoeienisBewerken

Hebron-ProtocolBewerken

 
Kaart van Hebron met het Palestijns gecontroleerd gebied H1, en het door Israël gecontroleerd gebied H2, volgens het Protocol van Hebron van 1997 en uitbreiding met nederzettingen daarbuiten

Na het bloedbad van 1994 werd er een internationale waarnemersmissie (TIPH) naar Hebron gestuurd om te zorgen voor veiligheid bij de Palestijnen. Zij moesten daarvoor incidenten tussen Palestijnen en Israëliërs documenteren. Echter, door gebrek aan overeenstemming over het mandaat werden de waarnemers na drie maanden weer teruggetrokken. In 1997, na de ondertekening van het Hebron-Protocol, werd de waarnemingsmissie weer ingesteld[19]. Dit protocol werd gesloten tussen de toenmalige premier van Israël Benjamin Netanyahu en president van de Palestijnse Autoriteit Yasser Arafat. Circa 80% van de stad ("H1" genoemd), met ongeveer 140.000 Palestijnse inwoners, bleef daarbij onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit. De overige 20% ("H2"), met ongeveer 30.000 inwoners, en ongeveer 500 Joodse rechts-nationalistische kolonisten in vier nederzettingen binnen in de stad,[20] kwam onder de verantwoordelijkheid van Israël[21][22] Tevens werd voorzien in een tijdelijke internationale aanwezigheid, de "Temporary International Presence in the City of Hebron" (TIPH)[23]

Wye RiverBewerken

In het kader van de akkoorden van Wye River, die in oktober 1998 als deel van het Arabisch-Israëlische vredesproces werden bereikt[24], kwamen Israël en de PLO een voorlopige regeling overeen over de toegang voor moslims en joden tot de Grot der Patriarchen onder de Ibrahim moskee. De Waqf kreeg hierbij de controle over 81% van het gebouw waaronder het zuidoostelijke deel dat boven de toegang tot de grotten ligt. De cenotafen van Isaac en Rebekka, die zich in dit deel van het complex bevinden, werden voor joden gedurende 10 dagen per jaar toegankelijk. Tijdens die dagen zijn de moskee en de straten rondom afgesloten voor moslims. Israëlische militairen laten dan alleen joodse gelovigen toe en sommige toeristen. Op 10 andere dagen per jaar hebben alleen moslims toegang tot het complex.[25]

VriendschapsbandBewerken

  Florence (Italië), sinds 2007

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken